Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM4200

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
12-05-2010
Zaaknummer
285245 / KG ZA 10-332
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Hebben de regionale omroepen het recht om flitsen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden uit te zenden of staat het auteursrecht en naburige recht daaraan in de weg?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 285245 / KG ZA 10-332

Vonnis in kort geding van 12 mei 2010

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING REGIONALE OMROEP OVERLEG EN SAMENWERKING,

gevestigd en kantoorhoudende te Hilversum,

2. de stichting

STICHTING OMROP FRYSLÂN,

gevestigd te Leeuwarden,

3. de stichting

STICHTING REGIONALE TELEVISIE NOORD,

gevestigd te Groningen,

4. de stichting

STICHTING TELEVISIE DRENTHE,

gevestigd te Assen,

5. de stichting

STICHTING RTV NOORD-HOLLAND,

gevestigd te Amsterdam,

6. de stichting

STICHTING REGIONALE OMROEP FLEVOLAND,

gevestigd te Lelystad,

7. de stichting

STICHTING RTV OOST,

gevestigd te Hengelo,

8. de stichting

STICHTING REGIONALE OMROEP WEST,

gevestigd te 's-Gravenhage,

9. de stichting

STICHTING SAMENWERKENDE PUBLIEKE OMROEPEN

MIDDEN NEDERLAND,

gevestigd te Utrecht,

10. de stichting

STICHTING OMROEP GELDERLAND,

gevestigd te Arnhem,

11. de stichting

STICHTING REGIONALE OMROEP ROTTERDAM-RIJNMOND EN OMGEVING,

gevestigd te Rotterdam,

12. de stichting

STICHTING OMROEP ZEELAND,

gevestigd te Oost Souburg,

13. de stichting

STICHTING REGIONALE OMROEP BRABANT,

gevestigd te Son ,

14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TELEVISIEBEDRIJF LIMBURG B.V.,

gevestigd te Maastricht,

15. de stichting

DE STICHTING OMROEP LIMBURG,

gevestigd te Roermond,

eiseressen,

advocaten mrs. N.W. Mulder en C.S. Mastenbroek,

tegen

1. de commanditaire vennootschap

EREDIVSIE C.V.,

gevestigd te Maarsbergen, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

2. de commanditaire vennootschap

EREDIVISIE MEDIA & MARKETING C.V.,

gevestigd te Maarsbergen, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

gedaagden,

advocaten mrs. S.A. Klos en R.D. Chavannes.

Eiseres sub 1 zal hierna worden aangeduid als “ROOS”. Eiseressen sub 2 tot en met 15 zullen hierna worden aangeduid als “de regionale omroepen”. Eiseressen sub 1 tot en met 15 zullen worden aangeduid als “ROOS c.s.”.

Gedaagde sub 1 zal hierna worden aangeduid als “ Eredivisie C.V.” en gedaagde sub 2 als

“Eredivisie Media & Marketing”. Gezamenlijk zullen zij worden aangeduid als

“Eredivisie C.V. c.s.”.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 april 2010,

- de producties 1 tot en met 29 van ROOS c.s.,

- de producties 1 tot en met 7 van Eredivisie C.V. c.s.,

- de mondelinge behandeling van 29 april 2010,

- de pleitnota van ROOS c.s.,

- de pleitnota van Eredivisie C.V. c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De regionale omroepen zijn publieke omroepen en zijn actief op radio, televisie en internet. Zij besteden aandacht aan het regionale nieuws, waaronder het sportnieuws.

2.2. ROOS behartigt de belangen van de publieke regionale omroepen in Nederland.

Zij ontwikkelt beleid, treedt binnen en buiten rechte op namens de bedrijfstak, sluit contracten voor het collectief en behartigt andere gemeenschappelijke belangen.

2.3. De regionale omroepen zijn lid van ROOS en vormen samen het bestuur van ROOS.

2.4. De achttien beste voetbalclubs van Nederland (hierna te noemen: “de eredivisieclubs”) spelen in de “Eredivisie”. De eredivisieclubs hebben zich gezamenlijk

tot doel gesteld het eredivisievoetbal zo veel mogelijk onder de aandacht van het publiek te brengen en een zo groot mogelijke betrokkenheid bij deze voetbalcompetitie te realiseren. Om dit doel te realiseren zijn de eredivisieclubs samen met de naamloze vennootschap Eredivisie N.V. de commanditaire vennootschap Eredivisie C.V. aangegaan.

