Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM6817

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-06-2010
Datum publicatie
10-06-2010
Zaaknummer
636735 UC EXPL 09-9803
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurders komen in 1995 met hun (sociale) verhuurder overeen dat in hun woning een cv-ketel met warmwatervoorziening wordt geplaatst. Huurders krijgen de beschikking over een combi-ketel met boiler. Partijen komen in verband hiermee een (extra) gebruiksvergoeding overeen.In 2007 vervangt de verhuurder de ketel met boiler door een combi-ketel zonder boiler. Huurders voldoen daarna niet langer de overeengekomen gebruiksvergoeding. Verhuurder vordert nu betaling van die vergoeding. Na uitleg van de overeenkomst uit 1995 stelt de kantonrechter de huurders in het gelijk.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2010/142 met annotatie van Mr. Theo Gardenbroek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 636735 UC EXPL 09-9803 LH 464

vonnis d.d. 9 juni 2010

inzake

de stichting

Stichting Westhoek Woondiensten,

gevestigd te [woonplaats],

verder ook te noemen SWW,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: A.H. Groenewegen, gerechtsdeurwaarder,

tegen:

1. [gedaagde sub 1], en

2. [gedaagde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

verder samen ook te noemen [gedaagden c.s.],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

procederende in persoon.

Het verloop van de procedure

In conventie

SWW heeft een vordering ingesteld.

[gedaagden c.s.] hebben geantwoord op de vordering.

SWW heeft voor repliek en [gedaagden c.s.] hebben voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

In reconventie

[gedaagden c.s.] hebben een tegeneis ingediend.

SWW heeft geantwoord op de tegeneis.

[gedaagden c.s.] hebben voor repliek en SWW heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

1.1. [gedaagden c.s.] huren van SWW de woonruimte aan de [adres] te [woonplaats], laatstelijk tegen een huurprijs van

€ 519,72 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

1.2. In juni 1995 heeft (de rechtsvoorgangster van) SWW zich op verzoek van [gedaagden c.s.] jegens hen verbonden om, tegen een eenmalige vergoeding van fl. 600,-- en tegen een maandelijkse gebruiksvergoeding van fl. 10,-- per maand, de toenmalige centrale verwarmingsinstallatie in de woning van [gedaagden c.s.] te vervangen door een cv-ketel met warmwatervoorziening (een zogenoemde combi-ketel). Sindsdien hebben [gedaagden c.s.] de beschikking gehad over een combi-ketel van het merk Agpo, voorzien van een voorraadvat (boiler) waarin 20 liter water op een temperatuur van 80 graden Celsius werd gehouden.

1.3. Nadat [gedaagden c.s.] herhaaldelijk hadden geklaagd over het lawaai dat de Agpo-ketel maakte, heeft SWW er in mei 2007 voor gekozen om de ketel niet overeenkomstig het aanbod van de fabrikant te vernieuwen, maar de ketel te vervangen door een combi-ketel zonder voorraadvat, zoals zij die inmiddels standaard in de door haar verhuurde woningen was gaan installeren. Deze ketel, van het merk AWB, houdt geen warm water in opslag, waardoor het bij tappen van warm water, anders dan bij de Agpo-ketel, enige tijd duurt voordat het water de gewenste temperatuur heeft.

1.4. SWW is ook vanaf 1 juni 2007 aanspraak blijven maken op de in juni 1995 overeengekomen vergoeding voor het gebruik van een combi-ketel. [gedaagden c.s.] hebben, ook na daartoe te zijn gesommeerd, deze vergoeding vanaf november 2007 niet meer voldaan. [gedaagden c.s.] hebben het geschil voorgelegd aan de Geschillencommissie Westhoek Wonen. Deze geschillencommissie heeft SWW in het gelijk gesteld. [gedaagden c.s.] hebben ook daarna de genoemde vergoeding niet willen voldoen.

