Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5866

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
265975 / HA ZA 09-915
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verordening 1400/2002, vrijstelling voor autobranche vam 81 EG Verdrag. De distributeur mag regulier opzeggen zonder dat een od van de dealer/servicepartner wordt aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

265975 / HA ZA 09-915 12 mei 2010

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 265975 / HA ZA 09-915

Vonnis van 12 mei 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

advocaat mr. F.P.J. Schraa,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde,

advocaat mr. E.D. Elias.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• het tussenvonnis van 28 oktober 2009 en de daarin vermelde processtukken

• het proces-verbaal van comparitie van 9 februari 2010

• de akte van [eiseres] van 24 februari 2010

• de akte van [gedaagde] van 10 maart 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 19 juni 2006 hebben [eiseres] en [gedaagde] een drietal servicepartnerovereenkomsten (hierna: de overeenkomsten) gesloten ten behoeve van de merken Audi, Volkswagen en Volkswagen Bedrijfswagen. In de (vrijwel identieke) overeenkomsten zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“(…)

Artikel 18 – Regelmatige beëindiging

1. Deze overeenkomst kan door elk van beide partijen door middel van een aangetekende brief aan de andere partij en met inachtneming van een termijn van 24 maanden, tegen het einde van de maand worden opgezegd.

(…)

Artikel 21 – Motiveringseis

Een opzegging door [gedaagde] ([gedaagde], toev. rechtbank) dient een uitvoerige opgave te bevatten van de objectieve en doorzichtige redenen voor de beëindiging teneinde te kunnen vaststellen dat deze overeenkomst niet wordt beëindigd wegens gedragingen die uit hoofde van de Verordening 1400/2002 niet mogen worden beperkt.

(…)”

2.2. Bij brieven van 15 en 22 februari 2008 heeft [gedaagde] de overeenkomsten opgezegd met inachtneming van een termijn van twee jaar. In de opzeggingsbrief van 15 februari 2008 heeft [gedaagde] onder meer aan [eiseres] geschreven:

“(…)

Onlangs hebben wij moeten vaststellen dat u wederom nieuwe voertuigen van de merken Volkswagen en Audi te koop heeft aangeboden als ware u een dealer van onze merken, althans als niet erkende wederverkoper. (…)

Door een dergelijk handelen treedt u niet alleen buiten uw contractuele bevoegdheden als servicepartner, waardoor u wanprestatie pleegt, maar maakt u ook misbruik van wanprestatie hetgeen onrechtmatig is jegens ons en schendt u voorts de goede reputatie van ons, het Volkswagen concern en het merk Volkswagen. U zult begrijpen dat onder deze omstandigheden niet van ons kan worden gevergd de servicepartnerovereenkomst met u nog langer voort te zetten.

(…)”

2.3. In het vonnis in incident in deze procedure van 8 juli 2009 heeft de rechtbank als onweersproken aangenomen dat [eiseres] nieuwe voertuigen van de merken Audi en Volkswagen te koop aanbiedt. De rechtbank heeft – bij wege van voorlopige voorziening – geoordeeld dat [gedaagde], door dit als reden voor opzegging aan [eiseres] mede te delen, heeft voldaan aan het motiveringsvereiste voor de opzegging, dat de opzegging op deze grond niet in strijd is met de inhoud of strekking van Verordening (EG) nr. 1400/2002 van 31 juli 2002 en dat zodoende is voldaan aan de vereisten voor een rechtsgeldige opzegging.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de door [gedaagde] gedane opzegging van de servicepartnerovereenkomsten met [eiseres] van 15 en 22 februari 2008 nietig te verklaren, althans te verklaren voor recht dat de opzeggingen door gedaagde geen beëindiging van de overeenkomsten per 1 maart 2010 tot gevolg heeft en dat [gedaagde] de overeenkomsten na 1 maart 2010 ongewijzigd dient na te komen;

2. [gedaagde] te veroordelen tot nakoming van de bepalingen in de servicepartner-overeenkomsten met [eiseres], in het bijzonder het bepaalde onder artikel 13 van de servicepartnerovereenkomsten inhoudende dat [gedaagde] is gehouden tot advisering en ondersteuning van [eiseres];

3. Subsidiair [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de door [eiseres] geleden en te lijden schade als gevolg van de opzeggingen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

4. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten van € 131,00, dan wel indien betekening van het vonnis dient plaats te vinden van € 199,00.

