Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2104

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
16-604056-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bezit van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/604056-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 juli 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1974] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. R.M. Maanicus, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 6 juli 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

(een computer met daarop) kinderpornografische filmpjes in zijn bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte en de aangetroffen filmpjes, welke, zoals beschreven in het proces-verbaal multimedia, naar het oordeel van de officier van justitie kunnen worden aangemerkt als kinderporno.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op de verklaring van verdachte en de op de computer aangetroffen filmpjes.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 19 september 2007 tot en met 25 november 2008 te Harmelen 30 kinderpornografische films in bezit had. Deze films had hij staan op de computer die hij op zijn werk gebruikte.

Op 25 november 2009 deed getuige [getuige] bij de politie melding van het aantreffen van kinderporno op de computer van een bedrijf te Harmelen. De volgende dag is door de recherche in dat bedrijf de betreffende computer aangetroffen en in beslag genomen.

Op deze gegevensdrager zijn in totaal 30 filmfragmenten aangetroffen welke allemaal waren gedownload of op de computer waren geplaatst tussen 19 september 2007 en 25 november 2008 , waaronder de afbeeldingen die zijn vermeld in de tenlastelegging.

De afbeeldingen zijn door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden zedenrechercheur, beschreven. Uit die beschrijvingen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat deze afbeeldingen een kinderpornografisch karakter hebben, zoals in de bewezenverklaring vermeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 6 juli 2010 bekend dat hij deze filmfragmenten op meerdere tijdstippen had gedownload op de computer die hij bij zijn werkgever gebruikte. Hij erkent dat de personen in deze filmpjes de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op tijdstippen in de periode van 19 september 2007 tot en met 25 november 2008 te Harmelen, gemeente Woerden, een aantal (in ieder geval 30) afbeeldingen (te weten films) en een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken , in bezit heeft gehad, en welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het betasten en likken van de vagina en het drukken van een stijve penis tegen de vagina van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer film "[bestandsnaam 1]") en

- het (laten) ontdoen van de kleding en (vervolgens) geheel naakt (laten) dansen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (film "[bestandsnaam 2]") en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) vagina in beeld gebracht wordt (onder meer film "[bestandsnaam 3]") en

- het (laten) vasthouden en in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer film "[bestandsnaam 4]") en

- het vaginaal penetreren met een vibrator door zichzelf van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (film "[bestandsnaam 5]") en

- het vaginaal penetreren met de penis door een volwassen man van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer film "[bestandsnaam 6]") en

- het vaginaal en penetreren met de penis door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft bereikt (onder meer film [bestandsnaam 7]") en

- het vaginaal penetreren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van een volwassen vrouw en het in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt door een volwassen vrouw (onder meer film "[bestandsnaam 8]") en

- het vasthouden van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt door een volwassen vrouw (onder meer film "[bestandsnaam 9]").

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij het Regionaal Psychiatrisch Centrum Woerden. De officier van justitie heeft voorts een werkstraf voor de duur van 100 uur gevorderd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich geconformeerd aan de eis van de officier van justitie.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno, door dit te downloaden van het internet en vervolgens op te slaan op de computer. De rechtbank overweegt dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen veelal seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Verdachte moet medeverantwoordelijk worden gehouden voor het seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Verdachte heeft hierbij kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen interesse voorop gesteld. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen.

Als strafverminderende factoren neemt de rechtbank in overweging dat bij verdachte een relatief beperkt aantal bestanden is aangetroffen. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte niet heeft betaald voor het downloaden van de afbeeldingen en dat hij de afbeeldingen ook niet heeft verspreid. Verder heeft verdachte openheid van zaken gegeven en blijkt uit het uittreksel Justitiële Documentatie dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Ten slotte heeft de rechtbank de gangbare strafmaat in vergelijkbare gevallen in overweging genomen.

Blijkens het adviesrapport van Reclassering Nederland van 17 juni 2010, opgesteld door E. Ebbinkhuijsen, reclasseringswerker, is verdachte een man die door de jaren heen meerdere problemen heeft gekend zoals relatie- en familieproblemen, softdrugsgebruik en veelvuldig gokgedrag. De reclasseringswerker heeft het vermoeden dat er sprake is van dwangmatig handelen dan wel verzamelen, dat verdachte verkeert in een sociaal isolement en er sprake is van sociaal angstig dan wel onhandig functioneren. Vermoedelijk is er sprake van persoonlijkheids- en/of psychiatrische problematiek. De reclassering acht het noodzakelijk dat verdachte wordt onderzocht ten aanzien van zijn persoonlijkheid en van zijn eventueel psychiatrisch ziektebeeld. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf al dan niet in combinatie met een werkstraf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarde de verplichting om zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt het ondergaan van een behandeling bij het Regionaal Psychiatrisch Centrum Woerden of een soortgelijke instelling.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstaf van 6 maanden en een onvoorwaardelijke werkstraf van 100 uur passend en geboden. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde verbinden zoals door Reclassering Nederland is geadviseerd. De gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd om onderzoek naar de persoon van verdachte en behandeling mogelijk te maken en om verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet naleeft;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

dat verdachte zich tijdens de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat nodig vindt, ook als dat inhoudt een onderzoek en/ofbehandeling bij Regionaal Psychiatrisch Centrum Woerden;

- draagt genoemde reclasseringsinstelling op om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 uur, te vervangen door hechtenis van 50 dagen indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. L.M.G. de Weerd en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 juli 2010.