De vorderingen en de standpunten van partijen

In conventie

2.1. SWW vordert de veroordeling van [gedaagden c.s.], hoofdelijk in de zin dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, om aan haar te voldoen € 382,01, bestaande uit € 200,-- aan hoofdsom (zijnde 20 termijnen van € 10,--), € 3,51 aan wettelijke rente hierover tot 15 juni 2009 en € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 200,-- vanaf 15 juni 2009 tot de voldoening, met veroordeling van [gedaagden c.s.] in de proceskosten.

2.2. SWW legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagden c.s.] gehouden zijn de in juni 1995 overeengekomen vergoeding voor het gebruik van een cv-ketel met warmwater-voorziening te voldoen, ook nadat in mei 2007 de eerder aan hen in gebruik gegeven ketel met voorraadvat is vervangen door een combi-ketel zonder voorraadvat. De in mei 2007 geplaatste AWB-combi-ketel functioneert naar behoren, gebruikt minder energie en is, zo meende ook de geschillencommissie, gelijkwaardig aan de Agpo-ketel waarvan [gedaagden c.s.] voordien gebruik hebben gemaakt. Het is aan SWW om eenzijdig te bepalen welk soort combi-ketel wordt geïnstalleerd. De huurder heeft daarbij geen keuzevrijheid.

3. [gedaagden c.s.] betwisten de vordering. In juni 1995 zijn zij met (de rechtsvoorgangster van) SWW overeengekomen dat de toenmalige cv-installatie werd vervangen door een combi-ketel met voorraadvat. Uit de door hun verhuurster aangeboden apparaten hebben [gedaagden c.s.] indertijd gekozen voor de Agpo-ketel. Voor het gebruik van díe ketel zijn partijen de vergoeding van fl. 10,-- per maand overeengekomen. Door indexering is deze vergoeding naar schatting € 10,-- per maand gaan bedragen. Nadat SWW in mei 2007 eenzijdig heeft besloten de Agpo-ketel te vervangen door een standaard AWB-combi-ketel, heeft zij geen recht meer op de bedongen vergoeding. Beide soorten ketels verschillen zodanig in het gebruik dat zij niet als gelijkwaardig kunnen worden aangemerkt. Aan haar huurders van eenzelfde woning als die van [gedaagden c.s.] brengt SWW geen vergoeding voor het gebruik van een standaard combi-ketel in rekening.

In reconventie

4.1. [gedaagden c.s.] vorderen dat wordt verklaard voor recht dat de in juni 1995 gesloten overeenkomst tot (ver)huur van de combi-ketel in mei 2007, met de vervanging van de Agpo- door een AWB-combi-ketel, is ontbonden. Voorts vorderen [gedaagden c.s.], zo verstaat de kantonrechter hun tegeneis, dat wordt verklaard voor recht dat SWW vanaf 1 juni 2007 geen aanspraak meer heeft op de in juni 1995 overeengekomen vergoeding en dat SWW wordt veroordeeld aan hen te voldoen de over de maanden juni tot en met oktober 2007 onverschuldigd betaalde vergoeding van € 50,--, met veroordeling van SWW in de proceskosten.

4.2. [gedaagden c.s.] leggen aan hun vordering ten grondslag hetgeen zij tegen de vordering van SWW tot betaling van genoemde vergoeding hebben ingebracht.

5. SWW betwist de vordering op de gronden waarop zij haar vordering heeft gebaseerd.

De beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie

6.1. De kern van het geschil dat partijen, zowel in conventie als in reconventie, verdeeld houdt, betreft de vraag waartoe zij zich in juni 1995 jegens elkaar hebben verbonden. SWW betoogt dat zij tot niet meer of anders gehouden is dan tot het beschikbaar stellen van een cv-ketel met warmwatervoorziening. [gedaagden c.s.] stellen zich op het standpunt dat SWW sinds mei 2007 tekort schiet in de nakoming van de overeenkomst, omdat toen de combi-ketel met voorraadvat zonder hun instemming werd vervangen door een combi-ketel zonder voorraadvat.

