Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2450

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
16/600338-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Niet bewezen dat aangever onder dwang telefoonabonnementen heeft afgesloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600338-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1987] te [geboorteplaats]

postadres [postcode] [plaats], [adres]

raadsman mr. R.M. Maanicus, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25 juni 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- feit 1: samen met een ander [slachtoffer] onder bedreiging met geweld heeft

gedwongen tot het afsluiten van telefoonabonnementen en afgifte van telefoons;

- feit 2: samen met een ander een telefoonwinkel heeft opgelicht door [slachtoffer] onder bedreiging met geweld te dwingen meerdere telefoonabonnementen af te laten sluiten.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem tenlastegelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], de camerabeelden, de verklaring van medeverdachte [verdachte] en de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2].

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van beide feiten kan komen en dat verdachte vrijgesproken dient te worden.

Ten aanzien van feit 1 stelt de verdediging dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, nu de aangifte van [slachtoffer] niet wordt ondersteund door enige andere verklaring. Voorts acht de verdediging de aangifte van [slachtoffer] ongeloofwaardig, daar waar deze verklaart dat hij 7 “barkies”of te wel € 7000,00 voor twee telefoons zou krijgen. Voorts heeft aangever blijkens zijn eigen verklaring verschillende mogelijkheden gehad om weg te gaan.

Ten aanzien van feit 2 stelt de verdediging dat er wel sprake is van oplichting, maar dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat er sprake is geweest van het onvrijwillig afsluiten van de telefooncontracten.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat aangever zich voor en/of ten tijde van het afsluiten van de telefooncontracten bedreigd voelde en/of handelde onder dwang.

De rechtbank overweegt daartoe dat aangever zelf verklaard dat hij niet echt bang was toen hem op 11 november 2009 in de auto een mes werd getoond omdat hij medeverdachte [medeverdachte] kende. Hij is achter verdachte [verdachte] aan de Belcompany ingelopen omdat hij wilde zien hoe het zou gaan en wilde zien of hij hem kon verlinken. Hij dacht dat hem niets kon gebeuren omdat verdachte geen mes meer had. Terug in de auto zei het in de auto aanwezige meisje tegen aangever dat, nadat beide verdachten weer uit de auto waren gestapt, hij het moest zeggen als hij weg wilde gaan. Aangever heeft op dat moment niets gezegd. Aangever is vervolgens uitgestapt en met verdachten [verdachte] en [medeverdachte] naar de winkel van T for Telecom gelopen, volgens zijn verklaring, omdat hij er alles aan wilde doen om hen te verlinken. Hij is daarna met verdachte [verdachte] de winkel ingegaan.

Voor zover er derhalve al sprake zou zijn geweest van enige dwang of bedreiging op weg naar de telefoonwinkels, was hiervan, blijkens de eigen verklaring van aangever, ten tijde van het ten laste gelegde feit geen sprake meer en werd aangever gedreven door andere motieven.

De rechtbank heeft ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit geen reden er aan te twijfelen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan oplichting in vereniging. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte zelf ter terechtzitting d.d. 25 juni 2010 en bij de politie heeft verklaard dat hij en zijn mededaders, waaronder volgens hem ook de aangever van feit 1, [slachtoffer], inderdaad telefooncontracten wilden afsluiten met het doel om de verkregen telefoons te verkopen om zodoende aan geld te komen.

De rechtbank is echter van oordeel dat, zoals hiervoor ten aanzien van feit 1 is overwogen, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat aangever [slachtoffer] zich voor en/of ten tijde van het afsluiten van de telefooncontracten bedreigd voelde en/of handelde onder dwang.

De rechtbank zal verdachte dan ook van de hem tenlastegelegde feiten vrijspreken.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten;

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten;

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mr. M.A.A.T. Engbers en mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 juli 2010.

Mrs. M.A.A.T. Engbers en Y.A.T. Kruijer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.