Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM4116

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
11-05-2010
Zaaknummer
271833 / HA ZA 09-1822
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet langer nakomen overeenkomst van opdracht. Aansprakelijk voor schade. Eigen schuld.

Geen groepsaansprakelijkheid voor vernielen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 271833 / HA ZA 09-1822

Vonnis van 17 maart 2010

in de zaak van

[A]

handelend onder de naam [A] DAKBEDEKKINGEN,

wonend te [woonplaats],

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. W.K. Cheng,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MVT SCHERMING B.V.,

gevestigd te Linschoten,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. B.E. van der Molen.

Partijen zullen hierna [A] en MVT genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 16 september 2009;

het proces-verbaal van comparitie van 10 december 2009;

de conclusie van antwoord in reconventie, die geacht wordt tijdens de comparitie te zijn ingediend;

de akte van MVT;

de antwoordakte van [A]

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. Deze zaak is bij vonnis van de kantonrechter bij de rechtbank Utrecht d.d. 22 juli 2009 verwezen naar de sector handels- en familierecht bij deze rechtbank. Aangezien de kantonrechter over de vordering in conventie heeft beslist ligt alleen nog de vordering in reconventie ter beoordeling voor.

2. De feiten

2.1. [A] heeft een eenmanszaak en houdt zich bezig met het plaatsen en onderhouden van dakbedekkingen. De bedrijfsactiviteiten van MVT zien op het installeren van schermen ten behoeve van de glastuinbouw. Bij verschillende projecten in binnen- en buitenland heeft MVT [A] ingeschakeld voor het verrichten van werkzaamheden.

2.2. MVT heeft [A] opdracht gegeven voor werkzaamheden bij een bouwproject in Ierland, uit te voeren in januari 2009. De inschatting was dat de werkzaamheden negen werkdagen zouden beslaan.

2.3. Dhr. [X] (hierna: [X]) is directeur, enig aandeelhouder, van MVT.

2.4. [A] is met twee medewerkers van MVT, dhr. [Y] (hierna: [Y]) en dhr. [Z] (hierna: [Z]), naar Ierland gereisd waar zij op vrijdag 9 januari 2009 aankwamen. [X] was al ter plaatse aanwezig. Zij verbleven met z'n vieren in een huurhuis.

2.5. Op maandagavond 12 januari 2009 is er een discussie ontstaan tussen [A] en [X]. De discussie is hoog opgelopen en [A] besloot te vertrekken. Uiteindelijk is [A] samen met [Y] en [Z] naar Nederland teruggereisd. Die bewuste avond zijn twee ruiten en een verwarmingselement van het huurhuis vernield dan wel beschadigd.

3. Het geschil

in reconventie

3.1. MVT vordert - samengevat - veroordeling van [A] tot betaling van EUR 7.320,15 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [A] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in reconventie

Gebeurtenissen in Ierland

4.1. Voor een goed begrip van de vordering zal eerst een beschrijving worden gegeven van de gebeurtenissen in Ierland. De verhalen van partijen hierover komen voor een deel met elkaar overeen of zijn over en weer niet weersproken. Waar partijen wel van mening verschillen over de feitelijke gang van zaken zal dit worden aangegeven.

4.2. [A], [Y] en [Z] zouden op donderdagavond 8 januari 2009 in Ierland aankomen, maar arriveerden pas de volgende ochtend omdat zij de geplande veerboot hadden gemist. Vanwege deze vertraging vond [X] het nodig dat er op zondag ook gewerkt zou worden. Maandagavond 12 januari 2009 is er eerst een discussie geweest tussen [X] en zijn twee medewerkers [Y] en [Z] over het werken op zondag en het tijdstip waarop dit was aangekondigd door [X]. Hierna zijn [Y] en [Z] gaan slapen. Toen zijn [X] en [A] in discussie geraakt. Eerst over de onvrede van [A] over het tarief dat MVT aan een andere opdrachtnemer betaalde en toen over het tarief dat MVT aan [A] zou betalen voor zijn werk in Ierland. [A] wilde € 500,- per dag betaald krijgen, terwijl [X] aangaf dat MVT € 250,- zou betalen.

