Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9716

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-06-2010
Datum publicatie
30-06-2010
Zaaknummer
288648 / KG ZA 10-526
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. FC Oss vordert dat de KNVB wordt geboden om haar het komende voetbalseizoen (2010/2011) toe te laten tot de Jupilear League. Vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 288648 / KG ZA 10-526

Vonnis in kort geding van 30 juni 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FC OSS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Oss,

2. de Stichting

Stichting BETAALD VOETBAL FC OSS,

gevestigd en kantoorhoudende te Oss,

eiseressen,

advocaat mr. E.J.A. Vilé te Utrecht,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,

gevestigd en kantoorhoudende te Zeist,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.A.Knijff te Amsterdam.

Partijen zullen hierna FC Oss, de Stichting Betaald Voetbal FC Oss en de KNVB genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 14 juni 2010,

- de producties 1 tot en met 18 van FC Oss en de Stichting Betaald Voetbal FC Oss,

- de producties 1 tot en met 6 van de KNVB,

- de mondelinge behandeling van 23 juni 2010,

- de pleitnota van FC Oss,

- de pleitnota van KNVB.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. FC Oss en de Stichting Betaald Voetbal FC Oss zijn lid van de KNVB.

2.2. Vanaf 1 juli 2009 wordt het voetbalbedrijf uitgeoefend door FC Oss. Daarvoor gebeurde dit door de Stichting Betaald Voetbal FC Oss.

2.3. Om deel te kunnen nemen aan door de KNVB georganiseerde competities van het betaald voetbal (zoals de Eredivisie en de Eerste Divisie) dient een voetbalclub in het bezit te zijn van een licentie.

2.4. In het Licentiereglement en de daarbij behorende richtlijnen van het bestuur betaald voetbal, zijn de regels met betrekking tot het verstrekken en het intrekken van licenties aan voetbalclubs neergelegd. Partijen zijn het erover eens dat in deze zaak kan worden uitgegaan van het Licentiereglement zoals laatstelijk gewijzigd in de algemene vergadering betaald voetbal van 30 november 2009 (hierna te noemen: “het Licentiereglement”) en van de Richtlijn licentie-eisen zoals laatstelijk gewijzigd op

1 december 2008 (hierna te noemen: “de Richtlijn licentie-eisen”).

2.5. De licentie-eisen zijn ingedeeld naar:

- Sportief kader,

- Organisatie en administratief kader,

- Juridisch kader,

- Infrastructureel kader, en

- Financieel kader.

(zie artikel 8 Licentiereglement)

2.6. De Licentiecommissie beoordeelt als orgaan van de KNVB of nieuwe toetreders aan de licentie-eisen voldoen en ziet toe op de naleving van de licentie-eisen en verplichtingen door de licentiehouders.

2.7. De toetsing of wordt voldaan aan de eis betreffende de financiële positie geschiedt aan de hand van een door het bestuur betaald voetbal vastgesteld financieel ratingsysteem op basis waarvan de licentiehouders worden ingedeeld in Categorie I, II of III.

(zie artikel 8 lid 3 Licentiereglement). Indien de score volgens dit ratingsysteem op minder dan 65 punten uitkomt, wordt een club ingedeeld in categorie I.

Categorie I betreft de “gevarenzone”. De categorieën II en III worden als veilige categorieën aangemerkt.

Indien een voetbalclub wordt ingedeeld in categorie I kan de Licentiecommissie die club de verplichting opleggen om een plan van aanpak te maken (zie artikel 11 lid 4 jo artikel 8 Licentiereglement).

Het plan van aanpak dient te voorzien in concrete prestaties van de licentiehouder waaraan op vastgestelde tijdstippen dient te zijn voldaan en dient erin te voorzien dat de voetbalclub uiterlijk op het negende meetmoment na de indeling in Categorie I (dat is ongeveer uiterlijk binnen drie jaar na de indeling in categorie I) kan worden ingedeeld in categorie II of III. Verder geldt dat de liquiditeit van de licentiehouder gedurende de looptijd van het plan van aanpak steeds aantoonbaar voldoende moet zijn voor het uitspelen van het alsdan lopende seizoen en dat de geraamde uitgaven van de licentiehouder voor de duur waarop het plan van aanpak van kracht is, moeten worden vastgelegd. (zie artikel 11 lid 5 en 6 Licentiereglement).

Het plan van aanpak moet door de Licentiecommissie worden goedgekeurd.