Eredivisie C.V. is vervolgens samen met de besloten vennootschappen

Endemol Sports Investments B.V. en Eredivisie Beheer B.V. de commanditaire vennootschap Eredivisie Media & Marketing aangegaan.

Eredivisie Media & Marketing heeft tot taak de commerciële exploitatie van de mediarechten en sponsorrechten van de eredivisieclubs te optimaliseren.

2.5. Eredivisie Media & Marketing exploiteert namens de eredivisieclubs:

- een website (“www.eredivisie.nl”) waarop beelden van de eredivisiewedstrijden te zien

zijn, en

- een televisiekanaal (“Eredivisie Live”) dat middels een betaalabonnement via

verschillende aanbieders, zoals UPC en Digitenne, te verkrijgen is en waarop de

eredivisiewedstrijden live en integraal worden uitgezonden.

2.6. Op dit moment heeft de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) het exclusieve recht om samenvattingen van eredivisiewedstrijden uit te zenden in, onder andere, het programma “Studio Sport”. De NOS betaalt hiervoor een vergoeding.

2.7. Op 19 december 2009 is een nieuwe regeling – ook wel aangeduid als

“de flitsenregeling”, opgenomen in artikel 5.4 van de Mediawet 2008, in werking getreden. Dit artikel luidt – voor zover van belang – als volgt:

“ Artikel 5.4

1. Aanbieders van omroepdiensten die exclusieve rechten hebben verworven ten aanzien van evenementen van groot belang, stellen korte fragmenten daarvan tegen vergoeding ter beschikking van andere aanbieders van omroepdiensten in de Europese Gemeenschap die daarom verzoeken. De verzoekende aanbieder van een omroepdienst is vrij in de keuze van fragmenten van evenementen van groot belang.

2. Korte fragmenten duren maximaal 90 seconden per evenement en mogen onbeperkt worden herhaald binnen één etmaal. Als de wedstrijdbepalende sportmomenten van het evenement samen langer duren dan 90 seconden en de weergave zich beperkt tot die sportmomenten, mogen korte fragmenten bij uitzondering maximaal 180 seconden duren.

3. Voor verspreiding van de korte fragmenten gelden de volgende voorwaarden:

a. korte fragmenten worden uitsluitend opgenomen in dagelijks geprogrammeerde algemene nieuwsprogramma’s;

b. korte fragmenten worden, indien het wedstrijdbepalende sportmomenten betreft, niet eerder verspreid dan nadat de exclusieve rechten van het evenement, voor volledig rechtstreekse en gedeeltelijk uitgestelde verslaggeving, voor de eerste maal zijn gebruikt; en

c. tijdens de verspreiding van een kort fragment wordt de bron vermeld, tenzij dat om praktische redenen niet mogelijk is.

(…)

6. De vergoeding voor een kort fragment bedraagt niet meer dan de extra kosten die rechtstreeks voortkomen uit het verschaffen van toegang tot het signaal.”

2.8. In januari 2010 heeft ROOS c.s. met een beroep op artikel 5.4 Mediawet 2008 de NOS verzocht om haar beeldmateriaal van de eredivisiewedstrijden te verstrekken.

2.9. Bij brief van 15 januari 2010 heeft mr. R.D. Chavannes namens

Eredivisie C.V. c.s. en de achttien eredivisieclubs aan ROOS c.s. bericht dat de in

artikel 5.4 Mediawet 2008 neergelegde flitsenregeling geen afbreuk doet aan de auteursrechten op het betrokken beeldmateriaal, dat de NOS niet beschikt over het auteursrecht op beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden, dat de NOS ROOS c.s. geen toestemming kan geven dat beeldmateriaal uit te zenden, dat indien ROOS c.s. het beeldmateriaal zou uitzenden zij daarmee inbreuk zou maken op, onder andere,

de exclusieve auteurs- en naburige rechten op die beelden en uitzending. Voorts heeft

mr. R.D. Chavannes ROOS c.s. gesommeerd om zich te onthouden van het zonder toestemming uitzenden c.q. ter beschikking stellen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden.

2.10. Omstreeks 27 april 2010 hebben Eredivisie C.V., Eredivisie Media & Marketing en de achttien eredivisieclubs een bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag tegen ROOS c.s. aanhangig gemaakt.