4.3. De discussie liep hoog op en [A] kondigde aan te gaan vertrekken. Hij is naar buiten gelopen naar zijn auto. Even later wilde hij weer naar binnen om zijn persoonlijke spullen te halen, maar [X] had de voordeur dicht gedaan en geroepen dat [A] er niet meer in mocht. Volgens [X] was de achterdeur wel open, maar [A] heeft tijdens de comparitie verklaard niet aan die mogelijkheid te hebben gedacht. [A] heeft toen met zijn mobiele telefoon een van de medewerkers van MVT gebeld met de vraag of hij zijn spullen wilde brengen.

4.4. Volgens [A] is er toen het volgende gebeurd. [Y] kwam naar beneden met de spullen van [A]. Bij de voordeur pakte [X] de arm van [Y] vast en riep: “Als je er langs gaat, dan doe ik je wat aan.” Inmiddels was [Z] ook beneden en hij trok [X] van [Y] af. Toen is er tussen [X] en [Z] een worsteling ontstaan. Hierbij heeft [Z] twee ruiten kapot gegooid. Dit zag [A] allemaal door het raam. [Y] en [Z] zijn vervolgens hun eigen spullen boven gaan pakken en daar is weer een worsteling tussen [X] en [Z] ontstaan. Of [A] op enig moment binnen is geweest is de rechtbank uit het verhaal van [A] niet helemaal duidelijk geworden, maar tijdens de tweede worsteling stond [A] naar zijn zeggen in ieder geval (weer) buiten. Dat was het moment waarop een verwarmingselement in een slaapkamer boven van de muur is getrokken. Uiteindelijk is [A] vertrokken. Omdat [Y] en [Z] de situatie gevaarlijk vonden hebben zij [A] gevraagd of ze met hem mee mochten, wat hij goed vond. Volgens [A] was [X] dronken en agressief.

4.5. MVT heeft in haar conclusie van antwoord gesteld dat [A] met [Y] en [Z] naar boven is gegaan om spullen te pakken en dat zij toen schade aan het verwarmingselement hebben toegebracht. Maar tijdens de comparitie van partijen heeft [X] verklaard dat [A] inderdaad buiten stond toen de schade aan het verwarmingselement is ontstaan, dus dit neemt de rechtbank als vaststaand aan.

Tijdens de comparitie heeft [X] weersproken dat hij agressief en dronken was, dat hij heeft gedreigd en geworsteld. Hoe volgens MVT de feitelijke gang van zaken tussen het dicht doen van de voordeur voor [A] en het vertrek van [A], [Y] en [Z] is geweest is de rechtbank verder niet zo duidelijk geworden. Wat wel nadrukkelijk wordt gesteld is dat de twee ruiten niet zijn ingegooid voorafgaand aan het vertrek van de drie, maar op een later moment. Verder stelt MVT dat [A] haar medewerkers ertoe heeft aangezet ook te vertrekken.

4.6. Eenmaal vertrokken is er telefonisch contact geweest tussen [A] en de vrouw van [X] (in Nederland). [A] had de sleutel van de vrachtwagen en gereedschap van MVT nog in zijn bezit. Hij is daarom teruggereden om deze spullen naar [X] te brengen. Bij het huurhuis aangekomen hebben ze aangebeld en geklopt, maar [X] is in zijn slaapkamer gebleven.

4.7. Volgens MVT is dit het moment geweest waarop de twee ruiten zijn ingegooid, van buiten naar binnen. Zoals hiervoor vermeld stelt [A] dat dit niet juist is en dat de ruiten al eerder waren ingegooid, van binnen naar buiten.

t.a.v. de vordering

4.8. MVT stelt dat zij door toedoen van [A] schade heeft geleden inzake het project in Ierland. De door haar gevorderde schadevergoeding ad € 7.320,15, is opgebouwd uit de volgende posten:

1. € 5.430,00 de kosten voor twee vervangende medewerkers;

2. € 842,36 de vliegtickets voor deze vervangende medewerkers;

3. € 592,64 de kosten voor de huur van een auto;

4. € 455,15 de kosten voor reparatie van de schade aan het huurhuis.

