Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM2857

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-04-2010
Datum publicatie
29-04-2010
Zaaknummer
184286 / HA ZA 04-2006
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Verzekerde betoogt dat hij arbeidsongeschikt is in de zin van de polis en beroept zich daarvoor op rapport van zenuwarts, die de verzekerde niet in staat acht tot duurzaam regulier fulltime werken. Rechtbank oordeelt dat een zenuwarts niet is opgeleid om vragen over arbeidsongeschiktheid goed te kunnen beantwoorden. Dergelijk vragen horen tot het domein van de arbeidsdeskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 184286 / HA ZA 04-2006

Vonnis van 28 april 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. L.J.P. Selders,

tegen

de naamloze vennootschap

N.V. AMERSFOORTSE ALGEMENE VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Amersfoortse genoemd worden.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het tussenvonnis van 8 oktober 2008;

-het deskundigenbericht van L.Th. Schonagen, verzekeringsarts, van 29 januari 2009;

-het deskundigenbericht van R. Kuiper, registerarbeidsdeskundige, van 23 september 2009;

-de conclusie na deskundigenbericht van [eiser] van 28 oktober 2009;

-de antwoordconclusie na deskundigenberichten van de Amersfoortse van 9 december 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank dient te beoordelen of [eiser] recht heeft op een uitkering op grond van de bij de Amersfoortse gesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het verzekerde beroep is directeur van een boekbinderij en arbeidsongeschiktheid is in artikel 5 van de toepasselijke polisvoorwaarden als volgt gedefinieerd:

Van arbeidsongeschiktheid is uitsluitend sprake, indien er in relatie tot ziekte of ongeval objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan waardoor de verzekerde beperkt is in zijn functioneren.

Onverminderd het hierboven bepaalde wordt arbeidsongeschiktheid aanwezig geacht, indien de verzekerde voor ten minste 25% ongeschikt is tot het verrichten van de werkzaamheden verbonden aan zijn op het polisblad vermelde beroep, zoals dat voor deze beroepswerkzaamheden in de regel redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. Aanpassing van werkzaamheden en werkomstandigheden alsmede taakverschuivingen binnen het eigen bedrijf worden daarbij betrokken.

2.2.In een eerdere fase van deze procedure hebben de door de rechtbank benoemde deskundigen Groendijk, psychiater, en Schardijn, reumatoloog, hun rapporten uitgebracht. De psychiater stelde als diagnose dat bij [eiser] sprake is van een ongedifferentieerde somatoforme stoornis. Een dergelijke diagnose wordt gesteld bij langdurige fysieke klachten die niet (of onvoldoende) te relateren blijken aan lichamelijke of psychische afwijkingen en die niet veroorzaakt lijken door simulatie of “ziektewinst”, aldus verzekeringsarts Schonagen (zie hierna). De rechtbank heeft de psychiater de vraag gesteld of zij in haar onderzoek aanleiding vond om [eiser], indien er in relatie tot ziekte of ongeval objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan, beperkingen op te leggen ten aanzien van zijn functioneren. Hierop antwoordde de psychiater samengevat dat [eiser] duidelijk spierpijn en hoofdpijnklachten heeft gekregen waardoor hij belemmeringen ondervindt in zijn normale functioneren. De reumatoloog stelde als diagnose het chronisch benigne pijnsyndroom, type fibromyalgie. Deze diagnose wordt volgens verzekeringsarts Schonagen gesteld wanneer sprake is van chronische pijnklachten, waarvoor na adequaat onderzoek geen gerelateerde somatische (rechtbank: lichamelijke) of psychische afwijkingen gevonden worden. Bij het type fibromyalgie is sprake van pijnen van pezen en spieren met verspreiding over het lichaam. In antwoord op de hiervoor weergegeven vraag van de rechtbank antwoordde de reumatoloog dat aan [eiser] beperkingen kunnen worden geadviseerd ten aanzien van het tillen van zware lasten, frequent repeterende bewegingen (o.a. reiken), het frequent boven de schouder actief werken, het werken in een koude omgeving en met trillende voorwerpen. Ook acht de reumatoloog [eiser] niet in staat om goed 's nachts te werken. De rechtbank heeft de conclusies van deze deskundigen overgenomen. Hiermee is komen vast te staan dat [eiser] voldoet aan de voorwaarden voor arbeidsongeschiktheid in de zin van de eerste alinea van artikel 5 van de polisvoorwaarden.