2.11. Op 2 mei 2010 wordt de laatste wedstrijd in de Eredivisie 2009/2010 gespeeld. Daarna zullen de zogenaamde “play offs” en nacompetitie wedstrijden worden gespeeld.

De volgende competitieronde van de Eredivisie begint op 6 augustus 2010.

3. Het geschil

3.1. ROOS c.s. vordert dat Eredivisie C.V. en Eredivisie Media & Marketing, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, :

a) ieder voor zich wordt bevolen om met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis te gehengen en te gedogen dat ROOS c.s. gebruik maakt van het wettelijke recht om (conform artikel 5.4 Mediawet 2008) flitsen uit te zenden van eredivisievoetbalwedstrijden, waaronder in ieder geval, maar niet beperkt tot, wordt verstaan het staken en gestaakt houden van iedere handeling als gevolg waarvan ROOS c.s. geen toegang krijgt tot het beeldmateriaal van bedoelde wedstrijden, zoals het opleggen van een verbod aan contractspartijen (zoals maar niet uitsluitend omroepen, productiemaatschappijen en/of eredivisieclubs) tot doorlevering aan ROOS c.s., of het op een later tijdstip aan ROOS c.s. dan andere omroepen verstrekken van beeldmateriaal, en/of het zonder wettelijke grondslag dreigen met het indienen van zeer hoge schadeclaims indien ROOS c.s. gebruik gaat maken van haar recht om flitsen uit te zenden, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom,

b) ieder voor zich wordt geboden om met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis op eerste verzoek van ROOS c.s. ten behoeve van de uitoefening van het recht om (conform artikel 5.4 Mediawet 2008) flitsen uit te zenden, beeldmateriaal te verstrekken van eredivisiewedstrijden, waaronder begrepen het beeldmateriaal dat door Eredivisie Live televisiekanalen is of wordt uitgezonden, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom,

c) hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding aan ROOS c.s. van de volledige proceskosten, zijnde een bedrag van EUR 15.000,--.

Daarnaast verzoekt ROOS c.s. de voorzieningenrechter om op voet van artikel 1019i Rv de termijn waarbinnen ROOS c.s. een bodemprocedure aanhangig zal moeten maken te bepalen op drie maanden.

3.2. ROOS c.s. legt – kort gezegd – het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.

Eredivisie C.V. en Eredivise Media & Marketing zijn op grond van

artikel 5.4 Mediawet 2008 verplicht om desgevraagd flitsen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden aan de regionale omroepen te verstrekken. De regionale omroepen zijn voorts bevoegd om deze flitsen uit te zenden. Het auteurs- en het naburige recht van Eredivisie C.V. en/of Eredivisie Media & Marketing en/of de eredivisieclubs staat daaraan niet in de weg omdat dit recht wordt beperkt door:

- artikel 5.4 Mediawet 2008,

- artikel 15 Auteurswet 1912 (hierna ook wel aan te duiden als: “Aw”) en artikel 10 sub a

Wet op de Naburige Rechten (hierna ook wel aan te duiden als: “WNR”),

- artikel 15a Aw en artikel 10 sub b WNR,

- artikel 16a Aw en artikel 10 sub d WNR.

Eredivisie C.V. c.s. weigert om bovengenoemd uitzendrecht van de regionale omroepen te respecteren.

3.3. Eredivisie C.V. c.s. voert – samengevat – als verweer dat:

- het spoedeisend belang ontbreekt,

- de vorderingen zich niet voor behandeling in kort geding lenen, omdat zij declaratoir en/of

constitutief van aard zijn,

- de verkeerde partijen zijn gedagvaard,

- het auteurs- en naburige recht van de (thuisspelende) eredivisieclubs aan het uitzendrecht

van de regionale omroepen in de weg staat en geen sprake is van een beperking op dit

recht.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vorderingen van ROOS c.s. strekken ertoe dat Eredivisie C.V. c.s. wordt geboden om:

a) desgevraagd flitsen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden aan de regionale

omroepen te verstrekken, en

b) te gedogen dat de regionale omroepen deze flitsen in haar nieuwsuitzendingen uitzenden.

4.2. Uit de aard van deze vorderingen volgt voldoende dat ROOS c.s. daarbij een spoedeisend belang heeft. De omstandigheid dat ROOS c.s. al jaren geen procedure voor de rechter aanhangig heeft gemaakt, terwijl zij zich al die tijd al op het standpunt stelt dat zij bevoegd is om flitsen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden uit te zenden, is op zichzelf ontoereikend om te concluderen dat zij thans geen spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat artikel 5.4 van de Mediawet 2008, waarop ROOS c.s. zich onder meer beroept, pas op 19 december 2009 in werking is getreden.