Ad 1. en 2.

4.9. Door het voortijdige vertrek van [A], [Y] en [Z] heeft MVT twee vervangende medewerkers in moeten schakelen om de werkzaamheden in Ierland af te maken. De kosten die MVT voor de inzet van deze medewerkers heeft moeten betalen plus de kosten voor hun vliegtickets vordert MVT van [A]. Zij stelt hierbij dat [A] toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit hun overeenkomst door voortijdig te vertrekken zonder gewichtige reden. Volgens MVT heeft [A] ten onrechte geklaagd over het tarief. Verder houdt zij [A] ook verantwoordelijk voor het feit dat [Y] en [Z] naar Nederland zijn teruggegaan. MVT stelt dat [A], in strijd met zijn zorgplicht als goed opdrachtnemer, haar medewerkers heeft aangezet tot hun vertrek en hen de mogelijkheid en middelen daartoe heeft geboden.

4.10. [A] stelt dat hij terecht een punt heeft gemaakt van het tarief en dat het MVT was die zich niet aan de afspraken wilde houden. Verder betwist hij de medewerkers van MVT te hebben aangezet tot vertrek. Volgens hem vroegen zij juist of ze mee mochten omdat zij de situatie gevaarlijk vonden.

4.11. De rechtbank overweegt dat [A], als professionele opdrachtnemer, de betreffende overeenkomst van opdracht slechts tussentijds mocht opzeggen als daar gewichtige redenen aan ten grondslag lag (artikel 7: 408 lid 2 BW). Nu voor [A] de reden was dat MVT zich niet aan de afspraken over het tarief wilde houden, is de vraag wat partijen hadden afgesproken over het tarief dat aan [A] betaald zou worden voor het project in Ierland.

4.12. Over het tarief hebben partijen het volgende gesteld.

[A] stelt dat hij voor werkzaamheden in Nederland een tarief van € 250,- per dag hanteert en voor werkzaamheden in het buitenland een tarief van € 500,- per dag wat bij MVT bekend is. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst hij naar een project in Australië waarbij hij ook voor dit tarief in opdracht van MVT werkzaamheden heeft verricht. Het door MVT aangevoerde project in België, waarbij hij € 250,- per dag betaald kreeg, is volgens hem een uitzondering geweest omdat hij tijdens dat project 's avonds gewoon naar huis kon.

MVT betwist dat [A] standaard voor werkzaamheden in het buitenland een tarief van

€ 500,- per dag hanteert. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst zij naar een project in België waar [A] voor € 250,- per dag werkzaamheden voor haar heeft verricht. Het door [A] aangevoerde project in Australië, waarbij hij inderdaad € 500,- per dag betaald kreeg, is volgens haar een uitzondering geweest vanwege de langere duur van het project (drie maanden) en vanwege het risico dat bestond dat [X] uit zou vallen en [A] belast zou worden met dit probleem.

4.13. Tijdens de comparitie bleek desgevraagd dat partijen voorafgaand aan het project in Ierland geen expliciete tariefafspraak hebben gemaakt en ook niets op schrift hebben gezet. Partijen bleken elk met een verschillende verwachting over het tarief aan het project te zijn begonnen. [A] verklaarde dat hij voordien een keer tegen [X] heeft gezegd dat hij niet voor € 250,- per dag in Ierland in de kost ging, dat [X] daar niet op heeft gereageerd en dat hij er toen vanuit is gegaan dat hij hetzelfde tarief als in Australië betaald zou krijgen. [X] verklaarde daarentegen dat [A] niet voor vertrek naar Ierland heeft gezegd dat hij € 500,- per dag wilde, dat hij hem dan de opdracht ook niet gegeven zou hebben en dat hij er vanuit ging dat het tarief € 250,- per dag was.

