Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL4894

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-02-2010
Datum publicatie
22-02-2010
Zaaknummer
280877 / KG ZA 10-39
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huurwoning, in eigendom bij een woningbouwvereniging. Na renovatie klaagt de huurder over ernstige geluidshinder vanuit de bovengelegen woning.

De woningbouwvereniging laat een akoestisch onderzoek uitvoeren en laat overeenkomstig het in dat onderzoek gegeven advies aanpassingen in de woning uitvoeren.

De huurder is het niet eens met de NEN-geluidweringsklasse die na de aanpassingen is bereikt.

Vraag of de verhuurder op grond van publiekrechtelijke verplichtingen (eisen Bouwbesluit) dan wel privaatrechtelijke verplichtingen (verschaffen woongenot) verplicht is nog verder gaande geluidswerende voorzieningen aan te brengen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de verhuurder daartoe in de gegeven omstandigheden niet is verplicht.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 213
Bouwbesluit 2003
Bouwbesluit 2003 3.8
Bouwbesluit 2003 3.9
Bouwbesluit 2003 3.19
Bouwbesluit 2003 3.20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 179
RVR 2010, 57
JHV 2010/75 met annotatie van Mr. Cor Goudriaan/mr. Anne Maren Langeloo
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 280877 / KG ZA 10-39

Vonnis in kort geding van 17 februari 2010

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. F.A. Weijzen te Amersfoort,

tegen

de stichting

STICHTING DE ALLIANTIE,

mede handelende onder de naam

DE ALLIANTIE EEMVALLEI,

gevestigd te Hilversum,

kantoorhoudende te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. T.J. de Groot te Woerden.

Partijen zullen hierna [eiseres] en De Alliantie genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- producties van [eiseres]

- pleitnota en producties van De Alliantie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] heeft met De Alliantie op 21 juli 2008 een huurovereenkomst gesloten betreffende een woning te [woonplaats] op het adres [adres], hierna te noemen: de woning dan wel de woning [adres]. Deze woning bestaat uit een tweekamerwoning op de begane grond met eigen voorzieningen en een eigen ingang. Op de eerste verdieping ligt een zelfde tweekamerwoning, met huisnummer [nummer], eveneens met eigen voorzieningen en een eigen ingang. De beide woningen worden door De Alliantie ook aangeduid als “duplexwoningen”.

2.2. Nadat de renovatie van de woning [adres] eind augustus 2008 volledig was afgerond, heeft [eiseres] de woning begin september 2008 betrokken. Na enkele dagen heeft zij de woning weer verlaten wegens geluidshinder vanuit de bovengelegen woning ([nummer]). [eiseres] heeft bij De Alliantie een klacht ingediend over die geluidshinder, welke klacht door De Alliantie is erkend.

2.3. De Alliantie heeft naar aanleiding van de klacht van [eiseres] een akoestisch onderzoek laten verrichten in de woningen [adres] en [nummer]. Het onderzoek is uitgevoerd door Adviesbureau Nieman B.V., hierna te noemen: Nieman, die op 11 februari 2009 een rapport over het onderzoek heeft uitgebracht. In dit rapport waren ook adviezen voor aanpassingswerkzaamheden opgenomen om daarmee de geluidsisolatie van de woning [adres] te verbeteren.

2.4. De Alliantie heeft naar aanleiding van het rapport van Nieman aan [eiseres] een voorstel gedaan voor het uitvoeren van de aanbevolen aanpassingswerkzaamheden in de woning [adres]. [eiseres] heeft naar aanleiding van dat voorstel bij de Klachtencommissie van De Alliantie een klacht ingediend, omdat de geluidweringsklasse die met de voorgestelde werkzaamheden zou worden bereikt, volgens haar te laag was. De klacht is in een spoedprocedure behandeld. Op 13 mei 2009 heeft in deze procedure een hoorzitting plaatsgevonden, doch de uitspraak is aangehouden in afwachting van de uitvoering van de aanpassingswerkzaamheden en de resultaten van een vervolgens opnieuw uit te voeren akoestisch onderzoek.

2.5. De Alliantie heeft op enig moment besloten de reeds door [eiseres] betaalde huur aan haar te restitueren en de verdere invordering van huurtermijnen stop te zetten totdat de aanpassingswerkzaamheden uitgevoerd zouden zijn en de resultaten van het daarop uit te voeren akoestische onderzoek bekend zouden zijn.

2.6. Nadat de aanpassingswerkzaamheden waren uitgevoerd, is eind november 2009 zowel door Nieman in opdracht van De Alliantie als door Wolf & Dikken Adviseurs, hierna: Wolf & Dikken, in opdracht van [eiseres] een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Nieman heeft daarover op 10 december 2009 rapport uitgebracht en Wolf & Dikken op 1 december 2009.

