Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN0752

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
244114 / HA ZA 08-354
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afab is als tussenpersoon bij een RenteRetour Vliegwiel aandelenleaseovereenkomst aansprakelijk voor 80% van de door eiser geleden schade, de door hem betaalde rente, gezien de wervende inhoud van de begeleidende brief bij het aanbod voor deze aandelenleaseovereenkomst en het feit dat eiser zich alleen tot Afab had gewend voor een uitbreiding van een lening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 244114 / HA ZA 08-354

Vonnis in hoofdzaak van 7 juli 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J. van Ravenhorst,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AFAB GELDSERVICE B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. R. de Jong,

Partijen zullen hierna [eiser] en Afab genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 30 juli 2008;

- het proces-verbaal van comparitie van 25 november 2008 met de daarin genoemde stukken;

- het tussenvonnis van 8 juli 2009;

- de akte overlegging bewijsstukken van [eiser];

- de akte uitlating tussenvonnis 8 juli 2009, alsmede antwoordakte en akte bewijsaanbod uitlatingen van Afab.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 4 februari 2002 heeft [eiser] met Amev Financieringen N.V. (thans Fortis ASR N.V.) een rentekredietovereenkomst met nummer [nummer] (hierna: de kredietovereenkomst) gesloten waarbij [eiser] € 32.500,00 leent tegen een rentevergoeding van – effectief – 9,9 % per jaar. Een bedrag van € 12.500,00 werd aangewend om bestaande schulden bij Fortisbank N.V. en Rabobank U.A. af te lossen. Een bedrag van € 20.000,00 is aan [eiser] uitbetaald.

2.2. De kredietovereenkomst is tot stand gekomen door tussenkomst van Afab.

2.3. In de brief van 4 februari 2002 van Afab aan [eiser] staat, voor zover van belang, het volgende:

'Naar aanleiding van onze plezierige gesprekken, doe ik u deze UNIEKE 5-JARIGE SPAARKREDIET overeenkomst toekomen.

Met dit krediet kunt U onbeperkt boetevrij aflossen en opnemen tot een limiet van € 32.500,-. (…)

Uniek is dat U, zoals u in het aanhangsel kunt lezen, uitsluitend rente hoeft te betalen over het opgenomen saldo. Dit houdt in dat Uw bruto-maandlast slechts € 257,73 bedraagt (0,793% x

€ 32.500,-).

Het is zeer aantrekkelijk dit krediet af te lossen met Vliegwiel-spaarplan van AEGON, waarvan de prognose is bijgevoegd.

Grote voordeel van dit unieke spaarplan is dat U gemiddeld € 97,35 per maand belastingvrij dividend (winstdeling) ontvangt!!

Dit houdt in dat U met een zeer lage netto-inleg van slechts € 122,65 per maand (€ 220,- -/-

€ 97,35 dividend) een belastingvrije uitkering van +/- € 33.000,- ontvangt, waarmee U dan in een keer Uw krediet na slechts 5 jaar kunt aflossen!

Uiteraard mag U ook méér sparen! U kunt dan namelijk de looptijd aanzienlijk verkorten of U houdt een groter eindkapitaal over! (…)'

Bij deze brief is het aanvraagformulier voor zogenaamde “RenteRetour Vliegwiel”-overeenkomst meegezonden.

2.4. [eiser] heeft vervolgens op of omstreeks 12 maart 2002 met Aegon een zogenaamde “RenteRetour Vliegwiel”-overeenkomst (hierna: de aandelenleaseovereen-komst) gesloten waarbij met een totaal aankoopbedrag van

€ 19.495,22. Naast de gemelde aankoopbedragen bestaat de leasesom uit een bedrag van € 810,00 aan toekomstige administratiekosten, alsmede aan totaal te betalen rente tijdens de looptijd van de overeenkomst van € 19.294,78. De maandtermijn bedroeg € 220,00 en de looptijd bedroeg 180 maanden. De aandelenleaseovereenkomst is tot stand gekomen door tussenkomst van Afab.

2.5. Artikel 4 van de aandelenleaseovereenkomst bepaalt, voor zover van belang, het volgende:

“ (…) Bij voortijdige beëindiging vindt verkoop van de onderliggende participaties plaats en wordt de verkoopopbrengst aan cliënt uitbetaald onder verrekening van al hetgeen cliënt aan Aegon is verschuldigd. Bij een negatieve uitkomst van deze verrekening dient cliënt het gebleken tekort op een door Aegon aangegeven wijze aan Aegon te voldoen.”