2.3 Om aanspraak te kunnen maken op een uitkering op grond van de arbeidsongeschiktheidsverzekering dient echter tevens komen vast te staan dat [eiser] voor ten minste 25% ongeschikt is tot het verrichten van het de werkzaamheden verbonden aan het beroep van directeur van een boekbinderij (conform de tweede alinea van artikel 5 van de polisvoorwaarden). In verband daarmee heeft de rechtbank bij tussenvonnis van

8 oktober 2008 de deskundigen Schonagen, verzekeringsarts, en Kuiper, registerarbeidsdeskundige, benoemd. Aan de verzekeringsarts heeft de rechtbank gevraagd om na kennisneming van de deskundigenberichten van de psychiater en de reumatoloog een belastbaarheids- c.q. beperkingenpatroon op te stellen. De arbeidsdeskundige diende hierna met inachtneming van de door de verzekeringsarts vastgestelde medische beperkingen de arbeidsongeschiktheid in het kader van de polisvoorwaarden te beoordelen.

2.4. De arbeidsdeskundige heeft als volgt geconcludeerd:

Na de belastbaarheid van betrokkene, zoals aangegeven door verzekeringsarts Schonagen, afgezet te hebben tegen de belasting in zijn beroepswerkzaamheden stelde ik de mate van arbeidsongeschiktheid conform artikel 5 van de toepasselijke polisvoorwaarden vast op 13%. Ik acht verzekerde dus niet ten de minste 25% arbeidsongeschikt.

2.5. De Amersfoortse stemt met deze conclusie van de arbeidsdeskundige in. [eiser] betoogt dat hij van mening blijft dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 5 van de polisvoorwaarden. Hij heeft dit standpunt in zijn conclusie na deskundigenbericht alleen onderbouwd door te verwijzen naar zijn stellingen in eerdere processtukken. [eiser] doelt hiermee kennelijk vooral op het door hem overgelegde rapport van zenuwarts Busard van 22 maart 2004. Aan Busard heeft [eiser] onder meer de vraag voorgelegd of hij in 2003 naar het oordeel van Busard duurzaam regulier fulltime kon werken. Busard achtte [eiser] daartoe niet in staat. Naar het oordeel van de rechtbank is een zenuwarts (dat wil zeggen een neuroloog/psychiater) echter niet opgeleid om dergelijke vragen goed te kunnen beantwoorden. Vragen over arbeidsongeschiktheid behoren tot het domein van de arbeidsdeskundige. Aan de hand van een belastbaarheidsprofiel of functionele mogelijkhedenlijst, die doorgaans door een verzekeringsarts worden opgesteld en vaak wel worden gebaseerd op de bevindingen van een neuroloog en/of psychiater, kan de arbeidsdeskundige tot een oordeel over de (mate van) arbeidsongeschiktheid komen.

2.6. [eiser] heeft verder geen inhoudelijke bezwaren aangevoerd tegen de rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. Gezien de inhoud van deze rapporten had het echter wel op de weg van [eiser] gelegen om zijn standpunt, dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de polis, nader te onderbouwen. Dit geldt temeer nu hij inmiddels een taxibedrijf heeft met zeven personen op de loonlijst, in het kader waarvan hij de boekhouding en de planning doet, het contact met klanten onderhoudt en zelf 1 à 2 uur per dag als taxichauffeur werkzaam is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige zijn conclusie, dat sprake is van 13% arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 5 van de polisvoorwaarden, voldoende onderbouwd. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank neemt deze conclusie dan ook over.

2.7. De rechtbank concludeert dat [eiser] niet arbeidsongeschikt is in de zin van

artikel 5 van de polisvoorwaarden. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.

2.8. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Amersfoortse worden begroot op:

- vast recht 241,00

- deskundigen 9.586,36

- salaris advocaat 2.034,00 (4,5 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 11.861,36

2.9. De rechter, ten overstaan van wie de zitting is gehouden, heeft dit vonnis in verband met haar pensionering niet kunnen wijzen.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Amersfoortse tot op heden begroot op EUR 11.861,36.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2010.?