Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM7145

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-05-2010
Datum publicatie
09-06-2010
Zaaknummer
287792 / KG ZA 10-462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Quick 20 heeft de bekerfinale amateurs district Oost gepland op haar veld 3. Dit is voor de KNVB aanleiding de finale te verplaatsen naar een hoofdveld elders. Op grond van de KNVB reglementen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de KNVB haar besluit op deze grond niet heeft mogen nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/293
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 287792 / KG ZA 10-462

Vonnis in kort geding van 28 mei 2010

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

KATHOLIEKE VOETBALVERENIGING “QUICK 20”,

gevestigd te Oldenzaal,

eiseres,

advocaat mr. P.H.J. Nij Bijvank,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,

gevestigd te Zeist,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.A. Knijff.

Partijen zullen hierna Quick 20 en KNVB worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 5 producties

- de mondelinge behandeling, ter gelegenheid waarvan de KNVB vrijwillig is verschenen en (onder meer in de persoon van haar advocaat) mondeling verweer heeft gevoerd

- de pleitnota van Quick 20

- de 6 producties van de zijde van de KNVB, alsmede de mondelinge toelichting daarop van haar advocaat.

1.2. Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 28 mei 2010 direct na de zitting vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. De feiten

2.1. Quick 20 is een amateurvoetbalvereniging uit Oldenzaal. Het eerste mannenteam van Quick 20 neemt onder meer deel aan de KNVB bekercompetitie voor amateurs district Oost. In die competitie heeft Quick 20 de finale behaald, die wordt gespeeld tegen HSC’21 uit Haaksbergen.

2.2. Quick 20 had met de gemeente Oldenzaal afgesproken dat groot onderhoud zou plaatsvinden aan het hoofdveld, zodra zij wist dat zij geen competitiewedstrijden meer op dit veld zou hoeven spelen. Op 9 mei 2010 heeft Quick 20 zich direct geplaatst voor promotie naar de (nieuwe) Topklasse van de KNVB. Zij heeft daarop de gemeente ingelicht dat die met het groot onderhoud kon beginnen.

2.3. Op dinsdag 11 mei 2010 heeft Quick 20 (in een uitwedstrijd) de halve finale van de beker gespeeld en gewonnen. Na afloop van die wedstrijd hebben vertegenwoordigers van de KNVB, Quick 20 en HSC’21 met elkaar gesproken over de opzet van de finale. Door loting werd bepaald dat Quick 20 het thuisrecht van de wedstrijd zou krijgen. Vervolgens is – mede naar aanleiding van dit gesprek – een draaiboek opgesteld waarin onder meer staat:

“(…)

Draaiboek

Finale

KNVB district Oost

KNVB beker

Zaterdag 22 mei 2010

Quick 20

(…)

Toeschouwers: 1000-1200

(…)

Accomodatie

HOOFDVELD hoofdveld: In goede staat – tijdig maaien etc

(…)”

2.4. Quick 20 heeft na 11 mei 2010 contact opgenomen met de gemeente om te vragen of het hoofdveld beschikbaar zou zijn voor het spelen van de bekerfinale. De gemeente heeft daarop medegedeeld dat zij al met het groot onderhoud was begonnen en dat het alsnog speelklaar maken van het veld EUR 7.000,00 zou kosten. Het bestuur van Quick 20 heeft vervolgens op 17 mei 2010 besloten de bekerfinale te verplaatsen naar veld 3 van haar terrein.

2.5. In de avond van 18 mei 2010 heeft Quick 20 per e-mail onder meer aan de KNVB bericht:

“(…)

Helaas zijn wij door de gemeente gedwongen om ons hoofdveld al in groot onderhoud te geven, zodat het ook tijdig in goede conditie zal zijn bij de start van het nieuwe seizoen.

Het is dus niet toegestaan om hierop te spelen. Veld 2 is in een te slechte staat, zodat we hebben moeten kiezen om de bekerfinale te spelen op veld 3 kunstgras. Dit zeer tot onze spijt.