De Licentiecommissie stelt bij de goedkeuring van het plan van aanpak een sanctietraject vast waaruit blijkt welke sancties zijn verbonden aan het niet voldoen aan de in het plan van aanpak geformuleerde prestaties op de daarvoor geldende tijdstippen.

(zie artikel 11 lid 5 van het Licentiereglement)

Het bij een plan van aanpak behorend sanctietraject kan voorzien in het achtereenvolgens opleggen van één of meer van de volgende sancties indien de licentiehouder niet aan diens daarin vastgelegde verplichtingen voldoet:

a) het verstrekken van een publieke waarschuwing op een nader door de licentiecommissie

te bepalen wijze;

b) aftrek van telkens 3 winstpunten tot maximaal 9 winstpunten per seizoen, met dien

verstande dat,

- indien een sanctie eerst onherroepelijk is geworden nadat de laatste wedstrijd in de

reguliere competitie van dat seizoen is gespeeld, de punten in mindering worden

gebracht op de te behalen winstpunten van het eerstvolgende seizoen, en

- indien een licentiehouder als gevolg van de puntenaftrek een negatief aantal

winstpunten behaalt, dit negatieve aantal het volgende seizoen in mindering zal worden

gebracht op de alsdan te behalen winstpunten,

c) intrekking van de licentie.

Deze sancties kunnen slechts worden opgelegd indien het bij de goedkeuring van het plan van aanpak vastgestelde sanctietraject daarin voorziet.

(zie artikel 11 lid 9 en 10 Licentiereglement)

2.8. In artikel 9 en 10 van het Licentiereglement zijn de verplichtingen van de licentiehouder neergelegd. In deze artikelen is – onder meer – het volgende bepaald.

2.8.1. De licentiehouder dient gedurende de looptijd van de licentie steeds te voldoen aan de voor hem geldende licentie-eisen (zie artikel 9 lid 1 Licentiereglement).

2.8.2. De licentiehouder heeft een meldingsplicht ten aanzien van een wijziging van feiten en omstandigheden die voor de beoordeling of aan de licentie-eisen wordt voldaan, relevant kunnen zijn (zie artikel 9 lid 2 Licentiereglement).

2.8.3. De Licentiecommissie heeft gedurende de looptijd van de licentie het recht om te doen controleren of de licentiehouder aan de licentie-eisen en overige verplichtingen voortvloeiend uit of verbandhoudend met het licentiehouderschap voldoet. De licentiehouder dient hierbij alle medewerking te verlenen en de daartoe benodigde informatie en toegang tot gebouwen of terreinen te verschaffen.

(zie artikel 10 Licentiereglement)

2.9. In artikel 11 van het Licentiereglement zijn de maatregelen en de sancties die de Licentiecommissie kan opleggen vermeld. Het gaat daarbij – onder meer – om de volgende maatregelen en sancties.

2.9.1. Indien een licentiehouder niet, niet adequaat of niet tijdig voldoet aan één of meer van de voor hem geldende verplichtingen krachtens artikel 9 en 10 van dit reglement, is de licentiecommissie onverminderd het bepaalde in artikel 12 lid 2 van dit reglement en het bepaalde in het Reglement Tuchtrechtspraak Betaald Voetbal, bevoegd tot het opleggen van een boete van ten hoogste € 45.250 per overtreding. (zie artikel 11 lid 1 Licentiereglement)

2.9.2. Indien een licentiehouder niet voldoet aan licentie-eis F.05 is de Licentiecommissie bevoegd tot het in aftrek laten brengen van 1 winstpunt per overtreding tot maximaal

9 winstpunten per seizoen. (zie artikel 11 lid 2 Licentiereglement)

Licentie-eis F.05 heeft betrekking op betalingsachterstanden:

- met betrekking tot transferactiviteiten, waaronder mede begrepen huursommen,

opleidingsvergoedingen en solidariteitsbijdragen,

- ten aanzien van het CFK (pensioenfonds) uit hoofde van arbeidsovereenkomsten en daaruit

voortvloeiende wettelijke verplichtingen.

(zie Richtlijn licentie-eisen)

2.9.3. Indien een licentiehouder niet voldoet aan licentie-eis F.06 is de Licentiecommissie bevoegd tot het in aftrek laten brengen van 3 winstpunten per overtreding tot maximaal

9 winstpunten per seizoen (zie artikel 11 lid 3 Licentiereglement).

Licentie-eis F-06 heeft betrekking op betalingsachterstanden bij werknemers.