4.3. De vorderingen van ROOS c.s. zijn niet declaratoir of constitutief van aard.

De voorzieningenrechter wordt namelijk niet verzocht om de rechtstoestand tussen partijen definitief vast te stellen dan wel daarin definitief iets te wijzigen. De vorderingen lenen zich dan ook voor een behandeling in kort geding.

4.4. Daarmee wordt toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen. Hierover wordt het volgende overwogen.

Verstrekken van beeldmateriaal

4.5. ROOS c.s. stelt zich, met een beroep op het in punt 2.7. deels weergegeven

artikel 5.4 Mediawet 2008, op het standpunt dat Eredivisie C.V. c.s. verplicht is om haar desgevraagd flitsen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden te verstrekken.

4.6. Artikel 5.4 Mediawet 2008 is uitsluitend van toepassing op omroeporganisaties.

4.7. Tussen partijen staat vast dat Eredivisie C.V. geen omroeporganisatie is in de zin van artikel 5.4 Mediawet 2008. Eredivisie C.V. kan reeds daarom niet worden verplicht om flitsen van eredivisiewedstrijden aan de regionale omroepen te verstrekken.

4.8. Daarentegen is Eredivisie Media & Marketing, in beginsel, wel verplicht om, tegen betaling van de in lid 6 van artikel 5.4 Mediawet 2008 genoemde vergoeding, desgevraagd flitsen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden die door haar op “www.eredivisie.nl” en “Eredivisie Live” worden uitgezonden aan de regionale omroepen te verstrekken. Daartoe is het volgende redengevend.

Tussen partijen is niet in geschil dat Eredivisie Media & Marketing als een omroeporganisatie is aan te merken.

Vaststaat dat Eredivisie Media & Marketing verantwoordelijk is voor:

- de website (“www.eredivisie.nl”), waarop beelden van de eredivisiewedstrijden zijn te

zien, en

- het televisiekanaal “Eredivisie Live”, waarop de eredivisiewedstrijden integraal en live

worden uitgezonden.

Het is voorts niet in geschil dat de eredivisiewedstrijden vallen aan te merken als een evenement van groot belang. De door de regionale omroepen gewenste flitsen van eredivisiewedstrijden vallen dan ook onder de reikwijdte van artikel 5.4 Mediawet 2008.

Uitzenden van flitsen van beeldmateriaal door de regionale omroepen

4.9. Het is voorts de vraag of de regionale omroepen de flitsen van het door hen verkregen beeldmateriaal van de eredivisiewedstrijden, zonder daarvoor de toestemming te hebben van de houder(s) van het auteursrecht en het naburige recht, mogen uitzenden.

ROOS c.s. stelt zich op het standpunt dat dit het geval is en beroept zich daartoe op:

- artikel 5.4 Mediawet 2008,

- de artikelen 15, 15a en 16a Aw en de daarmee voor de naburige rechten corresponderende

artikelen 10 sub a, b, en d WNR.

Eredivisie C.V. c.s. betwist dit.

4.10. Hierover wordt het volgende overwogen.

4.11. Vooropgesteld wordt dat het voldoende aannemelijk is dat – los van de inhoudelijke beoordeling – ROOS c.s. van Eredivisie C.V. en/of

Eredivisie Media & Marketing kan verlangen dat zij gedogen dat de regionale omroepen flitsen van beeldmateriaal van de eredivisiewedstrijden uitzenden.

Ook indien wordt aangenomen dat – zoals Eredivisie C.V. c.s. aanvoert – het auteursrecht en naburige recht op de reportage(s) van de eredivisiewedstrijd(en) bij de (thuisspelende) eredivisieclubs berust, geldt dat het voldoende aannemelijk is dat Eredivisie C.V. en Eredivisie Media & Marketing namens de (thuisspelende) eredivisieclubs het standpunt innemen dat de regionale omroepen niet bevoegd zijn om zonder de toestemming van de (thuisspelende) eredivisieclubs flitsen van beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden uit te zenden, omdat het auteurs- en naburige recht van de (thuisspelende) eredivisieclubs daaraan in de weg staat. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de eredivisieclubs (in)direct onderdeel uitmaken van Eredivisie C.V. en Eredivisie Media & Marketing. Het is voorts, mede gelet op de in punt 2.9. zakelijk weergegeven sommatiebrief van de advocaat van Eredivisie C.V. c.s., aannemelijk dat Eredivisie C.V. c.s. de regionale omroepen (mede namens de (thuisspelende) eredivisieclubs) wil beletten om de flitsen van beeldmateriaal van de eredivisiewedstrijden uit te zenden.

