Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL8577

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
282435 / KG ZA 10-127
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser is onherroepelijk veroordeeld voor - kort gezegd - het verleiden van een minderjarige tot ontucht. Er zijn flyers verspreid in de woonomgeving van eiser, waarin de bewoners ervoor worden gewaarschuwd dat er een pedofiele kindermisbruiker in hun buurt woont, te weten eiser. Daarbij wordt zijn naam en adres genoemd. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat gedaagde verantwoordelijk is voor de inhoud en de verspreiding van de flyers en is van oordeel dat gedaagde hiermee onrechtmatig jegens eiser heeft gehandeld. Het recht van gedaagde op vrijheid van meningsuiting weegt in de gegeven omstandigheden niet dusdanig zwaar dat het onrechtmatige karakter aan het verspreiden van de flyers hierdoor komt te ontvallen. De voorzieningenrechter acht de maatschappelijke onrust die de verspreiding van de flyers kan veroorzaken en de mogelijke schadelijke gevolgen hiervan voor eiser, onnodig groot. Het maatschappelijke belang van bescherming van kinderen en hun ouders voor pedoseksuelen dient op andere - voor eiser minder bezwaarlijke - wijze te worden behartigd. De handelwijze van gedaagde werkt eigenrichting in de hand. Hiervoor kan in rechte geen steun worden gevonden. Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat de veiligheid van het publiek op afdoende wijze wordt gegarandeerd door het inzetten van de hiertoe geëigende, op grond van de wet toegestane, instrumenten. Gedaagde wordt verboden om door middel van het verspreiden van een flyer of pamflet aan het publiek bekend te maken dat eiser is veroordeeld voor het verleiden van een minderjarige tot ontucht en om in de flyer of het pamflet de naam en verblijfplaats van eiser te noemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/510
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 282435 / KG ZA 10-127

Vonnis in kort geding van 24 maart 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. N.J.C. Spapen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. H.P.A. Nawijn.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de producties aan de zijde van [eiser] (8);

- de mondelinge behandeling van 8 maart 2010;

- de pleitnota van [eiser];

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is bij - inmiddels onherroepelijk - vonnis van het Gerechtshof te Arnhem van 17 januari 2007 strafrechtelijk veroordeeld wegens “door beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of van hem te dulden”. Het Gerechtshof heeft hem een gevangenisstraf opgelegd van 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, en een proeftijd van twee jaren. [eiser] heeft in 2009 zijn gevangenisstraf uitgezeten. Hij heeft altijd ontkend dat hij enig strafbaar feit heeft gepleegd.

2.2. In de week van 1 februari 2010 zijn er flyers verspreid in de buurt waar [eiser] woont. Deze flyers bevatten de volgende tekst.

ATTENTIE: ER WOON EEN PEDOFIELE

KINDERMISBRUIKER IN UW BUURT!

Tot onze grote spijt zijn wij als bezorgde burgers genoodzaakt ook u te attenderen op het feit dat in uw nabijheid een veroordeelde kindermisbruiker/pedoseksueel woonachtig is. Het is geenszins ons doel smaadschrift te plegen, edoch nemen wij onze verantwoordelijkheid jegens u en uw kinderen daar waar de overheid ernstig faalt. Wij verzoeken u op geen enkele wijze betreffende persoon onheus te bejegenen, edoch uiterts alert te blijven en goed op de kinderen in uw woonbuurt te letten: “bij enig onraad adviseren wij u onmiddellijk het alarmnummer 112 van de politie te bellen.”

HET BETREFT

[eiser]

[adres]

[woonplaats]

De website stopkinderpornonu.org stellen wij telkens op de hoogte van onze actie(s). Deze website is als burgerinitiatief op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijk voor deze flyer die wij inmiddels in zo’n 60 gemeentes hebben verspreid.

