Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2768

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
26-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
16/601245-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (V.I.) geheel toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Utrecht

Sector straf

zaaknummer v.i.: 99-000042-43

parketnummer: 16/601245-08

Beslissing van de rechtbank d.d. 26 juli 2010 op een vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

in de zaak tegen de veroordeelde

[veroordeelde],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

GBA adres: [adres] (Sociale Dienst),

raadsman: mr. S. de Korte, advocaat te Utrecht.

Veroordeelde is op 16 maart 2009 door de meervoudige strafkamer in deze rechtbank veroordeeld tot een onherroepelijke vrijheidsstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek.

De voorwaardelijke invrijheidstelling is bij besluit van 10 november 2009 verleend en is ingegaan per 15 december 2009 (waarna de veroordeelde tot 15 maart 2010 een andere straf heeft uitgezeten).

De officier van justitie heeft op 15 juni 2010 schriftelijk gevorderd dat de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde zal worden herroepen, nu veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden, welke aan de voorwaardelijke invrijheidstelling zijn verbonden, heeft gehouden. Deze vordering is op diezelfde dag door de griffie van de rechtbank ontvangen.

De behandeling ter terechtzitting

De behandeling van deze vordering heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 12 juli 2010. De officier van justitie heeft daar haar standpunt toegelicht. De verdediging heeft de rechtbank middels een fax d.d. 12 juli 2010 op voorhand laten weten, niet aanwezig te zullen zijn bij de behandeling ter terechtzitting. De veroordeelde is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling gehandhaafd en daaraan toegevoegd dat in haar visie herroeping van de gehele voorwaardelijke invrijheidstelling dient plaats te vinden.

De beoordeling

Het besluit voorwaardelijke invrijheidstelling is op 13 november 2009 aan de veroordeelde in persoon betekend. De voorwaardelijke invrijheidstelling met een proeftijd van 117 dagen is feitelijk ingegaan op 15 maart 2010 onder de bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- met goed gevolg zal deelnemen aan de Leefstijltraining;

- geen drugs zal gebruiken, waarvan de naleving door Reclassering Nederland wordt

gecontroleerd door middel van urinecontroles, waaraan veroordeelde verplicht is mee te

werken;

- zich binnen 5 werkdagen na invrijheidsstelling en vervolgens gedurende de gehele proeftijd bij Reclassering Nederland zal melden, zo vaak als deze reclasseringsinstelling dit nodig acht. Veroordeelde dient zich derhalve te houden aan de aanwijzingen en opdrachten van Reclassering Nederland.

Uit het rapport van Reclassering Nederland d.d. 7 juni 2010, opgemaakt door mw. L. Lacrum, volgt onder meer dat betrokkene diverse malen niet op de afspraken bij de reclassering is verschenen, ook niet nadat hij een officiële waarschuwing had gekregen. Tevens is betrokkene meermalen niet verschenen bij de Leefstijltraining, waarna hij is uitgesloten van deelname.

De conclusie van het rapport luidt dat veroordeelde zijn verantwoordelijkheid niet neemt en, ondanks een officiële waarschuwing, twee van de hem opgelegde bijzondere voorwaarden niet nakomt; het volgen van de leefstijltraining en het meldingsgebod. De reclassering ziet hierdoor geen verdere mogelijkheden om het toezicht voort te zetten en verwijst naar haar vóór de voorwaardelijke invrijheidstelling gegeven advies om de veroordeelde voor die v.i. niet in aanmerking te laten komen.

De rechtbank stelt, gelet op het vorenstaande, vast dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden gesteld aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling.

De rechtbank is van oordeel dat er termen zijn de vordering van de officier van justitie toe te wijzen. De rechtbank ziet in de gang van zaken, zoals geschetst in het advies van Reclassering Nederland, geen enkele aanleiding om slechts tot een gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling te komen. De vordering tot herroeping van de gehele voorwaardelijke invrijheidstelling dient derhalve toegewezen te worden.

Toepasselijke artikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 15g, 15i en 15 j van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten voor de duur van 117 dagen.

Deze beslissing is gegeven door mr. I. Bruna, voorzitter, mrs. M.J. Grapperhaus en H.A. Brouwer, rechters, bijgestaan door G. van Engelenburg als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2010.