Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2150

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
16-600343-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft onder invloed van alcoholhoudende drank zijn vrouw met zware mishandeling bedreigd. Gelet op het belang van deelname aan het arbeidsproces, waarbij tevens rekening is gehouden met het feit, dat verdachte niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600343-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 juli 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1964] te [geboorteplaats]

wonende te [adres], [woonplaats]

raadsman mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 juni 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zijn echtgenote heeft bedreigd met zware mishandeling.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn vrouw heeft bedreigd door een mes ter hoogte van haar gezicht te houden en daarbij “Geef die passen” te roepen. Door de verklaring van verdachte dat hij een mes in zijn handen had, wordt de verklaring van zijn echtgenote ondersteund.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet bewezen kan verklaren dat verdachte zijn echtgenote heeft vastgepakt en een mes ter hoogte van haar gezicht heeft voorgehouden. De echtgenote van verdachte heeft tegenover verbalisanten over deze handelingen verklaard. Er is hiervoor geen steunbewijs aanwezig. De binnengekomen melding bij de politie kan hiervoor niet gebruikt worden, omdat deze uit dezelfde bron voortkomt, te weten echtgenote zelf. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij bij het voeteneind aan het bed heeft gestaan en zijn vrouw niet heeft vastgepakt. Verdachte dient dan ook voor het vastpakken van zijn vrouw en het ter hoogte van het gezicht voorhouden van een mes te worden vrijgesproken.Alles aldus de verdediging.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

Op 31 maart 2010 omstreeks 02.44 uur kregen verbalisanten opdracht om te gaan naar

De [adres] te [adres]. Een man zou de melder, die opgaf te zijn [slachtoffer], een mes op de keel hebben gezet. De verdachte zou inmiddels de woning hebben verlaten en zou het mes nog bij zich dragen, gekleed in een legeruniform en zou een hoed dragen. Na een korte zoektocht zagen verbalisanten een schim van een manspersoon lopen in de richting van een speeltuin aan De [adres]. De man zat op zijn hurken bij de aanwezige bosschages. De man liep weg en stond stil in de speeltuin, met zijn rug in de richting van agenten. Verbalisanten hebben de man, die verdachte bleek te zijn, aangehouden. Bij een veiligheidsfouillering werd in de rechterbodywarmerzak een openstaand klapmes van 15 centimeter aangetroffen.

Verbalisanten zijn na de aanhouding van verdachte naar de woning aan De [adres] te [adres] gegaan alwaar zij spraken met de echtgenote van verdachte, [slachtoffer].

Zij verklaarde dat haar man omstreeks 02.25 uur was thuis gekomen. Hij heeft haar wakker gemaakt en heeft gezegd dat hij de bankpassen wilde hebben. Zij heeft hierop geantwoord dat hij de bankpassen niet kreeg. Hij heeft haar hierop direct bij haar nek ter hoogte van haar schouder vastgepakt. Met zijn andere hand pakte hij een zilverkleurig mes en klapte dat open. Dit opengeklapte mes hield hij vervolgens ter hoogte van haar gezicht en zei dreigend: “Geef die passen nu”.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 31 maart 2010 in de slaapkamer van zijn woning was en zijn vrouw heeft gevraagd om de bankpassen. Hij had daarbij een mes in zijn handen.

Bewijsoverweging

Nu verdachte heeft erkend dat hij een mes in zijn handen had en zijn vrouw om de passen heeft gevraagd, ziet de rechtbank geen reden te twijfelen aan de overige inhoud van de door de echtgenote tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring. De rechtbank hecht meer geloof aan de verklaring van verdachtes echtgenote dan aan de verklaring van verdachte zelf. Verdachte was die nacht onder invloed van een behoorlijke hoeveelheid alcohol, waardoor het aannemelijk is dat hij zich de gebeurtenissen minder goed herinnert dan zijn echtgenote.