4.14. Uit het voorgaande volgt dat geen tariefafspraak tussen partijen was gemaakt voor de werkzaamheden van [A] in Ierland. Dat het tussen partijen gebruikelijk was dat [A] € 500,- per dag betaald kreeg voor werk in het buitenland kan de rechtbank ook niet vaststellen. Nu gebleken is dat [A] niet in opdracht van MVT in andere buitenlanden dan België en Australië heeft gewerkt, is niet duidelijk of België 'de uitzondering' was en Australië 'de regel' of net andersom. Dit betekent dat het standpunt van [A] in de discussie over het tarief, dat MVT zich niet aan de afspraak wilde houden, niet opgaat. Daarmee kan dit dus ook niet als dringende reden voor opzegging van de overeenkomst gelden.

4.15. In beginsel betekent dit dat [A], door de werkzaamheden in Ierland niet af te maken, toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit de overeenkomst en gehouden is de schade te vergoeden die MVT hierdoor heeft geleden.

4.16. Bij de schadeposten 1 en 2 moet eerst een onderscheid worden gemaakt tussen de schade die is veroorzaakt door het vertrek van [A] en de schade die is veroorzaakt door het vertrek van [Y] en [Z]. Uit de factuur die door MVT is overgelegd ter onderbouwing van schadepost 1 blijkt dat de twee vervangende medewerkers elk negen dagen hebben gewerkt, dus samen achttien dagen. Dat komt overeen met het gegeven dat [A], [Y] en [Z] drie dagen hadden gewerkt en de verwachting was dat het project negen werkdagen in beslag zou nemen. Zij hebben dus elk zes dagen niet meer gewerkt en dat is samen ook achttien dagen. Van deze achttien dagen kunnen er zes worden toegerekend aan het feit dat [A] zijn overeenkomst niet langer is nagekomen. De kosten voor de overige twaalf dagen van de vervangend medewerkers zijn veroorzaakt door het vertrek van [Y] en [Z]. Of [A] aansprakelijk is voor deze schade zal de rechtbank hierna beoordelen. Wat schadepost 2 betreft acht de rechtbank het redelijk de kosten voor de vliegtickets van de ene vervangende medewerker toe te rekenen aan het vertrek van [A] en de kosten voor de vliegtickets voor de andere medewerker aan het vertrek van [Y] en [Z].

4.17. De schade die MVT heeft geleden door de tekortkoming van [A] is niet het totale bedrag dat zij heeft moeten betalen voor zes dagen werk door de vervangend medewerker. Zij heeft zich immers de kosten voor zes dagen werk door [A] bespaard, zodat slechts de meerkosten als schade gezien kunnen worden. Uitgaande van de visie van MVT kostte [A] € 250,- per dag. Uit de factuur van de vervangende medewerkers blijkt dat MVT hen € 5.430,- heeft moeten betalen voor achttien dagen, dat is gemiddeld

€ 301,67 per dag. De meerkosten per dag zijn dus € 51,67 en keer zes dagen is dat € 310,02. Hierbij komen dan de kosten voor de vliegtickets voor één vervangend medewerker. Uit de overgelegde productie ter onderbouwing van schadepost 2 blijkt dat om een bedrag van

€ 421,18 te gaan. Samen is dit € 731,20.

