Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN0661

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-05-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
16-604146-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het bezit van kinderporno tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een werkstraf van 180 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/604146-07 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 mei 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1981] te [geboorteplaats]

wonende aan de [woonadres] te [woonplaats]

raadsman mr. H. Veen, advocaat te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 april 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 6 september 2005 tot en met 11 augustus 2006 te Bunschoten een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad en van dat bezit een gewoonte heeft gemaakt.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en heeft derhalve een vrijspraak bepleit.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. Vaststaande feiten en omstandigheden

Het bedrijf [bedrijf] heeft de opdracht gekregen om de computer van verdachte te herstellen na waterschade. Bij het testen van de computer hebben de medewerkers van [bedrijf] bestanden aangetroffen met kinderporno. Op 12 oktober 2006 heeft [betrokkene 1], directeur van het bedrijf [bedrijf], contact opgenomen met de politie. De computer is overgedragen aan de politie.

Door de politie worden 9.443 foto’s en filmpjes, afkomstig van de computer van verdachte, geanalyseerd. Hiervan was 95%, te weten 8.970, kinderpornografisch.

Van voornoemde bestanden met kinderpornografisch materiaal zijn er 24 nader beschreven in het B-proces-verbaal; dit zijn de afbeeldingen die nader zijn omschreven in de tenlastelegging.

De computer waarop het kinderpornografisch materiaal is aangetroffen, heeft tot ergens in mei 2006 op het kantoor van het bedrijf van de vader van verdachte gestaan, dat zich bevond in een kelder onder de woning van de vader. Verdachte was en is werkzaam in het bedrijf van zijn vader. In mei 2006, bij gelegenheid van het huwelijk van verdachte, wordt de computer verplaatst naar de woning van verdachte en zijn echtgenote.

Uit onderzoek van de politie is gebleken dat de kinderporno is gedownload in de periode van 6 september 2005 tot en met 17 juli 2006.

4.3.2. Bewijsoverwegingen

Dat de aangetroffen bestanden kinderpornografisch materiaal bevatten en dat die op de harde schijf van de computer van verdachte zijn aangetroffen, is niet in geschil.

Voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde is voorts noodzakelijk dat kan worden vastgesteld dat verdachte in de tenlastegelegde periode het opzet op het bezit van de in de dagvaarding genoemde bestanden met kinderpornografisch beeldmateriaal heeft gehad.

De rechtbank stelt voorop dat voor bezit als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), zoals dit luidde ten tijde van de tenlastegelegde feiten, vereist is (voorwaardelijk) opzet, hetgeen tot uitdrukking komt in een zekere (beschikkings)macht en het bewustzijn daarvan. Voor digitale gegevens is vereist dat het materiaal is gedownload en dat de verdachte zich bewust is van de aanwezigheid daarvan en beschikkingsmacht daarover. Het enkele bekijken van digitale kinderpornografie levert geen strafrechtelijk verwijtbaar “bezit” op.

Voorop gesteld dient te worden dat de omstandigheid dat een alternatief scenario mogelijk is, nog niet betekent dat een feit niet bewezen kan worden. Behoudens sterke aanwijzingen van het tegendeel kunnen naar het oordeel van de rechtbank de op verdachtes computer aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen aan verdachte toegerekend worden.

Andere gebruiker(s)

Door verdachte is bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat (een) andere gebruiker(s) de kinderporno op zijn computer moet(en) hebben gedownload. De rechtbank acht de verklaring van verdachte op dit punt onaannemelijk en baseert zich hierbij op het volgende.

Volgens de verklaring van verdachte tegenover de politie was de computer op het moment dat deze bij zijn vader in het bedrijf stond toegankelijk voor zijn vader, hemzelf, twee met name genoemde personeelsleden en (onder toezicht) voor klanten van het bedrijf. De vader van verdachte heeft een soortgelijke groep gebruikers aangewezen. Ter terechtzitting heeft verdachte hieraan toegevoegd dat ook zijn vrienden gebruik maakten van deze computer, zowel op het moment dat de computer bij het bedrijf van zijn vader stond als toen de computer in de woning van verdachte stond. Het zou een groep van wel rond de twaalf personen betreffen die in aanmerking komt, aldus verdachte. Nadere specificaties omtrent deze personen kon of wilde verdachte desgevraagd niet geven.

Uit het onderzoek van de politie is gebleken dat zowel voor mei 2006 als na mei 2006, dus na de overdracht van de computer van het bedrijf van de vader van verdachte naar de woning van verdachte, kinderpornografische afbeeldingen zijn gedownload. Niet is gebleken dat het personeel en de klanten van het bedrijf van de vader van verdachte toegang hadden tot de woning van verdachte. Hieruit kan worden afgeleid dat de betrokkenheid van eventuele personeelsleden of klanten van het bedrijf van de vader van verdachte zeer onwaarschijnlijk is te achten.

Uitgaande van de verklaring van verdachte volgt dan dat verdachte zelf, zijn vader en vrienden op beide locaties toegang hadden tot de computer.