2.7. Op 29 december 2009 heeft de Klachtencommissie van De Alliantie uitspraak gedaan in de onder 2.4 genoemde klachtprocedure. Daarin heeft de Klachtencommissie op basis van het rapport van 10 december 2009 van Nieman geconcludeerd dat – kort weergegeven – de woning geschikt is voor bewoning volgens de daarvoor geldende eisen en dat de huurinvordering kan worden hervat.

2.8. De Alliantie heeft op grond van de onder 2.7 genoemde uitspraak aan [eiseres] medegedeeld dat de huur voor de woning per 1 februari 2010 weer aan [eiseres] in rekening wordt gebracht.

2.9. In het Bouwbesluit is – voor zover hier van belang – het volgende bepaald:

“Afdeling 3.2 Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw.

(…)

Art. 3.8

1. Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een andere op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek geluidsniveau van ten hoogste 30 dB(A).

(…)

Art. 3.9

Burgemeester en wethouders verlenen bij het geheel of gedeeltelijk veranderen of het vergroten van een bouwwerk ontheffing van het toegestane karakteristieke geluidsniveau als bedoeld in de artikelen 3.7 en 3.8, tot een niveau dat maximaal 10 dB(A) hoger is.

(…)

Afdeling 3.5. Geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties, nieuwbouw.

(…)

Art. 3.19

1. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

2. De volgens NEN 5077 bepaalde isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

3. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid van een besloten ruimte naar een besloten ruimte niet zijnde een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

4. De volgens NEN 5077 bepaalde isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een besloten ruimte niet zijnde een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

(…)

Ar. 3.20

Burgemeester en wethouders verlenen bij het geheel of gedeeltelijk veranderen of het vergroten van een bouwwerk ontheffing van de vereiste geluidwering, bedoeld in de artikelen 3.18 en 3.19, tot een niveau dat maximaal 10 dB lager ligt.

(…)

De grenswaarden in tabel 3.17, waarnaar verwezen wordt in genoemd artikel 3.19, lid 1 t/m lid 4, Bouwbesluit, bedragen voor die artikelleden respectievelijk 0 dB, +5 dB, –5 dB en 0 dB.

2.10. Het norm-document NEN 5077, genoemd in de hiervoor weergegeven artikelen van het Bouwbesluit, bevat meetmethoden waarmee de prestaties van een gebouw op het gebied van diverse vormen van geluidwering, zoals luchtgeluidsisolatie en contactgeluidsisolatie, in bepaalde waarden uitgedrukt kunnen worden.

2.11. Het norm-document NEN 1070:1999, ook aangeduid als NEN 1070, waarnaar in de rapporten van Nieman en het rapport van Wolf & Dikken wordt verwezen, bevat een methode waarmee aan gemeten prestatiewaarden van een gebouw betreffende geluidwering kwaliteitscijfers kunnen worden toegekend. Aan de hand van de aldus bepaalde kwaliteitscijfers kan voor woningen vervolgens nog een geluidweringsklasse voor de woning als geheel worden bepaald. Deze geluidweringsklassen voor woningen lopen van klasse V als laagste kwaliteitsklasse tot klasse I als hoogste kwaliteitsklasse.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert – samengevat – het volgende:

Primair moet De Alliantie worden bevolen om op straffe van een dwangsom binnen een bepaalde termijn de woning [adres] zodanig te renoveren dat deze voldoet aan alle eisen die met betrekking tot geluidsisolatie in de Bouwverordening dan wel het Bouwbesluit worden gesteld aan een zelfstandige woning;

Subsidiair moet De Alliantie worden bevolen binnen een bepaalde termijn aan [eiseres] een gelijkwaardige woning in [woonplaats] aan te bieden.

3.2. De Alliantie voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De Alliantie voert als meest vér strekkend verweer aan dat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering.

4.2. Dit verweer moet worden verworpen. Het belang van [eiseres] bij het daadwerkelijk kunnen betrekken van de woning kan voldoende spoedeisend worden geacht, nu zij de woning reeds in 2008 in huur heeft verkregen en zij thans – volgens haar onweersproken stelling ter zitting – bij haar ouders, die inmiddels naar een nieuwe woning zijn verhuisd, slechts een tijdelijke, geïmproviseerde verblijfsplek heeft. Dat wordt niet anders door de stelling van De Alliantie dat de woning thans reeds voor bewoning geschikt is, nu die stelling niet op voorhand reeds voldoende aannemelijk is, gezien de tegengestelde standpunten van partijen op dat punt.

4.3. De Alliantie heeft als eveneens vér strekkend verweer aangevoerd dat de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding.

