Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2463

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-06-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
272787 / HA ZA 09-1964
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verduistering in dienstbetrekking. Ontdekking op heterdaad. Wilsgebreken gesteld ten aanzien van door werknemer afgelegde verklaringen inclusief schuldbekentenis. Geen misbruik van omstandigheden of bedreiging aangenomen. Niet toegelaten tot tegenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/199
AR-Updates.nl 2010-0606
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 272787 / HA ZA 09-1964

Vonnis van 23 juni 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SUPER DE BOER SUPERMARKTEN B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Trimbach,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. K. van der Lee.

Partijen zullen hierna Super de Boer en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• het tussenvonnis van 11 november 2009

• het proces-verbaal van comparitie van 24 maart 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is een dienstverband aangegaan met Super de Boer in 2008 en heeft als kassa-medewerker gewerkt in één van de supermarkten van Super de Boer.

2.2. Op 2 december 2008 zijn door [gedaagde] twee verklaringen en een schuldbekentenis voorzien van een handgeschreven goedschrift ondertekend over door hem als kassa-medewerker gepleegde onregelmatigheden. [gedaagde] heeft in de verklaringen aangegeven dat hij voor een bedrag van € 10.070,00 heeft weggenomen op basis van emballagebonnen en zogeheten retouren. In één van de verklaringen (productie 1 bij dagvaarding) verklaart [gedaagde] verder dat hij ook kleinere geldbedragen uit de kassa's van Super de Boer heeft weggenomen. Het totaal door hem weggenomen bedrag wordt door [gedaagde] in deze verklaring op € 12.000,00 gesteld. Daarnaast heeft [gedaagde] aangegeven in deze verklaring en in de door hem ondertekende schuldbekentenis € 400,00 onderzoekskosten als schade van Super de Boer te erkennen.

2.3. [gedaagde] is strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld voor verduistering in verband met de hiervoor genoemde onregelmatigheden.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Super de Boer vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van

€ 11.950,12, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag is het verschil tussen het in de door [gedaagde] ondertekende schuldbekentenis opgenomen bedrag van €12.400,00 en een inhouding op zijn laatste loonbetaling ter grootte van

€ 449,88.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. [gedaagde] vordert een verklaring voor recht dat de door [gedaagde] op 2 december 2008 ondertekende verklaringen rechtsgeldig buitengerechtelijk zijn vernietigd.

3.4. Super de Boer voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. De conventie en reconventie in deze zaak zijn zodanig verweven dat deze gelijktijdig zullen worden behandeld. Aangezien de reconventionele eis tevens het meest verstrekkende verweer tegen de vorderingen in conventie inhoudt zal deze eerst besproken worden.

4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] geld verduisterd heeft tijdens zijn dienstbetrekking bij Super de Boer, maar de vraag hoeveel geld dat geweest is houdt partijen verdeeld. [gedaagde] stelt zich daarbij op het standpunt dat de op 2 december 2008 door hem afgelegde en ondertekende verklaringen tot stand zijn gekomen als gevolg van misbruik van omstandigheden aan de zijde van Super de Boer. Dit zou er uit hebben bestaan dat medewerkers van Super de Boer gedreigd hebben met het doen van strafrechtelijke aangifte tegen [gedaagde] als hij de verklaringen niet zou ondertekenen. Uit angst voor de gevolgen daarvan stelt [gedaagde] de door of namens Super de Boer opgestelde verklaring te hebben ondertekend en ten aanzien van de tweede - handgeschreven - verklaring stelt [gedaagde] deze te hebben geschreven en ondertekend op instructie van de aanwezige medewerker van Super de Boer. Voorafgaand aan deze procedure heeft [gedaagde] buitengerechtelijk de vernietiging van de door hem afgelegde verklaringen ingeroepen.

