Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2860

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
16/600101-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens een gewelddadige overval in een woning. Tevens veroordeling voor een hennepkwekerij en diefstal van electriciteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600101-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 juli 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1984] [geboorteplaats] (Sri Lanka),

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2010. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. Cortet, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van de standpunten door de raadsvrouwe van verdachte en door verdachte zelf naar voren gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

- zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een overval in een woning en

- zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan afpersing en

- samen met anderen een hennepkwekerij heeft gehad en

- samen met anderen elektriciteit heeft gestolen.

Voluit luidt de – gewijzigde – tenlastelegging dat

1.

Primair

hij op of omstreeks 27 januari 2010 te Vianen, althans in het arrondissement

Utrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

portemonnee (met inhoud) en/of (een of meerdere) laptops,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

(een) ander(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een)

andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangebeld en/of

(nadat de deur van de woning door die [slachtoffer 1] werd geopend)

- met een bivakmuts op die woning binnengegaan en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) heeft/hebben geduwd en/of bij de

keel gegrepen en/of (daarbij) tegen de muur geduwd en/of vast/tegengehouden

en/of gezegd/geroepen: "doe maar rustig, er gebeurt niets, wees maar niet

bang" en/of "we komen alleen maar voor het geld" en/of "waar is de kluis",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- onderling naar elkaar gegild en/of geroepen "opschieten, opschieten",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) (met gebalde vuist) op het (achter)hoofd gestompt

en/of (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) op het hoofd geslagen;

Subsidiair

(een) ander(en) dan verdachte op of omstreeks 27 januari 2010 te Vianen,

althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of (een of meerdere) laptops,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

(een) ander(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of (een)

ander(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) die ander(en) dan verdachte

- bij de woning van die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangebeld en/of

- met een bivakmuts op die woning is/zijn binnengegaan en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) heeft/hebben geduwd en/of bij de

keel gegrepen en/of (daarbij) tegen de muur geduwd en/of vast/tegengehouden

en/of gezegd/geroepen: "doe maar rustig, er gebeurt niets, wees maar niet

bang" en/of "we komen alleen voor het geld" en/of "waar is de kluis", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- onderling naar elkaar gegild en/of geroepen "opschieten, opschieten",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) (met gebalde vuist) op het (achter)hoofd gestompt

en/of (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) op het hoofd geslagen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 27

januari 2010 te Vianen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is

geweest door opzettelijk die ander of anderen dan verdachte met de auto naar

de woning van die [slachtoffer 1] te rijden en/of nadat die ander of anderen dan

verdachte in de woning van die [slachtoffer 1] zijn geweest die ander of anderen dan

verdachte mee weg te rijden en/of (derhalve) de vluchtauto te besturen;

2.

hij op of omstreeks 25 januari 2010 te Nieuwegein en/of te Vianen, althans in

het arrondissement Utrecht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een telefoon en/of een paspoort en/of (een) sleutel(s) en/of (munt)geld en/of

een telefoon/simcard,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een)

andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn

mededader(s)

- die [slachtoffer 2] in een (personen)auto heeft/hebben geduwd, althans laten

plaatsnemen en/of

- (vervolgens) met die (personen)auto is/zijn gaan rijden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd "dat hij 2.000 euro moest betalen" en/of

"dat hij

daar twee weken de tijd voor had", althans woorden van gelijke (dreigende)

aard en/of strekking en/of

(op dreigende en intimiderende wijze) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd:

“geef me je spullen” en/of “je hebt met de verkeerde gefucked”en/of “wie denk je wel niet dat je bent, we zullen je te grazen nemen”en/of “pak het pistool, pakt het pistool” en/of

