Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL4917

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
22-02-2010
Zaaknummer
597742 UC EXPL 08-14974 AW
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:4517, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter te Utrecht heeft acht deels verschillende vonnissen gewezen tussen verschillende (kleine) ondernemers en steeds dezelfde leverancier van automatiseringsprodukten.

Aan de orde komt:

Colportagewet. Onder omstandigheden komt aan de beschermende bepalingen van de Colportagewet reflexwerking toe ten behoeve van de kleine ondernemer, die materieel niet van een consument is te onderscheiden. Die reflexwerking strekt niet zover dat de overeenkomst reeds nietig is op grond van het feit dat de mogelijkheid tot ontbinding niet in de overeenkomst is vermeld (artikel 24 lid 2 sub a Colportagewet).

Verder komen aan de orde: beroep op dwaling en bedrog, onredelijk bezwarend beding en wanprestatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 597742 UC EXPL 08-14974 AW

vonnis d.d. 20 januari 2010

inzake

[eiser], h.o.d.n. [naam],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. B.J. van de Wijnckel,

tegen:

de besloten vennootschap

Proximedia Nederland B.V.,

gevestigd te De Meern,

verder ook te noemen Proximedia,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. L.B. Melcherts.

1. Verloop van de procedure

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 22 juli 2009.

Ingevolge dat vonnis heeft Proximedia een akte met producties genomen waarop [eiser] schriftelijk heeft gereageerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. Het geschil en de verdere beoordeling daarvan

In conventie en in reconventie

2.1 De kantonrechter verwijst naar en blijft bij hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 22 juli 2009.

Proximedia is in de gelegenheid gesteld de door haar genoemde protocollen en scripts in het geding te brengen. Van die gelegenheid is gebruik gemaakt. [eiser] heeft vervolgens bij antwoordakte op die stukken gereageerd en hij heeft zijn bewijsaanbod geconcretiseerd.

Colportagewet

2.2 [eiser] heeft aan zijn vordering primair ten grondslag gelegd dat de beschermende bepalingen van de Colportagewet via reflexwerking van toepassing zijn. Hij meent dat de overeenkomst nietig is nu niet aan de vereisten van artikel 24 lid 2 sub a van de Colportagewet is voldaan dan wel dat hij deze buitengerechtelijk heeft ontbonden op grond van artikel 25 van de Colportagewet. Proximedia betwist dat de Colportagewet via reflexwerking van toepassing is. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.

2.3 De Colportagewet beoogt de consument te beschermen die door een verkoper, doorgaans aan huis, wordt overvallen met een aanbod, door de verkoper wordt bewogen dit aanbod te aanvaarden en zich kort daarna realiseert dat hij die aanvaarding onvoldoende heeft overwogen en dat hij daarvan spijt heeft. Op grond van de Colportagewet heeft de consument in dat geval het recht binnen een termijn van 8 dagen (na dagtekening van de betreffende akte bij de Kamer van Koophandel) de overeenkomst te ontbinden, welke ontbinding terugwerkende kracht heeft. Zoals in het tussenvonnis van 22 juli 2009 reeds is overwogen komt onder omstandigheden aan de beschermende bepalingen van de Colportagewet reflexwerking toe ten behoeve van de kleine ondernemer, die materieel niet van een consument is te onderscheiden. Die reflexwerking brengt in de omstandigheden van dit geval met zich mee dat de kleine ondernemer een beroep kan doen op de ontbinding van de overeenkomst kort na het sluiten daarvan (artikel 25 Colportagewet), maar strekt niet zover dat de overeenkomst reeds nietig is op grond van het feit dat de mogelijkheid tot ontbinding niet in de overeenkomst is vermeld (artikel 24 lid 2 sub a Colportagewet).

2.4 [eiser] heeft bij e-mailbericht van 25 mei 2007, dat is een maand na het sluiten van de overeenkomst en 21 dagen nadat de computerapparatuur door Proximedia is geïnstalleerd, Proximedia verzocht per direct de werkzaamheden te staken en het contract te beëindigen, in verband met de onverwachtse beëindiging van zijn bedrijf. Op 4 juni 2007 schrijft [eiser] opnieuw aan Proximedia dat hij het contract wenst te beëindigen (zie het tussenvonnis onder 1.7). Ditmaal stelt hij dat hij beëindiging wenst onder andere omdat dat de kosten voor hem te hoog zijn en omdat hij tijdens het gesprek met de vertegenwoordiger te enthousiast is geweest en een en ander onvoldoende heeft doordacht. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] Proximedia eerder heeft bericht dat hij de overeenkomst wenste te annuleren. Bij repliek stelt [eiser] weliswaar onder punt 17 dat hij op of omstreeks 15 mei 2007 met Proximedia contact heeft opgenomen met de mededeling dat hij de overeenkomst wilde annuleren, de kantonrechter gaat ervan uit dat die datum berust op een kennelijke verschrijving en dat is bedoeld voornoemd e-mailbericht van 25 mei 2007. [eiser] heeft ter comparitie verklaard dat hij per e-mailbericht heeft geannuleerd. Proximedia heeft voornoemd e-mailbericht gedateerd 25 mei 2007 alsook de brief van 4 juni 2007 bij conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie in het geding gebracht en [eiser] heeft daarop geen e-mailbericht gedateerd 15 mei 2007 overgelegd waaruit blijkt dat hij al op die eerdere datum de overeenkomst heeft geannuleerd.

