Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN1440

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
SBR 10-1668
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening naar aanleiding van een op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob afgewezen verzoek om de financiële stukken bij het bestemmingsplan “Hoge Dennen / Kerckebosch” openbaar te maken. Verweerder heeft de openbaarmaking, gelet op onder meer zijn onderhandelingspositie bij toekomstige aanbestedingen en daarmee zijn financieel belang, terecht geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2010/397
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 10/1668

uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening van

Stichting Ontwikkeling Kerckebosch,

gevestigd te [woonplaats], en

[verzoeker sub1],

mr. [verzoeker sub 2] en

[verzoeker sub 3],

allen wonende te [woonplaats],

verzoekers,

gemachtigde: mr. A. van Balen, advocaat te Utrecht,

over een besluit van

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist,

verweerder,

gemachtigden: J.P.M. Hooijmans, werkzaam bij de gemeente Zeist, en mr. C. Visser, advocaat te Utrecht.

Inleiding

1.1 Het verzoek heeft betrekking op verweerders besluit van 3 maart 2010 (het bestreden besluit) waarbij het verzoek van verzoekers om openbaarmaking van de financiële stukken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan “Hoge Dennen / Kerckebosch” is afgewezen.

1.2 Het verzoek is behandeld ter zitting van 1 juli 2010. Namens de Stichting Ontwikkeling Kerckebosch is verschenen [A], penningmeester. [verzoeker sub1], mr. [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] zijn in persoon verschenen. Verzoekers zijn bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd. Namens verweerder zijn verschenen gemachtigden voornoemd.

Overwegingen

2.1 Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.

2.2 De voorzieningenrechter dient allereerst na te gaan of er sprake is van een spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb. Verzoekers hebben gesteld dat zij in verband met het door hen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) ingestelde beroep tegen het bestemmingsplan “Hoge Dennen / Kerckebosch” en het hangende deze procedure gedane verzoek om een voorlopige voorziening een spoedeisend belang hebben bij de onderhavige procedure. De gevraagde financiële stukken zijn volgens verzoekers noodzakelijk om de haalbaarheid van dit bestemmingsplan ter discussie te kunnen stellen. De AbRvS zal dit verzoek om voorlopige voorziening naar verwachting op korte termijn behandelen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers, gelet hierop, een spoedeisend belang hebben bij de door hen gevraagde voorziening. Zij volgt verweerder niet in zijn betoog dat het feit dat verzoekers een andere procedure zijn gestart, niet kan leiden tot een spoedeisend belang. Er is, anders dan verweerder ter zitting kennelijk heeft willen betogen, geen aanleiding te veronderstellen dat verzoekers deze andere procedure slechts zijn gestart om in de onderhavige procedure een spoedeisend belang te creëren.

2.3 Verweerder heeft in het bestreden besluit toegelicht dat de gemeenteraad in de vergadering van 24 maart 2009 heeft besloten de door verzoekers gevraagde financiële stukken, welke als bijlage 3 en 12 zijn opgenomen bij de op 16 februari 2010 tussen de gemeente Zeist en de Stichting De Seyster Veste gesloten realisatieovereenkomst, tot vijf jaar na het moment van opheffen van de Wijkontwikkelingsmaatschappij Kerckebosch B.V. (hierna: de WOM) geheim te houden. Het besluit van de gemeenteraad is gebaseerd op artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat het besluit van de gemeenteraad tot geheimhouding met name interne werking heeft en is gericht aan de raadsleden. De weigering om de financiële stukken aan verzoekers ter inzage te verstrekken is gebaseerd op artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

2.4 Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, van die wet bedoelde bestuursorganen.