4.4. Ook dit verweer moet worden verworpen. Anders dan De Alliantie stelt, brengt het enkele feit dat in de rapporten van Nieman en van Wolf & Dikken verschillende referentiekaders worden gehanteerd, niet op voorhand reeds mee dat voor een beoordeling van het geschil nader onderzoek nodig is.

4.5. Aldus komt de inhoudelijke beoordeling van het geschil aan de orde. Daarbij moet worden vooropgesteld dat partijen niet meer van mening verschillen over de betekenis van de term “duplexwoning”. Naar partijen desgevraagd ter zitting hebben verklaard, gaan zij er beiden van uit dat zowel de woning [adres] als de woning [nummer] een zelfstandige woonruimte vormt in de zin die daaraan in de desbetreffende wettelijke bepalingen toekomt.

4.6. De kern van het geschil van partijen betreft de vraag of de woning [adres] na de aanpassingen voldoet aan de voor die woning geldende kwaliteitseisen betreffende geluidwering.

Volgens [eiseres] is dat niet het geval. Naar zij stelt, moet de kwaliteit op dat punt voldoen aan de nieuwbouweisen gesteld in het Bouwbesluit en aan geluidweringsklasse III volgens NEN 1070. Uit het rapport van Wolf & Dikken blijkt dat aan die eisen niet is voldaan, aldus [eiseres].

De Alliantie stelt daartegenover dat de woning na de aanpassingen voldoet aan de voor die woning geldende eisen van het Bouwbesluit inzake geluidisolatie en aan geluidweringsklasse IV volgens NEN 1070. Aan verdergaande eisen behoeft de woning niet te voldoen, aldus De Alliantie.

4.7. Overwogen wordt dat in het Bouwbesluit is voorgeschreven aan welke eisen de geluidwering van woningen moet voldoen. In dit geval gaat het om geluid van installaties (afdeling 3.2), om luchtgeluid en om contactgeluid (beide in afdeling 3.5). De van toepassing zijnde artikelen zijn hiervoor onder 2.9 weergegeven. Die eisen voor geluidsisolatie zijn weliswaar gegeven voor nieuwbouw, doch blijkens de verschillende verwijzingstabellen en de voor verbouw gegeven ontheffingsmogelijkheden moet ook bij verbouw van die eisen worden uitgegaan, met dien verstande dat als gevolg van de ontheffingsmogelijkheden de grenzen bij verbouw ruimer liggen.

4.8. Zowel in de rapporten van Nieman als in het rapport van Wolf & Dikken wordt van de bedoelde eisen in het Bouwbesluit uitgegaan, doch Wolf & Dikken hebben daarbij de ruimere grenzen als gevolg van de ontheffingsmogelijkheden niet in aanmerking genomen. Nu het hier echter gaat om een verbouwde woning, valt niet in te zien waarom die ruimere grenzen in dit geval niet zouden gelden. Wolf & Dikken en ook [eiseres] hebben daartoe niets gesteld.

4.9. Uitgaande van die ruimere grenzen voldoet de woning zowel volgens de metingen van Nieman als volgens de metingen van Wolf & Dikken aan de eisen van het Bouwbesluit. Overigens vallen volgens de metingen van Wolf & Dikken de waarden van de geluidsisolatie op het punt van installatiegeluid en van contactgeluid ook nog binnen de engere grenzen van de nieuwbouweisen en vallen alleen de waarden van de luchtgeluidsisolatie buiten die engere grenzen. Voor zover [eiseres] heeft gesteld dat daarvoor een verbetering van de vloer van de bovenwoning een oplossing zal bieden, heeft zij dat niet of onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zoals ook aan de zijde van De Alliantie is opgemerkt, moet worden aangenomen dat luchtgeluid, anders dan contactgeluid, zich ook op andere wijze dan enkel via de vloer voortplant.

4.10. Nu uit voorgaande volgt dat de woning thans ten aanzien van de geluidsisolatie voldoet aan de voor die woning geldende eisen van het Bouwbesluit, komt aan de orde welke NEN-geluidweringsklasse voor de woning moet gelden, nu volgens [eiseres] geluidweringsklasse IIII is vereist en volgens De Alliantie met geluidweringsklasse IV kan worden volstaan.

4.11. Op dit punt moet worden vooropgesteld dat een wettelijke eis voor de NEN-geluidweringsklasse niet bestaat. Zoals ook in het rapport van Nieman van 11 februari 2009 onder “2.4 Toetskader” is uiteengezet, vormt het NEN-systeem van geluidweringsklassen slechts een hulpmiddel om de prestaties van een woning op het gebied van geluidwering via de toekenning van kwaliteitscijfers in een kwaliteitsklasse uit te drukken. Wel is in de informatieve Bijlage D bij NEN 1070:1999, onderdeel D.2, de relatie tussen de NEN-kwaliteitsnormen en de eisen van het Bouwbesluit uiteengezet. Daaruit blijkt dat tussen die normen en eisen geen vaste relatie bestaat, maar dat een woning die voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit, meestal in geluidweringsklasse III, maar bij boven elkaar gelegen woningen toch vaak slechts in geluidweringsklasse IV zal vallen.

