Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM8778

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-03-2010
Datum publicatie
23-06-2010
Zaaknummer
16-600872-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voortzetting ISD maatregel nu behandeling gericht op de drugsverslaving van veroordeelde nog moet aanvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer(s): 16/600872-08

Datum uitspraak: 29 maart 2010

Beslissing ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht

Beslissing van de meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ex artikel 509aa van het Wetboek van Strafvordering, betrekking hebbend op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1975],

thans verblijvende in Groot Batelaar te Lunteren.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank d.d. 19 juni 2009 waaruit blijkt dat aan de veroordeelde is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar en waarbij de rechtbank heeft bepaald dat het Openbaar Ministerie binnen 9 maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis dient te berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel;

- een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 2 maart 2010, opgemaakt door mevrouw J. Haitjema, individueel trajectbegeleider ISD in de PI Utrecht, vestiging Wolvenplein, mede ondertekend door de directeur van de inrichting;

- een adviesrapport omtrent de stand van uitvoering van het plan van aanpak van de veroordeelde van 12 maart 2010, opgemaakt door dhr. N.J.A. van Luijk, reclasseringswerker Centrum Maliebaan.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 15 maart 2010, waarbij zijn gehoord:

- de officier van justitie,

- de raadsvrouw van de veroordeelde mr. E.I.E. Heuvelman, advocaat te Veenendaal,

- de getuige-deskundige J. Haitjema als individueel trajectbegeleider ISD,

- de getuige-deskundige N.J.A. van Luijk als reclasseringswerker.

De veroordeelde heeft de rechtbank bericht dat hij afstand doet van zijn recht om ter zitting te verschijnen..

OVERWEGINGEN:

Uit de stukken en het onderzoek ter zitting is gebleken dat op 22 juli 2009 de veroordeelde is geplaatst op de ISD motivatieafdeling van PI Utrecht, vestiging Wolvenplein. Binnen de intramurale fase werd hem een aantal modules aangeboden in de vorm van trainingen. Verder heeft hij deelgenomen aan de groepsgesprekken en vonden wekelijks mentorgesprekken plaats. Met zijn mentor heeft veroordeelde een aantal doelen vastgesteld, te weten: volhouden wanneer zaken anders lopen dan verwacht; meer inzicht in verslavings- en delictproblematiek; en omgaan met verdriet. Gedurende zijn verblijf op de motivatieafdeling heeft hij aan het bereiken van deze doelen gewerkt. De veroordeelde liet blijken te willen veranderen. Verder nam de veroordeelde deel aan alle aangeboden activiteiten in de inrichting. Tijdens zijn verblijf in Wolvenplein is een RISc en een psychologisch assessment afgenomen. Uit het assessment bleek dat veel nadruk moest worden gelegd op zijn extramurale verblijf binnen de behandeling, zodat veroordeelde kan leren gedurende langere tijd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag. De uitslag van de RISc gaf aan dat drugsgebruik een hoge criminogene factor is waaraan eveneens veel aandacht moet worden geschonken. Op grond van beide uitslagen en mede gelet op de voorgeschiedenis van veroordeelde is besloten hem te plaatsen in Groot Batelaar te Lunteren. Veroordeelde is daar op 9 februari 2010 geplaatst. De eerste tien weken bestaat uit een observatieperiode, daarna volgt een behandeling van 26 weken, die intensief is gericht op de verslavingsproblematiek van veroordeelde. Vervolgens zal moeten worden gekeken naar het vervolgtraject. Daarbij wordt gedacht aan zelfstandige huisvesting, al dan niet met enige woonbegeleiding. Getuige-deskundige Haitjema concludeert dat het traject tot nu toe goed loopt. Veroordeelde is gemotiveerd om zijn leven anders te gaan inrichten en hij doet erg zijn best. Getuige-deskundige Van Luijk concludeert dat veroordeelde zich nog steeds gemotiveerd toont om aan zijn problemen te werken. Beiden adviseren de ISD-maatregel te continueren zodat de behandeling in Groot Batelaar kan worden voortgezet. De officier heeft zich bij dit standpunt aangesloten en voortzetting van de ISD-maatregel gevorderd.

De veroordeelde stemt volgens zijn raadsvrouw in met de voortzetting van de ISD-maatregel. De veroordeelde vindt dat de maatregel goed verloopt. Hij werkt gemotiveerd aan zijn problematiek.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat het ISD-traject tot nu toe goed verloopt en dat de veroordeelde gemotiveerd is. De rechtbank constateert ook dat de behandeling van veroordeelde, gericht op zijn verslavingsproblematiek, nog moet beginnen. De rechtbank is van oordeel dat een verdere begeleiding en behandeling zoals voorgesteld in de voortgangsrapportages, zal bijdragen aan de oplossing van de (verslavings-) problematiek van de veroordeelde en daarmee aan een verantwoorde terugkeer van de veroordeelde in de maatschappij. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders te beƫindigen. Het recidivegevaar van veroordeelde en de beveiliging van de maatschappij vorderen thans nog onverminderd dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

De rechtbank beslist, gelet op artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht, als volgt.

BESLISSING:

De rechtbank bepaalt dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, opgelegd aan [verdachte] voornoemd, wordt voortgezet.

Aldus gedaan door mrs L.M.G. de Weerd, C.H.M. Pastoors en J. Schukking, bijgestaan door G.C. de Vries LLM als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 29 maart 2010.