Artikel 10 van de aandelenleaseovereenkomst bepaalt, voor zover van belang, het volgende:

“Cliënt verklaart door ondertekening van deze overeenkomst bekend te zijn met de Bijzondere Voorwaarden Rente Retour Vliegwiel en de brochure, de inhoud hiervan volledig te hebben begrepen en volledig op de hoogte te zijn van de rechten en de verplichtingen en de risico’s verbonden aan het leasen van de deelnemingsrechten. De cliënt aanvaardt deze rechten en verplichtingen en risico’s ten volle en verbindt zich hierbij geen verplichtingen op zich te nemen welke zijn financiële draagkracht te boven gaan. De cliënt staat ervoor in mogelijke uit deze overeenkomst voortvloeiende verliezen te kunnen dragen.”

2.6. De aandelenleaseovereenkomst is per 2 maart 2007 beëindigd. [eiser] heeft ter zake een bedrag van € 2.206,00 ontvangen.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat – dat de rechtbank voor recht verklaart dat Afab jegens hem toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de overeenkomst tot opdracht welke tussen hem en Afab bestond, althans voor recht te verklaren dat Afab onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, althans voor recht te verklaren dat Afab de door Afab jegens hem in acht te nemen redelijkheid en billijkheid heeft geschonden, met veroordeling van Afab tot betaling van € 22.935,00, te vermeerderen met de proceskosten.

3.2. Afab voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] heeft aan zijn vorderingen jegens Afab primair ten grondslag gelegd dat Afab toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht tot het verstrekken van advies over een krediet. De verwijten van [eiser] zien allereerst op de informatie die door Afab is verstrekt en op het feit dat Afab – ongevraagd – een product heeft geadviseerd dat niet paste bij de wensen, financiële positie en (beleggings)doelstellingen van [eiser]. Afab had [eiser] niet mogen adviseren om twee leningen af te sluiten; een kredietovereenkomst en een aandelenlease-overeenkomst. Voorts heeft [eiser] aangevoerd dat hij door het advies van Afab

€ 22.935,00 is ‘misgelopen’.

4.2. Bij de beoordeling van de stellingname van [eiser] is allereerst van belang het verweer van Afab dat zij heeft gehandeld als hulppersoon van Aegon en dat zij daarom niet aansprakelijk is. Afab heeft aangevoerd dat er geen sprake was van een adviesovereenkomst tussen haar en [eiser] ter zake van een beleggingsproduct en dat zij enkel als cliëntenremisier voor Aegon optrad. Afab betwist voorts dat zij uit eigen beweging – al of niet op grond een door [eiser] uitgesproken wens om aan vermogensopbouw te doen – een aandelenleaseovereenkomst met Aegon heeft geadviseerd, waardoor [eiser] naast het door hem geleende bedrag van € 32.500,00 ter zake van de kredietovereenkomst nog een lening is aangegaan in het kader van de aandelenleaseovereenkomst. Afab heeft aangevoerd dat zij [eiser] enkel op een aandelenleaseproduct van Aegon opmerkzaam heeft gemaakt.

4.3. Gelet op het door Afab opgestelde begeleidend schrijven waarin de aandelenleaseconstructie wordt toegelicht – zoals hiervoor onder 2.3 weergegeven – welk aanbod kennelijk is gedaan na een bespreking met [eiser], heeft de taak van Afab zich in het onderhavige geval niet beperkt tot het enkel aanbrengen van [eiser] bij de effecteninstelling. Zij heeft ook [eiser] actief geadviseerd in het beleggen in een bepaald financieel product in verband met een door [eiser] via Afab afgesloten kredietovereenkomst. Op grond van het vorenstaande kan Afab in deze dan ook worden aangemerkt als financieel adviseur.

4.4. De gedragingen van Afab kunnen niet op grond van artikel 6:76 BW aan Aegon worden toegerekend. Dit artikel is alleen van toepassing als Aegon bij de uitvoering van een verbintenis (in casu de aandelenleaseovereenkomst) gebruik maakt van de hulp van andere personen (Afab). De verwijten van [eiser] hebben echter betrekking op de handelwijze van Afab in de fase voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst, derhalve de handelwijze van Afab als financieel adviseur.

