Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1248

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
15-04-2010
Zaaknummer
284526 / JE RK 10-764
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van een machtiging uithuisplaatsing die is verzocht om de minderjarige in een netwerkpleeggezin in het buitenland te laten verblijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

Machtiging uithuisplaatsing

Zaaknummer: 284526 / JE RK 10-764

Beschikking van 8 april 2010 van de kinderrechter met betrekking tot de minderjarige:

[naam meisje], geboren te [woonplaats], op [2001],

kind van

[naam moeder], wonende te [woonplaats].

De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag.

1. Verloop van de procedure

Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft op 24 maart 2010 verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen, met ingang van heden tot en met 9 juli 2010. Daarbij zijn overgelegd het hulpverleningsplan en verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling. Tevens is verwezen naar het rechtbankdossier met betrekking tot deze ondertoezichtstelling.

Op 8 april 2010 heeft de kinderrechter het verzoek ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.

Ter zitting zijn verschenen:

?mevrouw [naam moeder], de moeder,

?mevrouw B. van den Hoven gezinsvoogd, namens Bureau Jeugdzorg Utrecht.

2. Beoordeling van het verzochte

Bij beschikking van 10 juli 2009 van de kinderrechter te Utrecht is de ondertoezichtstelling met betrekking tot voormelde minderjarige met ingang van 10 juli 2009 uitgesproken voor de duur van een jaar.

De gezinsvoogd heeft verzocht een machtiging uithuisplaatsing te verlenen voor plaatsing van de minderjarige bij haar oma in Suriname. De gezinsvoogd legt aan dit verzoek ten grondslag dat de moeder financiële, gezondheids- en psychische problemen heeft, dat het leven van de minderjarige op dit moment gekenmerkt wordt door instabiliteit op alle levensterreinen en gebrek aan structuur. De gezinvoogd stelt dat moeder op dit moment pedagogisch onmachtig is om de minderjarige voldoende structuur en veiligheid te bieden. De moeder stelt dat oma wel de emotionele veiligheid, structuur en stabiliteit aan de minderjarige kan bieden en dat dit positief zal bijdragen aan de ontwikkeling van de minderjarige. Oma heeft aangeboden de zorg en opvoeding van de minderjarige voort te zetten in Suriname. Moeder is het hiermee eens. Moeder wil één keer per jaar de minderjarige bezoeken in Suriname en zal daarnaast veelvuldig telefonisch contact met de minderjarige onderhouden. Daarnaast stelt moeder dat er veel familie in Suriname is die oma bij kan staan en dat de vader van de minderjarige woonachtig is in Suriname.

De kinderrechter is van oordeel dat de gezinsvoogd het traject van uithuisplaatsing van de minderjarige naar Suriname wel kan uitvoeren, maar dat er geen juridische basis dan wel noodzaak is om dit plan met een juridische machtiging uithuisplaatsing te bekrachtigen c.q. te ondersteunen. De kinderrechter constateert dat de wijze waarop de ondertoezichtstelling zal worden uitgevoerd niet onder toezicht of controle van de kinderrechter staat, zodat de kinderrechter ook niet in dit beleid c.q. plan kan of behoeft in te grijpen. Met betrekking tot de vraag hoe de ondertoezichtstelling uitgevoerd kan worden heeft de gezinsvoogd verklaard gebruik te gaan maken van communicatiemiddelen, te weten telefonisch en mail. De gezinsvoogd heeft hieropvolgend verklaard dat de ondertoezichtstelling waarschijnlijk na een half jaar niet meer verlengd zal worden. De kinderrechter gaat er vanuit dat de gezinsvoogd in het kader van de ondertoezichtstelling de situatie beter zal kunnen inschatten dan de rechtbank op dit moment. De rechtbank is dan ook van oordeel dat partijen onderling ? met behulp van de gezinsvoogd die het belang van de minderjarige centraal zal stellen ? tot een duidelijk plan moeten kunnen komen in het belang van de minderjarige. Gelet op het bovenstaande zal de kinderrechter het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing afwijzen.

3. Beslissing

De kinderrechter wijst het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van

8 april 2010 door mr. H.A. Gerritse, kinderrechter, in bijzijn van F. El Idrissi als griffier.