Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5880

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
276276 / HA ZA 09-2470
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht. Opdrachtnemer moet op grond daarvan kennis van het product van opdrachtgever verwerven (een verlichtingsconcept) en interviews met potentiële klanten van opdrachtgever afnemen.

Betaalde factuurbedragen door opdrachtgever aan opdrachtnemer kunnen niet worden beschouwd als schade die een gevolg is van een tekortkoming in de nakoming van een op de opdrachtnemer rustende verbintenis. Ook bij deugdelijke nakoming moeten de facturen immers op grond van de overeenkomst worden voldaan.

Opdrachtgever is ontevreden over de kwaliteit van de interviews en doet een beroep op ontbinding van de overeenkomst. Rechtbank oordeelt dat deugdelijke nakoming door opdrachtnemer niet blijvend onmogelijk is. In verband met ontbreken van ingebrekestelling is opdrachtnemer ook niet in verzuim. Beroep op ontbinding wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 276276 / HA ZA 09-2470

Vonnis van 26 mei 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCIENCE & STRATEGY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.J. Henneman,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.A. Jonkers.

Partijen zullen hierna Science & Strategy en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 januari 2010;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- het proces-verbaal van comparitie van 1 april 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Science & Strategy voert ten behoeve van haar klanten marktonderzoeken uit en adviseert op het gebied van marketing- en strategiebeleid. Directeur van Science & Strategy is de heer [A]. [gedaagde] brengt een verlichtingsconcept op de markt dat zij zelf heeft ontwikkeld. Het verlichtingsconcept omvat advisering aan haar klanten over energiebesparende verlichting, het plaatsen van deze verlichting en het later evalueren van de energiebesparing. Directeur van [gedaagde] is de heer [B].

2.2. Op 9 juli 2008 vond tussen partijen een oriënterend gesprek plaats waarin [gedaagde] aangaf dat zij zelf onvoldoende in staat was gebleken het verlichtingsconcept te verkopen. [gedaagde] verzocht Science & Strategy toen om een voorstel uit te werken voor de wijze waarop zij [gedaagde] kon assisteren bij het succesvol op de markt brengen van het verlichtingsconcept. Naar aanleiding van dit gesprek zond Science & Strategy [gedaagde] nog diezelfde dag een offerte met een plan van aanpak. Samengevat hield dit plan van aanpak het volgende in:

- een inventarisatie en evaluatie door Science & Strategy van alle werkzaamheden die tot dan toe door [gedaagde] zijn verricht om het product aan de man te brengen;

- het opnieuw definiëren van het verlichtingsconcept en het maken van een nieuwe conceptbeschrijving;

- het met medewerkers van [gedaagde] evalueren van aantrekkelijke afzetmarkten en doelgroepen voor het verlichtingsconcept;

- het uitvoeren van 15 tot 21 interviews binnen de zeven meest aantrekkelijke marktsegmenten, met als doel om te weten welke doelgroepen het verlichtingsconcept willen kopen en hoe het voor de verschillende doelgroepen moet worden aangepast;

- het uitwerken van verlichtingsconcepten naar de verschillende doelgroepen, het aangeven op welke wijze de lichtconcepten in de markt moeten worden gepositioneerd en het aangeven van de gewenste voordelen voor iedere doelgroep.

2.3. [gedaagde] verstrekte Science & Strategy vervolgens de opdracht om het plan van aanpak uit te voeren. Bij brief van 10 juli 2008 zond Science & Strategy aan [gedaagde] een opdrachtbevestiging. In deze brief, die voor akkoord is ondertekend door [B], is het volgende vermeld:

Het aantal dagen dat wij voor dit project nodig achten, bedraagt totaal 21 ½ tot 26 ½ dagen, resp. € 38.700 tot

€ 47.700 excl. btw. Van deze kosten wordt 50% bij aanvang van het project in rekening gebracht, 25% halverwege het project en 25% na afloop van het project.