- die [slachtoffer 2] heeft laten uitstappen en/of (vervolgens) (met de handen op de

rug) heeft/hebben vastgehouden en/of

- (nadat hij verdachte, en/of zijn mededader(s) was/waren weggereden en weer

teruggekomen) die [slachtoffer 2] in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt

en/of (tegen het gezicht en/of de buik, althans het lichaam geschopt/getrapt;

en/of

hij op of omstreeks 25 januari 2010 te Nieuwegein en/of te Vianen, althans in

het arrondissement Utrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot de afgifte van

een telefoon en/of een paspoort en/of (een) sleutel(s) en/of (munt)geld en/of

een telefoon/simcard, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn/haar mededader(s), welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 2] in een (personen)auto heeft/hebben geduwd, althans laten

plaatsnemen en/of

- (vervolgens) met die (personen)auto is/zijn gaan rijden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd "dat hij 2.000 euro moest betalen" en/of

"dat hij

daar twee weken de tijd voor had", althans woorden van gelijke (dreigende)

aard en/of strekking en/of

(op dreigende en intimiderende wijze) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd:

“geef me je spullen” en/of “je hebt met de verkeerde gefucked”en/of “wie denk je wel niet dat je bent, we zullen je te grazen nemen”en/of “pak het pistool, pakt het pistool” en/of

- die [slachtoffer 2] heeft laten uitstappen en/of (vervolgens) (met de handen op de

rug) heeft/hebben vastgehouden en/of

- (nadat hij verdachte, en/of zijn mededader(s) was/waren weggereden en weer

teruggekomen) die [slachtoffer 2] in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt

en/of (tegen het gezicht en/of de buik, althans het lichaam geschopt/getrapt;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2009 tot en met 9 februari 2010

te Nieuwegein, althans in het arrondissement Utrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) twee,

althans een of meerdere "hennepkwekerij(en)", althans een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld

op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel

3a, vijfde lid van die wet;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2009 tot en met 9 februari 2010

te Nieuwegein, althans in het arrondissement Utrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (aan de

[adres]) heeft weggenomen stroom/elektriciteit in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door verbreking van de verzegeling van het deksel van

de hoofdaansluitkast en/of de meter.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 primair, 2 (impliciet) subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde feit betoogd dat niet vastgesteld kan worden dat sprake is van medeplegen door verdachte, omdat er geen nauwe en bewuste samenwerking met andere verdachten kan worden vastgesteld. De verdediging heeft voorts betoogd dat het opzet van verdachte was gericht op inbraak in de woning. Verdachte had niet kunnen voorzien dat er geweld zou worden gebruikt, aldus de verdediging. De verdediging heeft zich voor wat betreft de andere feiten aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde. De rechtbank constateert dat aangever [slachtoffer 2] wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen dient naar het oordeel van de rechtbank te worden getwijfeld. Zij dienen daarom van het bewijs te worden uitgesloten. Nu verder geen bewijs voorhanden is dat inzicht geeft in de toedracht van het tenlastegelegde, behoort verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Feit 1 primair

De rechtbank acht feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 13 juli 2010;

- de aangifte van [slachtoffer 1] .

Medeplegen

Onder feit 1 primair wordt verdachte verweten dat hij de overval tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd. De verdediging heeft betoogd dat hiervan geen sprake is, omdat een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten niet kan worden vastgesteld. Uit de verklaring van verdachte zelf is gebleken van een gezamenlijk voorafgaand beraamd plan. Er zijn gezamenlijke voorbereidingshandelingen verricht voor de geplande (in eerste instantie) inbraak, te weten het kopen van koevoeten en bivakmutsen. Tevens is afgesproken dat de opbrengst onder verdachte en de medeverdachten zou worden verdeeld. De rechtbank is, gelet op het voorgaande, dan ook van oordeel dat de rol van verdachte als ‘medepleger’ moet worden gekwalificeerd.