2.5 Verweerder heeft betoogd dat het belang van openbaarmaking van de gegevens niet opweegt tegen de aantasting van de economische en financiële belangen van de gemeente Zeist. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat de gemeente Zeist en de woningcorporatie De Seyster Veste voor de herontwikkeling van de wijk Kerckebosch tezamen grond en middelen inbrengen. Het gaat om een publiek-private samenwerking in de vorm van de (nog op te richten) WOM. Deze rechtspersoon zal de werkzaamheden in het kader van de verschillende onderdelen van de herontwikkeling (bijvoorbeeld het bouwrijp maken, het bouwen, het aanbrengen van voorzieningen en dergelijke) pas kunnen gunnen nadat één of meer Europese aanbestedingsprocedures zijn gehouden. De door verzoekers gevraagde financiële gegevens zijn voor de bestekken en de offertes die in dit kader zullen worden opgesteld, van groot belang. Indien deze gegevens openbaar worden, bestaat de kans dat de inschrijvende partijen hun aanbiedingen daarop zullen afstemmen. Verweerder heeft in dit verband verwezen naar een uispraak van de AbRvS van 18 februari 2009 (LJN BH3263). Volgens verweerder blijkt uit deze uitspraak dat een gemeente gegevens geheim mag houden indien haar onderhandelingspositie door openbaarmaking van deze gegevens nadelig wordt beïnvloed.

2.6 De voorzieningenrechter is, anders dan verzoekers hebben betoogd, van oordeel dat verweerder hiermee voldoende heeft geconcretiseerd en gepreciseerd op welke wijze de onderhandelingspositie van de gemeente Zeist door openbaarmaking van de gegevens zou worden benadeeld.

2.7 De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de door verzoekers gevraagde financiële stukken. Partijen hebben toestemming gegeven om mede op grondslag van die gegevens uitspraak te doen.

2.8 De voorzieningenrechter stelt vast dat de financiële onderbouwing (bijlage 3 bij de realisatieovereenkomst van 16 februari 2010) gedetailleerde financiële gegevens bevat, zoals de verwachte kosten voor het bouw- en woonrijp maken van de grond en de te verwachten opbrengst van gronduitgifte ten behoeve van onder meer woningbouw. Ook het taxatierapport (bijlage 12 bij de realisatieovereenkomst van 16 februari 2010) bevat dergelijke gedetailleerde financiële gegevens. De voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat inschrijvende partijen, indien zij met deze gegevens bekend worden, hun aanbiedingen daarop zullen afstemmen. Het is aannemelijk dat de onderhandelingspositie van de WOM, waarin de gemeente Zeist een aanzienlijk belang heeft, in dat geval nadelig wordt beïnvloed.

2.9 Ten aanzien van het belang van verzoekers bij openbaarmaking is de voorzieningenrechter met verweerder van oordeel dat het recht op openbaarmaking ingevolge de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient. In de door verweerder ter zitting genoemde uitspraak van de AbRvS van 22 maart 2006 (LJN AV6265) is overwogen dat het recht op openbaarmaking ingevolge de Wob iedere burger in gelijke mate toekomt. Daarom kan ten aanzien van de openbaarheid geen onderscheid worden gemaakt naar gelang de persoon of de oogmerken van de verzoeker. Bij de te verrichten belangenafweging worden dan ook betrokken het algemene of publieke belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie en de door de (relatieve) weigeringsgronden te beschermen belangen, maar niet het specifieke belang van de verzoeker. Dit betekent dat het door verzoekers gestelde belang om de gevraagde gegevens in te kunnen brengen in de procedure tegen het bestemmingsplan “Hoge Dennen / Kerckebosch” in de onderhavige procedure geen rol speelt.

2.10 De voorzieningenrechter is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat verweerder bij de afweging van de betrokken belangen met goede redenen voorrang heeft gegeven aan het belang van de gemeente Zeist boven het belang van verzoekers bij de verstrekking van de informatie. Verweerder heeft de openbaarmaking van de bijlagen 3 en 12 van de realisatieovereenkomst van 16 februari 2010 terecht op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob geweigerd.

2.11 Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat er onvoldoende grond bestaat om aan te nemen dat het bestreden besluit in de bezwarenprocedure niet in stand zal blijven. Er bestaat, gelet op de betrokken belangen, dan ook geen aanleiding voor het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet evenmin aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van verzoekers.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld door mr. G.J. van Binsbergen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2010.

De griffier: De voorzieningenrechter:

mr. J.K. van de Poel mr. G.J. van Binsbergen

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.