De rechtbank acht het eveneens niet aannemelijk geworden dat een van verdachtes vrienden de kinderporno op de computer zou hebben gedownload, en overweegt daartoe het volgende. Zoals hiervoor reeds is overwogen, heeft het downloaden gedurende een aanzienlijke periode en op twee locaties plaatsgevonden. Bovendien is vastgesteld dat het downloaden op diverse tijdstippen heeft plaatsgevonden, variërend van midden op de dag tot diep in de nacht. Dat verdachte enerzijds heeft verklaard dat het één van zijn vrienden moet zijn geweest, maar anderzijds op geen enkele wijze specifiek heeft gemaakt wie op welke tijdstippen toegang tot zijn computer moet hebben gehad, of wat hijzelf op deze tijdstippen deed, maakt dat de rechtbank niet aannemelijk acht dat het een van verdachtes vrienden moet zijn geweest die de kinderporno gedownload heeft.

Daar komt nog bij dat één map met gedownloade kinderporno op het bureaublad van verdachtes computer is geplaatst en derhalve zichtbaar was voor verdachte als gebruiker van de computer. Het komt de rechtbank niet waarschijnlijk voor dat een derde die veelvuldig de computer van een vriend gebruikt om heimelijk kinderporno te bekijken, dergelijke bestanden zichtbaar en voor een ieder bereikbaar plaatst op het bureaublad van de computer. Voorts heeft verdachte verklaard dat de computer bij hem thuis in de woonkamer stond, hetgeen het naar het oordeel van de rechtbank temeer onwaarschijnlijk maakt dat een ander dan verdachte ongezien meermalen kinderporno zou hebben gedownload op verdachtes computer. Het voorgaande geldt naar het oordeel van de rechtbank evenzeer voor de vader van verdachte, die overigens zelf heeft verklaard ‘digibeet’ te zijn.

Op 5 november 2005 om 19.07 uur, tijdens het downloaden van kinderporno, wordt vanaf de computer een sms-bericht verzonden, met als afzender [verdachte]. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat dit sms-je van hem afkomstig is.

De raadsman heeft aangevoerd, dat dit sms-je op een ander moment kan zijn opgemaakt, maar enig concreet gegeven om te onderbouwen dat dit daadwerkelijk zo was ontbreekt.

Tijdens dezelfde sessie waarin kinderporno wordt gedownload op 5 november 2005 worden twee snelkoppelingen, multiplayer en singleplayer, aangemaakt voor het computerspel [naam]. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dit spel te spelen, zij het slechts in de singleplayer variant.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank aannemelijk dat verdachte de kinderporno zelf op de computer heeft gedownload.

De rechtbank acht niet aannemelijk dat de betreffende afbeeldingen per ongeluk, als ongewilde bijvangst, door verdachte zijn gedownload, gelet op het grote aantal afbeeldingen (meer dan 8000) en de plaatsen waar deze onder meer werden opgeslagen, zoals hierna genoemd.

Beschikkingsmacht

Vereist is voorts dat verdachte in staat moet zijn geweest om het in de vorm van bestanden opgeslagen kinderpornografische materiaal zichtbaar te maken.

Een gedeelte van het op de computer aangetroffen kinderpornografisch materiaal is aangetroffen in een map op het bureaublad van de computer van verdachte. Dit betrof geen verborgen map en was eenvoudig te openen. Van deze afbeeldingen kan zonder meer gezegd worden dat verdachte hierover de beschikkingsmacht had.

Enkele van de betreffende afbeeldingen zijn op verdachtes computer aangetroffen in een zogeheten ‘temporary file’ (tijdelijk bestand). In dergelijke bestanden worden gegevens, waaronder afbeeldingen van bezochte internetpagina’s, opgeslagen, zodat die pagina’s bij hernieuwd bezoek sneller worden weergegeven. Het computerprogramma dat het bezoek van internetpagina’s mogelijk maakt, bewerkstelligt deze opslag. Een bijzondere handeling van de gebruiker is voor die opslag niet vereist.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat internetten zijn hobby is. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij bekend is met de term temporary file, dat hij weet wat mappen met de naam “temp”inhouden.

De gemiddelde computergebruiker kan dergelijke mappen over het algemeen eenvoudig terugvinden en vervolgens zonder ingewikkelde bewerkingen openen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook over het kinderpornografisch materiaal dat zich in de temporary files bevond, kon beschikken.

Ditzelfde geldt voor het kinderpornografische materiaal dat is aangetroffen in de map met de naam [verdachte] in de map Mijn documenten op de C-schijf. Ook hierover had verdachte de beschikkingsmacht, zelfs al zou het uitwisselingsprogramma deze map zelf hebben aangemaakt.

Dat ook sprake was van bekendheid met de inhoud van die map leidt de rechtbank af uit de inhoud van het overige gedownload beeldmateriaal.