(zie Richtlijn licentie-eisen)

2.9.4. Indien een licentiehouder niet voldoet aan één of meer van de voor hem geldende licentie-eisen, met uitzondering van de licentie-eisen F.05 en F.06, kan de Licentiecommissie hem de verplichting opleggen tot het opstellen van een plan van aanpak, dat door de Licentiecommissie dient te worden goedgekeurd.

(zie artikel 11 lid 4 Licentiereglement).

2.10. In artikel 12 van het Licentiereglement is bepaald wanneer een licentie vervalt.

De licentie vervalt, onder meer, :

- door intrekking van de licentie door Licentiecommissie (zie artikel 12 lid 1 onder d

Licentiereglement),

- doordat de licentiehouder in staat van faillissement verkeert krachtens rechterlijke

uitspraak waartegen geen voorziening meer kan worden ingesteld (zie artikel 12 lid 1

onder g Licentiereglement).

In het tweede lid van artikel 12 Licentiereglement is bepaald dat de Licentiecommissie, met inachtneming van het adviesrecht van de Centrale Spelersraad krachtens artikel 27 van het Reglement Betaald Voetbal, bevoegd is tot intrekking van een licentie indien een licentiehouder:

a) niet voldoet aan één of meer licentie-eisen en volgens het plan van aanpak intrekking

van de licentie kan geschieden,

b) niet of niet tijdig een plan van aanpak heeft opgesteld,

c) niet of niet tijdig voldoet aan de uit dit reglement voortvloeiende verplichtingen tot het

verschaffen van informatie en gegevens of de toegang tot gebouwen of terreinen als

bedoeld in artikel 9 en 10 van het Licentiereglement,

d) of een tot de groep van de licentiehouder behorende rechtspersoon failliet is verklaard,

dan wel indien aan de licentiehouder of een rechtspersoon die tot de groep van de

licentiehouder behoort, al dan niet voorlopig, surséance van betaling is verleend,

e) een plan van aanpak heeft ingediend dat onherroepelijk is afgekeurd.

2.11. Bij brief van 19 mei 2010 heeft de voorzitter van het bestuur betaald voetbal van de KNVB het volgende aan het bestuur en de directie van de betaaldvoetbalorganisaties geschreven:

“In het kader van de voorbereiding op het nieuwe seizoen 2010/2011 wenst het bestuur betaald voetbal gaarne te worden geïnformeerd over betalingsachterstanden die clubs in het betaalde voetbal (nog) hebben ten opzichte van collega clubs. De afgelopen maanden constateren wij steeds meer gevallen van – soms forse – achterstanden. Tevens constateren wij dat de verplichting dergelijke achterstanden te melden veelal niet wordt nageleefd. Wij verwijzen kortheidshalve naar licentie-eis F.05 welke toch bekend verondersteld mag worden.

Wij verzoeken u deswege vriendelijk ondergetekende binnen 10 dagen na heden te laten weten welke betaaldvoetbalorganisaties in Nederland nog niet aan opeisbare betalingsverplichtingen jegens uw club hebben voldaan. Tevens verzoeken wij u opgave te doen van achterstanden die uw club nog heeft ten opzichte van andere Nederlandse bvo’s. (…)

Na afronding van deze inventarisatie zal het bestuur betaald voetbal zich beraden omtrent in deze te nemen acties gericht op een eerlijk en sportief verloop van de competitie. Van spelersgerelateerde betalingsachterstanden jegens andere clubs zal in ieder geval melding worden gemaakt bij de licentiecommissie, die op grond van het licentiereglement sanctionerend zal optreden.”

2.12. FC Oss is in het seizoen 2009/2010 uitgekomen in de competitie van de eerste divisie van het betaald voetbal, ook wel aangeduid als de “Jupiler League”.

Er zijn twintig voetbalclubs aan deze competitie begonnen, waaronder FC Haarlem,

MVV, Veendam, Cambuur, AGOVV, en Fortuna Sittard.

2.13. Gedurende deze competitie is de licentie van FC Haarlem vervallen omdat zij onherroepelijk in staat van faillissement is verklaard.

2.14. Het bestuur betaald voetbal van de KNVB heeft voor het seizoen 2009/2010 een promotie- en degradatieregeling voor de eerste divisie vastgesteld waarin – samengevat –

is bepaald dat de nummers laatst en één na laatst van de eindrangschikking in de

Jupiler League naar de topklassen van het amateurvoetbal (ook wel aangeduid als:

“de Topklasse”) degraderen. Vanwege het onherroepelijk vervallen van de licentie van

FC Haarlem gedurende het seizoen 2009/2010 is deze regeling aangepast in die zin dat slechts één club, namelijk de club die als laatste in de eindrangschikking is geëindigd, naar de Topklasse degradeert.