Opzet op geweld

De verdediging heeft betoogd dat bij verdachte het opzet op geweld heeft ontbroken. De rechtbank overweegt dat aan de overval diverse voorbereidingshandelingen zijn voorafgegaan. Zo heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij voorafgaand aan de overval op de woning, om te controleren of zich nog iemand in de woning bevond, telefonisch contact heeft gehad met iemand (de rechtbank begrijpt dat dit aangeefster moet zijn geweest) die zich op dat moment in de woning bevond. Uit de verklaring van verdachte blijkt ook dat, voordat hij en de medeverdachten naar Vianen zijn gegaan, door hen in Utrecht bivakmutsen zijn aangeschaft. Voorts blijkt uit de verklaring van verdachte dat er tie-wraps en duck tape zijn meegenomen naar de plaats van de overval. Ook lagen er koevoeten in de auto van verdachte, aldus verdachte ter terechtzitting. Enige tijd voor de overval heeft verdachte enkele malen poolshoogte genomen op de plaats van de te plegen overval.

De wijze waarop de overval is voorbereid rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie dan dat verdachte naar het oordeel van de rechtbank willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er bij de ‘inbraak’ (overval) in de woning geweld zou worden gebruikt.

Feiten 3 en 4

De rechtbank acht de feiten 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen gelet op

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 13 juli 2010;

- het proces-verbaal van bevindingen van de politie

(met betrekking tot het aantreffen van een hennepplantage in de woning van verdachte) ;

- het proces-verbaal van bevindingen van de politie

(met betrekking tot het testen van de in de woning van verdachte aangetroffen hennep) ;

- het proces-verbaal van aangifte door [bedrijf]

Genoemde bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, slechts gebruikt tot bewijs van het feit waarop zij volgens hun inhoud in het bijzonder betrekking hebben.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van wat hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

Primair

op 27 januari 2010 te Vianen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en laptops,

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en), welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangebeld en nadat de deur van de woning door die [slachtoffer 1] werd geopend

- met een bivakmuts op die woning zijn binnengegaan en

- vervolgens die [slachtoffer 1] met kracht heeft/hebben geduwd en bij de keel gegrepen en daarbij tegen de muur geduwd en vastgehouden en gezegd/geroepen: "doe maar rustig, er gebeurt niets, wees maar niet bang" en "we komen alleen maar voor het geld" en "waar is de kluis",

en

- onderling naar elkaar geroepen "opschieten, opschieten", en

- die [slachtoffer 1] met kracht met gebalde vuist op het hoofd gestompt en terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag op het hoofd geslagen;

3.

in de periode van 1 november 2009 tot en met 9 februari 2010 te Nieuwegein,

opzettelijk heeft geteeld en aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres], een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld

op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

in de periode van 1 november 2009 tot en met 9 februari 2010 te Nieuwegein,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de

[adres] heeft weggenomen elektriciteit, toebehorende aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door verbreking van de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen telkens meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1 primair:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 3:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van feit 4:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft zich over de persoon van de verdachte laten voorlichten door E.J. Muller, GZ-psycholoog, die een rapport gedateerd 7 juli 2010 heeft uitgebracht. Uit dit rapport blijkt – onder meer – dat verdachte beschikt over ruim beneden gemiddelde intellectuele capaciteiten. Verder heeft de psycholoog geconstateerd dat er bij verdachte sprake is van een scheefgroei in de ontwikkeling die zijn oorsprong vindt in vroege hechtingsproblematiek. Op gedragsniveau voldoet verdachte aan de criteria van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, waarbij evenwel de kanttekening wordt geplaatst dat de beperkingen van verdachte zijn terug te voeren op een gebrek aan veiligheid en stabiliteit in het eerste levensjaar en een daardoor onderontwikkeld basisvertrouwen in zichzelf en een ander. Op grond van voorgaande kan verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd, aldus de gedragsdeskundige.

De rechtbank neemt de conclusie van de deskundige met betrekking tot de enigszins verminderde toerekenbaarheid over en maakt deze tot de hare.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar onder aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit een groter voorwaardelijk strafdeel op te leggen, nu verdachte een positieve proceshouding heeft getoond en hij geen relevante antecedenten heeft.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een overval op de woning van de familie [slachtoffer 1]. Bij deze overval is [slachtoffer 1], die op dat moment alleen thuis was, geduwd, bij de keel gegrepen en vastgehouden en daarbij zijn uit de woning een portemonnee en laptops weggenomen. Verdachte en zijn mededaders hebben zich kennelijk laten leiden door hun zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de mogelijke ernstige gevolgen van hun handelen voor het slachtoffer en zij zijn volgens een vooropgezet plan doelgericht te werk gegaan.