Gelet op voornoemde inhoud en strekking van de Colportagewet kan het beroep van [eiser] op de reflexwerking van die wet in zijn geval wegens het tijdsverloop niet slagen. De overeenkomst is gesloten op 24 april 2007 en [eiser] heeft voldoende bedenktijd gehad.

Aan het door hem gedane bewijsaanbod omtrent de gang van zaken tijdens het verkoopgesprek komt de kantonrechter in dit kader dan ook niet toe.

Dwaling

2.5 Subsidiair stelt [eiser] dat de overeenkomst vernietigbaar is omdat deze door hem is gesloten onder invloed van dwaling en hij bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet was aangegaan. Proximedia betwist dat [eiser] heeft gedwaald. Zoals in het tussenvonnis van 22 juli 2009 reeds is overwogen dient [eiser] aan zijn beroep op dwaling concrete feiten en omstandigheden ten grondslag te leggen. De verwijzing in algemene termen naar de inhoud van het vonnis van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 10 september 2009 (LJN: BJ7440), gewezen in een zaak waarbij [eiser] geen partij is, is in dat kader onvoldoende. Het moet gaan om concrete feiten en omstandigheden die betrekking hebben op het aangaan van de overeenkomst tussen [eiser] en Proximedia.

[eiser] stelt dat de dwaling te wijten is aan een aantal, achteraf gebleken onjuiste, mededelingen die de vertegenwoordiger van Proximedia tijdens het verkoopgesprek heeft gedaan, te weten:

• gratis laptop of desktop en internetaansluiting;

• gratis website en webshop op maat met technische ondersteuning;

• 1500 promomails per jaar;

• opleiding om met de computer en het internet te leren werken

• unieke aanbieding: referentstatus met aanzienlijke korting.

Ook stelt [eiser] dat de vertegenwoordiger hem niet heeft ingelicht over een aantal onderdelen van de overeenkomst terwijl hij wist of behoorde te weten dat [eiser] daaromtrent een onjuiste voorstelling van zaken had, namelijk:

• de minimale contractsduur van 48 maanden;

• de verschuldigde vergoeding van 60% van de resterende termijnen bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst.

De kantonrechter overweegt daarover als volgt.

2.6 De stelling van [eiser] dat de vertegenwoordiger hem heeft verteld dat sprake was van een unieke aanbieding waarbij hij, door als referent op te treden, een aanzienlijke korting op de te betalen prijs zou kunnen verkrijgen, moet in dit kader worden gepasseerd. Immers, gesteld noch gebleken is dat Proximedia hem voor haar diensten een hogere prijs in rekening heeft gebracht dan de prijs die de vertegenwoordiger tijdens dat verkoopgesprek heeft genoemd, aan hem heeft voorgerekend en waarmee hij akkoord is gegaan. Evenmin heeft hij gesteld dat het voor hem enige nadelige gevolgen heeft gehad dat – naar hem later bleek – Proximedia ditzelfde “unieke” aanbod ook aan (vele) anderen heeft gedaan.

2.7 Zijn stellingen dat hij heeft gedwaald omtrent de aard en inhoud van de geboden opleiding en de te ontwerpen website dienen als onvoldoende onderbouwd te worden gepasseerd. [eiser] heeft niet geconcretiseerd op welke punten de opleiding niet voldeed aan de verwachtingen die hij daarvan had bij het sluiten van de overeenkomst. Dit had hij wel moeten doen, temeer nu hij kennelijk geen aanleiding heeft gezien om nadat hij de opleiding had ontvangen daarover bij Proximedia aanmerkingen te maken (productie 7 bij conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie). Nu Proximedia erkent dat zij zich heeft verplicht voor hem een op maat gemaakte website te ontwerpen had [eiser] ook op dit punt moeten concretiseren in welke zin die te ontwerpen website niet bleek te voldoen aan de verwachtingen die hij had bij het sluiten van de overeenkomst. Het enkele feit dat Proximedia bij het ontwerpen van de websites gebruik maakt van bepaalde standaarden betekent op zichzelf nog niet dat zij geen op maat gemaakte website levert.