2.15. FC Oss is met 29 punten op de laatste plaats van de ranglijst geëindigd en is gelet op de in 2.13. genoemde promotie- en degradatieregeling gedegradeerd naar de Topklasse.

MVV, Veendam, Cambuur, AGOVV en Fortuna Sittard hebben respectievelijk 48, 52, 71, 55 en 30 punten gehaald.

2.16. FC Oss vecht haar degradatie aan en heeft de KNVB verzocht om haar het komende seizoen (2010/2011) toe te laten tot de Jupiler League. De KNVB heeft aan

FC Oss te kennen gegeven dat zij niet aan dit verzoek gehoor zal geven.

3. Het geschil

3.1. FC Oss en de Stichting Betaald Voetbal FC Oss vorderen dat de KNVB bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt bevolen om, binnen 48 uur na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, FC Oss of de Stichting Betaald Voetbal FC Oss in te delen en toe te laten tot de competitie van de Eerste Divisie van het Betaalde Voetbal, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de KNVB in de proceskosten.

3.2. De KNVB voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Stichting Betaald Voetbal FC Oss

4.1. De KNVB voert als verweer dat de Stichting Betaald Voetbal FC Oss niet ontvankelijk is in haar vordering omdat zij geen licentiehouder is en daarom niet kan deelnemen aan de door de KNVB georganiseerde betaald voetbalcompetities, waaronder de Jupiler League.

FC Oss en de Stichting Betaald Voetbal FC Oss hebben tijdens de zitting te kennen

gegeven dat dit juist is. Zij hebben daarbij opgemerkt dat de reden dat de

Stichting Betaald Voetbal FC Oss ook als eiseres aan dit kort geding deelneemt is gelegen in de omstandigheid dat het voor hen onduidelijk was of de KNVB de licentierechten van de

Stichting Betaald Voetbal FC Oss heeft overgezet op FC Oss, die vanaf 1 juli 2009 het voetbalbedrijf uitoefent.

De Stichting Betaald Voetbal FC Oss zal gezien het voorgaande niet ontvankelijk in haar vordering worden verklaard.

FC Oss

4.2. Voorts is aan de orde de beoordeling van de vordering van FC Oss, die ertoe strekt dat FC Oss in het voetbalseizoen 2010/2011, als negentiende club, mag deelnemen aan de Jupiler League. FC Oss heeft tijdens de mondelinge behandeling benadrukt dat het niet haar bedoeling is om door middel van dit kort geding te bereiken dat één of meer van de clubs die in het seizoen 2009/2010 aan de Jupiler League hebben deelgenomen alsnog degraderen of een sanctie opgelegd krijgen.

Argumenten van FC Oss

4.3. Tussen partijen staat niet ter discussie dat FC Oss op grond van de (aangepaste) promotie- en degradatieregeling voor de Eerste Divisie betreffende het voetbalseizoen 2009/2010 moet degraderen naar de Topklasse. FC Oss stelt zich echter op het standpunt dat er aanleiding is om haar niet te laten degraderen en haar voor het komende voetbalseizoen 2010/2011 toe te laten tot de Jupiler League. FC Oss voert daartoe – kort gezegd – het hierna volgende aan.

4.3.1. De Licentiecommissie heeft nagelaten om voldoende toezicht te houden op het

financiële beleid van de aan de Jupiler League deelnemende clubs, en meer in het bijzonder op die van MVV en Veendam. De Licentiecommissie had in verband met het financiële wanbeleid van deze clubs de licenties van deze clubs moeten intrekken, althans een procedure tot intrekking van de licenties moeten starten. Zij heeft dit niet gedaan.

Indien zij dit wel zou hebben gedaan dan had dit ertoe geleid dat FC Oss niet zou zijn gedegradeerd omdat er in dat geval, gezien de in punt 2.13. genoemde promotie- en degradatieregeling en het wegvallen van FC Haarlem, geen club zou hoeven te degraderen.

Daarnaast geldt dat sprake is van competitievervalsing. MVV en Veendam zijn vanwege het nalaten van de Licentiecommissie om maatregelen te treffen/sancties op te leggen in staat geweest om financieel gezien op te grote voet te leven en dure spelers voor het team te laten spelen, terwijl FC Oss doordat zij zich wel aan de licentie-eisen heeft gehouden daartoe niet in staat is geweest.

