Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2728

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-06-2010
Datum publicatie
28-07-2010
Zaaknummer
16-500219-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verlenging terbeschikkingstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/500219-06

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 29 juni 2010.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats], op [1969],

thans verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel te Venray

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 27 april 2010, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met 2 jaar;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van

[verdachte] over de periode 16 februari 2009 tot en met 17 maart 2010;

- het rapport van het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel d.d. 1 april 2010, opgemaakt door drs. M. Pansters (hoofd behandeling), dr. K.J. Simis (psychiater) en

dr. A.A.G. Verwaaijen (directeur Zorg & Behandeling / Raad van Bestuur) waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld, te weten een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaren.

2 De procesgang

De rechtbank heeft acht geslagen op het vonnis van deze rechtbank d.d. 24 oktober 2006 waarbij [verdachte] onder meer ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat de terbeschikkinggestelde heeft gepoogd een man van het leven te beroven. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 5 juni 2008. Op 16 februari 2009 is de heer [verdachte] opgenomen in het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 15 juni 2010 is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw

mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Deventer. Voorts is de getuige-deskundige mevrouw

drs. M.F. Miggiels, werkzaam bij de Rooyse Wissel voornoemd, gehoord.

3 Het standpunt van de inrichting

De rechtbank heeft kennis genomen van het standpunt van de getuige-deskundige, mevrouw drs. M.F. Miggiels. De getuige-deskundige heeft het rapport d.d. 1 april 2010 en het advies van de inrichting toegelicht.

De terbeschikkinggestelde is volgens de in het rapport omschreven kernproblematiek lijdende aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis en is er sprake van alcoholafhankelijkheid, misbruik van cocaïne en pathologisch gokken. Volgens het rapport zijn de risicofactoren van betrokkene onder meer de behoefte tot controle, manipulatie, een gebrekkige gewetensontwikkeling en antisociale cognities. Voorts vermeldt het rapport dat sprake is van een lage frustratietolerantie, verhoogde impulsiviteit en een gebrekkige spanningsregulatie.

Met betrekking tot het behandelverloop heeft de getuige-deskundige, mevrouw

drs. M.F. Miggiels, opgemerkt dat de terbeschikkinggestelde nu binnen De Rooyse Wissel op de afdeling Cheops zit. Deze overplaatsing heeft hij goed doorstaan. De terbeschikkinggestelde is beter geworden in het bespreekbaar maken van spanningen en emoties. Er zijn met de terbeschikkinggestelde geen incidenten binnen de inrichting geweest. Ook is de terbeschikkinggestelde begonnen met de delictketenmodule, waarin hij leert wat het delict veroorzaakt heeft en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. Hij is gemotiveerd voor behandeling hoewel er het risico bestaat van schijnaanpassing.

Het behandeldoel voor de lange termijn richt zich op het terugdringen van de geformuleerde risicofactoren door middel van diverse vormen van therapie. Met behulp van sociologische therapie wordt er naar toe gewerkt dat betrokkene in gewone woorden kan vertellen hoe het met hem gaat en wat er met hem aan de hand is. Dit is een langdurig proces. Daarnaast wordt de verslavingsproblematiek van betrokkene in het kader van individuele therapie aangepakt. Dit moet vooral in de resocialisatiefase aan de orde komen. Betrokkene zit “middenin” een voorspoedig lopende behandeling. Voorts is begeleid verlof aangevraagd. De verwachting is dat de beslissing op die aanvraag (naar verwachting: positief) binnen twee weken zal worden ontvangen.

Het rapport vermeldt dat het gevaar voor recidive zonder de huidige ondersteuning en structuur op de middellange termijn als hoog is in te schatten. Om het recidiverisico te verlagen is het noodzakelijk dat de terbeschikkinggestelde erin zal slagen het geleerde te internaliseren. Er zal sprake moeten zijn van een langdurige begeleiding. Binnen het kader van begeleid verlof is er voldoende begeleiding, toezicht, controle en structuur om de risicofactoren onder controle te houden.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren gehandhaafd.

5 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij dramatherapie leert wat hij de afgelopen tien jaar heeft aangericht. Hij wil hier verantwoordelijkheid voor dragen. Hij ziet aan de hand van het behandelplan dat er doelen behaald worden, maar ook gevoelsmatig merkt hij dat het beter met hem gaat. De terbeschikkingstelling doet hem goed omdat hij leert over zijn gevoelens te praten. Dit vindt hij moeilijk, maar tegelijk merkt hij dat het spanningen en druk wegneemt. De terbeschikkinggestelde beseft dat hij midden in een behandelproces zit en hier nog niet mee klaar is. De terbeschikkinggestelde kan zich vinden in het advies van de inrichting en de vordering van de officier van justitie om de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting medegedeeld dat zij van mening is dat de terbeschikkinggestelde er weliswaar nog niet is, maar al veel bereikt heeft. Uit het rapport van de kliniek maakt zij op dat de veranderingen van de terbeschikkinggestelde echt zijn en niet slechts een schijnaanpassing. De terbeschikkinggestelde is gemotiveerd en wil niet zo snel mogelijk de inrichting verlaten, maar zo goed mogelijk. De raadsvrouw verzet zich niet tegen het verlengingsadvies van de inrichting en de vordering van de officier van justitie.

6 De beoordeling

Uit het voormelde vonnis van de rechtbank van 24 oktober 2006 blijkt dat de terbeschikkinggestelde heeft gepoogd een man van het leven te beroven. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen en in het bijzonder gelet op het recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen, eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging van [verdachte] wordt verlengd.

Gelet op het advies van het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel d.d. 1 april 2010, ondersteund door de verklaring van de getuige-deskundige mevrouw drs. M.F. Miggiels, ter terechtzitting, waaruit blijkt dat de terbeschikkinggestelde vooruitgang boekt in zijn behandeling, doch dat een verder behandeltraject zal moeten uitwijzen in hoeverre de terbeschikkinggestelde er in zal slagen het geleerde te internaliseren, waarbij sprake zal moeten zijn van een langdurige begeleiding en gelet op het feit dat een begeleid verlofkader nog moet starten,dient naar het oordeel van de rechtbank de terbeschikkingstelling met twee jaren te worden verlengd.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht

8 De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.P. Killian, voorzitter, L.E. Verschoor-Bergsma en

J.W. Frieling, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. P. Groot-Smits en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 juni 2010.

VERKORT proces-verbaal als bedoeld in artikel 138c van het Wetboek van Strafvordering van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige kamer voor strafzaken, op 15 juni 2010.

Aanwezig:

mr. J.P. Killian, voorzitter,

mrs. L.E. Verschoor-Bergsma en J.W. Frieling, rechters,

mr. N. Rose, officier van justitie, en

mr. P. Groot-Smits als griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats], op [1969],

thans verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel te Venray

Als raadsvrouw van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Deventer.

P.M.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 29 juni 2010 te

13.15 uur.

Desgevraagd deelt de verdachte hierop mede dat hij niet bij de uitspraak aanwezig wil zijn.

Waarvan is opgemaakt dit verkort proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.