Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5294

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
21-05-2010
Zaaknummer
16/604179-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdenking komt er op neer dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad dan wel heeft verspreid en dat verdachte van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/604179-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 mei 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte] geboren op [1961] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. J. Bredius, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 april 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad dan wel heeft verspreid en dat verdachte van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad, alsmede dat verdachte van dat misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangetroffen afbeeldingen, welke afbeeldingen volgens het proces-verbaal van de politie zijn aan te merken als kinderporno, en de verklaring van verdachte dat hij zich al een jaar of zes à zeven bezighoudt met het downloaden van kinderporno.

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden van de kinderpornografische afbeeldingen.

1 van 10

4,2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank bewezen kan verklaren dat verdachte de ten laste gelegde kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad, maar dat er geen bewijs voorhanden is voor het verspreiden van deze afbeeldingen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Verweren op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat uit het aanvullende proces-verbaal volgt dat de politie naar aanleiding van meldingen van burgers via het Meldpunt Kinderporno op Internet het strafrechtelijk onderzoek is gestart. Naar de mening van de raadsman heeft de politie met de hulp van burgers gebruik gemaakt van een bijzonder opsporingsmiddel nu zij van een onbekende burger met de alias "danhil" het wachtwoord heeft gekregen. De verdediging bepleit dat de politie een bevel van de officier van justitie nodig had om tot de inzet van een dergelijk opsporingsmiddel te kunnen overgaan. Nu er geen bevel daartoe van de officier van justitie voorhanden is, is sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt dat blijkens het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] van 12 april 2010 de door burgers gedane meldingen betrekking hadden op een bulletin board system waarop in de Russische en Engelse taal gecommuniceerd wordt. De rechtbank overweegt dat dit bulletin board system deel uitmaakt van het openbare gedeelte van het internet en dat deze meldingen geen specifieke meldingen betroffen over verdachte. De politie heeft de algemene bevoegdheid om onderzoek te doen op het openbare gedeelte van het internet. De rechtbank maakt hieruit op dat de politie naar aanleiding van die meldingen geen concrete opsporingshandelingen specifiek jegens deze verdachte heeft verricht. Dat de politie vervolgens via een bericht op het bulletin board system een wachtwoord voor het openen van een aantal geplaatste documenten heeft verkregen, maakt niet dat burgers zijn ingezet voor opsporingsactiviteiten, te meer nu niet gebleken is dat de politie dit wachtwoord zelf heeft opgevraagd bij de persoon die de alias "danhil" gebruikte. Naar het oordeel van de rechtbank was er geen sprake van de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat tussen de melding van het Korps Landelijke Politiediensten in juli 2006 en de doorzoeking en inbeslagname van de gegevensdragers in maart 2009 een lange periode zit. De informatie op grond waarvan het redelijk vermoeden van schuld kon worden aangenomen was op het moment van binnentreden bijna drie jaar oud. Nieuwe feiten en omstandigheden om het redelijk vermoeden van schuld te actualiseren waren niet voorhanden. Dergelijke oude informatie kan geen grond meer vormen voor een redelijk vermoeden van schuld, aldus de raadsman, wat maakt dat er sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank overweegt dat niet ten aanzien van alle strafbare feiten in het algemeen kan worden gezegd dat het tijdsverloop het redelijk vermoeden van schuld wegneemt. De aard van het feit is daarbij van belang. Het is een feit van algemene bekendheid dat men niet zomaar stopt met het bekijken en downloaden van kinderporno, maar dat men de afbeeldingen pleegt te bewaren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in de onderhavige zaak door de aard van het feit het tijdsverloop het redelijk vermoeden van schuld niet wegneemt.

De politie is daarom op basis van het in 2006 ontstane redelijk vermoeden van schuld rechtmatig in de woning van verdachte binnengetreden. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman. De rechtbank merkt daarbij wel op dat zij het tijdsverloop zal verdisconteren in de strafmaat.

Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte geen bijstand van een advocaat heeft gehad tijdens de doorzoeking en tijdens zijn eerste verhoor bij de politie. Op grond van de uitspraak van het EHRM in de zaak [naam] had verdachte naar de mening van de raadsman die gelegenheid wel moeten krijgen. Nu dit niet het geval is geweest is sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank overweegt dat verdachte door de politie op het politiebureau is ontboden. Verdachte is naar aanleiding daarvan vrijwillig op het politiebureau verschenen voor het afleggen van een verklaring. De rechtbank is van oordeel dat de [naam]-norm in deze zaak niet van toepassing is, omdat er geen sprake was van een aanhouding van verdachte en er dus geen dwangsituatie aanwezig was. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

De rechtbank merkt voorts nog op dat bij een doorzoeking van een woning bijstand van een advocaat op grond van de uitspraak in de zaak [naam] niet aan de orde is.

