Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL9254

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
26-03-2010
Zaaknummer
16-120165-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging maatregel terbeschikkingstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/120165-01

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[X],

geboren op [1967] te [woonplaats],

verblijvende te Hoeve Boschoord te Boschoord,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank d.d. 29 november 2001 waarbij verdachte onder voorwaarden ter beschikking is gesteld; de beslissing van deze rechtbank d.d. 25 april 2003 waarbij werd bevolen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, als ook de beslissing door het gerechtshof te Arnhem op 14 juli 2003 waarbij laatstgenoemde uitspraak is bevestigd;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 7 december 2009, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van 22 januari 2009 tot en met 25 juni 2009;

- het rapport van Hoeve Boschoord d.d. 27 oktober 2009, waarin het advies van de inrichting is opgenomen;

- de overige stukken.

2 De procesgang

De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank d.d. 29 november 2001 ter beschikking gesteld, aan welke terbeschikkingstelling de in dat vonnis vermelde voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde zijn verbonden. Blijkens dit vonnis is de terbeschikkingstelling opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.

Bij beslissing van deze rechtbank d.d. 25 april 2003 is het bevel gegeven dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, welke beslissing door het gerechtshof te Arnhem op 14 juli 2003 is bevestigd.

De terbeschikkingstelling is ingegaan op 11 januari 2002.

De termijn van terbeschikkingstelling is voor het laatst verlengd voor de duur van één jaar bij beslissing van deze rechtbank d.d. 3 maart 2009.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman

mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort.

Voorts is de getuige-deskundige N. Oltmanns gehoord.

3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft ter zitting van 15 januari 2010 aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de adviesrapportage van Hoeve Boschoord d.d. 27 oktober 2009 niet is ondertekend door het hoofd van die inrichting conform artikel 509o lid 2 sub 1 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank overweegt dat, na heropening van het onderzoek op 22 januari 2010, mevrouw drs. M.C.M. Storms, hoofd FPC De Beuken, bij brief van 1 februari 2010 heeft verklaard dat de adviesrapportage namens haar is ondertekend door mevrouw drs. E.A.M. Terpstra, zijnde een plaatsvervangend hoofd van de inrichting. De rechtbank is van oordeel dat hiermee het door de raadsman aangevoerde verzuim voldoende is hersteld.

De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman.

4 Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De getuige-deskundige N. Oltmanns heeft het rapport en het advies van de inrichting toegelicht.

Het standpunt is, zakelijk weergegeven, als volgt.

De diagnose

Betrokkene is een licht verstandelijk gehandicapte man bij wie er tevens sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline trekken. Er is geen sprake van inzicht in eigen gedrag en probleembesef is slechts in zeer beperkte mate aanwezig. Hij is uit op directe behoeftebevrediging en kan uitstel niet goed verdragen. Betrokkene is grenzeloos in gedrag.

Naast bovenstaande is er sprake van insufficiëntiegevoelens, wantrouwen en angst, waardoor betrokkene zich snel afgewezen en gekrenkt voelt. Het kost betrokkene moeite om gevoelens van angst en boosheid te reguleren, terwijl hij wel een grote behoefte heeft aan controle (macht). In combinatie met een gebrekkig geweten, egocentrisme en impulsiviteit kan krenking bij betrokkene snel leiden tot gevoelens van boosheid en, vrij concrete, voornemens om wraak te nemen.

De behandeldoelen

De behandeldoelen zijn dat betrokkene emoties bij zichzelf kan herkennen en hier (met hulp) adequaat mee kan omgaan en dat betrokkene zicht krijgt op zijn delict en op de risicofactoren.

Het verloop en het effect van de behandeling

Er is het laatste half jaar sprake van een positieve ontwikkeling bij betrokkene. Hij wil zich opnieuw goed inzetten voor zijn behandeling. Na een forse terugval in zijn behandeling is eerder geconcludeerd dat behandeling nauwelijks tot veranderingen bij betrokkene heeft geleid.