6.2. De bedoelde vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de uitleg van de overeenkomst van juni 1995. Anders dan SWW kennelijk meent, zijn daarbij de in de - door [gedaagden c.s.] voor akkoord getekende - brief van 20 juni 1995 door SWW gebruikte bewoordingen niet van doorslaggevende betekenis. Bij de uitleg van de gesloten overeenkomst komt het aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

6.3. [gedaagden c.s.] hebben (bij antwoord, onder 5.) gesteld dat hun destijds door de rechtsvoorgangster van SWW verschillende soorten apparaten zijn voorgehouden, waaruit zij de Agpo-ketel met een ruim voorraadvat hebben gekozen, alsmede (bij brief van 6 oktober 2007, productie 3. bij de dagvaarding) dat de hoogte van de afgesproken maandelijkse vergoeding is bepaald aan de hand van de (onderhouds-)kosten dan die ketel. SWW heeft dit niet gemotiveerd weersproken. Hieruit volgt dat de overeenkomst van juni 1995 ertoe strekte dat SWW aan [gedaagden c.s.] een combi-ketel mèt voorraadvat in gebruik zou geven, waartegenover zij zich jegens haar hebben verbonden om de - op de kosten van zo’n ketel toegesneden - maandelijkse gebruiksvergoeding te betalen.

6.4. Bij deze uitleg van de overeenkomst van partijen neemt de kantonrechter mede in aanmerking dat het aan SWW als sociaal woningverhuurster niet - zonder meer - vrij staat om [gedaagden c.s.], die eerder dan haar andere huurders de beschikking over een cv-ketel met warmwatervoorziening kregen, achter te stellen bij haar huurders die nadien ook een combi-ketel in gebruik hebben gekregen. SWW heeft niet betwist dat bedoelde andere huurders geen vergoeding voor een standaard combi-ketel (zonder voorraadvat) betalen, zoals [gedaagden c.s.] hebben aangevoerd. Indien, zoals SWW bepleit, [gedaagden c.s.] ook na mei 2007, toen zij - net als de andere huurders van SWW - nog slechts de beschikking hadden over een standaard combi-ketel (zonder voorraadvat), de eerder overeengekomen vergoeding verschuldigd zouden zijn, zou dit - mede gezien de positie die SWW jegens [gedaagden c.s.] inneemt - tot het onaanvaardbare resultaat leiden dat de ene huurder van SWW voor eenzelfde voorziening meer betaalt dan de andere.

6.5. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat SWW sinds 1 juni 2007 jegens [gedaagden c.s.] geen aanspraak meer kan maken op de in juni 1995 overeengekomen maandelijkse vergoeding. Hierop stuit de conventionele vordering af. De reconventionele vordering, strekkende tot verklaring voor recht dat de litigieuze overeenkomst in mei 2007 is ontbonden, is niet toewijsbaar omdat niet gesteld of gebleken is dat [gedaagden c.s.] toen een schriftelijke verklaring van die strekking aan SWW hebben gericht. Wèl toegewezen wordt de - in de tegeneis mede te lezen - vordering tot gerechtelijke ontbinding van die overeenkomst.

6.6. [gedaagden c.s.] hebben van 1 juni tot 1 november 2007 nog maandelijks de afgesproken vergoeding betaald. Daarna niet meer. Nu SWW niet heeft betwist dat de in juni 1995 overeengekomen vergoeding toen inmiddels door indexering naar schatting € 10,-- per maand was gaan bedragen, hebben [gedaagden c.s.] recht op terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag van € 50,--. Vanaf 1 november 2007 hebben [gedaagden c.s.] op goede grond de verdere betaling van de vergoeding opgeschort.

6.7. SWW wordt, als de merendeels in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten, zowel die in conventie als die in reconventie. Deze proceskosten worden begroot op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt SWW tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagden c.s.], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil;

in reconventie:

ontbindt de in juni 1995 gesloten overeenkomst tussen partijen;

verklaart voor recht dat SWW vanaf 1 juni 2007 jegens [gedaagden c.s.] geen aanspraak meer heeft op de in juni 1995 overeengekomen gebruiksvergoeding;

veroordeelt SWW om aan [gedaagden c.s.] tegen bewijs van kwijting te betalen € 50,-- aan door hen onverschuldigd betaalde vergoeding over de maanden juni tot en met oktober 2007;

veroordeelt SWW tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagden c.s.], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2010.