Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN1464

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
288864 / KG ZA 10-543
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De hockeyclub heeft haar hockeycoach voortijdig ontslagen, terwijl er een managementovereenkomst was gesloten voor de duur van drie jaar. De hockeycoach vordert in kort geding onder meer een voorschot op schadevergoeding. Deze vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/186
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 288864 / KG ZA 10-543

Vonnis in kort geding van 16 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. J.H. Cox te Zoetermeer,

tegen

de stichting

STICHTING TOPHOCKEY SCHC,

gevestigd te Bilthoven,

gedaagde,

advocaat mr. E. de Wind te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Tophockey genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, betekend op 18 juni 2010, met producties 1 tot en met 8

- de dagvaarding in de bodemprocedure, toegezonden door mr. Cox bij brief van 25 juni 2010

- de bij faxbericht van 1 juli 2010 van 14:45 uur toegezonden ongenummerde producties van Tophockey

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Tophockey met producties 1 tot en met 13.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] en [A], directeur en enig aandeelhouder van de Holding, hebben een overeenkomst van opdracht gesloten met Tophockey, gedateerd op 18 oktober 2009. Op grond van deze overeenkomst zal [A] optreden als trainer/coach van het hockey-elftal Heren 1 van Tophockey. De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar.

2.2. In de overeenkomst zijn de volgende bepalingen opgenomen:

Artikel 4: Tussentijdse beëindiging

4.1. STH-SCHC danwel JB kunnen deze overeenkomst door schriftelijke aanzegging per aangetekend schrijven beëindigen, met inachtneming van een opzegtermijn van één maand indien:

De andere partij tekortschiet in de nakoming van één van de verbintenissen voortvloeiende uit deze overeenkomst en die andere, na daartoe daarop schriftelijk te zijn gewezen, het gestelde gebrek niet binnen 14 dagen na dagtekening van de ingebrekestelling, heelt.

Daartoe is uitdrukkelijk ook te rekenen de omstandigheid dat STH-SCHC tot het oordeel komt dat er een onwerkbare situatie is ontstaan tussen de spelersgroep van STH-SCHC Heren 1 en JB. In alleen dit specifiek genoemd voorbeeld is de beëindigende partij, een bedrag van € 25.000,-- (ex BTW) verschuldigd aan de andere partij.

4.2. STC-SCHC en/of JB kunnen deze overeenkomst zonder schriftelijke aanzegging per aangetekend schrijven beëindigen, zonder dat enige vergoeding verschuldigd is, indien:

a. (…)

c. STH-SCHC Heren 1 degradeert uit de Heren Hoofdklasse;

d. (…)

g. het honorarium ex art. 6, zodanig zwaar drukt op de begroting van STH-SCHC, dat van haar in redelijkheid niet gevergd kan worden dat deze overeenkomst bestendigd wordt.

2.3. Op 30 april 2010 wordt [A] op non-actief gesteld.

2.4. Bij brief van 8 juni 2010 laat Tophockey aan [eiseres] en [A] weten dat zij de overeenkomst van opdracht met onmiddellijke ingang beëindigt. In de brief staat, voor zover hier van belang, het volgende.

Reden voor beëindiging is primair gelegen in de omstandigheid dat degradatie van SCHC Heren 1 acuut aan de orde was. Deze omstandigheid is opgenomen in artikel 4.2 sub c van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarop Stichting Tophockey SCHC zich hierbij beroept. (…)

Stichting Tophockey SCHC heeft zich genoodzaakt gezien vervanging, in de vorm van een trainer coach duo, aan te stellen om degradatie te voorkomen. Hieraan zijn kosten verbonden geweest aan de vervanging zelve alsmede zullen kosten verbonden zijn aan de invulling van de toekomst. Het doorbetalen van het honorarium van [eiseres] drukt zodanig zwaar op de begroting dat van ons niet gevergd kan worden dat de overeenkomst bestendigd wordt. Een beroep op deze bepaling als opgenomen in 4.2 sub g van de overeenkomst voert secundair grond tot beëindiging van de overeenkomst.

Het bestuur van Stichting Tophockey SCHC constateert dat er een onwerkbare situatie is ontstaan omdat de resultaten uitbleven. Na achttien wedstrijden werd niet één keer gewonnen, de zes wedstrijden daarna werd door dezelfde spelersgroep vijf keer gewonnen. Alleen van de koploper werd verloren. Resultaten onder [A] bleven uit waarop destijds het aangaan van de overeenkomst door beide partijen juist was gericht. Deze grond vormt voorts reden tot onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst van opdracht.(…)

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert, na vermindering van eis, samengevat -

- Tophockey te verbieden verbintenissen met derden aan te gaan die er redelijkerwijs toe kunnen leiden dat gedaagde de door de rechtbank vast te stellen financiële verplichtingen jegens haar, welke worden begroot op € 130.000,- (exclusief btw), niet zal kunnen nakomen;

- Tophockey te veroordelen tot het betalen van een voorschot op de door de rechtbank in de bodemprocedure vast te stellen schadevergoeding van € 65.000,-, te betalen in 10 termijnen vanaf 1 juli 2010 en te vermeerderen met btw en wettelijke handelsrente;

- Tophockey te veroordelen in de proceskosten.

3.2. Tophockey voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De in de dagvaarding opgenomen vordering tot afgifte van financiële stukken heeft [eiseres] ter zitting ingetrokken. Deze vordering behoeft derhalve geen bespreking.

4.2. Tophockey voert allereerst als verweer dat [eiseres] niet ontvankelijk in haar vorderingen moet worden verklaard omdat het spoedeisend belang daarbij ontbreekt. Dit verweer wordt verworpen. Gelet op de strekking van de vorderingen en de onweersproken stelling dat het risico bestaat dat Tophockey onvoldoende financiële ruimte heeft om de eventuele[A]eiseres] op haar zal hebben te voldoen, is het spoedeisende belang voldoende aannemelijk gemaakt. Daarmee wordt toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak. Hierover wordt het volgende overwogen.

4.3. Ten aanzien van de vordering Tophockey te verbieden verbintenissen aan te gaan overweegt de rechtbank dat deze vordering een deugdelijke grondslag ontbeert. De vordering zal daarom worden afgewezen.

4.4. [eiseres] vordert voorts een bedrag van € 65.000,- als voorschot op een in de bodemprocedure toe te kennen schadevergoeding, wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht door Tophockey. Uit de overgelegde dagvaarding in de bodemprocedure en haar betoog op zitting blijkt dat [eiseres] primair nakoming vordert van de overeenkomst van opdracht. Subsidiair vordert zij ontbinding van de overeenkomst wegens wanprestatie van Tophockey, gepaard gaande met een vervangende schadevergoeding. Nu het voorshands niet onaannemelijk moet worden geacht dat de rechter in de bodemprocedure de primaire vordering tot nakoming geheel of gedeeltelijk zal toewijzen, is er geen plaats voor een voorlopige voorziening gebaseerd op de subsidiaire vordering tot ontbinding. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.5. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Tophockey worden begroot op:

- vast recht € 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Tophockey tot op heden begroot op € 1.079,00,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de proceskostenveroordeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Smit en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2010.?