(…)”

2.6. Tussen bestuursleden van Quick 20 en de heer [A] namens de KNVB is vervolgens telefonisch overleg gevoerd over de situatie, waarbij de KNVB zich op het standpunt stelde dat de bekerfinale op een hoofdveld diende te worden gespeeld. Uiteindelijk heeft de KNVB op 21 mei 2010 besloten de bekerfinale op 22 mei 2010 niet door te laten gaan en deze te verplaatsen naar zaterdag 29 mei 2010 op het terrein van HSC’21 te Haaksbergen.

2.7. Op 27 mei 2010 hebben vertegenwoordigers van Quick 20, HSC’21 en de KNVB overleg gevoerd over verplaatsing van de bekerfinale naar een andere datum dan 29 mei 2010. Dit overleg heeft niet tot overeenstemming geleid. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben alle partijen voorts medegedeeld dat het spelen van de bekerfinale op 29 mei 2010 op een ander terrein dan het terrein van HSC’21 praktisch niet is te realiseren.

2.8. De winnaar van de districtsbeker Oost (Quick 20 of HSC’21) speelt na de finale nog in een vervolgcompetitie tegen de bekerwinnaars uit de overige districten. De eerste speeldatum van deze bekercompetitie is bepaald op 5 juni 2010.

3. Het geschil

3.1. Quick 20 vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de voorzieningenrechter:

I. het besluit van de KNVB van 21 mei 2010, inhoudende de verplaatsing van de bekerfinale district Oost van Oldenzaal naar Haaksbergen, schorst;

II. de KNVB verbiedt de bekerfinale district Oost in Haaksbergen, althans op een andere locatie dan het terrein van Quick 20 te laten spelen;

III. de KNVB beveelt de bekerfinale district Oost te laten spelen op het terrein van Quick 20 op een nader te bepalen datum, liggend na 29 mei 2010;

IV. de KNVB veroordeelt tot betaling van een dwangsom van EUR 5.000,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat de KNVB niet voldoet aan het gevorderde onder II en III;

V. althans een zodanige voorziening treft als de voorzieningenrechter juist acht;

VI. de KNVB veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2. Quick 20 legt aan haar vorderingen onder andere – kort samengevat – ten grondslag dat het bekerreglement bepaalt dat de wedstrijden op het terrein van de ontvangende vereniging worden gespeeld, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen een hoofdveld en een bijveld.

3.3. De KNVB voert tot haar verweer onder meer aan dat de orde en veiligheid bij veld 3 van Quick 20 niet kunnen worden gegarandeerd. Voorts voert de KNVB aan dat het plannen van een nieuwe datum bijna onmogelijk is, gelet op de korte termijn tussen de datum van het kort geding en de start van de competitie tussen de bekerwinnaars van de districten, dit mede omdat er 3 werkdagen moeten zitten tussen een vervallen datum en een nieuw te plannen datum voor een voetbalwedstrijd.

3.4. Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan

4. De beoordeling

4.1. In dit geding staat de vraag centraal of de KNVB op 21 mei 2010 heeft mogen besluiten de voor 22 mei 2010 geplande bekerfinale district Oost te verplaatsen.

4.2. In dit kader zijn de volgende bepalingen uit de KNVB reglementen van belang:

Artikel 4 van het bekerreglement voor amateurs districten (mannen senioren) (verder: het bekerreglement):

De wedstrijden worden gespeeld op het terrein van de vereniging die door het desbetreffende hoofd wedstrijdzaken als ontvangende vereniging is aangewezen.