Een dergelijke overval is een zeer traumatische ervaring voor het slachtoffer en haar familie. De ervaring leert dat slachtoffers van een dergelijke overval nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan ondervinden. In dit geval speelt daarbij dat de één van de medeverdachten een bekende is van het gezin. Door het handelen van verdachte en zijn mededaders worden de toch al aanwezige gevoelens van onveiligheid in de samenleving bovendien versterkt. Dat is een ernstig feit, dat verdachte door de rechtbank zwaar wordt aangerekend.

Verdachte heeft ook hennep gekweekt in zijn woning. Het spreekt voor zich dat het kweken van een softdrug als hennep, een strafbaar feit is dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Voorts levert een kwekerij, waarbij op illegale wijze elektriciteit wordt onttrokken aan het net en de elektrische installatie ondeskundig is aangelegd, (brand)gevaar op voor de omgeving. Dit is in dit geval des te kwalijker nu de aangetroffen kwekerij in een woning was opgezet. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij reeds eerder is veroordeeld.

Over de geestesgesteldheid van verdachte ten tijde van het gepleegde feit is een rapport opgemaakt door de eerder genoemde psycholoog, E.J. Muller. Naast hetgeen in dit rapport is opgemerkt over de toerekenbaarheid van het feit aan verdachte, waarover de rechtbank reeds onder het kopje ‘de strafbaarheid van de verdachte’ heeft overwogen en waarnaar zij thans verwijst, wordt in voornoemd rapport geadviseerd, gelet op het aanzienlijke gevaar voor herhaling, om verdachte binnen het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf door de reclassering te laten begeleiden.

Voornoemd strafadvies komt overeen met het advies dat Reclassering Nederland geeft in haar rapport d.d. 7 juli 2010. Ook van de inhoud van laatstgenoemd rapport heeft de rechtbank kennis genomen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 9 maanden, voorwaardelijk op te leggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door Reclassering Nederland mogelijk en deze beoogt verdachte te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 1.481,02 voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 650,00 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Voor het overige, betreffende de materiële schade, acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende.

8.2 De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

8.3 De onttrekking aan het verkeer

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat telkens meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5.1 genoemde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 650,00, ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf de dag van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1], € 650,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 13 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- gelast de teruggave aan (telkens) de rechthebbende van de hierna genoemde in beslag genomen voorwerpen, te weten:

* een portefeuille, kleur wit;

* een mobiele telefoon, merk Sony Ericsson, kleur grijs;

* een breekijzer, kleur blauw;

* een breekijzer, kleur rood;

* een tas, merk Nike;

* een gereedschap (niet nader omschreven), kleur rood;

* een jas, merk Nike, kleur blauw;

* een computer, merk Asus;

* een computer, merk Acer;

* een vest, kleur grijs;

* een vest, merk Chasin, kleur grijs;

* een jas, merk G-Star, kleur blauw;

* een jas, merk Chasin, kleur zwart;

* een jas, kleur zwart;

* een trui, merk Chasin, kleur grijs;

* een tas, merk Lacoste, kleur zwart;

* een tas (schoudertas) zwart;

* twee handschoenen, kleur grijs;

* een muts, kleur zwart;

* een muts, kleur zwart;

* acht kabelbinders, kleur wit;

* een muts, kleur zwart;

* een gereedschap, tape, kleur grijs.

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten: een pistool, kleur zwart en wapen (niet nader omschreven);

Beslag

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een personenauto van het merk Peugeot, type 306 Cabrio, voorzien van het kenteken [kenteken].

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Bruins, voorzitter, mr. M.H.L. Schoenmakers en

mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. van Wageningen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 juli 2010.