2.4. Science & Strategy is vervolgens met haar werkzaamheden van start gegaan. Uit de interviews met bedrijven en organisaties in de geselecteerde doelgroepen leidde Science & Strategy af dat er weinig interesse was voor het verlichtingsconcept. Science & Strategy besprak de informatie die zij kreeg uit de interviews regelmatig met [gedaagde]. Omdat [gedaagde] van mening was dat het niet goed ging met het onderzoek deelde zij Science & Strategy mee dat zij bij interviews aanwezig wilde zijn. Science & Strategy stemde hierin toe. Een medewerker van [gedaagde] is vervolgens aanwezig geweest bij het interview dat [A] had met het bedrijf Kabel Zaandam. Een andere medewerker van [gedaagde] is aanwezig geweest bij het interview dat [C], werknemer van Science & Strategy, had met het bedrijf Agri Retail. In totaal heeft Science & Strategy 21 interviews uitgevoerd.

2.5. In de loop van de periode waarin zij haar werkzaamheden uitvoerde heeft Science & Strategy twee facturen aan [gedaagde] gezonden ter hoogte van in totaal

EUR 38.556,-- inclusief BTW (EUR 32.400,-- exclusief BTW). [gedaagde] heeft deze facturen voldaan.

2.6. Nadat alle interviews waren gehouden heeft [A] de uitkomst van het onderzoek van Science & Strategy besproken met [B]. Laatstgenoemde gaf in dit gesprek aan dat hij ontevreden was met die uitkomst.

2.7. Op 19 december 2008 zond Science & Strategy haar eindrapport aan [gedaagde]. Hierin schreef Science & Strategy dat het haar niet verstandig leek dat [gedaagde] met het verlichtingsconcept verder zou gaan.

2.8. Op 22 december 2008 zond Science & Strategy een factuur ter hoogte van EUR 12.852,-- inclusief BTW (EUR 10.800,-- exclusief BTW) aan [gedaagde]. Laatstgenoemde heeft deze factuur niet betaald.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Science & Strategy vordert samengevat – dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van:

- EUR 12.850,--;

- de wettelijke handelsrente over EUR 12.850,-- en, subsidiair, van de wettelijke rente over dit bedrag;

- EUR 904,-- ter zake van buitengerechtelijke kosten;

- de kosten van deze procedure.

3.2. Aan deze vorderingen legt Science & Strategy ten grondslag dat [gedaagde] de op grond van de overeenkomst van opdracht op haar rustende verbintenis tot betaling moet nakomen.

3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert dat de rechtbank de vorderingen dient af te wijzen, met veroordeling van Science & Strategy in de kosten van deze procedure. Zij betoogt dat Science & Strategy wanprestatie heeft gepleegd, dat zij in verband daarmee in reconventie ontbinding van de overeenkomst vordert en dat ontbinding meebrengt dat haar betalingsverplichting vervalt.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. [gedaagde] vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht verklaart dat de overeenkomst tussen partijen is ontbonden, subsidiair deze overeenkomst alsnog ontbindt;

- Science & Strategy veroordeelt tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van EUR 25.704,--;

- Science & Strategy veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure.

3.6. [gedaagde] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Science & Strategy wanprestatie heeft gepleegd. Hierdoor heeft zij schade geleden. [gedaagde] betoogt voorts dat nakoming van de overeenkomst door Science & Strategy blijvend onmogelijk is. Door middel van twee brieven aan Science & Strategy (van 8 januari 2009 respectievelijk 30 januari 2009) heeft [gedaagde] bedoeld de ontbinding van de overeenkomst op grond van wanprestatie in te roepen. Voor zover dit echter in die brieven niet voldoende duidelijk is geformuleerd moet de overeenkomst alsnog worden ontbonden.

