Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2085

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
16-072209-94
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen termen aanwezig geacht voor de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/072209-94

Beslissing inzake de voorwaardelijke beëindiging verpleging van overheidswege d.d. 19 juli 2010

Beslissing van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, in vervolg op de beslissing van 26 april 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in de FPA te Heiloo.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

? de beslissing van deze rechtbank van 26 april 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling is verlengd voor de duur van één jaar en waarbij de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is aangehouden (bijlage 1);

? een reclasseringsadvies van 23 juni 2010, opgemaakt door A. Wamsteeker, reclasseringswerker verbonden aan GGZ Palier Alkmaar, inhoudende als advies om de verpleging van overheidswege niet voorwaardelijk te beëindigen.

2 De procesgang

Op 5 juli 2010 is de zaak op een openbare terechtzitting behandeld. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse. Voorts zijn de getuige-deskundigen mevrouw M. ten Cate, namens de reclassering en de heer R.C. Strietman, psycholoog en hoofd behandeling van FPC De Oostvaarderskliniek, gehoord.

3 Het standpunt van de reclassering en de inrichting

De rechtbank heeft kennis genomen van het adviesrapport van de reclassering. Hieruit blijkt onder meer het volgende.

In 1995 is betrokkene veroordeeld tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Het delictgedrag staat in directe relatie met zijn psychiatrische stoornis, schizofrenie van het paranoïde type en een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Er is sprake van cannabismisbruik, in langdurige gedwongen remissie. De sociale integratie van betrokkene is momenteel matig. Hij verblijft sinds zestien jaar in een gesloten setting. Betrokkene heeft geen sociaal ondersteunend netwerk.

Het probleembesef, en voornamelijk het ziekte-inzicht, is bij betrokkene niet aanwezig. Zijn copingvaardigheden zijn dan ook beperkt. Door het gebrek aan ziektebesef wil betrokkene niet inzien dat medicatie noodzakelijk is. Betrokkene zegt te zullen stoppen met de medicatie indien hij geen tbs-titel meer heeft. Dit zal een groot risico vormen in de toekomst, mede gezien het feit dat de kans op terugvallen in cannabisgebruik aanwezig is.

Betrokkene kan zijn zelfbeheersing niet altijd adequaat reguleren en hij is een dominante persoonlijkheid. Dit lijkt voort te komen uit zijn narcistische persoonlijkheid en tevens lijkt hij enigszins moeilijk te accepteren dat hij zich moet houden aan regels en voorwaarden binnen de tbs. Desalniettemin houdt betrokkene zich goed aan de gemaakte afspraken.

Betrokkene is door zijn pathologie en gebrek aan probleeminzicht niet in staat om zijn leven geheel zelfstandig en zonder structuur en toezicht vorm te geven. Hoewel een ontslag niet direct zal leiden tot het plegen van een delict, valt een delict in de relationele sfeer op lange termijn niet uit te sluiten. Het recidiverisico is, zonder begeleiding, ondersteuning en medicatie, onverminderd hoog. Om het risico ook op de langere termijn aanvaardbaar laag te krijgen is het noodzakelijk dat betrokkene een goedwerkend antipsychoticum blijft slikken, hij blijvende begeleiding en ondersteuning krijgt en hij zich onthoudt van drugsgebruik.

Wij schatten in dat een terbeschikkingstelling in het kader van proefverlof passend is voor betrokkene, daar structuur en begeleiding aanwezig zal blijven en hij langzaam kan doorfaseren naar eventueel meer vrijheden. Ingeschat wordt dat een voorwaardelijke beëindiging nog niet geschikt is voor betrokkene, mede gezien het willen stoppen met medicatiegebruik, het ontbreken van ziekte-inzicht en het mogelijk opnieuw willen gebruiken van cannabis. Een proefverlof is beter passend voor betrokkene, omdat dit in kleinere stappen gaat en er nog gericht aandacht besteed kan worden aan eerder genoemde risicofactoren. Tevens blijft in het kader van proefverlof de tbs-kliniek nog op de achtergrond, indien er sprake is van een eventuele onttrekking aan voorwaarden of andere risicofactoren.

De getuige-deskundige M. ten Cate heeft ter terechtzitting van 5 juli 2010 voormeld advies toegelicht en omschreven en daartoe onder meer nog het volgende aangegeven.