4.18. In de stellingen van [A] valt ook te lezen dat hij van mening is dat MVT de schade aan zichzelf te wijten heeft, waarbij hij doelt op het gedrag van [X]. De rechtbank vat dit op als een beroep op eigen schuld. Hierover wordt het volgende overwogen. Dat er geen duidelijke tariefafspraak was gemaakt, partijen met verschillende verwachtingen over het tarief aan het project zijn begonnen en er vervolgens onenigheid over is ontstaan, valt beide partijen te verwijten. Ook in het feit dat de discussie zo hoog is opgelopen en de situatie die avond behoorlijk is geëscaleerd, valt een aandeel van beide partijen te zien. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank gezegd worden dat het feitelijke einde van de overeenkomst, het niet langer nakomen daarvan door [A], en de daardoor ontstane schade door beide partijen in gelijke mate is veroorzaakt. In die zin slaagt dit verweer en acht de rechtbank MVT gehouden de helft van haar schade zelf te dragen. Dit betekent dat [A] de helft van € 731,20 is € 365,60 aan MVT moet vergoeden.

4.19. Zoals onder 4.16 is overwogen zijn de kosten voor de overige twaalf dagen van de vervangend medewerkers en het tweede vliegticket veroorzaakt door het vertrek van [Y] en [Z]. Om deze schade aan [A] te kunnen toerekenen moet zijn handelen op dit punt als in strijd met zijn zorgplicht als goed opdrachtnemer dan wel onrechtmatig beschouwd kunnen worden. Het enkele feit dat hij [Y] en [Z] de mogelijkheid en middelen tot hun vertrek heeft geboden is hiervoor niet voldoende. Ten aanzien van de stelling dat [A] de twee medewerkers van MVT zou hebben aangezet tot hun vertrek overweegt de rechtbank het volgende. Tijdens de comparitie heeft [X] hierover verklaard: “Ik hou [A] ervoor verantwoordelijk dat zij met hem uit Ierland zijn vertrokken. Ik weet niet wat hij precies gezegd heeft om ze te stimuleren met hem mee te gaan. Maar als hij ze niet had gebeld en gewoon zelf was vertrokken waren zij niet gegaan.” Hiermee heeft MVT haar stelling onvoldoende onderbouwd. Dat [A] de medewerkers belde om zijn persoonlijke spullen te brengen omdat [X] de voordeur voor hem had dichtgedaan is niet weersproken. Verder acht de rechtbank de verklaring van [A] voor het vertrek van de twee medewerkers, namelijk dat ze hem vroegen of ze mee mochten omdat ze de situatie gevaarlijk vonden, niet onaannemelijk gelet op de gebeurtenissen die avond. Deze verklaring is door MVT onvoldoende weersproken. Daarbij overweegt de rechtbank dat [Y] en [Z] twee volwassen mannen zijn. Zelfs al zou [A] ze op een of andere manier hebben gevraagd met hem mee te gaan, dan nog is het hun eigen beslissing geweest dat daadwerkelijk te doen en moeten zij zelf verantwoordelijk worden gehouden voor die beslissing. Uit het voorgaande volgt dat deze schade door MVT niet bij [A] neergelegd kan worden.

Ad 3.

4.20. Ten aanzien van deze schadepost stelt MVT dat zij, omdat haar eigen bus kapot was, met [A] had afgesproken dat zijn bus tijdens het project in Ierland gebruikt zou worden voor het vervoer van personen. Toen [A] vertrok met zijn bus was vervangend vervoer nodig waarvoor een personenauto is gehuurd. De kosten hiervoor ad € 592,64 vordert MVT van [A].

4.21. Dat deze afspraak tussen partijen was gemaakt is door [A] erkend. Partijen hebben ook beiden tijdens de comparitie verklaard dat MVT [A] hiervoor zou betalen. Maar ook dit punt overweegt de rechtbank dat enkel de eventuele meerkosten als schade van MVT als gevolg van de tekortkoming van [A] gezien kunnen worden en niet het totale bedrag dat zij heeft moeten betalen voor de huur van de auto. Zij heeft zich immers ook de kosten die zij [A] zou betalen voor het gebruik van zijn bus bespaard. Uit de door MVT overgelegde “calculatie project Gorey, Ierland” maakt de rechtbank op dat begroot was aan [A] € 490,- te betalen voor het gebruik van zijn bus. Nu MVT voor de vervangende huurauto € 592,64 heeft moeten betalen bedragen de meerkosten € 102,64.