Gelet op de grote hoeveelheid bij verdachte aangetroffen kinderpornografisch beeldmateriaal acht de rechtbank ook bewezen dat hij van het plegen van het bewezenverklaarde misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 27 september 2005 tot en met 11 augustus 2006 in de gemeente Bunschoten, meermalen een groot aantal (in totaal ongeveer 8970 of daaromtrent)

afbeeldingen in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele

gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk

de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of

schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

(onder meer(zie B-verbaal 07-008991B))

- het (kennelijk) vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of

vinger(s) en/of een dildo en/of een ander voorwerp) door zichzelf en/of door

een volwassen man/een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft bereikt van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die de kennelijk de

leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt ((onder meer)

beschrijving multimediafile(s)/afbeeldingen nummer(s) ovj 21,23) en

- het betasten en/of likken van de vagina en/of het houden van een vinger

tussen de schaamlippen en/of het drukken van een stijve penis in/tegen de

vagina en/of de billen van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van

18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt ((onder meer) beschrijving

multimediafile/afbeelding nummer ovj 22) en

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de (stijve) penis

van een volwassen man door (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt ((onder meer) beschrijving

multimediafile(s)/afbeelding(en) nummer(s) ovj 06,19) en

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de penis van (een)

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt door een volwassen man/(een) perso(o)n(en) die eveneens kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt ((onder meer) beschrijving

multimediafile/afbeelding nummer ovj 22,24) en

- het (door een volwassen man) masturberen boven en/of ejaculeren en/of

urineren op het lichaam van (een) (naakt(e)) perso(o)n(en) die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt ((onder meer) beschrijving

multimediafile/afbeelding nummer ovj 08) en

- het houden/hebben van een (stijve) penis naast het gezicht/lichaam van (een)

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt, terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie

zichtbaar is ((onder meer) beschrijving multimediafile/afbeelding nummer ovj

07)

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door

het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden

van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden ((onder meer) beschrijving multimediafile(s)/afbeelding(en)

nummer(s) ovj 01,02,03,04,05,09,10,12,13,14,16,18,20) en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze

perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving en/of met

voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij

haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich

(vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding

ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de

(onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en)

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden ((onder

meer) beschrijving multimediafile(s)/afbeelding(en) nummer(s) ovj 11,15,17)

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een vrijspraak bepleit en heeft overigens nog aangevoerd dat de gevorderde straf in geen verhouding staat tot de geringe prioriteit die het Openbaar Ministerie aan deze zaak heeft toegekend. Daarbij heeft hij gewezen op het tijdverloop tussen de criminal charge in 2007, het aanvullend proces-verbaal van 2009 en de betekening van de dagvaarding op 27 maart 2010.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. Het betreft afbeeldingen van (zeer) jonge kinderen, waarbij onder meer sprake is van orale, anale en vaginale penetratie. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij door zijn handelen, zij het indirect, betrokken is bij en medeverantwoordelijk is voor het grove misbruik van deze kinderen, die worden gedwongen tot het poseren voor dergelijke afbeeldingen en/of tot het meewerken aan dan wel ondergaan van handelingen die op ernstige wijze inbreuk maken op hun lichamelijke integriteit. Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de vraag naar deze beelden. Het mag als algemeen bekend worden verondersteld dat kinderen door genoemd misbruik psychische schade kunnen oplopen, hetgeen ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat.

In het voordeel van verdachte laat de rechtbank meewegen dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Daarnaast is in de onderhavige zaak sprake van een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM. Verdachte is op 11 april 2007 voor het eerst gehoord als verdachte en is daarbij geconfronteerd met op zijn computer aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen. Op diezelfde datum is de computer van verdachte met de daarin aanwezige harddisk in beslag genomen. In augustus 2007 is het dossier gesloten en ingezonden naar het openbaar ministerie. Verdachte is echter eerst tegen de zitting van 19 april 2010 gedagvaard. Naar het oordeel van de rechtbank is, conform het ter zitting ingenomen standpunt van de officier van justitie, op 11 april 2007 de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM aangevangen. Nu een termijn van twee jaar als redelijk wordt beschouwd, is deze vanaf 11 april 2009 overschreden. De overschrijding duurt voort tot de datum van deze uitspraak. Er is aldus sprake van een overschrijding van ruim 12 maanden. Dit behoort tot strafvermindering te leiden.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande afzien van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, welke zij in beginsel gezien de ernst van het feit passend acht. In plaats daarvan zal aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf worden opgelegd.

7. Het beslag

De strafbare feiten zijn begaan met een computer met daarin een harddisk die blijkens het verzoek om teruggave van de verdachte daaruit eenvoudig te verwijderen is.

Nu ongecontroleerd bezit van de harddisk in strijd is met de wet zal deze worden onttrokken aan het verkeer, terwijl de computer wordt verbeurd verklaard.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33a, 36b, 36c en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen Medion computer;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen harddisk;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers, voorzitter, mrs. M.J. Grapperhaus en I. Bruna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.C.J. van der Heijden, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 mei 2010.

Mr. Grapperhaus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.