4.3.2. De Licentiecommissie had in verband met het overtreden van de licentie-eisen aan diverse deelnemende clubs winstpunten in mindering moeten brengen. Meer in het bijzonder had de Licentiecommissie aan Fortuna Sittard, MVV en AGOVV winstpunten in mindering moeten brengen.

4.3.3. De Licentiecommissie had aan Cambuur een sanctie dienen op te leggen in verband met het overtreden van haar meldingsplicht inzake het niet betalen door Fortuna Sittard van de huursom voor speler [A].

4.3.4. De KNVB heeft onvoldoende gelet op de betalingsachterstanden tussen de clubs. Dat dit het geval is volgt uit de brief van de KNVB van 19 mei 2010. De financiële

licentie-eisen zijn in het seizoen 2009/2010 dan ook onvoldoende strikt gehanteerd en er zijn dus ten onrechte geen sancties opgelegd.

4.3.5. FC Oss heeft er een groot belang bij om het komende voetbalseizoen (2010/2011) uit te komen in de Jupiler League. Het betreft hier zowel een financieel belang als het belang om te voorkomen dat FC Oss vanwege de degradatie naar de Topklasse statusverlies zal lijden. De aan de Jupiler League deelnemende voetbalclubs hebben er ook geen bezwaar tegen dat FC Oss in het komende seizoen als extra team deelneemt aan de Jupiler League.

Beoordeling van deze argumenten

4.4. De voorzieningenrechter overweegt met betrekking tot dit, door de KNVB betwiste, standpunt het volgende.

4.5. Als toetsingskader geldt, onder meer, dat aan de hand van het Licentiereglement en de Richtlijn licentie-eisen zal moeten worden beoordeeld of de door FC Oss gestelde verwijten aan de Licentiecommissie kunnen worden gemaakt. Daar waar in het Licentiereglement en de Richtlijn licentie-eisen aan de Licentiecommissie een discretionaire bevoegdheid wordt toegekend dan wel beleidsruimte wordt gegeven, geldt dat de voorzieningenrechter slechts kan toetsen of de Licentiecommissie in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen. Het betreft hier derhalve een marginale toetsing.

Het verwijt zoals genoemd in 4.3.1.

4.6. Ten aanzien van het in punt 4.3.1. genoemde verwijt geldt dat het niet aannemelijk is geworden dat de Licentiecommissie gedurende het seizoen 2009/2010 onvoldoende toezicht heeft gehouden op het financieel beleid van MVV en Veendam en dat zij de licenties van deze clubs had moeten intrekken. Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.6.1. Het is aannemelijk dat de Licentiecommissie heeft onderkend dat MVV en Veendam niet aan de financiële licentie-eisen voldeden en dat zij naar aanleiding daarvan ook actie heeft ondernomen. De KNVB heeft aangevoerd dat de Licentiecommissie aan beide clubs de in artikel 11 lid 4 van het Licentiereglement neergelegde maatregel van het indienen van een plan van aanpak heeft opgelegd. Er is geen aanleiding om aan de juistheid van deze stelling van de KNVB te twijfelen.

4.6.2. Feiten en omstandigheden die meebrengen dat de Licentiecommissie in plaats van het opleggen van deze maatregel (het indienen van een plan van aanpak) tot het intrekken van de licenties had moeten overgaan, zijn niet gebleken. In dit verband is van belang dat de Licentiecommissie op grond van het Licentiereglement een discretionaire bevoegdheid heeft. Het is aan de Licentiecommissie om te bepalen welke in het Licentiereglement neergelegde maatregel/sanctie zij in de gegeven omstandigheden geraden acht.

Feiten en omstandigheden die meebrengen dat zij in redelijkheid niet tot haar beslissing heeft kunnen komen om aan MVV en Veendam de maatregel van het indienen van een plan van aanpak op te leggen, zijn niet gebleken.