4.5. Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam financieel adviseur mag worden

verwacht dat deze de cliënt informeert over alle feiten en omstandigheden die hem ten tijde van de advisering bekend zijn of kunnen zijn over de financiële producten die hij/zij de cliënt adviseert, en die – in het licht van de doeleinden en de financiële omstandigheden van de cliënt – relevant zijn voor de door de cliënt te nemen beslissing.

4.6. In dat verband heeft Afab gesteld dat [eiser] een brochure heeft gehad, wat [eiser] heeft betwist. De rechtbank heeft in diverse vonnissen geoordeeld dat de tekst van de overeenkomst, de algemene voorwaarden en de brochure in onderlinge samenhang gelezen niet onjuist, maar wel onvolledig is, in die zin dat degene die de overeenkomst afsluit de nodige berekeningen en denkstappen heeft moeten maken om de aan het product verbonden risico's geheel te doorgronden en te beoordelen of dit product wel paste bij haar wensen en beleggingsdoelstellingen. Afab had als financieel adviseur van [eiser] hem uitdrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen dienen te waarschuwen voor het risico dat de hij aan het eind van de looptijd met een restschuld zou kunnen worden geconfronteerd. Afab heeft nagelaten deze waarschuwing te geven. Dit betekent dat, ook indien vast zou komen te staan dat [eiser] de brochure voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomsten van Afab zou hebben ontvangen, Afab zich daarmee niet zou hebben gekweten van de op haar rustende verplichting om te handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mag worden verwacht. De vraag of [eiser] de brochure heeft gehad, kan derhalve in het midden blijven.

4.7. Dan is het vervolgens de vraag of Afab [eiser] – op een andere manier – voor voornoemde risico's heeft gewaarschuwd. Daarbij is relevant dat [eiser] niet heeft verzocht om een aandelenleaseovereenkomst. Tussen partijen staat vast dat Afab de aandelenleaseconstructie heeft voorgesteld in combinatie met een kredietovereenkomst. De brief van Afab van 4 februari 2002 verbindt het aflossen op de kredietovereenkomst aan de te verwachten opbrengst van de geadviseerde aandelenleaseovereenkomst. De brief maakt niet duidelijk dat de opbrengst veel lager kan zijn dan de hoofdsom van de aandelenleaseovereenkomst, laat staan dat duidelijk wordt gemaakt dat de aandelenleaseovereenkomst het risico is verbonden dat de inleg per maand verloren gaat en dat er – zelfs – een risico bestaat op een restschuld. Nu niet is gebleken dat Afab aan [eiser] verdere mededelingen heeft gedaan waarmee [eiser] op dit risico is geattendeerd en evenmin is gebleken dat Afab is nagegaan in hoeverre [eiser] dit risico wenste te lopen, heeft Afab niet gehandeld als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mocht worden verwacht. Dat betekent dat Afab toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst met [eiser] en aansprakelijk is voor de door [eiser] als gevolg daarvan geleden schade.

4.8. [eiser] heeft gesteld dat het advies van Afab ondermeer inhield dat indien hij 60 termijnen van € 122,65 zou inleggen in een spaarplan [de rechtbank begrijpt: de aandelenleaseovereenkomst] en na vijf jaar een bedrag van ongeveer € 32.500,00 zou ontvangen. [eiser] zou dan € 7.539,00 aan inleg hebben betaald zodat hij netto na vijf jaar op grond van de aandelenleaseovereenkomst een bedrag € 25.141,00 zou ontvangen. Uiteindelijk heeft [eiser] echter een bedrag van

€ 13.200,00 aan inleg betaald en heeft hij na beëindiging van de aandelenleaseovereenkomst slechts een bedrag van

€ 2.206,00 ontvangen. De schade van [eiser] bedraagt volgens [eiser] derhalve € 22.935,00.

4.9. Uit de brief van Afab van 4 februari 2002 kan geen door Afab afgegeven garantie worden afgeleid voor de daarin vermelde opbrengst. In de brief wordt niet over een garantie gesproken. Nu uit de brief in ieder geval blijkt dat het gaat om een overeenkomst met Aegon, is een door Afab af te geven garantie voor de uitkomst van die overeenkomst ook niet voor de hand liggend. Van een gegarandeerde opbrengst is derhalve geen sprake.