De meest recente ontwikkeling is dat betrokkene zijn medicatiegebruik zal gaan afbouwen. Dit zal klinisch gebeuren om dit goed te kunnen monitoren. Het zal een tijdje duren voordat de effecten hiervan zichtbaar zullen zijn. De bedoeling is dat de resocialisatie van betrokkene gefaseerd zal plaatsvinden, waarbij betrokkene eerst proefverloven zal krijgen en uiteindelijk is het de bedoeling dat betrokkene naar een RIBW zal gaan. Het proefverlof voor betrokkene is inmiddels aangevraagd.

De getuige-deskundige R.C. Strietman heeft ter terechtzitting van 5 juli 2010 nog het volgende toegelicht.

Bij een RIBW-plaatsing hoeft de terbeschikkingstelling niet te eindigen. Het verschil tussen een proefverlof en een voorwaardelijke beëindiging, heeft te maken met de situatie dat er onverhoopt iets misgaat. Indien deze situatie zich voordoet, dan is de kliniek nog steeds op de achtergrond aanwezig en kan een heropname plaatsvinden. Dit zal bij een voorwaardelijke beëindiging niet het geval zijn. Als alles goed blijft gaan, is dit verschil voor betrokkene in de praktijk niet merkbaar. Binnen het proefverlof is ook RIBW-plaatsing, zelfs zelfstandig wonen, mogelijk.

De reden voor de afbouw van het medicatiegebruik is de wens van betrokkene zelf om te stoppen met medicatie. Het is het beste de afbouw in de huidige gecontroleerde setting te laten plaatsvinden, zodat de effecten daarvan zichtbaar worden voor betrokkene zelf en zijn begeleiders, en niet pas na een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging of beëindiging van de TBS.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dwangverpleging thans niet voorwaardelijk moet worden beëindigd en zij heeft derhalve een verlenging van de verpleging van overheidswege met één jaar gevorderd.

5 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk dient te worden beëindigd onder de voorwaarden, zoals deze zijn voorgesteld in het kader van het proefverlof.

De standpunten die de getuige-deskundigen naar voren brengen zijn voor cliënt zeer teleurstellend.

De terbeschikkinggestelde heeft hetgeen zijn raadsman heeft aangevoerd onderschreven en heeft voorts aangegeven dat hij het niet eens is met het advies van de reclassering.

6 De beoordeling

De rechtbank is, gelet op voormeld advies en de toelichting daarop door de getuige-deskundigen M. ten Cate en R.C. Strietman van oordeel dat het de afgelopen jaren goed is gegaan met de terbeschikkinggestelde en dat hij zich aan de voorwaarden en afspraken houdt die gelden binnen de kliniek.

Hoewel de rechtbank eerder oordeelde dat de stap naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege mogelijk in zicht zou komen, is het naar het oordeel van de rechtbank gelet op de veiligheid van anderen op dit moment te vroeg om daartoe over te gaan.

De rechtbank merkt daarbij op dat dit mede een gevolg is van het feit dat (de getuige deskundige van) De Oostvaarderskliniek mogelijk een minder scherp beeld heeft van wat zich onder haar verantwoordelijkheid afspeelt in Heiloo en dat wenselijk is dat de door de kliniek afgevaardigde getuige-deskundige een goed inzicht heeft in de laatste stand van zaken wat betreft behandeling, risico’s en dergelijke.

De rechtbank acht het van belang dat de groei naar meer vrijheid stapsgewijze plaatsvindt en dat de reclasseringsbegeleiding in het kader van proefverlof eerst geleidelijk zal worden ingevoegd, terwijl de kliniek steeds als achtervang aanwezig blijft. Daarbij acht de rechtbank het van belang dat gedurende langere tijd goed en van nabij gemonitord wordt hoe de terbeschikkinggestelde zal reageren op het afbouwen van zijn medicatiegebruik, terwijl een mogelijkheid tot onmiddellijke heropname in de kliniek blijft bestaan.

7 Toegepaste artikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 509t van het Wetboek van Strafvordering.

8 De beslissing

De rechtbank:

- acht geen termen aanwezig de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen;

- verlengt de termijn van de verpleging van overheidswege met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. I. Bruna, voorzitter, mrs. M.J. Veldhuijzen en M.J. Grapperhaus, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.C.J. van der Heijden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 juli 2010.