4.12. In dit geval gaat het om boven elkaar gelegen woningen en komt na de aanpassingen de mate van geluidwering tussen de woningen zowel volgens Nieman als volgens Wolf & Dikken overeen met de NEN-geluidweringsklasse IV. De vraag rijst dan of [eiseres] mag eisen dat De Alliantie de woning nog verder verbetert, zodanig dat NEN-geluidweringsklasse III wordt bereikt. Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord. Daarvoor is het volgende van belang.

4.13. Nu er geen wettelijke eisen betreffende de NEN-geluidweringsklassen bestaan en de woning thans voldoet aan de wettelijke eisen betreffende geluidsisolatie in het Bouwbesluit, kan er op die (publiekrechtelijke) grond geen verplichting voor De Alliantie bestaan om verdere geluidswerende voorzieningen aan te brengen.

4.14. Er zijn ook geen andere gronden waarop die verplichting voor De Alliantie gebaseerd zou kunnen worden.

[eiseres] heeft op dit punt allereerst gesteld dat De Alliantie uit hoofde van haar privaatrechtelijke verplichtingen uit de huurovereenkomst, met name het verschaffen van een ongestoord woongenot, verplicht zou zijn om de woning tot geluidweringsklasse III te verbeteren, doch deze stelling kan niet worden aanvaard. De verplichting tot het verschaffen van een ongestoord woongenot ziet in beginsel niet op de constructie van de woning, maar voor zover zou worden aangenomen dat die verplichting wél mede ziet op de woningconstructie, heeft te gelden dat die open norm van “een ongestoord woongenot”op het punt van storing door geluidshinder nader is ingevuld door de eisen die in het Bouwbesluit aan de geluidsisolatie van woningen worden gesteld. Zoals hiervoor reeds is overwogen, voldoet de woning thans aan die eisen van het Bouwbesluit, zodat De Alliantie op dit punt ook aan haar privaatrechtelijke verplichtingen heeft voldaan.

[eiseres] heeft voorts nog gesteld dat De Alliantie op grond van de redelijkheid en de billijkheid dan wel uit coulance in elk geval de vloer van de bovenwoning nog dient te verbeteren. Overwogen wordt (i) dat uit coulance geen enkele verplichting kan voortvloeien, en (ii) dat uit de redelijkheid en de billijkheid in de gegeven omstandigheden niet een verplichting tot verbetering van die vloer kan voortvloeien. Zoals hiervoor onder 4.9 reeds is overwogen, is voorshands onvoldoende aannemelijk dat een verbetering van die vloer tot de door [eiseres] verlangde verbetering van de geluidwering zal leiden. Voorts geldt dat het hier gaat om een starterswoning met een huur van omstreeks EUR 300,-- per maand. Een huurder kan dan in het algemeen en ook in dit geval redelijkerwijze niet verwachten, laat staan eisen, dat een dergelijke woning voldoet aan een hogere kwaliteitsnorm dan de kwaliteit die is bereikt door aanpassingen waarmee aan de eisen van het Bouwbesluit inzake geluidsisolatie is voldaan.

4.15. Uit het voorgaande volgt dat het primaire onderdeel van de vordering niet toewijsbaar is. [eiseres] heeft immers geen belang meer bij de gevorderde aanpassing van de woning aan de eisen van het Bouwbesluit inzake geluidsisolatie, nu de woning aan die eisen voldoet. De gevorderde aanpassing van de woning aan de eisen van de Bouwverordening heeft [eiseres] op geen enkele wijze onderbouwd.

4.16. Aldus moet het subsidiaire onderdeel van de vordering worden beoordeeld. Dit onderdeel houdt in dat De Alliantie aan [eiseres] een andere, gelijkwaardige huurwoning in [woonplaats] moet aanbieden.

4.17. Op dit punt heeft De Alliantie onweersproken gesteld dat de toewijzing van huurwoningen in [woonplaats] is geregeld in een bepaald systeem, Woonkompas genaamd, en dat het haar niet vrij staat om buiten dat systeem om een huurwoning toe te wijzen. De vordering is derhalve ook op dit punt niet voor toewijzing vatbaar.

4.18. Al het voorgaande leidt ertoe dat de vordering in alle onderdelen zal worden afgewezen.

4.19. [eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van De Alliantie worden begroot op:

- vast recht EUR 263,--

- salaris advocaat -- 816,--

Totaal EUR 1.079,--

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vordering af;

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van De Alliantie tot op heden begroot op EUR 1.079,--;

5.3. verklaart dit vonnis wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2010.?

YT