4.6.3. Ten aanzien van MVV wordt nog het volgende overwogen.

De KNVB heeft onweersproken aangevoerd dat MVV uiterlijk in oktober 2011

(op basis van de jaarcijfers voor het seizoen 2010/2011) definitief in categorie II moet zijn ingedeeld. Verder heeft de KNVB aangevoerd dat MVV tot op heden aan één van de in het plan van aanpak opgenomen normstellingen niet heeft voldaan en dat dit ertoe heeft geleid dat MVV volgens de door de Licentiecommissie gehanteerde sanctiemethodiek een publieke waarschuwing heeft gekregen. Feiten en omstandigheden die erop wijzen dat dit standpunt van de KNVB onjuist is, zijn niet gebleken. Evenmin is gebleken van feiten en omstandigheden die meebrengen dat de Licentiecommissie in redelijkheid niet tot de door haar toegepaste sanctiemethodiek heeft kunnen komen. De KNVB heeft aangevoerd dat de Licentiecommissie bij de goedkeuring van het plan van aanpak in het algemeen het volgende sanctietraject vaststelt en hanteert:

- één keer niet voldoen aan de in het plan van aanpak geformuleerde prestaties op de

daarvoor geldende tijdstippen: publieke waarschuwing,

- twee keer niet voldoen aan de in het plan van aanpak geformuleerde prestaties op de

daarvoor geldende tijdstippen: drie winstpunten in mindering,

- drie keer niet voldoen aan de in het plan van aanpak geformuleerde prestaties op de

daarvoor geldende tijdstippen: drie winstpunten in mindering,

- vier keer niet voldoen aan de in het plan van aanpak geformuleerde prestaties op de

daarvoor geldende tijdstippen: drie winstpunten in mindering,

- vijf keer niet voldoen aan de in het plan van aanpak geformuleerde prestaties op de

daarvoor geldende tijdstippen: intrekken van de licentie.

Deze sanctiemethodiek is in overeenstemming met wat in artikel 11 lid 9 van het Licentiereglement is bepaald en komt overigens ook niet onredelijk voor.

4.6.4. Ten aanzien van Veendam wordt nog het volgende overwogen.

De omstandigheid dat aan Veendam op 1 april 2010 voorlopige surséance van betaling is verleend, brengt – anders dan FC Oss kennelijk meent – nog niet met zich mee dat de Licentiecommissie de licentie van Veendam had moeten intrekken, althans een procedure tot intrekking daarvan had moeten starten. De Licentiecommissie is in het geval dat (voorlopige) surséance van betaling is verleend bevoegd om een procedure tot intrekking van de licentie te starten (zie artikel 12 lid 2 sub d Licentiereglement), zij is echter, in beginsel, niet verplicht om van die bevoegdheid gebruik te maken. Zij kan er, in beginsel, ook voor kiezen om een andere in het Licentiereglement neergelegde maatregel/sanctie op te leggen. Feiten en omstandigheden die meebrengen dat de Licentiecommissie in redelijkheid niet tot haar beslissing heeft kunnen komen om aan Veendam de maatregel van het indienen van een plan van aanpak op te leggen zijn niet gebleken. De omstandigheid dat naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van de bewindvoerder op 12 mei 2010 het faillissement van Veendam is uitgesproken, is daarvoor ontoereikend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat dit faillissement op 4 juni 2010 is vernietigd en dat – zoals de KNVB onweersproken heeft gesteld – op 17 juni 2010 een crediteurenakkoord is bereikt en het ernaar uitziet dat de voorlopige surséance van betaling door het bereiken van dit akkoord zal worden opgeheven.

Verder geldt dat het – in tegenstelling tot wat FC Oss aanvoert en begin 2010 ook in de media is gesuggereerd – onvoldoende aannemelijk is geworden dat Veendam om een sluitende begroting te krijgen voor het seizoen 2009/2010 gebruik heeft gemaakt van een “fake” sponsorovereenkomst. De KNVB heeft dit betwist en ziet zich daarbij gesteund door de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van 4 maart 2010, waarin de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de betreffende sponsorovereenkomst moet worden nagekomen.

Het verwijt zoals genoemd in 4.3.2.

4.7. Ten aanzien van het verwijt zoals genoemd in punt 4.3.2., inhoudende dat de Licentiecommissie ten onrechte geen winstpunten in mindering heeft gebracht bij

Fortuna Sittard, MVV en AGOVV, wordt het volgende overwogen.

Fortuna Sittard

4.8. FC Oss stelt zich op het standpunt dat met betrekking tot het seizoen 2009/2010 aan Fortuna Sittard winstpunten in mindering moeten worden gebracht omdat zij de huursom van vier spelers (de huursom van speler [A] van Cambuur, de huursom van twee spelers bij Roda JC en de huursom van een speler van een andere club) onbetaald heeft gelaten. Het gaat hier om een overtreding van de financiële eis F.05.