Het verweer van Eredivisie C.V. c.s. dat de vorderingen van ROOS c.s. moeten worden afgewezen omdat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard wordt gezien het voorgaande dan ook verworpen.

Toestemming nodig van de auteursrechthebbende c.q. de houder van het naburige recht?

4.12. Aan de orde is thans dan ook de inhoudelijke beoordeling van de in punt 4.9. weergegeven vraag.

4.13. Als uitgangspunt geldt dat het auteursrecht en het naburige recht rust op

“de reportage(s)” van de eredivisiewedstrijd(en) en niet op de eredivisiewedstrijd(en) zelf.

4.14. Op grond van artikel 1 Aw hebben derden voor het openbaar maken en verveelvoudigen van het werk waarop auteursrecht rust de toestemming van de auteursrechthebbende nodig, behoudens de beperkingen bij de wet gesteld. Voor naburige rechten geldt een min of meer gelijke bepaling (zie artikel 2 WNR).

4.15. De wettelijke beperkingen zijn, onder meer, opgenomen in de Aw en de WNR.

Zij kunnen echter ook in andere regels dan de Aw en de WNR zijn opgenomen.

4.16. Hierna zal worden onderzocht of één van de door ROOS gestelde wettelijke beperkingen van toepassing is.

Artikel 5.4 Mediawet 2008

4.17. Artikel 5.4 Mediawet 2008 vormt de Nederlandse implementatie van

artikel 3 duodecies Richtlijn 2007/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van

11 december 2007 tot wijziging van Richtlijn 89/552/EEG van de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van de televisieomroepactiviteiten (ook wel kort aangeduid als de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten). Deze Richtlijn is vervangen door Richtlijn 2010/13/EU. Artikel 3 duodecies is daarbij omgenummerd tot artikel 15 en is inhoudelijk niet gewijzigd.

4.18. In overweging 40 van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (Richtlijn 2007/65/EG) en overweging 56 van de Richtlijn 2010/13/EU is het volgende vermeld:

“De vereisten van deze richtlijn betreffende de toegang tot evenementen van groot belang voor het publiek met het oog op korte nieuwsverslagen doen geen afbreuk aan Richtlijn 2001/29 EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (lees: de Auteursrechtrichtlijn, de voorzieningenrechter) en de desbetreffende internationale overeenkomsten op het gebied van auteursrecht en naburige rechten. (…). Deze bepaling belet omroeporganisaties niet meer gedetailleerde overeenkomsten te sluiten.”

4.19. In de Nota naar aanleiding van het verslag van 6 mei 2009 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 876, nr. 7), is – voor zover hier relevant – het volgende vermeld:

“(…)

De flitsenregeling brengt voor omroepaanbieders (de exclusief rechthebbenden) de verplichting met zich om beelden van evenementen af te staan. Met andere woorden: iedere andere aanbieder van omroepdiensten heeft het recht om korte fragmenten op te vragen en heeft daarin ook een eigen keuze. De nieuwsexceptie van het auteursrecht geeft een ieder wel de mogelijkheid om zonder toestemming van de auteursrechthebbende nieuwsfragmenten uit te zenden, maar die mogelijkheid is afhankelijk van de feitelijke toegang tot het materiaal. Die feitelijke toegang is bij sportevenementen vaak alleen mogelijk voor de omroep die opnamen (in het stadion) mag maken. Een andere omroeporganisatie kan in dat geval de beelden van de televisie opnemen of bijvoorbeeld

van internet afhalen, maar de kwaliteit daarvan is minder goed en bovendien is de omroep dan beperkt in zijn keuze, omdat hij afhankelijk is van hetgeen hij aantreft (vaak is er meer beeldmateriaal beschikbaar dan wordt uitgezonden). De meerwaarde van de flitsenregeling is dus gelegen in keuze en kwaliteit. (…)”.