NB*: Op de overheidswebsite rechtspraak.nl kunt u middels het voormelde LJN nummer - mits door de rechtbank online gezet - de zaak waarvoor betreffende persoon is veroordeeld nalezen. Het maatschappelijk belang - zoals die van u en uw kinderen achten wij groter dan de privacy van betreffende persoon. Elke vorm van eigenrichting anders dan de onszelf aangemeten informatieplicht aan buurtbewoners wijzen wij met klem van de hand.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. [gedaagde] te verbieden de persoonsgegevens van [eiser] te verwerken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000,-- voor iedere overtreding van dat verbod met een maximum van EUR 50.000,--;

II. [gedaagde] te verbieden zich in de toekomst onrechtmatig over [eiser] uit te laten, op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,-- voor iedere overtreding van dat verbod met een maximum van EUR 50.000,--;

III. [gedaagde] te veroordelen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] te betalen als voorschot op schadevergoeding een bedrag van EUR 20.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente;

IV. [gedaagde] te veroordelen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 1.904,-- ten titel van vermogensschade;

V. [gedaagde] te gelasten binnen acht dagen na betekening van dit vonnis in een brief, te verspreiden in de buurt van [eiser] zoals genoemd onder punt 15 van de dagvaarding, een rectificatie te plaatsen met de in de dagvaarding onder punt 15 gestelde tekst, op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,-- voor iedere dag na acht dagen na betekening dat [gedaagde] nalaat hieraan te voldoen met een maximum van EUR 50.000,--;

VI. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] stelt dat uit een uitzending van het televisieprogramma Netwerk van 4 februari 2010 blijkt dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor de verspreiding van de flyers in [woonplaats]. [gedaagde] heeft, door met vermelding van de identiteit van [eiser] ernstige en reputatieschadelijke beschuldigingen van het plegen van strafbare feiten betreffende [eiser] openbaar te maken, onrechtmatig jegens hem gehandeld en inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. Voorts heeft [gedaagde] in strijd gehandeld met de Wet bescherming persoonsgegevens, omdat [gedaagde] zonder toestemming van [eiser] diens persoonsgegevens heeft verwerkt en verstrekt door middel van verspreiding van de flyer.

4.2. [gedaagde] stelt primair dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijk is voor de flyers en het verspreiden van de flyers in de buurt van [eiser]. Hij ondersteunt de flyeractie alleen moreel. [gedaagde] stelt subsidiair dat het verspreiden van de flyers niet onrechtmatig is jegens [eiser].

4.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat [gedaagde] deel uitmaakt van het actiecomité Stopkinderpornonu, dat volgens [gedaagde] uit 12 leden bestaat. Het actiecomité stelt zich ten doel om burgers te waarschuwen indien er in hun nabijheid een veroordeelde pedoseksueel woonachtig is. Ter zitting is op verzoek van [eiser] de uitzending van het programma Netwerk van 4 februari 2010 getoond. In deze uitzending wordt [gedaagde] aangeduid als een “pedojager” en treedt hij op als woordvoerder van de website www.stopkinderpornonu.org. Er wordt een interview met [gedaagde] getoond uit een eerdere reportage van Netwerk. In dat interview beantwoordt [gedaagde] de vraag van de verslaggever “ben je een pedojager?” met: “Ja, dat mag je best zeggen, ik probeer er zeker elke week 4 à 5 te pakken.”

4.4. In de uitzending van 4 februari 2010 wordt [gedaagde] gevolgd bij een grootscheepse flyeractie die in verschillende plaatsen in het land heeft plaatsgevonden. [gedaagde] verklaart bij aanvang van de flyeractie desgevraagd dat het doel van de actie is dat onschuldige slachtoffers en hun ouders worden gewaarschuwd en dat pedoseksuelen uit de samenleving worden gehaald. In de uitzending is te zien dat [gedaagde] een groot aantal enveloppen met flyers vasthoudt en een aantal plaatsnamen opnoemt die op de enveloppen staan geschreven. [gedaagde] wordt vervolgens gevolgd bij een flyeractie in een wijk in [plaats]. Daarbij is ook nog een andere persoon aanwezig die de flyers feitelijk bij de woningen in de brievenbus stopt, maar zelf niet in beeld wordt gebracht. De volgende dag meldt de burgemeester van [plaats] dat het adres dat op de flyers vermeld staat onjuist is. [gedaagde] wordt daarop in een woning gefilmd, waar hij de verslaggever een computer laat zien die wordt gebruikt bij het achterhalen van gegevens van veroordeelde pedoseksuelen van het internet. Als de verslaggever vraagt wat er gaat gebeuren als de informatie niet juist blijkt te zijn, antwoordt [gedaagde] dat hij dat dan persoonlijk, op eigen naam, zal terugdraaien door middel van een tegenflyeractie.

