Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
16-711123-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verduistering: Verdachte kreeg in plaats van € 847,= ter betaling van een rekening door een bedrijf een bedrag van € 84.700,= op zijn bankrekening gestort. Straf: een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/711123-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 juli 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1979] te [geboorteplaats]

wonende te [adres], [woonplaats]

raadsvrouw mr. M. Grinwis-Veldman, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 juni 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachten

[medeverdachte 1] onder parketnummer 16/440336-10 en [medeverdachte 2] onder parketnummer 16/440280-10.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich alleen of samen met anderen schuldig heeft gemaakt verduistering.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van een bedrag aan geld groot € 83.694,60, dat hij als onverschuldigd onder zich had. Abusievelijk is in plaats van € 854,40 een bedrag van

€ 84.540,= overgemaakt op de bankrekening van verdachte. Verdachte wist dat het geld niet aan hem toebehoorde, maar heeft een deel daarvan, te weten een bedrag van 80.400, -- opgenomen danwel overgemaakt naar anderen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit, eenvoudige verduistering, wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 30 juni 2010;

- de aangifte van [slachtoffer], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 64-67 van het proces-verbaal, dossiernummer PL0971/09-017904, van politie regio Utrecht en doorgenummerd van 1 tot en met 113.

Bewijsoverweging

Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking met personen, aan wie verdachte geld heeft overgemaakt, dat gesproken kan worden van medeplegen. Hiervan wordt verdachte vrijgesproken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 04 maart 2009 tot en met 13 maart 2009 te Maarssen en/of elders in Nederland, opzettelijk een bedrag aan geld groot 83.694,60 euro, toebehorende aan [bedrijf], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als onverschuldigde betaling had ontvangen op de bankrekening [rekeningnummer] ten name van [verdachte], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Verduistering.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Als bijzondere voorwaarden dienen verplicht reclasseringstoezicht en behandelverplichting bij verslavingszorg IrisZorg ambulant te worden opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, gevorderd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om de door de officier van justitie gevorderde hoogte van de werkstraf, gelet op de voor de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gevorderde werkstraffen, te matigen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht wordt wenselijk geacht, opdat verdachte hulp krijgt bij zijn gokverslaving.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft een grote som geld verduisterd. Verdachte kreeg in plaats van € 847,= ter betaling van een rekening door een bedrijf een bedrag van € 84.700,= op zijn bankrekening gestort. Verdachte wist dat geld hem niet toekwam. Hij heeft echter direct geld opgenomen waarmee hij is gaan gokken in het casino. Daarnaast heeft hij geld doorgesluisd naar zijn ex-vrouw en schoonmoeder, omdat hij bang was dat hij niet meer aan het geld zou kunnen komen. Verdachte had het voornemen om met het geld te gaan gokken om het zo te vermeerderen. Hij moet echter, gelet op zijn ervaring met gokken in het verleden, waardoor hij hoge schulden heeft gekregen, hebben geweten dat in het algemeen bij gokken geld verloren wordt. Het bedrijf is door het handelen van verdachte benadeeld, hetgeen de rechtbank verdachte kwalijk neemt.

Uit het reclasseringsadvies van 7 juni 2010 volgt dat de kans op recidive laag gemiddeld wordt ingeschat, nu verdachte openheid van zaken heeft gegegeven en hulp lijkt te aanvaarden. Er is sprake van een ernstige gokverslaving. Volgens de reclassering heeft verdachte hulp nodig. Door een goede begeleiding is de kans groot dat verdachte zijn leven weer kan oppakken. Er wordt geadviseerd verplicht reclasseringstoezicht met meldingsgebod, behandelverplichting bij verslavingszorg IrisZorg Ambulant en controle op middelengebruik op te leggen.

De rechtbank zal overeenkomstig het reclasseringsadvies een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met de in het advies geformuleerde bijzondere voorwaarden, opdat verdachte hulp en steun krijgt om van zijn gokverslaving af te komen. Daarnaast zal de rechtbank een forse werkstraf opleggen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden onder na te melden bijzondere voorwaarden met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, passend en geboden is.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 321 van het

Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Verduistering;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens reclassering Iriszorg;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd zo dikwijls als door de reclassering nodig wordt geacht bij de reclasseringsinstelling meldt;

* dat verdachte zich laat behandelen bij verslavingszorg Iriszorg ambulant;

* dat verdachte dient mee te werken aan controle op middelengebruik.

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.E. Bernini, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.H.M. van Ek, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 juni 2010.