4.20. ROOS c.s. heeft als productie 13 een e-mail van een ambtenaar van het

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (mevrouw [A]) van

27 januari 2010 in het geding gebracht waarin het volgende is vermeld:

“Wat is de meerwaarde van de flitsenregeling t.o.v. de Auteurswet?

¦ De nieuwsexceptie in de Auteurswet geeft wel de mogelijkheid om beelden te gebruiken

zonder toestemming van de rechthebbende maar geeft geen verplichting voor de

rechthebbende om beelden af te staan

¦ De omroep is in het geval van de Auteurswet dus afhankelijk van beelden die hij van

televisie kan opnemen of van het internet kan halen

¦ Bij de flitsenregeling heeft de vragende partij recht om beelden bij de rechthebbende op te

vragen en heeft daarin ook nog een eigen keuze

¦ De meerwaarde ligt dus in de keuze en de kwaliteit van de beelden

Dit was ons antwoord in het kader van de Kamerbehandeling”

4.21. Uit het voorgaande (4.18. tot en met 4.20.), in onderlinge samenhang bezien, kan worden opgemaakt dat de omstandigheid dat een omroeporganisatie met een beroep op artikel 5.4 Mediawet 2008 van een andere omroeporganisatie kan verlangen dat zij haar flitsen van beeldmateriaal verstrekt nog niet betekent dat deze omroeporganisatie ook gerechtigd is om deze flitsen uit te zenden. Het is aannemelijk dat daarvoor is vereist dat

de rechten van de oorspronkelijke auteursrechthebbende en de rechthebbende op het naburige recht zich daartegen niet verzetten. Artikel 5.4 Mediawet 2008 behelst derhalve naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter slechts een toegangsregeling en niet ook een gebruiksrecht. Dit hoeft niet te betekenen dat artikel 5.4 Mediawet 2008 een zinloze bepaling is. De meerwaarde van de in dit artikel neergelegde flitsenregeling is zoals

kan worden opgemaakt uit Nota naar aanleiding van het verslag van 6 mei 2009 en het

e-mailbericht van een ambtenaar van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (mevrouw [A]) van 27 januari 2010 gelegen in de keuze en kwaliteit van de flitsen van het beeldmateriaal.

4.22. ROOS c.s. kan gezien het voorgaande op voorhand dan ook niet worden gevolgd in haar – door Eredivisie C.V. c.s. betwiste – stelling dat artikel 5.4 Mediawet 2008 moet worden aangemerkt als een wettelijke beperking op het auteursrecht en het naburige recht.

4.23. Voor zover ROOS c.s. nog betoogt dat hetgeen in de overwegingen 12 en 39 van de Richtlijn 2007/65/EG (16 en 55 van de Richtlijn 2010/13/EU) is overwogen, het hiervoor weergegeven voorlopige oordeel anders maakt, geldt dat dit betoog onvoldoende aannemelijk is. Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.23.1. Overweging 12 van de Richtlijn 2007/65/EG (overweging 16 van de Richtlijn 2010/13/EU) luidt als volgt:

“Deze richtlijn versterkt de naleving van de fundamentele rechten en beantwoordt volledig aan de door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen, met name artikel 11. In dit verband dient niets in deze richtlijn de lidstaten te beletten om hun grondwettelijke regels inzake persvrijheid en vrijheid van meningsuiting in de media toe te passen.”

4.23.2. Overweging 39 van de Richtlijn 2007/65/EG (55 van de Richtlijn 2010/13/EU) luidt als volgt:

“Teneinde het fundamentele recht op het vergaren van informatie te waarborgen en de belangen van de kijkers in de Europese Unie volledig en afdoende te beschermen, dienen zij die de exclusieve televisieomroeprechten uitoefenen op de uitzending van het verslag van een evenement van groot belang voor het publiek andere omroeporganisaties het recht te geven korte fragmenten van dat verslag te gebruiken voor hun algemene nieuwsprogramma’s op basis van eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, zij het met inachtneming van die exclusieve rechten. Deze voorwaarden dienen tijdig vóór het evenement van groot belang voor het publiek te worden bekendgemaakt, teneinde anderen de gelegenheid te geven van dit recht gebruik te maken. Een omroeporganisatie moet dit recht kunnen uitoefenen via een tussenpersoon die specifiek per geval namens die organisatie optreedt. Dergelijke korte fragmenten mogen door alle netten, met inbegrip van aan sport gewijde netten, worden gebruikt voor uitzendingen in de gehele Europese Unie, en dienen zij niet langer te zijn dan 90 seconden.