4.22.Op grond van dezelfde overwegingen als weergegeven onder 4.18 is de rechtbank van oordeel dat ook deze schadepost door MVT voor de helft zelf gedragen moet worden wegens eigen schuld aan het veroorzaken hiervan. De rechtbank acht [A] daarom gehouden € 51,32 aan MVT te voldoen.

Ad 4.

4.23. De laatste schadepost betreft de schade aan het huurhuis. Dit gaat om de schade door het losgetrokken verwarmingselement en de schade door de vernielde ruiten. MVT stelt dat [A] op grond van artikel 6:166 BW aansprakelijk is voor deze schade. Volgens haar hebben [A], [Y] en [Z] als groep onrechtmatig gehandeld waarbij deze schade is ontstaan. Zij stelt dat [A] zich als leider en woordvoerder van de groep heeft opgesteld.

4.24. [A] betwist aansprakelijk te zijn voor deze schade. Hij stelt dat hij niets met de schade aan het huurhuis te maken heeft. Volgens [A] is de schade ontstaan tijdens de worstelingen tussen [X] en [Z] en stond hij toen buiten.

4.25. Wat betreft de schade door het losgetrokken verwarmingselement overweegt de rechtbank dat vaststaat – zie 4.5 – dat [A] buiten stond toen deze schade ontstond terwijl de anderen drie binnen waren. Dat [A] op dat moment deel uitmaakte van een groep met [Y] en [Z], zoals bedoeld in artikel 6:166 BW, ziet de rechtbank niet in. MVT heeft onvoldoende gesteld om deze conclusie te kunnen rechtvaardigen. [A] is dus niet aansprakelijk voor deze schade.

4.26. Tussen partijen is in geschil op welk moment de twee ruiten zijn ingegooid. Volgens [A] was dat tijdens de worsteling tussen [X] en [Z] en stond hij toen ook buiten. Als dat juist is geldt hiervoor hetzelfde als hetgeen is overwogen ten aanzien van de schade door het losgetrokken verwarmingselement en is [A] niet aansprakelijk voor deze schade.

4.27. Maar volgens MVT zijn de ruiten ingegooid op het moment dat [A], [Y] en [Z] terugkeerde bij het huurhuis om de vrachtwagensleutel en gereedschap van MVT af te leveren. Als dat juist is moet beoordeeld worden of [A], [Y] en [Z] toen als groep in de zin van artikel 6:166 BW te beschouwen waren. Door MVT zijn geen relevante feiten en omstandigheden aangevoerd om dit te onderbouwen. [X] heeft ook niets van groepsmatig handelen kunnen waarnemen, omdat hij in zijn slaapkamer is gebleven. Het enkele feit dat [A], [Y] en [Z] bij de terugkeer met z'n drieën waren is voor deze grondslag niet voldoende.

4.28. Gezien voorgaande overwegingen gaat het standpunt van MVT op dit punt niet op en kan deze schadepost niet toegewezen worden.

Slotsom

4.29. In totaal moet [A] aan MVT € 365,60 plus € 51,32 is € 416,92 betalen zodat de vordering voor dat bedrag wordt toegewezen.

4.30. De wettelijke rente is door MVT gevorderd vanaf het moment dat [A] in verzuim is, zonder hierbij toe te lichten vanaf welke datum [A] in verzuim zou zijn. Daarom neemt de rechtbank als ingangsdatum voor de verschuldigdheid van rente de dag waarop de vordering is ingediend, te weten 20 mei 2009.

4.31. De door MVT gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad € 833,- zal de rechtbank afwijzen. Nu slechts een klein gedeelte van de gevorderde hoofdsom wordt toegewezen kan naar het oordeel van de rechtbank niet geconcludeerd worden dat er in redelijkheid buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt.

4.32. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De rechtbank

in reconventie

5.1. veroordeelt [A] om aan MVT te betalen een bedrag van EUR 416,92 (vierhonderdzestien euro en tweeënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf 20 mei 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2010.