Op grond van de hierboven genoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte zijn echtgenote heeft bedreigd met zware mishandeling.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 31 maart 2010 te [adres], [slachtoffer], zijnde verdachtes echtgenote, heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk dreigend die [slachtoffer] bij haar nek vastgepakt en een mes ter hoogte van haar gezicht,

voorgehouden, en daarbij voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden

toegevoegd : "Geef die passen nu".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Bedreiging met zware mishandeling.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is onderzocht door psychiater J. Luykx in opleiding onder supervisie van psychiater T.A. Wouters. Luykx heeft in zijn psychiatrisch rapport van 24 juni 2010 geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een persoonlijkheidsstoornis NAO (niet anderszins omschreven). Daarnaast is sprake van alcoholafhankelijkheid en wisselend een op de voorgrond tredende depressieve stoornis. Deze problematiek was ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig. De depressieve stoornis was relatief mild aanwezig. De psychiater acht verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt die tot de hare.

De rechtbank constateert dat uit voornoemde rapportage of anderszins niet is gebleken van een omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is aldus strafbaar.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 80 dagen, waarvan 36 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zodat verdachte het onvoorwaardelijk deel reeds heeft uitgezeten. Verdachte wordt hierdoor in de gelegenheid gesteld om een geschikte baan te gaan zoeken, wat volgens psychiater Luykx heel belangrijk is. Als bijzondere voorwaarde dient overeenkomstig het reclasseringsadvies verplicht reclasseringscontact met meldingsgebod en behandelverplichting bij De Waag of een soortgelijke instelling te worden opgelegd. Daarnaast dient een werkstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, te worden opgelegd,aldus de Officier van Justitie.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit verdachte uitsluitend een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Bij oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie is gevorderd, wordt het vinden van een baan bemoeilijkt, omdat de gemeente geen verklaring van goed gedrag zal afgeven.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft, terwijl hij onder invloed van een behoorlijke hoeveelheid alcohol was, zijn vrouw met zware mishandeling bedreigd door haar een mes voor het gezicht te houden. Hij wilde de bankpasjes hebben. Zijn vrouw had de bankpasjes juist op verzoek van verdachte zelf verstopt. Verdachte heeft in het verleden, als hij onder invloed was van alcohol, veel geld opgenomen om alcoholische drank te kopen, waardoor zijn gezin financieel in de problemen kwam. Het feit vond plaats in de woning, in een omgeving waarin men zich veilig en vertrouwd moet kunnen voelen. Gelet op de ernst van het in de relationele sfeer begane feit zou een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend zijn.

Door psychiater in opleiding Luykx is onderzoek gedaan naar de geestvermogens van verdachte. Naast hetgeen daarover reeds onder 5.2 is vermeld, acht de rechtbank daaromtrent het volgende uit het rapport van belang. Verdachte heeft jaren goed gefunctioneerd, terwijl hij een baan had. Door verlies van werk en structuur is hij het zelfrespect verloren, waarna de grove gedragsproblemen zijn ontstaan. Deelname aan het arbeidsproces is belangrijk. De reclassering zou volgens Luykx toezicht kunnen uitoefenen voor naleving van afspraken in het kader van een deels voorwaardelijke straf.

Reclasseringswerker Jap-A-Joe is ter terechtzitting gehoord. Er wordt door de reclassering geadviseerd om verplicht reclasseringstoezicht op te leggen. Verdachte dient in dit kader een agressieregulatietraining te volgen. Volgens Jap-A-Joe is de behandelaanpak echter nog niet volledig duidelijk. Hij heeft beaamd dat arbeidsparticipatie voor verdachte erg belangrijk is.

Gelet op het belang van deelname aan het arbeidsproces, waarbij tevens rekening is gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld, wordt in plaats van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf enkel een deels onvoorwaardelijke werkstraf opgelegd. Als bijzondere voorwaarde zal de rechtbank verplicht reclasseringstoezicht met meldingsgebod opleggen, ook als dit inhoudt behandeling bij een door de reclassering aangewezen klinische instelling, zodat verdachte hulp en steun krijgt. Nu de behandelaanpak op dit moment nog niet geheel duidelijk is, zal de rechtbank het volgen van een agressieregulatietraining niet als aparte bijzondere voorwaarde opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Bedreiging met zware mishandeling.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze werkstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dit inhoudt het meewerken aan een door die instelling noodzakelijk bevonden behandeling bij een klinische instelling;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd zo vaak als door Reclassering Nederland nodig wordt geacht bij Reclassering Nederland meldt.

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip van onherroepelijk worden van deze uitspraak.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Bakker-Splinter, voorzitter, mr. P. Bender en

mr. R.P.G.L.M. Verbunt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.H.M. van Ek, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 juli 2010.