4.9. Niet in geschil is dat de Licentiecommissie Fortuna Sittard heeft bestraft voor het niet betalen van de huursom voor de spelers [A] en twee spelers van Roda JC door twee winstpunten in mindering te laten strekken op het komende voetbalseizoen 2010/2011.

Volgens de KNVB heeft de Licentiecommissie naar aanleiding van de melding van Cambuur op 4 mei 2010 één winstpunt in mindering gebracht op het komende seizoen vanwege het niet betalen van de huursom voor [A] en heeft de Licentiecommissie naar aanleiding van de melding van Roda JC op 7 mei 2010 één winstpunt in mindering gebracht op het komende seizoen vanwege het niet betalen van de huursom van twee spelers aan Roda JC.

4.10. FC Oss stelt zich op het standpunt dat de Licentiecommissie meer winstpunten in mindering had moeten brengen en dat zij deze winstpunten in mindering had moeten laten strekken op het voetbalseizoen 2009/2010 en niet op het komende voetbalseizoen 2010/2011. Indien de Licentiecommissie dit zou hebben gedaan dan zou, niet FC Oss met 29 punten, maar Fortuna Sittard met 28 punten of zelfs nog minder dan 28 punten als laatste in de eindrangschikking zijn geëindigd. De KNVB betwist dit standpunt van FC Oss.

Hierover wordt het volgende overwogen.

4.11. Partijen zijn het erover eens dat er tegen de beslissing van de Licentiecommissie om winstpunten in mindering te brengen beroep bij de beroepscommissie openstaat en dat pas sprake is van een onherroepelijke beslissing indien, hetzij de beroepstermijn van veertien dagen is verstreken, hetzij de beroepscommissie op een beroep heeft beslist.

4.12. De KNVB heeft aangevoerd dat de beslissing van de Licentiecommissie om twee winstpunten in mindering te laten strekken nog niet onherroepelijk is aangezien

Fortuna Sittard daartegen beroep heeft ingesteld en de beroepscommissie nog niet op dit beroep heeft beslist. FC Oss heeft dit niet bestreden, zodat van de juistheid van dit standpunt van de KNVB wordt uitgegaan.

4.13. Voorts is aan de orde de beantwoording van de vraag of de winstpunten van Fortuna Sittard hadden moeten worden afgetrokken van het puntentotaal van Fortuna Sittard in het seizoen waarin de overtreding is begaan (2009/2010) in plaats van op het komende seizoen (2010/2011), zoals de Licentiecommissie heeft gedaan.

4.14. Ten aanzien van het bij een plan van aanpak behorend sanctietraject is bepaald

dat indien een sanctie (winstpuntenaftrek) eerst onherroepelijk is geworden nadat de laatste wedstrijd in de reguliere competitie van dat seizoen is gespeeld, de punten in mindering worden gebracht op de te behalen winstpunten van het eerstvolgende seizoen

(zie artikel 11 lid 9 Licentiereglement). Ten aanzien van de winstpunten die in mindering worden gebracht bij de overtreding van de licentie-eisen F.05 en F.06 is dit niet uitdrukkelijk bepaald. Het is echter voldoende aannemelijk geworden dat – zoals de

KNVB aanvoert – de KNVB het beleid hanteert dat de Licentiecommissie deze regel ook toepast in het geval winstpunten in mindering worden gebracht vanwege overtreding(en) van de licentie-eisen F.05 en F.06. De KNVB heeft onweersproken aangevoerd dat de Licentiecommissie in diverse vergelijkbare zaken op steeds die wijze heeft beslist. Dit beleid komt ook niet onredelijk voor. Indien de hiervoor weergegeven regel niet zou

worden toegepast dan zou er totdat een onherroepelijke beslissing over de winstpuntenaftrek is genomen onduidelijkheid bestaan over welke clubs in aanmerking komen voor deelname aan het komende seizoen. Deze onduidelijkheid zou zelfs nog bij of na de aanvang van het komende seizoen kunnen bestaan. De toepassing van de hiervoor bedoelde regel voorkomt deze ongewenste situatie.

4.15. Het staat vast dat de laatste wedstrijd in de reguliere competitie van de

Jupiler League seizoen 2009/2010 op 23 april 2010 is gespeeld en dat op dat moment de sanctie van twee punten winstaftrek nog niet onherroepelijk was. De sanctie was toen nog niet eens opgelegd. De winstpunten, mogen gezien het voorgaande, dan ook in het komende seizoen (2010/2011) in mindering mogen worden gebracht. Het standpunt van FC Oss gaat dan ook niet op.