2.8 Voorts stelt [eiser] dat de vertegenwoordiger van Proximedia zowel in het telefoongesprek als tijdens het verkoopgesprek heeft gezegd dat hij een gratis laptop, internetaansluiting en website met webshop zou krijgen. Proximedia betwist dat de vertegenwoordiger die mededelingen heeft gedaan.

Vast staat dat [eiser] via de maandelijkse termijnen betaalt voor de internetaansluiting, de website, de technische ondersteuning en het gebruik van de laptop en dat de laptop eigendom blijft van Proximedia.

Proximedia betwist niet dat zij zich jegens [eiser] heeft verplicht 1500 promomails per jaar te leveren. Daaromtrent bestond bij [eiser] derhalve geen onjuiste voorstelling van zaken.

Volgens [eiser] heeft de vertegenwoordiger niet verteld dat de overeenkomst minimaal 48 maanden zou duren en dat hij bij tussentijdse beëindiging een vergoeding verschuldigd is van 60% van de resterende maandtermijnen. Hij heeft tijdens het verkoopgesprek niet de gelegenheid gekregen de schriftelijke overeenkomst voor ondertekening door te nemen en is hem bedenktijd geweigerd. Proximedia stelt daartegenover dat de vertegenwoordiger de gehele overeenkomst met [eiser] heeft besproken en dat hem tevens de gelegenheid is geboden de schriftelijke overeenkomst voor ondertekening door te nemen. Zij betwist dat [eiser] bedenktijd is geweigerd.

2.9 De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen op haar oordeel dat het aan [eiser] is om de door Proximedia betwiste feiten en omstandigheden te bewijzen die hij aan zijn beroep op dwaling ten grondslag heeft gelegd. Proximedia heeft voldoende stukken in het geding gebracht omtrent haar werkwijze bij de verkoop (protocollen en scripts) om [eiser] aanknopingspunten te bieden voor de bewijslevering (zie ook Hoge Raad, 20-01-2006, LJN: AU4529).

Die overgelegde protocollen en scripts kunnen echter niet tot het oordeel leiden dat de stellingen van [eiser] omtrent de feitelijke gang van zaken tijdens het verkoopgesprek zo ongeloofwaardig zijn dat zijn bewijsaanbod moet worden gepasseerd. Mede in aanmerking wordt daarbij genomen dat Proximedia het kennelijk nodig heeft gevonden om in haar standaard contracten onder het kopje “omschrijving en prijs van de door abonnee gekozen apparatuur” een bepaling op te nemen die inhoudt dat de klant door ondertekening van het contract bevestigt dat de mondeling verkregen informatie in geen enkel opzicht in strijd is met de bepalingen van de overeenkomst en met de eventueel door Proximedia verspreide documentatie (artikel 1.2 van de overeenkomst).

[eiser] heeft bewijs van zijn stellingen aangeboden en zal worden toegelaten tot de bewijslevering daarvan als in het dictum te melden.

2.10 De zaak zal worden verwezen naar de rolzitting van woensdag 17 februari 2010 alwaar [eiser] zich bij akte kan uitlaten over de wijze waarop hij bewijs wil leveren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie en in reconventie

laat [eiser] toe om te bewijzen feiten en omstandigheden die de gevolgtrekking rechtvaardigen:

1e. dat de vertegenwoordiger van Proximedia in het verkoopgesprek dan wel in het telefoongesprek daaraan voorafgaand heeft gezegd dat de computer, de internetaansluiting en de website met webshop en technische ondersteuning gratis zijn;

2e. dat de vertegenwoordiger van Proximedia tijdens het verkoopgesprek de schriftelijke overeenkomst voor ondertekening niet met hem heeft doorgelopen en met name niet heeft genoemd dat de overeenkomst een looptijd heeft van ten minste 48 maanden en dat [eiser] bij tussentijdse opzegging een vergoeding verschuldigd is van 60% van de resterende maandtermijnen, terwijl hem evenmin de gelegenheid is geboden de overeenkomst voor ondertekening door te lezen en hem bedenktijd is geweigerd;

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 17 februari 2010 te 9.30 uur teneinde [eiser] in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven op welke wijze hij bewijs wil leveren;

bepaalt dat, indien [eiser] bewijs wil leveren door middel van schriftelijke bewijsstukken, hij die stukken op die rolzitting in het geding kan brengen, waarna Proximedia in de gelegenheid zal worden gesteld bij antwoordakte te reageren;

bepaalt dat, indien [eiser] bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen, hij op die rolzitting de namen en adressen van de getuigen dient op te geven, alsmede de verhinderdata van die getuigen en van beide partijen, waarna een tijdstip zal worden bepaald voor het horen van de getuigen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Heuveling van Beek, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2010.