4.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] door middel van het tonen van de uitzending van Netwerk voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] ten behoeve van de activiteiten van het actiecomité stopkinderpornonu adresgegevens van veroordeelde pedoseksuelen van het internet verzamelt en dat hij op basis van de gevonden gegevens, eventueel na overleg met andere leden van het actiecomité, bepaalt in welke plaatsen flyers zullen worden verspreid. [gedaagde] kan gelet hierop verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud en de verspreiding van de flyers. Uit de uitzending blijkt dat [gedaagde] ook zelf de verantwoording op zich neemt voor de juistheid van de gegevens die in de flyers worden vermeld. De omstandigheid dat [gedaagde] de flyers wellicht niet overal zelf in de brievenbussen stopt, maar dit door anderen laat doen, doet aan de verantwoordelijkheid van [gedaagde] niet af.

4.6. De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat [gedaagde] ook verantwoordelijk is voor de inhoud en de verspreiding van de flyers in [woonplaats], dit ondanks het feit dat [woonplaats] in de uitzending niet specifiek wordt genoemd als plaats waar flyers zullen worden verspreid. Uit de uitzending blijkt dat het de bedoeling van het actiecomité was om op meerdere plaatsen in Nederland flyers te verspreiden. Bovendien wordt in de uitzending een flyer getoond die - afgezien van de vermelding van de persoon om wie het gaat - exact hetzelfde is als de flyers die in de buurt van de woning van [eiser] zijn verspreid.

4.7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] door het verspreiden van de flyers in de woonomgeving van [eiser], waarin wordt vermeld dat [eiser] een veroordeelde kindermisbruiker/pedoseksueel is en zijn woonadres wordt genoemd, heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en daarbij inbreuk heeft gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. In de flyers worden de buurtbewoners weliswaar verzocht om [eiser] op geen enkele wijze onheus te bejegenen en wordt elke vorm van eigenrichting met klem van de hand gewezen, maar de voorzieningenrechter acht het, gelet op de emoties die bij het publiek ten aanzien van pedoseksuelen leven, aannemelijk dat de flyers toch eigenrichting in de hand zullen werken met mogelijk ernstige gevolgen voor [eiser] en zijn gezin. In de uitzending van Netwerk heeft [gedaagde] overigens ook toegelicht dat het beoogde doel van de flyeractie is het uit de samenleving halen van pedoseksuelen. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat het door [gedaagde] bedoelde effect van de flyeractie is, dat de buurtbewoners na kennisname van de flyer zullen trachten te bewerkstelligen dat [eiser] uit zijn woning vertrekt.

4.8. Het recht op vrijheid van meningsuiting waar [gedaagde] zich op beroept, weegt in de gegeven omstandigheden niet dusdanig zwaar dat het onrechtmatige karakter aan het verspreiden van de flyers hierdoor komt te ontvallen. De voorzieningenrechter acht de maatschappelijke onrust die de verspreiding van de flyers kan veroorzaken en de mogelijke schadelijke gevolgen hiervan voor [eiser] zelf, onnodig groot. Het maatschappelijke belang van bescherming van kinderen en hun ouders voor pedoseksuelen, waarvoor [gedaagde] zich sterk maakt, dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter op andere - voor [eiser] minder bezwaarlijke - wijze te worden behartigd. De handelwijze van [gedaagde] werkt eigenrichting in de hand. Hiervoor kan in rechte geen steun worden gevonden. Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat de veiligheid van het publiek op afdoende wijze wordt gegarandeerd door het inzetten van de hiertoe geëigende, op grond van de wet toegestane, instrumenten. Zoals [gedaagde] ook zelf ter zitting heeft gesteld, treft de overheid ook feitelijk maatregelen die gericht zijn op het voorkómen van contact tussen pedoseksuelen en minderjarige kinderen. Dit gebeurt op een manier waardoor de privacy en de veiligheid van de betrokken pedofiel niet meer dan nodig worden aangetast.