4.16. De vraag of de Licentiecommissie voor de door FC Oss gestelde overtredingen meer dan twee punten in mindering had moeten brengen, kan gezien het voorgaande in het midden blijven. Ook in dat geval geldt immers dat deze winstpunten in mindering mogen worden gebracht op het komende seizoen 2010/2011.

MVV en AGOVV

4.17. Ten aanzien van MVV en AGOVV geldt dat ook indien FC Oss kan worden gevolgd in haar stelling dat bij deze clubs winstpunten in mindering hadden moeten worden gebracht dit haar niet kan baten, omdat FC Oss dan nog als laatste in de eindrangschikking zou zijn geëindigd. Op grond van het Licentiereglement zou bij MVV maximaal achttien winstpunten in mindering hebben kunnen worden gebracht in verband met de door FC Oss gestelde betalingsachterstanden aan werknemers en het CFK (maximaal 9 winstpunten voor overtreding van licentie-eis F.05 en maximaal 9 winstpunten voor overtreding van licentie-eis F.06). MVV zou in dat geval met 30 punten (48 – 18) nog boven FC Oss zijn geëindigd.

Bij AGOVV, die 55 punten heeft gehaald, zouden volgens FC Oss winstpunten in mindering moeten zijn gebracht in verband met het twee maal niet voldoen aan de financiële eisen in het op haar van toepassing zijnde plan van aanpak en het door een sponsor laten leggen van beslag op de KNVB-uitkeringen. FC Oss heeft niet aangegeven

om hoeveel winstpunten het volgens haar gaat. De KNVB heeft echter onweersproken aangevoerd dat ook in het geval dat er voor de door FC Oss gestelde overtredingen winstpunten in mindering zouden zijn gebracht FC Oss als laatste zou zijn geëindigd.

Het verwijt zoals genoemd in 4.3.3.

4.18. Het is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onduidelijk waarom de door

FC Oss gestelde schending van de mededelingsplicht van Cambuur ertoe zou moeten leiden dat FC Oss ondanks het feit dat zij als laatste in de eindrangschikking is geëindigd en op grond van de geldende promotie- en degradatieregeling is gedegradeerd naar de Topklasse het komende seizoen toch in de Jupiler League zou mogen uitkomen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de KNVB zoals – FC Oss aanvoert –de overtreding van Cambuur financieel heeft afgedaan en dat niet valt in te zien dat er aanleiding is om een andere sanctie dan wel meer sancties op te leggen.

Het verwijt zoals genoemd in 4.3.4.

4.19. Het is niet aannemelijk geworden dat de KNVB – zoals FC Oss aanvoert – onvoldoende heeft gelet op de betalingsachterstanden tussen de clubs en de financiële

licentie-eisen in het seizoen 2009/2010 onvoldoende strikt heeft gehanteerd, ten gevolge waarvan ten onrechte geen sancties aan clubs zijn opgelegd. In tegenstelling tot wat FC Oss meent, valt dit niet uit de in punt 2.11. geciteerde brief van de KNVB van 19 mei 2010 op te maken. Deze brief valt – zoals de KNVB ook aanvoert – aan te merken als een herinnering van het bestuur betaald voetbal aan alle betaaldvoetbalorganisaties om betalings-achterstanden aan te melden.

Belangenafweging zoals genoemd in 4.3.5.

4.20. Het standpunt van FC Oss dat zij tot de Jupiler League moet worden toegelaten omdat zij daarbij een groot belang heeft en de aan de Jupiler League deelnemende voetbalclubs daartegen ook geen bezwaar hebben, wordt verworpen.

Op grond van de reglementen geldt dat er het komende seizoen achttien clubs aan de

Jupiler League mogen deelnemen. Indien FC Oss en de clubs het daarmee niet eens zijn dan dienen zij dit voor te leggen aan de algemene vergadering.

Conclusie

4.21. Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van FC Oss zullen worden afgewezen.

4.22. FC Oss zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van KNVB worden begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart Stichting Betaald Voetbal FC Oss niet ontvankelijk in haar vorderingen,

5.2. wijst de vorderingen van FC Oss af,

5.3. veroordeelt FC Oss in de proceskosten, aan de zijde van KNVB tot op heden begroot op EUR 1.079,00,

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.AE. Uniken Venema, voorzieningenrechter, in samenwerking met mr. B.H. van der Graaf, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2010.?