3.2. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan de motiveringseis zoals weergegeven in artikel 21 van de overeenkomsten, de overeenkomsten geen verbod bevatten nieuwe auto's aan derden te verkopen en een dergelijk verbod in strijd is met de inhoud en strekking van Verordering (EG) nr. 1400/2002 van 31 juli 2002 (verder Verordening 1400/2002). [eiseres] heeft voorts slechts als tussenpersoon nieuwe auto's verkocht aan derden, aldus [eiseres].

3.3. [gedaagde] voert tot haar verweer onder meer het volgende aan. De opzeggingsbrieven (zie 2.2.) geven de reden voor opzegging voldoende duidelijk weer. Er bestaat verder geen Europese richtlijn die servicepartners, zoals [eiseres], het recht geeft nieuwe voertuigen te verkopen. [eiseres] weet ook dat het servicepartners niet is toegestaan nieuwe voertuigen te verkopen en dat het erkende dealers niet is toegestaan nieuwe voertuigen aan wederverkopers (waaronder begrepen servicepartners) te verkopen. [eiseres] heeft niet als tussenpersoon opgetreden, zij verkoopt eerst de auto's en laat klanten pas daarna een volmacht tekenen, zo voert [gedaagde] aan.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vraag moet worden beantwoord of de opzegging van de servicepartnerovereenkomsten door [gedaagde] standhoudt, gelet op het bepaalde in Verordening 1400/2002.

Juridisch kader

4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] gebruik maakt van een selectief distributiestelsel als bedoeld in Verordering 1400/2002. Op grond van artikel 81 lid 1 en 2 EG-verdrag zijn verticale overeenkomsten betreffende de koop of verkoop van nieuwe motorvoertuigen, herstellings- en onderhoudsdiensten verboden en van rechtswege nietig wanneer ze, kort gezegd, de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt verhinderen of beperken. Op grond van artikel 81 EG verdrag is het hanteren van een selectief distributiestelsel (een stelsel waarbij de leverancier zich verbindt de producten alleen te verkopen aan geselecteerde dealers, die zich op hun beurt verbinden de producten niet door te verkopen aan niet-erkende distributeurs) in beginsel niet toegestaan. Verordening 1400/2002 betreft een verticale groepsvrijstelling om toch mededingingsbeperkende overeenkomsten te kunnen sluiten, waaronder begrepen het hanteren van een selectief distributiestelsel. De Verordening 1400/2002 stelt daartoe wel voorwaarden, waaronder begrepen dat:

- in de overeenkomst is bepaald dat een leverancier die een overeenkomst wenst op te zeggen, dat schriftelijk moet doen en uitvoerig opgave moet doen van de objectieve en doorzichtige redenen voor de beëindiging, teneinde te voorkomen dat een leverancier een overeenkomst beëindigt of niet verlengt wegens gedragingen die op grond van de verordening niet mogen worden beperkt (artikel 3 lid 4 Verordening 1400/2002)

- een opzegtermijn van ten minste twee jaar wordt gehanteerd (artikel 3 lid 5 Verordening 1400/2002).

De motivering van de opzegging door [gedaagde]

4.3. [gedaagde] heeft de overeenkomsten opgezegd omdat zij heeft geconstateerd dat [eiseres] nieuwe auto's van de merken Volkswagen en Audi te koop heeft aangeboden als ware zij een erkend dealer. Onder die omstandigheden meent [gedaagde] dat van haar niet langer gevergd kan worden dat zij de overeenkomsten met [eiseres] voortzet (zie 2.2).

4.4. [eiseres] stelt dat zij geen auto's verkoopt, maar dat zij optreedt als tussenpersoon bij de verkoop van nieuwe auto's door dealer [A] aan eindgebruikers, een handelwijze die is toegestaan op grond van Verordening 1400/2002. [eiseres] verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar uitspraken van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda van 26 november 2008 (LJN BG6220) en het Gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2009 (LJN BI6405).

4.5. De rechtbank overweegt het volgende. Uit de door [eiseres] als productie 13 in het geding gebrachte stukken leidt de rechtbank af dat [eiseres] op haar eigen briefpapier verkoopovereenkomsten sluit met eindgebruikers van auto's, waarbij op dezelfde dag als het sluiten van de verkoopovereenkomst dan wel één dag later door de eindgebruiker een volmacht aan [eiseres] wordt verstrekt tot het aankopen van de verkochte auto. Door deze handelwijze – in combinatie met het servicepartnerschap – is niet ondenkbaar dat bij het publiek de indruk wordt gewekt dat [eiseres] optreedt als erkend Volkswagen/Audi dealer.