Bepaling 10 van de ordemaatregelen ex artikel 7 van het Reglement Wedstrijden Amateur Veldvoetbal:

Indien, gelet op het aantal verwachte toeschouwers, de veiligheid van spelers, officials en toeschouwers niet kan worden gegarandeerd, dan dient te worden uitgeweken naar een accommodatie die hier wel op ingesteld is. (…)

Indien de vereniging besluit om de wedstrijd toch doorgang te laten vinden op de eigen accommodatie, maar naar oordeel van de KNVB de veiligheid niet gegarandeerd kan worden, kan de beleidsmedewerker wedstrijdzaken c.q. het hoofd wedstrijdzaken van het betreffende district besluiten om de wedstrijd te verplaatsen naar een accommodatie die deze waarborgen wel heeft. (…)

4.3. Quick 20 stelt dat het bekerreglement niet voorschrijft dat de finale op een hoofdveld wordt gespeeld. Rondom het bijveld kan Quick 20 door plaatsing van tijdelijke faciliteiten het verwachte aantal toeschouwers van maximaal 1.200 ontvangen, zonder dat dit tot problemen zal leiden. Het in het draaiboek (zie 2.3) opgenomen verwachte aantal toeschouwers is tijdens het overleg op 11 mei 2010 besproken tussen Quick 20, HSC’21 en de KNVB, aldus Quick 20.

4.4. De KNVB voert onder meer aan dat de entourage van een bekerfinale met zich brengt dat deze op een hoofdveld dient te worden gespeeld. Verder is het zo dat bekerfinales in het verleden ongeveer 2.500 toeschouwers trokken. Om die reden kan bij een bijveld, waar de capaciteit maximaal 1.200 toeschouwers zal zijn, de orde en veiligheid niet worden gegarandeerd, zo voert de KNVB aan.

4.5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Uit het bekerreglement volgt dat de wedstrijden in het bekertoernooi worden gespeeld op het terrein van de ontvangende vereniging. In het bekerreglement wordt daarbij niet de verplichting gesteld dat de wedstrijd op het hoofdveld dient plaats te vinden, ook niet voor de finale. Dit kan – op grond van de KNVB bepalingen over ordemaatregelen – anders zijn indien de orde en veiligheid van spelers, officials en toeschouwers niet kan worden gegarandeerd. Het is echter niet aannemelijk dat de orde en veiligheid op het terrein van Quick 20 in het geding zullen zijn. Quick 20 heeft immers onweersproken gesteld dat zij in overleg met HSC’21 en de KNVB de inschatting heeft gemaakt dat deze bekerfinale ongeveer 1.000 tot 1.200 toeschouwers zal trekken. Dat er in het verleden meer toeschouwers naar bekerfinales zijn gekomen, betekent niet dat dit nu weer het geval zal zijn. Bovendien heeft de KNVB pas ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aangevoerd dat de orde en veiligheid met zich brengen dat de wedstrijd verplaatst dient te worden. Uit de eerdere motivering van het besluit had Quick 20 slechts af kunnen leiden dat de KNVB zich op het standpunt stelde dat een bekerfinale niet op een bijveld hoort plaats te vinden. Als de orde en veiligheid voor de KNVB een argument voor verplaatsing zou zijn geweest, dan had het – mede gelet op bepaling 10 van de ordemaatregelen, zie 4.2 – op haar weg gelegen om op dit punt in overleg te treden met Quick 20, alvorens tot verplaatsing over te gaan. Dit heeft de KNVB echter nagelaten.

4.6. Het voorgaande betekent dat de KNVB het besluit tot verplaatsing op grond van haar reglementen niet had mogen nemen. Het besluit moet dan worden geschorst, tenzij een belangenafweging ertoe zou leiden dat de bekerfinale niettemin op 29 mei 2010 bij HSC’21 moet worden gespeeld.

4.7. In het kader van een belangenafweging heeft de KNVB gesteld dat uitstel betekent dat de wedstrijd pas op donderdag 3 juni 2010 kan worden gespeeld, omdat er 3 werkdagen tussen een afgelaste en een nieuw te bepalen speeldatum dienen te zitten. Dit zou tot gevolg hebben dat de winnaar van de beker slechts 2 dagen heeft voordat een volgende wedstrijd in de landelijke competitie voor bekerwinnaars zou moeten worden gespeeld.