4.10. Afab is wel aansprakelijk voor de door [eiser] aan Aegon betaalde rente. Deze aandelenleaseovereenkomst is door Afab immers aan [eiser] geadviseerd in combinatie met de kredietovereenkomst. Het had op de weg van Afab gelegen om te informeren of dat inderdaad is wat [eiser] wenste; het aangaan van een aandelenleaseovereenkomst met Aegon naast een kredietovereenkomst. De brief van Afab van 4 februari 2002 heeft slechts een wervend karakter. Nu Afab niet heeft geïnformeerd naar de wensen van [eiser], heeft zij niet gehandeld als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mocht worden verwacht. Zij dient de door [eiser] aan Aegon betaalde rente te vergoeden.

4.11. Afab heeft terecht aangevoerd dat de door [eiser] uit de overeenkomsten genoten voordelen bij de begroting van de schade in mindering moeten worden gebracht. De schade die [eiser] heeft geleden, bestaat uit de rentebedragen die hij aan Aegon heeft betaald, verminderd met de opbrengst van de verkoop van de aandelen.

Uit de akte na tussenvonnis van Afab volgt dat [eiser] in verband met de aandelenlease-overeenkomst een bedrag van

€ 12.760,00 aan rente heeft betaald. Nu [eiser] dit bedrag vervolgens niet heeft betwist, neemt de rechtbank voornoemd bedrag als vaststaand aan. Daarnaast heeft [eiser] na beëindiging van de aandelenleaseovereenkomst een bedrag van EUR 2.206,00 ontvangen en voort heeft hij EUR 330,00 aan dividend ontvangen. De schade bedraagt derhalve

EUR 10.224,00 (te weten EUR 12.760,00 – EUR 330,00 - EUR 2.206,00).

Eigen schuld

4.12. Afab heeft een beroep gedaan op eigen schuld aan de zijde van [eiser]. De eigen schuld van [eiser] dient te worden afgezet tegen de mate van schending door Afab van haar verplichtingen ten opzichte van [eiser]. Uitgangspunt is daarvoor de verdeling die in het algemeen, zie daartoe de arresten van de Hoge Raad van 5 juni 2009 (LJN BH2811, LJN BH2815 en LJN BH2822) wordt gehanteerd tussen de aanbieder van de aandelenlease-overeenkomst en degene die een aandelenleaseovereenkomst heeft afgesloten. De rechtbank ziet echter in de brief van Afab van 4 februari 2002, die slechts een wervend karakter heeft, geen enkele informatie geeft over de risico’s van de aandelenleaseovereenkomst en waaraan voorts geen verzoek van [eiser] aan ten grondslag lag om een aanbod voor een aandelenleaseovereenkomst – [eiser] wilde een lening –, aanleiding om te oordelen dat Afab aansprakelijk is voor 80% van de door [eiser] geleden schade. De rechtbank zal veroordelen tot vergoeding van 80% van de schade – onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen – te begroten op EUR 8.179,20 (80 % van EUR 10.224,00). Nu [eiser], zoals Afab terecht heeft aangevoerd, al een bedrag van EUR 4.008,00 van Aegon heeft ontvangen in het kader van een schikking, dient Afab te voldoen aan [eiser] EUR 4.171,20 (EUR 8.179,20 -/- EUR 4.008,00).

4.13. Voor zover Afab een beroep heeft gedaan op artikel 6:89 BW faalt het, nu zij – gelet op de gemotiveerde betwisting van [eiser] – onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd waarom de aansprakelijkheidsstelling van [eiser] van 14 november 2007 als te laat moet worden aangemerkt.

4.14. Hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd behoeft geen verdere beoordeling.

Proceskosten

4.15. Afab zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,44

- vast recht 745,00

- salaris advocaat 1.130,00 (2,5 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.960,44.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat Afab toerekenbaar tekort is geschoten is jegens [eiser],

5.2. veroordeelt Afab om aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 4.171,20 (vierduizend honderd eenenzeventig euro en twintig eurocent),

5.3. veroordeelt Afab in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.960,44,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2010.?