Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2447

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
286101 / FA RK 10-2462
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdelingsverzoek los van de echtscheiding. Verwijzing naar de dagvaardingsprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 286101 / FA RK 10-2462

Beschikking van 14 juli 2010

in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats], Duitsland,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. J. Ran,

tegen

[de vrouw],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

hierna te noemen de vrouw.

1. Verloop van de procedure

De man heeft bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend, strekkend tot verdeling van een gemeenschap van goederen na echtscheiding.

Mr. Ran heeft een nadere toelichting gegeven bij fax van 3 mei 2010.

2. Beoordeling

2.1. De man verzoekt de rechtbank om bepaalde beslissingen te geven over de verdeling van gemeenschap van goederen die is ontstaan is door het (inmiddels ontbonden) huwelijk van partijen.

2.2. Zowel uit artikel 3:185 van het Burgerlijk Wetboek (BW) als uit de artikelen 677 en verder van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) blijkt dat op een verdeling de regels van de dagvaardingsprocedure van toepassing zijn. Een verdeling kan dus niet worden ingeleid met een verzoekschrift. Dit is alleen anders wanneer de verdeling gevraagd wordt als nevenverzoek bij een echtscheiding. Daarvoor bestaat een afzonderlijke rechtsgrond in artikel 827 Rv. In dit geval is de echtscheidingsprocedure al geruime tijd beëindigd, zodat die weg niet meer openstaat.

2.3. Mr. Ran heeft gewezen op de wetsgeschiedenis, met name op de Memorie van Toelichting bij wetsvoorstel 27 554 (inzake het invoeren van algemene regels voor verrekenbedingen), bladzijde 19. Daar is onder meer het volgende te lezen:

“Het wetsvoorstel gaat ervan uit dat procedures inzake deze vermogensrechtelijke aspecten van het huwelijk door middel van een verzoekschrift worden ingeleid. Aanvankelijk was voorgesteld uit te gaan van de dagvaardingsprocedure. Gelet echter op de adviezen hieromtrent van zowel de NVvR als de NOvA, die pleiten voor de verzoekschriftprocedure bij verrekeningsgeschillen, is overgegaan op de verzoekschriftprocedure. Deze procedure wordt voor Boek 1 BW-zaken vrijwel steeds gebruikt.”

2.4. Deze tekst suggereert dat voor verdelingsgeschillen in het algemeen de verzoekschriftprocedure geldt. Hij dient echter als toelichting op de wijziging van artikel 827 Rv (nieuwe tekst sub b.: “voorzieningen met betrekking tot de verdeling van de gemeenschap of bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen verrekening van inkomsten of van vermogen”). Dat wijst er niet op dat de tekst zo algemeen bedoeld is als de formulering suggereert. Om die reden ziet de rechtbank daarin vooralsnog geen grond om de wetsgeschiedenis van die specifieke wetswijziging bepalend te laten zijn voor de uitleg van de onder 2.2 genoemde wetsbepalingen, in strijd met de formulering van die bepalingen zelf.

2.5. De rechtbank zal daarom overeenkomstig artikel 69 Rv bepalen dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Aangezien het een verdelingszaak betreft, zal de man daarbij tevens de regels van het procesarrangement ‘Effectief Verdelen’ in acht moeten nemen.

3. Beslissing

3.1. De rechtbank bepaalt dat de procedure, in de stand waarin zij zich bevindt, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.

3.2. De man dient het inleidende processtuk te verbeteren en aan te vullen. Vervolgens dient hij het verbeterde processtuk aan de vrouw te laten betekenen ten behoeve van de rol van 25 augustus 2010. Hij dient deze dag bij exploot aan haar aan te zeggen en daarbij te vermelden dat zij alleen via een advocaat verweer kan voeren. De verdere voortgang van de zaak zal daarna beoordeeld worden.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.H. van Meegen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.I. Ganzevoort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2010.?