Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2189

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-05-2010
Datum publicatie
23-07-2010
Zaaknummer
16/600809-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

openlijke geweldpleging, vrijspraak wegens onvoldoende wettig bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600809-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 mei 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1987] te [geboorteplaats]

wonende te ([postcode]) Utrecht, [adres]

raadsman mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 20 april 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

met een ander of anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen 3 personen, genaamd

[benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3]

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit heeft begaan en baseert zich daarbij op het ontbreken van voldoende wettig bewijs.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij, net als de officier van justitie, op het ontbreken van wettig bewijs.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met zowel de officier van justitie als de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het feit heeft begaan en zal hem hiervan dan ook vrijspreken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Hoewel [benadeelde 3] verdachte aanwijst als dader van het schoppen tegen [benadeelde 1] en tegen haarzelf , is er onvoldoende overig wettig bewijs.

Weliswaar wijst [benadeelde 1] verdachte aan als degene die [benadeelde 2] zou hebben mishandeld maar dat doet hij pas in een latere verklaring . In zijn eerdere verklaring verklaart hij niets waaruit blijkt dat hij iets heeft gezien van de mishandeling van [benadeelde 2] . [benadeelde 2] heeft verklaard dat hij niet heeft gezien door wie hij is getrapt of is geslagen. Wel heeft hij gezien dat [benadeelde 1] door een groepje van vijftien mensen werd aangevallen en dat de jongens die hij eerder had omschreven, waaronder ook verdachte, er steeds bij stonden . Hieruit kan de rechtbank echter niet opmaken dat verdachte een significante rol heeft gespeeld bij en een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging.

5 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 690,-- voor het ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 619,20 voor het ten laste gelegde feit.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade voor beiden zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van de datum waarop dit vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. A. Wassing en

mr. M.C.H. Schoenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van C. Lith-van den Brink, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 mei 2010.

Mr. Schoenmakers en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.