4.3. Super de Boer heeft gesteld en te bewijzen aangeboden dat het gesprek op 2 december 2008 in een normale sfeer is verlopen en dat [gedaagde] niet is geïntimideerd en/of bedreigd door medewerkers van Super de Boer of het door haar ingeschakelde onderzoeksbureau Headline met het doen van aangifte als hij niet zou ondertekenen. Super de Boer stelt ook de tekst van de handgeschreven verklaring en de daarop handgeschreven bedragen tot een totaal van

€ 10.070,00 niet aan [gedaagde] gedicteerd te hebben. Daarnaast heeft Super de Boer aangegeven dat in gevallen van verduistering altijd aangifte wordt gedaan.Voor het overige beroept Super de Boer zich op de bewijskracht van de door [gedaagde] ondertekende verklaringen als onderhandse aktes in de zin van artikel 157 lid 2 Rv. in samenhang bezien met artikel 158 lid 1 Rv.

4.4. Voor een succesvol beroep op misbruik van omstandigheden in de zin van artikel 3:44 lid 4 BW is niet alleen vereist dat moet worden aangenomen dat [gedaagde] onder zodanige druk is gezet door Super de Boer dat hij daardoor bewogen is tot het ondertekenen van de eerste verklaring en het schrijven van de tweede verklaring op 2 december 2008, maar ook dat Super de Boer wist of moest begrijpen dat zij [gedaagde] had dienen te weerhouden van het ondertekenen/schrijven van de verklaringen in plaats van te bevorderen dat hij dit deed. Dat laatste is niet gesteld of anderszins gebleken. Uit de op dit punt onweersproken stellingen van Super de Boer komt naar voren dat zij kort voor 2 december 2008 de verdenking jegens [gedaagde] heeft gekregen dat hij onregelmatigheden beging. Super de Boer heeft toen een onderzoeksbureau - Headline - ingeschakeld en op 2 december 2008 is [gedaagde] op heterdaad betrapt bij het verduisteren van € 700,00 uit de kas. Direct na deze betrapping heeft het gesprek plaatsgevonden waarin [gedaagde] de meergenoemde verklaringen heeft ondertekend, respectievelijk zelf geschreven, en de schuldbekentenis heeft ondertekend. Nergens blijkt uit dat Super de Boer voorafgaand aan het gesprek beschikte over informatie met betrekking tot de omvang van de door [gedaagde] gepleegde verduisteringen. Alleen al dat gegeven maakt dat niet in te zien valt dat Super de Boer ten aanzien van de omvang van het verduisterde bedrag ontoelaatbare invloed op [gedaagde] heeft uitgeoefend. Daarmee staat ook vast dat Super de Boer niet wist of behoorde te weten dat [gedaagde] benadeeld zou worden door het ondertekenen, respectievelijk schrijven van de verklaringen. Nu aan deze voorwaarde niet is voldaan dient het beroep op misbruik van omstandigheden te worden verworpen.

4.5. Voorzover het beroep van [gedaagde] op vernietigbaarheid van de afgelegde verklaringen gebaseerd is op bedreiging door Super de Boer met het doen van aangifte, respectievelijk het ondertekenen van de verklaringen als voorwaarde zou hebben gesteld voor het achterwege laten van het doen van aangifte, stelt de rechtbank voorop dat het doen van aangifte in een geval als het onderhavige, waarin vaststaat dat een misdrijf is gepleegd, niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt. Ook al zou het juist zijn, een en ander is gemotiveerd betwist door Super de Boer, dat medewerkers van Super de Boer in het gesprek op 2 december 2008 aan [gedaagde] hebben voorgespiegeld dat geen aangifte zou worden gedaan als hij de verklaringen zou ondertekenen ziet de rechtbank daarin geen onrechtmatig handelen aan de zijde van Super de Boer. Het op dit punt geven van een onjuiste voorstelling van zaken aan [gedaagde] door Super de Boer is ook geen indicatie voor de rechtbank dat de inhoud van de afgelegde verklaringen niet juist zou zijn. Voorzover de stellingen van [gedaagde] (mede) gelezen moeten worden als een beroep op vernietigbaarheid van de verklaringen wegens bedreiging in de zin van artikel 3:44 lid 2 BW dient dit beroep dan ook te worden verworpen.

