Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM0856

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
12-04-2010
Zaaknummer
SBR 08-2995
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijstelling en bouwvergunning viaduct ontsluitingsweg. Nabijheidscriterium. Bouw viaduct als ontbrekende schakel voor ingebruikname ontsluitingsweg naast de A28. Mogelijke invloed op kwaliteit van leefomgeving eisers is voldoende grond om een objectief bepaalbaar, eigen en persoonlijk belang aan te nemen dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 08/2995

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2010

inzake

[eiser sub 1] en [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

Inleiding

1.1 Het beroep heeft betrekking op het besluit van verweerder van 4 september 2008, waarbij eisers in hun bezwaar tegen het besluit van 27 juni 2008 niet-ontvankelijk zijn verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening aan de gemeente Amersfoort vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een viaduct in de ontsluitingsweg Vathorst - A28 over de Domstraat in Amersfoort.

1.2 Het beroep is op 23 december 2009 ter zitting behandeld, waar eisers zijn verschenen. Verweerder heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), wordt onder een belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Volgens vaste jurisprudentie dient iemand, om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt niet alleen een eigen, voldoende objectief en actueel belang te hebben, maar ook een persoonlijk belang dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat door het bestreden besluit rechtstreeks wordt geraakt.

2.2 Het project heeft betrekking op het bouwen van een viaduct in de ontsluitingsweg Vathorst - A28 over de Domstraat in Amersfoort. De Domstraat loopt van de woonwijk Vathorst, aan de westzijde van de A28, onder de snelweg door naar Nijkerkerveen. Eisers zijn woonachtig aan de [adres] in [woonplaats], de A28 loopt voor hun woning langs.

2.3 De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht heeft in dit geschil reeds eerder, namelijk op 25 augustus 2008, uitspraak gedaan in zaak SBR 08/2082, waarbij het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen aangezien eisers naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet als belanghebbenden konden worden gezien omdat zij geen zicht hebben op het viaduct, noch een persoonlijk belang dat hen van anderen onderscheidt. Verweerder heeft eisers in het thans bestreden besluit van 4 september 2008 met herhaling van deze motivering niet-ontvankelijk verklaard.

2.4 Eisers beroepen zich er op dat zij een rechtstreeks, objectief en actueel belang bij het besluit hebben, aangezien het bestreden project onderdeel is van het bestemmingsplan “A28 aansluiting Vathorst Corlaer” en het besluit tot goedkeuring van dit bestemmingsplan op 13 juni 2007 is vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS), na een beroep van eisers. Daarnaast stellen eisers dat door het viaduct, dat de ingebruikname van de ontsluitingsweg mogelijk heeft gemaakt, de verkeersintensiteit en filevorming op de A28 is toegenomen. Dat heeft weer geluidsoverlast en de verslechtering van de luchtkwaliteit ter hoogte van hun woning tot gevolg.

2.5 Ter zitting is aan de hand van kaartmateriaal en foto’s en door de door partijen daarop gegeven toelichting komen vast te staan dat de woning van eisers is gelegen aan de oostzijde van de snelweg A28 en dat het viaduct is gebouwd in de ten opzichte van de snelweg lager gelegen ontsluitingsweg aan de westzijde van de snelweg. Eisers hebben vanuit hun woning geen zicht op het viaduct. Hun zicht is beperkt tot de oostelijke zijde van het talud van de snelweg, de daarop staande bomen en de vangrail van de snelweg. Verder is gebleken dat de afstand tussen de woning van eisers en het vergunde viaduct hemelsbreed ongeveer 100 meter bedraagt.

2.6 Eisers hebben naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat de vergunningverlening voor de bouw van het viaduct ter plaatse de ontbrekende schakel vormde in de ingebruikname van de ontsluitingsweg naast de A28 ten behoeve van de wijk Vathorst. Hun stelling dat daardoor het woon- en leefklimaat in en bij hun woning negatief beïnvloed wordt, acht de rechtbank niet op voorhand van iedere grond ontbloot. Die mogelijke invloed op de kwaliteit van hun leefomgeving vormt voor de rechtbank dan ook voldoende grond om een objectief bepaalbaar, eigen en persoonlijk belang aan te nemen dat rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit. Nu eisers bovendien hemelsbreed op een afstand van 100 meter van het viaduct wonen, kunnen zij ook op grond van het zogeheten ‘nabijheidscriterium’ als belanghebbenden worden aangemerkt. Anders dan de voorzieningenrechter is de rechtbank daarom van oordeel dat het feit dat eisers geen direct zicht hebben op het viaduct in dit geval niet bepalend is.

2.7 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eisers belanghebbenden zijn, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, bij de verlening van vrijstelling en bouwvergunning. Verweerder heeft eisers ten onrechte niet-ontvankelijk in hun bezwaar verklaard. Het besluit van 4 september 2008 kan dan ook niet in stand blijven en zal wegens strijd met het bepaalde in artikel 1:2 van de Awb worden vernietigd.

2.8 De rechtbank ziet voorts aanleiding om verweerder op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten die eisers in verband met de behandeling van het beroep hebben moeten maken. Op grond van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) komen voor vergoeding in aanmerking de reiskosten en de verletkosten van eisers.

Als reiskosten komen op grond van artikel 11, eerste lid, sub c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 voor vergoeding in aanmerking de reiskosten openbaar vervoer, laagste klasse. Dit leidt tot een vergoeding van € 18,20. De verletkosten voor het bijwonen van de zitting door eisers worden door de rechtbank, overeenkomstig eisers opgave, begroot op € 59,27 (3 uur tegen het maximale tarief van € 53,09).

Tevens dient verweerder het door eisers betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank,

3.1 verklaart het beroep gegrond;

3.2 vernietigt het besluit van 4 september 2008;

3.3 draagt verweerder op binnen tien weken na bekendmaking van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar van eisers te nemen,

3.4 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers ten bedrage van € 177,47.

3.5 bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,- vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. V.M.M. van Amstel en in het openbaar uitgesproken op

3 februari 2010.

De griffier: De rechter:

mr. M. de Laat mr. V.M.M. van Amstel

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.