Of deze handelwijze is toegestaan, zoals door [eiseres] gesteld, kan in het midden blijven. [gedaagde] heeft immers gebruik gemaakt van de mogelijkheid de overeenkomsten op reguliere wijze (met inachtneming van de opzegtermijn) op te zeggen. Er moet dus slechts beoordeeld worden of niet is opgezegd wegens gedragingen die op grond van Verordening 1400/2002 niet mogen worden beperkt.

De door [eiseres] in het geding gebrachte uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is in dit kader niet van belang, omdat deze betrekking heeft op een andere situatie, te weten de directe beëindiging (ontbinding) van servicepartnerovereenkomsten wegens verkoop van nieuwe auto's. De situatie van [eiseres] laat zich hier niet mee vergelijken, nu [gedaagde] zich niet (primair) beroept op een tekortkoming van de zijde van [eiseres].

De uitspraak (in kort geding) van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda van 26 november 2008, kan verder hoogstens dienen ter ondersteuning van de stelling van [eiseres] dat de door haar gehanteerde werkwijze bij de verkoop van nieuwe auto's niet is verboden. Als deze werkwijze zou zijn toegestaan, betekent dit echter slechts dat [eiseres] niet onrechtmatig zou hebben gehandeld. Een onrechtmatig handelen is echter voor een reguliere opzegging, zoals door [gedaagde] gedaan, niet vereist.

4.6. De motiveringseis, zoals opgenomen in artikel 21 van de overeenkomsten, is een uitwerking van de in artikel 3 lid 4 Verordening 1400/2002 genoemde voorwaarde (zie 4.2).

[eiseres] heeft niet weersproken dat zij ermee bekend is dat het de door [gedaagde] geselecteerde dealers niet is toegestaan nieuwe voertuigen aan wederverkopers te verkopen. Indien [eiseres] auto's koopt van een dealer en deze op eigen naam dan wel als tussenpersoon (met gebruikmaking van haar servicepartnerschap) doorverkoopt aan derden, wordt bij het publiek minst genomen de suggestie gewekt dat [eiseres] erkend dealer is.

Door dit als reden voor opzegging aan [eiseres] mede te delen heeft [gedaagde] naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het motiveringsvereiste van artikel 21 van de overeenkomsten.

4.7. In (artikel 4 en 5 van) Verordening 1400/2002 staan gedragingen genoemd die niet mogen worden beperkt. Met [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat het opzeggen van de overeenkomsten vanwege het verkopen van nieuwe voertuigen van de merken Audi en Volkswagen niet kan worden gekwalificeerd als een opzegging wegens een in die artikelen genoemde gedraging.

De opzegtermijn is eveneens in acht genomen, zodat de inhoud van Verordening 1400/2002 niet aan de opzegging door [gedaagde] in de weg staat.

4.8. Verordening 1400/2002 heeft tot strekking het onder voorwaarden vrijstellen van de automobielbranche van het bepaalde in artikel 81 EG-verdrag, zoals omschreven onder 4.2. De verordening geeft distributeurs, zoals [gedaagde], de mogelijkheid nieuwe auto's slechts via door haar geselecteerde dealers af te zetten. Een reguliere opzegging van de overeenkomsten omdat die overeenkomsten een servicepartner de mogelijkheid bieden zich te presenteren als ware zij dealer, is dan ook niet in strijd met de Verordening 1400/2002.

4.9. In de overeenkomsten is in de mogelijkheid van een opzegging voorzien. Dit betekent dat [gedaagde] de overeenkomst mag opzeggen, indien aan de vereisten daarvoor is voldaan. Er is geen sprake van een opzegging wegens een gedraging die op grond van Verordening 1400/2002 niet mag worden beperkt, de opzegtermijn is in acht genomen en de opzegging is gemotiveerd. Aan de vereisten voor een rechtsgeldige opzegging is dan ook voldaan. Dat in de overeenkomsten geen expliciet verbod tot het verkopen van nieuwe voertuigen is opgenomen, doet daar niet aan af.

4.10. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de opzeggingen van de overeenkomsten niet nietig verklaren en evenmin [gedaagde] veroordelen tot nakoming van de overeenkomsten. De vorderingen van [eiseres] zullen dus worden afgewezen.

4.11. [eiseres] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat 1.130,00 (2,5 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.392,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 1.392,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2010. JvO