De rechtbank verwerpt derhalve ook het verweer van de raadsman op dit punt.

Vrijspraak verspreiden/vervaardigen/invoeren/uitvoeren kinderporno

Uit het proces-verbaal van de politie van 31 augustus 2009 maakt de rechtbank op dat tijdens het door de politie uitgevoerde onderzoek niet is gebleken dat verdachte zich bezig heeft gehouden met het verspreiden van kinderporno. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.

De rechtbank zal verdachte eveneens vrijspreken van het vervaardigen enlof invoeren enlof uitvoeren van de kinderpornografische afbeeldingen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van

1 januari 2007 tot en met 19 maart 2009 3.872 kinderpornografische afbeeldingen op een externe harde schijf en twee dvd's in zijn bezit heeft gehad en dat verdachte van dat misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Op 19 maart 2009 heeft een onderzoek plaatsgevonden in de woning van verdachte aan de [adres] te [woonplaats]. In de woning van verdachte werden een externe harddisk met 2.152 afbeeldingen en twee dvd's met 1.721 afbeeldingen aangetroffen,' waaronder de afbeeldingen die zijn vermeld in de tenlastelegging.

De afbeeldingen zijn door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3], zedenrechercheurs, beschreven. De rechtbank heeft de afbeeldingen ook zelf bekeken. Op grond van de beschrijving door de verbalisanten en de eigen waarneming van de rechtbank komt de rechtbank tot het oordeel dat de afbeeldingen een kinderpornografisch karakter hebben, zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 april 2010 bekend dat hij in het bezit was van de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte gaf aan dat hij zes á zeven jaar geleden is begonnen met het downloaden en opslaan van kinderporno en dat hij alleen afbeeldingen met naakt poserende personen in zijn bezit had. Verdachte erkende dat de naakt poserende personen op de afbeeldingen de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en dat hij wist dat het bezit van deze afbeeldingen strafbaar is.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op tijdstippen in de periode van 01 januari 2007 tot en met 19 maart 2009 te [woonplaats], 3872 afbeeldingen op gegevensdragers, te weten twee dvd's en een externe harde schijf, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet beeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden onder meer

nummer [bestandsnamen].JPG op pagina 16 en nummer [bestandsnaam] jpg op pagina 16 en 17 en nummer [bestandsnaam] jpg en nummer [bestandsnaam].JPG en nummer [bestandsnaam].JPG op pagina 17 en nummer [bestandsnaam].JPG en nummer [bestandsnamen].JPG op pagina 18 en nummer [bestandsnaam].JPG op

pagina 18 en 19 en numme r[bestandsnaam].BMP en nummer [bestandsnaam].jpg op

pagina 19 en nummer [bestandsnaam].JPG op pagina 19 en 20 en nummer

[bestandsnaam] jpg en [bestandsnamen] jpg op pagina 21 en 22 en nummer [bestandsnamen].JPG op pagina 22 en nummer [bestandsnaam].JPG op pagina 22 en 23 en nummer XXXX5.JPG op pagina 23 van het proces-verbaal,

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht en gelet op de daarvoor geldende richtlijnen gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt in deze zaak een werkstraf van 120 uur een passende straf zou zijn. De verdediging wijst hierbij met name op het feit dat verdachte in een vrijwillig kader een behandeling bij De Waag heeft afgerond en nu in behandeling is bij een psychotherapeut.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno door kinderporno te downloaden en op te slaan op een externe harde schijf en dvd"s. Verdachte heeft aangegeven dat hij is begonnen met het kijken naar (kinder)porno om frustraties en spanningen te ontladen en dat de kinderpornografische afbeeldingen geen seksuele gevoelens bij hem oproepen. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het feit dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen veelal seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot warden gesteld grote

psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Verdachte moet medeverantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de

vraag ernaar. Verdachte heeft hierbij kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen behoeftebevrediging voorop gesteld.

Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf de gangbare strafmaat in vergelijkbare gevallen in overweging genomen.