4.9. [gedaagde] heeft voorts nog gesteld dat de flyeractie niet onrechtmatig is omdat [eiser] deze zelf heeft uitgelokt. [gedaagde] heeft hiertoe gesteld dat [eiser] zelf steeds de publiciteit zoekt om zijn onschuld te bewijzen, waardoor bekend is dat hij is veroordeeld wegens ernstige strafbare feiten. De voorzieningenrechter volgt [gedaagde] niet in dit standpunt. De omstandigheid dat [eiser] zelf in de media is verschenen, waardoor wellicht bij een deel van het publiek bekend is dat hij is veroordeeld voor - kort gezegd - het verleiden van een minderjarige tot ontucht, rechtvaardigt niet het prijsgeven van zijn adresgegevens in zijn directe woonomgeving.

4.10. De voorzieningenrechter is ten aanzien van de vorderingen sub I en II van oordeel dat deze te ruim zijn geformuleerd. Deze vorderingen zullen aldus worden toegewezen, dat het [gedaagde] wordt verboden om door middel van het verspreiden van een flyer of pamflet aan het publiek bekend te maken dat [eiser] is veroordeeld voor het verleiden van een minderjarig tot ontucht als bedoeld in 2.1. en om in de flyer of het pamflet de naam en verblijfplaats van [eiser] te noemen. Aan deze veroordeling zal een dwangsom worden verbonden van EUR 5.000,-- voor iedere overtreding van het verbod tot een maximum van EUR 50.000,--.

4.11. De sub III gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan aanleiding, indien het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk is, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] door middel van het overleggen van verklaringen aannemelijk gemaakt dat hij en zijn gezin onder de verspreiding van de flyers hebben geleden, maar is niet in hoge mate aannemelijk geworden dat [eiser] zodanig onder het optreden van [gedaagde] heeft geleden, dat sprake is van geestelijk letsel dat kan worden aangemerkt als een zodanige ernstige aantasting van zijn persoon, dat de toekenning van immateriële schadevergoeding gerechtvaardigd is. De vordering sub III wordt daarom afgewezen.

4.12. De vordering sub IV tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door de voorzieningenrechter gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voorwerk II - worden afgewezen. Uit de door [eiser] gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan [eiser] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.13. De vordering sub V om [gedaagde] te veroordelen om een brief in de woonomgeving van [eiser] te verspreiden, waarin wordt vermeld dat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat [gedaagde] in de flyer de reputatie van goede naam van [eiser] op grove en ongeoorloofde wijze heeft beschadigd, zal eveneens worden afgewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] door het verspreiden van de flyers zijn reputatie en goede naam op grove en ongeoorloofde wijze heeft beschadigd. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat [eiser] bij vonnis van het Gerechtshof te Arnhem strafrechtelijk is veroordeeld wegens - kort gezegd - verleiding van een minderjarige tot ontucht, welk vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, en dat [eiser], naar [gedaagde] onweersproken heeft gesteld en om die reden ten deze als vaststaand wordt aangenomen, al verschillende malen in de media is opgetreden om zijn onschuld te bewijzen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was de reputatie en goede naam van [eiser] op voorhand reeds aangetast door de strafrechtelijke veroordeling en door het optreden in de media door [eiser] zelf. Tegen deze achtergrond heeft [eiser] zijn stelling, dat zijn reputatie en goede naam door het optreden van [gedaagde] op grove en ongeoorloofde wijze is beschadigd, onvoldoende onderbouwd.

4.14. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 96,26

- vast recht 480,--

- salaris advocaat 816,--

Totaal EUR 1.392,26

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] om door middel van het verspreiden van een flyer of pamflet aan het publiek bekend te maken dat [eiser] is veroordeeld voor het verleiden van een minderjarige tot ontucht als bedoeld in 2.1. en om in de flyer of het pamflet de naam en verblijfplaats van [eiser] te noemen;

5.2. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere keer dat hij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het onder 5.1. bepaalde, aan [eiser] een dwangsom verbeurt van

EUR 5.000,-- voor iedere overtreding van dat verbod, met een maximum van

EUR 50.000,--;

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.392,26;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2010.?