Voorts heeft volgens de KNVB Quick 20 een risico genomen door op 11 mei 2010 (na de loting voor de bekerfinale) niet aan haar duidelijk te maken dat het onzeker zou zijn of de finale wel op het hoofdveld kon worden gespeeld en toen bleek dat dit niet kon pas op 18 mei 2010, ’s avonds laat per e-mail, de KNVB hiervan op de hoogte te stellen. Hierdoor is kostbare tijd verloren gegaan, hetgeen aan Quick 20 is te wijten, aldus de KNVB.

4.8. Quick 20 voert hiertegenover aan dat zij een sportief en financieel belang heeft bij het thuisvoordeel. Het financieel belang ziet met name op de omstandigheid dat de thuisspelende ploeg de kantineomzet mag behouden. Quick 20 wil mede daarom de organisatie van de bekerfinale alsnog op zich nemen.

Door omstandigheden wist Quick 20 pas laat dat het hoofdveld niet beschikbaar was. Door misverstanden in de communicatie, ook aan de zijde van de KNVB, is het er nadien niet van gekomen met de KNVB afspraken te maken over een alternatief, zo voert Quick 20 aan.

4.9. De voorzieningenrechter komt alles overwegende tot het volgende oordeel. Quick 20 is zwaar in haar (sportieve en financiële) belangen getroffen door het besluit van de KNVB tot verplaatsing, zodat een belangenafweging niet licht in haar nadeel uit zal vallen. Weliswaar heeft Quick 20 weinig doortastend gehandeld door op 11 mei 2010 niet aan te geven dat spelen op het hoofdveld onzeker was en – nadat duidelijk werd dat zij de wedstrijd daadwerkelijk niet (althans slechts tegen aanzienlijke kosten) op het hoofdveld kon spelen – eerst op 18 mei in de avond schriftelijk de KNVB te berichten, maar daar staat tegenover dat ook de KNVB tussen 19 en 21 mei 2010 duidelijker afspraken met Quick 20 had kunnen maken. Op de dag van de mondelinge behandeling (tevens vonnisdatum), vrijdag 28 mei 2010, is het verder nog nipt mogelijk een nieuwe datum te bepalen, zonder dat daarmee de (strekking van de) termijn van drie werkdagen tussen de afgelaste en nader bepaalde datum (te veel) geweld wordt aangedaan. Gelet op dit alles zal de voorzieningenrechter het besluit van de KNVB schorsen en bepalen dat de bekerfinale district Oost moet worden gespeeld op 2 juni 2010 op het terrein van Quick 20, met dien verstande dat de KNVB het recht behoudt een andere locatie aan te wijzen indien er concrete aanwijzingen zijn dat de orde en veiligheid op het terrein van Quick 20 niet kunnen worden gegarandeerd.

4.10. Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal de KNVB worden veroordeeld in de proceskosten. Nu betekening van de dagvaarding is uitgebleven, worden de proceskosten begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. schorst het besluit van de KNVB van 21 mei 2010 inhoudende de verplaatsing van de bekerfinale district Oost van Oldenzaal op 22 mei 2010 naar Haaksbergen op 29 mei 2010,

5.2. beveelt de KNVB de bekerfinale district Oost (seizoen 2009-2010) te laten spelen op het terrein van Quick 20 op woensdag 2 juni 2010, met inachtneming van de daarvoor geldende reglementen,

5.3. bepaalt dat de KNVB, indien zij in strijd handelt met het onder 2.2 bepaalde, aan Quick 20 een dwangsom verbeurt van EUR 10.000,00,

5.4. veroordeelt de KNVB in de proceskosten, aan de zijde van Quick 20 tot op heden begroot op EUR 1.079,00,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2010.? JvO