De rechtbank overweegt dat verdachte blijkens het uittreksel uit het documentatieregister van 1 maart 2010 niet eerder met justitie in aanraking is geweest voor het plegen van dit soort feiten of voor het plegen van andersoortige feiten.

Als strafverzwarende factor neemt de rechtbank in overweging dat verdachte zich gedurende een lange periode bezig heeft gehouden met het zoeken, downloaden en opslaan van kinderporno. Ook acht de rechtbank de grote hoeveelheid kinderporno die bij verdachte is aangetroffen strafverzwarend.

Als strafverminderende factoren neemt de rechtbank in overweging dat de afbeeldingen die verdachte in zijn bezit had alleen poserende meisjes betrof in de leeftijd van 11 tot 16 jaar, dat er geen afbeeldingen, waarbij seksuele handelingen met of door kinderen worden afgebeeld, zijn aangetroffen en dat verdachte niet heeft betaald voor het downloaden van de afbeeldingen.

Ook weegt de rechtbank het tijdsverloop in deze zaak mee ten gunste van verdachte.

Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte vanaf het begin met de politie heeft meegewerkt en dat verdachte direct openheid van zaken heeft gegeven. Verdachte heeft het feit volledig bekend en is open over zijn problemen die tot het plegen van dit feit hebben geleid. Op de zitting heeft verdachte naar voren gebracht dat hij weliswaar naar kinderporno keek, maar dat het hem niet lekker zat dat hij dat deed. Verdachte gaf aan dat hij wist dat hij ontstellend fout bezig was, dat hij zich ontzettend schaamde en dat hij het schuldgevoel nooit zal kwijtraken. Verdachte is op dit punt oprecht op de rechtbank overgekomen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met deze schuldbewuste proceshouding verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen.

Blijkens de verklaring van verdachte en blijkens het rapport van Reclassering Nederland van 23 april 2010, opgemaakt door 14. Ellen, reclasseringswerker, heeft verdachte zich direct na de inval van de politie in zijn woning op 19 maart 2009 op advies aangemeld voor een traject bij De Waag om tot een oplossing voor zijn problemen te komen die tot dit feit hebben geleid. Verdachte heeft bij De Waag individuele gesprekken gevolgd en hij heeft intensief deelgenomen aan de `kinderporno download groep'. Beide behandelingen heeft verdachte inmiddels volledig afgerond. Daarna heeft verdachte contact gezocht met een zelfstandig psychotherapeut om de behandeling voort te zetten. Die behandeling loopt nog. Volgens zijn behandelaren is verdachte op de goede weg. Het risico op recidive wordt dan ook als laag ingeschat.

De reclassering adviseert om verdachte een werkstraf op te leggen. Gelet op de vorderingen in de behandeling en de motivatie van verdachte is de reclassering van mening dat een verdere behandeling in een verplicht kader niet nodig is.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door vrijwillig intensief in therapie te gaan duidelijk heeft gemaakt dat het hem ernst is om tot een oplossing te komen van de problemen die ertoe hebben geleid dat hij kinderporno is gaan kijken en op die manier om een herhaling in de toekomst uit te sluiten. Omdat verdachte zelf direct actie heeft ondernomen om daadwerkelijk tot een behandeling en daarmee een (mogelijke) oplossing van zijn problemen te komen en hij door de ingezette behandelingen inmiddels op de goede weg is, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet aan de orde is.

Gelet op voornoemde acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar in combinatie met een werkstraf in deze zaak geïndiceerd. Dit om de ernst van het feit te benadrukken en om als stok achter de deur te dienen voor verdachte om de behandeling voort te zetten en zich in de toekomst van nieuwe strafbare feiten te weerhouden.

De rechtbank is van oordeel dat met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie gevorderd, voldoende recht wordt gedaan aan de ernst van het bewezenverklaarde feit en de persoon van de verdachte.

7 Het beslag

7.1 De onttrekking aan het verkeer

De in beslag genomen voorwerpen, te weten 4 cd-soms en een harddisk La Cie, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat het feit is begaan met behulp van deze voorwerpen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit, voor zover dit betreft het verspreiden enlof vervaardigen enlof invoeren enlof uitvoeren van kinderpornografische afbeeldingen;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Straf baarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal warden toegepast van 90 dagen;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: 4 cd-roms en een harddisk La Cie.

Dit vonnis is gewezen door mr. Z.J. Oosting, voorzitter, mr. A.G. van Doorn en

mr. R.C. Hartendorp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 mei 2010.