Het recht van toegang tot korte fragmenten is op grensoverschrijdende basis alleen van toepassing wanneer dat noodzakelijk is. Een omroeporganisatie moet die toegang dan ook eerst proberen te verkrijgen via een in dezelfde lidstaat gevestigde omroeporganisatie die het exclusieve recht heeft op het evenement van groot belang voor het publiek.

Onder het begrip algemeen nieuwsprogramma valt niet de compilatie van fragmenten in amusementsprogramma’s.

Het land-van-oorsprongbeginsel is van toepassing op zowel de toegang tot als de uitzending van de korte fragmenten. In een grensoverschrijdend geval betekent dit dat de verschillende wetgevingen achtereenvolgens worden toegepast. Ten eerste is, voor de toegang tot de korte fragmenten, de wetgeving van toepassing van de lidstaat waar de omroeporganisatie is gevestigd die het oorspronkelijke signaal verstrekt (d.w.z. die toegang geeft). Dat is gewoonlijk de lidstaat waar het evenement plaatsheeft. Wanneer een lidstaat een gelijkwaardig systeem van toegang tot het evenement heeft ingesteld, is de wetgeving van deze lidstaat in elk geval van toepassing. Ten tweede is, voor de uitzending van de korte fragmenten, de wetgeving van toepassing van de lidstaat waar de omroeporganisatie is gevestigd die de korte fragmenten uitzendt (d.w.z. doorgeeft).”

4.23.3. De tekst van deze overwegingen, bezien in de context van de overige overwegingen van de Richtlijn(en), staat niet in de weg aan de hiervoor in punt 4.21. weergegeven bedoeling van de Richtlijn(en) en artikel 5.4 Mediawet 2008.

Artikel 15 Aw en 10 sub a WNR

4.24. ROOS c.s. stelt zich op het standpunt dat zij voor het uitzenden van flitsen van beeldmateriaal van de eredivisiewedstrijden geen toestemming van de rechthebbende(n) op het auteurs- en naburige recht nodig heeft, omdat sprake is van de in artikel 15 Aw en

artikel 10 sub a WNR neergelegde wettelijke beperking. Eredivisie C.V. c.s. betwist dit. Hierover wordt het volgende overwogen.

4.25. Artikel 15 Aw en artikel 10 sub a WNR beogen aan persmedia toe te staan berichten over actuele onderwerpen zonder toestemming en vergoedingsvrij over te nemen uit andere persmedia. Deze artikelen stellen onder meer als vereiste dat het overnemen geschiedt in een radio- of televisieprogramma of ander medium dat “een zelfde functie vervult” als het medium waaruit wordt overgenomen.

4.26. De regionale omroepen wensen in haar nieuwsuitzendingen flitsen van het door Eredivisie Media & Marketing als omroeporganisatie uitgezonden beeldmateriaal van eredivisiewedstrijden uit te zenden. Eredivisie Media & Marketing zendt op de website “www.eredivisie.nl” en het televisiekanaal “Eredivisie Live” de eredivisiewedstrijden integraal en live uit. Deze uitzendingen hebben hoofdzakelijk de bedoeling om kijkers te amuseren en te entertainen en kunnen dan ook niet worden aangemerkt als “nieuwsuitzendingen”. Er wordt dan ook niet voldaan aan het in artikel 15 Aw en

artikel 10 sub a WNR neergelegde vereiste dat het overnemen geschiedt in een radio- of televisieprogramma of ander medium dat een zelfde functie vervult als uit het medium waaruit wordt overgenomen. Reeds om deze reden kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van de wettelijke beperking zoals is neergelegd in artikel 15 Aw en

artikel 10 sub a WNR.

Artikel 15a Aw en artikel 10 sub b WNR

4.27. ROOS c.s. stelt zich voorts op het standpunt dat zij geen toestemming van de rechthebbende(n) op het auteurs- en naburige recht nodig heeft, omdat sprake is van de in artikel 15a Aw en artikel 10 sub b WNR neergelegde wettelijke beperking.

Eredivisie C.V. c.s. betwist dit. Hierover wordt het volgende overwogen.

4.28. Op grond van artikel 15a Aw en artikel 10 sub b WNR geldt dat als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst en het naburige recht niet wordt beschouwd het citeren uit een eerder rechtmatig openbaar gemaakt werk in een aankondiging, beoordeling, polemiek, wetenschappelijke verhandeling of voor een uiting met een vergelijkbaar doel.