4.6. Op basis van het hiervoor overwogene komt de rechtbank tot een afwijzing van de reconventionele vorderingen van [gedaagde]. Deze afwijzing brengt voor de beoordeling van de conventionele vorderingen met zich dat van de juistheid van de door [gedaagde] afgelegde en ondertekende verklaringen moet worden uitgegaan. Deze verklaringen leveren dwingend bewijs op van de juistheid van de inhoud daarvan op de voet van artikel 157 lid 2 Rv. en voor wat betreft de schuldbekentenis geldt dit op de voet van artikel 158 lid 1 Rv. nu deze handgeschreven in letters het bedrag van de geldsom bevat. Voor het leveren van tegenbewijs heeft [gedaagde] te weinig gesteld om daartoe toegelaten te worden. De verwijzing naar de administratie van Super de Boer als bewijsmiddel is onvoldoende. Super de Boer heeft gemotiveerd gesteld dat de door [gedaagde] gepleegde verduistering niet in al haar onderdelen uit haar administratie kan blijken. De onterecht in het kassasysteem ingeslagen retouren en emballagegelden kunnen wel gereconstrueerd worden maar de daarnaast opgetreden kastekorten kunnen uit de aard van de zaak niet nader gedocumenteerd worden, althans niet anders dan het opgetreden zijn van dergelijke tekorten. Voor de door [gedaagde] bepleite omkering van de bewijslast bestaat in het onderhavige geval geen aanleiding omdat [gedaagde] zelf verklaard heeft voor een bedrag van € 12.000,00 te hebben verduisterd en de rechtbank hiervoor tot het oordeel is gekomen dat deze verklaringen niet aantastbaar zijn op grond van wilsgebreken aan de zijde van [gedaagde]. De verwijzing naar niet nader genoemde getuigen door [gedaagde] is te vaag om hem op basis daarvan tot tegenbewijs toe te laten en de rechtbank passeert daarom dat aanbod. Daarmee staat vast dat [gedaagde] een bedrag van

€ 12.000,00 heeft verduisterd. Het in de schuldbekentenis opgenomen bedrag van €12.400,00 (€12.000,00 + €400,00 onderzoekskosten Headline) dient gematigd te worden op basis van de in dit geding overgelegde factuur van Headline tot

€ 12.347,02 en dat brengt het in hoofdsom toe te wijzen bedrag op € 11.897,14 (€ 11.950,12 - € 52,98).

4.7. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voor-werk II - worden afgewezen. Uit de door Super de Boer gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De stelling van Super de Boer dat het door haar ingeschakelde incassobureau uitgebreid verhaalsonderzoek zou hebben gedaan is op geen enkele wijze onderbouwd. De kosten waarvan Super de Boer vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.8. De wettelijke rente zoals gevorderd vanaf 1 januari 2009 tot en met 29 juli 2009 zal als onweersproken worden toegewezen. Dat brengt het totaal toe te wijzen bedrag op € 12.290,68 (€ 11.897,14 + € 393,54 rente)

4.9. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van Super de Boer Supermarkten B.V. tot op heden op:

- dagvaarding € 75,75

- vast recht 316,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.295,75

4.10. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Super de Boer Supermarkten B.V. tot op heden worden begroot op:

- salaris advocaat € 226,00 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 452,00)

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Super de Boer Supermarkten B.V. te betalen een bedrag van € 12.290,68 (twaalfduizendtweehonderdennegentig euro en achtenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 30 juli 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Super de Boer Supermarkten B.V. tot op heden begroot op EUR 1.295,75,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5. wijst de vorderingen af,

5.6. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Super de Boer Supermarkten B.V. tot op heden begroot op € 226,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2010.

DW/JvdB