3.7. Science & Strategy voert verweer en concludeert dat de rechtbank de vorderingen dient af te wijzen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. Zij betoogt dat zij geen wanprestatie heeft gepleegd. Het beroep van [gedaagde] op ontbinding moet worden verworpen. Nakoming van de overeenkomst door Science & Strategy is nooit blijvend onmogelijk geworden en van een aan een termijn tot nakoming gebonden ingebrekestelling is geen sprake. Science & Strategy is dus nooit in verzuim geraakt en dit staat aan ontbinding en toewijzing van schadevergoeding in de weg.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en reconventie

4.1. De vorderingen van Science & Strategy en [gedaagde] staan in zodanig nauw verband met elkaar dat de rechtbank deze gezamenlijk zal behandelen.

4.2. Op grond van de overeenkomst tussen partijen dient [gedaagde] de laatste factuur van Science & Strategy ter hoogte van EUR 12.852,-- in beginsel te betalen. In het kader van haar betoog dat zij dit bedrag niet hoeft te betalen doet [gedaagde] een beroep op ontbinding van de overeenkomst in verband met wanprestatie van Science & Strategy. In conventie betoogt [gedaagde] dat haar verplichting tot betaling van het laatste factuurbedrag daardoor vervalt. In reconventie neemt zij het standpunt in dat zij schade als gevolg van wanprestatie van Science & Strategy EUR 38.556,-- schade heeft geleden, bestaande uit het bedrag dat zij voor de eerste twee facturen heeft betaald. Zij beperkt haar reconventionele vordering echter tot EUR 25.704,--.

4.3. De rechtbank overweegt dat de factuurbedragen die [gedaagde] aan Science & Strategy heeft betaald niet kunnen worden beschouwd als schade in de zin van artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek (BW). Voor vergoeding komt op grond van die bepaling in aanmerking schade die een gevolg is van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. De betaling door [gedaagde] van de facturen is echter geen gevolg van een gestelde tekortkoming in de nakoming van een op Science & Strategy rustende verbintenis. Ook bij deugdelijke nakoming moeten de facturen op grond van de overeenkomst immers worden voldaan. De reconventionele vordering van [gedaagde] tot betaling van schadevergoeding moet dan ook worden afgewezen.

4.4. Het betoog van [gedaagde] kan echter ook worden begrepen als een beroep op ontbinding van 75% van de overeenkomst. Inclusief de laatste factuur heeft Science & Strategy in totaal EUR 51.408,-- in rekening gebracht. Ontbinding van de overeenkomst zou tot gevolg hebben dat [gedaagde] wordt ontslagen van haar verplichting om de laatste factuur ter hoogte van EUR 12.852,-- te betalen (25% van het totale factuurbedrag). Daarnaast kan uit hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd worden afgeleid dat zij meent dat op Science & Strategy ingevolge de ontbinding van de overeenkomst een ongedaanmakingsverbintenis rust bestaande uit terugbetaling van EUR 25.704,-- (50% van het totale factuurbedrag).

4.5. De bevoegdheid tot (gedeeltelijke) ontbinding ontstaat pas wanneer de schuldenaar in verzuim is, tenzij nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is (artikel 6:265 lid 2 BW). [gedaagde] betoogt dat nakoming van de overeenkomst door Science & Strategy blijvend onmogelijk is geworden. In verband daarmee voert zij aan dat de tijd die Science & Strategy heeft genomen om zich kennis over het verlichtingsconcept eigen te maken geen resultaat heeft gehad. Tijdens de interviews die door [gedaagde] werden bijgewoond bleek volgens haar dat Science & Strategy onvoldoende kennis over het verlichtingsconcept had en dat zij er daardoor niet in slaagde om aan de geïnterviewden duidelijk te maken wat het verlichtingsconcept inhield. Een discussie met Science & Strategy over hoe de interviews zouden moeten worden uitgevoerd had volgens [gedaagde] geen zin meer. Science & Strategy betwist dit.