4.29. Het beschermde werk waaruit de regionale omroepen willen citeren betreft

de “reportage(s)” van de eredivisiewedstrijd(en). Het is onvoldoende aannemelijk dat de regionale omroepen deze beeldcitaten zullen uitzenden in de context van een aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling of een soortgelijk doel. Het is namelijk voldoende gebleken dat de regionale omroepen deze beeldcitaten in haar “nieuwsuitzendingen” willen uitzenden en dat deze beeldcitaten dienen ter ondersteuning van informatie over bijvoorbeeld i) doelpunten die zijn gemaakt, ii) laakbare overtredingen die zijn gemaakt, iii) de kwaliteit van de scheidsrechter, en iv) rellen en spreekkoren, als die er zijn geweest. De beeldcitaten worden dan ook niet gebruikt om het beschermde werk “de reportage(s)” van de eredivisiewedstrijd(en) aan te kondigen, te beoordelen of anderszins aan de orde te stellen. Van “citeren” in de zin van bovengenoemde artikelen is dan ook geen sprake.

Artikel 16a Aw en artikel 10 sub d WNR

4.30. ROOS c.s. stelt zich tot slot nog op het standpunt dat zij geen toestemming van de rechthebbende(n) op het auteurs- en naburige recht nodig heeft, omdat sprake is van de in artikel 16a Aw en artikel 10 sub d WNR neergelegde wettelijke beperking.

Eredivisie C.V. c.s. betwist dit. Hierover wordt het volgende overwogen.

4.31. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd een korte opname, weergave en mededeling ervan in het openbaar in een foto-, film-, radio- of televisiereportage voor zover zulks voor het behoorlijk weergeven van de actuele gebeurtenis welke het onderwerp van de reportage uitmaakt, gerechtvaardigd is en mits voor zover redelijkerwijs mogelijk, de bron, waaronder de naam van de maker, duidelijk wordt vermeld (Artikel 16a Auteurswet). Artikel 10 sub d WNR kent voor de naburige rechten een gelijkluidende bepaling.

4.32. Deze zogenaamde “reportage-execeptie” dient ertoe om media in staat te stellen opnamen te maken van een actuele gebeurtenis.

Er dient daarbij een onderscheid te worden gemaakt tussen het beschermde werk (in dit geval de beeldreportage(s) van de eredivisiewedstrijd(en)) en het onderwerp van het beschermde werk (in dit geval de eredivisiewedstrijd(en) zelf). De gebeurtenissen tijdens de eredivisiewedstrijd(en) zijn nieuws, niet de reportage(s) van deze wedstrijd(en). Er is daarom geen sprake van dat de door ROOS c.s. gewenste uitzending van flitsen (zoal als reportage in de genoemde wettelijke zin aan te merken) een korte opname, weergave of mededeling van het beschermde werk (de van de wedstrijden gemaakte beeldreportage) inhouden. Het overnemen van (een deel) van de reportage(s) van de eredivisiewedstrijd(en) valt dan ook niet onder de reikwijdte van de reportage-exceptie.

Het voorgaande leidt ertoe dat er ook geen sprake is van de wettelijke beperking zoals is neergelegd in artikel 16a Aw en artikel 10 sub d WNR.

De slotsom

4.33. De slotsom is dat het vooralsnog onvoldoende aannemelijk is dat de regionale omroepen zonder de toestemming van de rechthebbenden op het auteurs- en naburige recht van de reportage(s) van de eredivisiewedstrijd(en) gerechtigd zijn om flitsen van deze reportage(s) uit te zenden.

Dit brengt mee dat – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – niet valt in te zien dat de regionale omroepen een rechtens te respecteren belang hebben bij het verkrijgen van flitsen van beeldmateriaal; het is immers gezien het voorgaande aannemelijk dat zij dit beeldmateriaal toch niet mogen uitzenden.

De vorderingen van ROOS c.s. zullen dan ook worden afgewezen.

Proceskosten

4.34. ROOS c.s. zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Eredivisie C.V. c.s. heeft op grond van artikel 1019h Rv vergoeding gevorderd van de daadwerkelijke kosten. Deze kosten zijn, met instemming van ROOS c.s., begroot op EUR 15.000,--.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt ROOS c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Eredivisie C.V. c.s. tot op heden begroot op EUR 15.000,--,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2010.?