Het huidige behandelaanbod, gericht op agressieproblematiek, en de medicamenteuze behandeling maken dat betrokkene nu al geruime tijd stabiel functioneert. Ook behandeling gericht op traumaverwerking (EMDR) heeft hier een rol in gespeeld.

Tegelijkertijd worden de forse beperkingen, en daardoor de beperkte leerbaarheid, van betrokkene wederom duidelijk, hetgeen betekent dat de ingeschatte mate van begeleidingsintensiteit en toezicht voor in de toekomst hoog zijn. Betrokkene spreekt zelf nog regelmatig onrealistische ideeën over de toekomst uit. Ondanks dat hij in het hier en nu beseft bepaalde beperkingen te hebben, heeft hij geen inzicht in wat dat betekent voor zijn toekomst. Er kunnen hierover dan ook nog geen afspraken worden gemaakt.

Betrokkene is wel bezig met de uitbouw van zijn vrijheden; stapsgewijs zou moeten worden gekeken hoe betrokkene met vrijere situaties omgaat. De inschatting blijft dat betrokkene weinig leermogelijkheden heeft, dus dat de overgang naar meer vrijheden zal vallen of staan met de acceptatie door betrokkene van intensieve begeleiding.

In de komende maanden zal een overstap worden gemaakt naar een besloten afdeling; hier zullen oefening met meer vrijheden en toetsing daarvan uitgevoerd kunnen worden. Mogelijk zal betrokkene daarna via een resocialisatieafdeling op zoek kunnen gaan naar een passende plaats in de maatschappij. Gedacht wordt aan een 24-uur gehandicaptenzorg woonvoorziening.

Het recidive risico

De verwachting is dat betrokkene niet in staat zou zijn om een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen indien hij op dit moment zou terugkeren in de maatschappij. Hij beschikt over onvoldoende vaardigheden en zal naar verwachting al bij een geringe mate van stress destabiliseren.

De risico-inschatting op grond van de risicoanalyse zonder begeleiding en controle is op korte termijn hoog. Op middellange en op lange termijn is de risico-inschatting ook hoog.

De risico-inschatting op grond van de risicoanalyse is met directe begeleiding, medicatie en controle op korte termijn laag. Op middellange en op lange termijn matig.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting de vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren gehandhaafd.

6 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting verklaard dat het verlof goed verloopt. Hij is het niet eens met het hoge recidiverisico, zoals beschreven in het rapport. Hij denkt niet dat hij zal recidiveren en is niet akkoord met een verlenging van twee jaren.

De raadsman heeft aangevoerd dat een verlenging met één jaar betrokkene meer zal motiveren om de ingeslagen goede weg te blijven volgen.

7 De beoordeling

De rechtbank overweegt dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. Dat veroordeelde weer deelneemt aan de behandeling en zich inspant om op de nu ingeslagen goede weg te blijven doorgaan acht de rechtbank prijzenswaardig. Het is de rechtbank echter ook duidelijk geworden dat er nog een lange weg is te gaan. Het traject, waarin veroordeelde daadwerkelijk meer vrijheden krijgt, moet nog van start gaan. Gelet op het verleden zal moeten worden afgewacht hoe veroordeelde met de hem geboden vrijere situaties zal omgaan en wat de ontwikkelingen zullen zijn.

De overstap naar een besloten afdeling en daarna mogelijk de stap naar de maatschappij via de resocialisatieafdeling zullen naar redelijke verwachting in ieder geval nog twee jaar in beslag nemen. De rechtbank is van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar een onwenselijke druk zou leggen op het verloop van de behandeling en daardoor een negatieve uitwerking zou kunnen hebben op de ingezette positieve ontwikkeling.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging wordt verlengd met twee jaar.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [X] met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. A. Kuijer, voorzitter, mrs. D.A.C. Koster en

M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.F. van Dam en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 februari 2010.

Mr. Koster is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.