4.6. De rechtbank overweegt dat op grond van de overeenkomst op Science & Strategy de verbintenis rustte om zodanig veel kennis van het verlichtingsconcept te verwerven, dat zij in staat zou zijn om goede interviews te kunnen afnemen. Doordat [gedaagde] interviews bijwoonde was zij in de gelegenheid om waar te nemen op welke punten de kennis van Science & Strategy over het verlichtingsconcept gebreken vertoonde. [gedaagde] had dit met Science & Strategy kunnen bespreken en had haar erop kunnen wijzen hoe de door laatstgenoemde af te nemen interviews voor verbetering vatbaar waren. Science & Strategy had dus alsnog voldoende kennis over het verlichtingsconcept kunnen verwerven en goede interviews kunnen afnemen. Deugdelijke nakoming door Science & Strategy van de daartoe strekkende verbintenis was derhalve niet blijvend onmogelijk. [gedaagde] heeft Science & Strategy niet schriftelijk aangemaand om binnen een redelijke termijn alsnog deugdelijk na te komen. De beide in 3.6 genoemde brieven bevatten een dergelijke aanmaning niet en [gedaagde] heeft ook niet aangevoerd dat zij Science & Strategy door middel van een andere brief in gebreke heeft gesteld. Science & Strategy was derhalve ook niet in verzuim. De rechtbank concludeert dat ontbinding van de overeenkomst niet mogelijk is. Dit brengt mee dat de op [gedaagde] rustende verbintenis tot betaling van het laatste factuurbedrag niet is vervallen en dat op Science & Strategy geen verbintenis rust tot ongedaanmaking van (een deel van) de reeds door haar ontvangen factuurbedragen. De vraag of Science & Strategy wanprestatie heeft gepleegd hoeft, gelet op het voorgaande, niet te worden beantwoord.

4.7. Hoewel de laatste factuur van Science & Strategy EUR 12.852,-- bedraagt vordert zij betaling van EUR 12.850,--. Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen zal deze conventionele vordering worden toegewezen en zullen de reconventionele vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen.

4.8. [gedaagde] heeft de vordering van Science & Strategy tot vergoeding van haar buitengerechtelijke kosten ter hoogte van EUR 904,-- inhoudelijk niet weersproken. Deze vordering zal derhalve worden toegewezen.

4.9. Science & Strategy vordert wettelijke handelsrente over de hoofdsom van EUR 12.852,--. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid hiervan inhoudelijk niet betwist. Een ingangsdatum voor de wettelijke handelsrente heeft Science & Strategy niet genoemd. Gesteld noch gebleken is dat partijen een uiterste dag van betaling van de facturen zijn overeengekomen. Artikel 6:119a BW bepaalt dat in dergelijke gevallen de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen. De onderhavige factuur dateert van 22 december 2008. Nu de ervaring leert dat post rond kerstmis veelal pas na enkele dagen zijn bestemming bereikt gaat de rechtbank gaat ervan uit dat [gedaagde] deze factuur uiterlijk op 27 december 2008 heeft ontvangen. Op grond van het voorgaande zal de rechtbank de vordering tot vergoeding van wettelijke handelsrente toewijzen met ingang van 27 januari 2009.

4.10. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van Science & Strategy worden in conventie begroot op:

- dagvaarding EUR 72,25

- vast recht 340,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.316,25

In reconventie worden deze kosten (salaris advocaat) aan de zijde van Science & Strategy begroot op EUR 452,-- (2 punten x factor 0,5 x tarief EUR 452,--).

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Science & Strategy te betalen een bedrag van EUR 13.754,-- (dertienduizendzevenhonderdvierenvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het bedrag van EUR 12.850,-- met ingang van 27 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Science & Strategy tot op heden begroot op EUR 1.316,25,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. wijst de vorderingen af,

5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Science & Strategy tot op heden begroot op EUR 452,--,

5.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op

26 mei 2010.

JB/MH