Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3362

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
277982 / FA RK 09-7123
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijziging van een verzoek van de officier van justitie tot aanvulling van de registers van de burgerlijke stand met ontbrekende geboorteaktes, op grond van artikel 1:24 BW. Spoedeisend belang.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2010, 53
JPF 2010/69
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 277982 / FA RK 09-7123

verbetering akte burgerlijke stand

Beschikking van 3 februari 2010

in de zaak van

DE OFFICIER VAN JUSTITIE,

betreffende

[kind 1],

volgens de opgave van de ambtenaar van de burgerlijke stand geboren op [1993] te [geboorteplaats],

[kind 2],

volgens de opgave van de ambtenaar van de burgerlijke stand geboren [1996] te [geboorteplaats],

[kind 3],

volgens de opgave van de ambtenaar van de burgerlijke stand geboren op [2000] te [geboorteplaats],

met als overige belanghebbenden

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gemeente Utrecht,

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gemeente Amsterdam,

[moeder],

wonende te [woonplaats],

nader te noemen de moeder,

advocaat mr. J.W. Aartsen,

WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING,

gevestigd te Diemen,

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

vestiging Utrecht.

1. Verloop van de procedure

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van het ter griffie ingediende verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht (nr. UT/4217/194-06).

1.2. De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 14 januari 2010. Ter zitting zijn verschenen:

- de moeder en haar advocaat,

- mr. M. van de Mortel, namens de gemeente Utrecht,

- mevrouw L. Zondag, gezinsvoogd van [kind 1], namens William Schrikker Jeugdbescherming,

- de heer H. Lindenhof, namens de Raad voor de Kinderbescherming.

1.3. Ter zitting heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht een brief overgelegd d.d. 12 januari 2010, waaruit blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam op de hoogte is van de inhoud van het verzoek en daarmee akkoord is.

1.4. Nadien zijn op 28 januari 2010 ter griffie van deze rechtbank nog brieven ingekomen van drs. H.B.H. Rensen, jeugdarts GG&GD, d.d. december 1999 en 21 januari 2010.

2. Vaststaande feiten

2.1. Met betrekking tot de geboortes van de minderjarigen [kind 1], [kind 2] en [kind 3] zijn geen geboorteaktes opgemaakt.

2.2. [kind 1], [kind 2] en [kind 3] hebben voor zover bekend geen juridische vader.

2.3. [kind 2] en [kind 3] wonen bij de moeder. De verblijfplaats van [kind 1] is thans onbekend.

2.4. Bij beschikking van deze rechtbank van 27 juli 2007 is de minderjarige [kind 1] onder toezicht gesteld van William Schrikker Jeugdbescherming. Nadien is de ondertoezichtstelling jaarlijks verlengd.

3. Beoordeling van het verzochte

3.1. Het openbaar ministerie heeft verzocht om de gemeenten Utrecht en Amsterdam toestemming te verlenen om geboorteaktes op te maken van de minderjarigen [kind 1], [kind 2] en [kind 3]. De rechtbank begrijpt dat het openbaar ministerie aanvulling van de registers van de burgerlijke stand met de ontbrekende geboorteaktes verzoekt, op grond van artikel 1:24 BW.

3.2. De rechtbank heeft ambtshalve kennis genomen van het dossier betreffende de ondertoezichtstelling van [kind 1].

3.3. De moeder en de gezinsvoogd van [kind 1] hebben zich op het standpunt gesteld dat het in het belang is van de kinderen dat hun geboorteaktes worden opgemaakt. Alsdan kunnen de kinderen in de gemeentelijke basisadministratie worden ingeschreven, waarna zij zich (onder meer) tegen ziektekosten kunnen verzekeren. Dit is in het bijzonder belangrijk voor [kind 1] en [kind 2], aangezien [kind 1] zwanger is en [kind 2] een oogoperatie moet ondergaan.

3.4. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat er voldoende bewijs is van de geboortes van [kind 2] en [kind 3], gelet op de overgelegde ziekenhuisverklaringen. [kind 1] is niet in het ziekenhuis geboren en van haar geboorte is slechts een later opgemaakt doopbewijs overgelegd, zodat vooral op de verklaring van de moeder moet worden afgegaan. Desalniettemin kan de ambtenaar ermee instemmen dat er geen nadere stukken worden overgelegd, gelet op het spoedeisende belang van [kind 1] en haar nog ongeboren kind.

3.5. De rechtbank overweegt dat er voor toewijzing van het verzoek tot aanvulling van de registers met de geboorteaktes van [kind 1], [kind 2] en [kind 3] voldoende stukken dienen te zijn waaruit blijkt dat de moeder de vrouw is uit wie de kinderen geboren zijn, op welke data de geboortes hebben plaatsgevonden en in welke gemeente. Daarnaast brengt artikel 3 van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) mee dat de belangen van de kinderen een eerste overweging dienen te zijn. In artikel 8 van dat verdrag is het recht op identiteit opgenomen. Dit recht op identiteit behelst de feitelijke erkenning van het bestaan als persoon. Van groot belang daarbij is de geboorteakte. Zonder geboorteakte ‘bestaat’ iemand in de Nederlandse samenleving maar beperkt. Toegang tot inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en het afsluiten van een ziektekostenverzekering zijn dan onder meer niet mogelijk.

3.6. De rechtbank is van oordeel dat uit de overgelegde stukken de noodzakelijke gegevens kunnen worden vastgesteld die nodig zijn voor het opmaken van de geboorteaktes van [kind 2] en [kind 3]. Het verzoek is dan ook in zoverre toewijsbaar. Met betrekking tot [kind 1] overweegt de rechtbank als volgt. Na afloop van de mondelinge behandeling zijn door de moeder nog brieven overgelegd van drs. Rensen, de arts bij wie [kind 1] gedurende haar kindertijd onder behandeling is geweest. De rechtbank heeft kennis genomen van deze brieven en de inhoud hiervan laten meewegen in de beslissing. Aangezien de inhoud van deze brieven in lijn is met de door partijen ingenomen standpunten ziet de rechtbank geen aanleiding partijen alsnog in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten. Mogelijk kan de moeder nog meer gegevens overleggen, zoals een verklaring van de vrouw die bij de geboorte van [kind 1] aanwezig is geweest. Het verkrijgen van een dergelijke verklaring zal echter de nodige tijd kosten. Hetzelfde geldt voor het laten verrichten van een dna-onderzoek, hetgeen overigens ook niet mogelijk is zolang de verblijfplaats van [kind 1] onbekend is. Nu het belang van [kind 1] (en haar nog ongeboren kind) in de onderhavige procedure voorop dient te staan, ziet de rechtbank aanleiding om op basis van de eenduidige verklaring van de moeder omtrent de geboorte van [kind 1] – zoals gedaan ter terechtzitting van 14 januari 2010 –, het doopbewijs en de brieven van drs. Rensen, de geboortegegevens van [kind 1] vast te stellen. Naar het oordeel van de rechtbank dient het belang dat er op dit moment een geboorteakte van [kind 1] wordt opgemaakt te prevaleren boven het belang dat de geboorteakte met zekerheid een juiste weergave van de geboortegegevens bevat. Indien op termijn blijkt dat de geboortegegevens onjuist zijn vastgesteld, dan biedt de wet hiervoor een herstelmogelijkheid in artikel 1:24 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Uit de verklaring van de moeder (en de brieven van drs. Rensen) blijkt dat [kind 1] in juli is geboren in plaats van in juni, zoals staat vermeld in haar doopbewijs. Dit komt overeen met de gegevens van [kind 1] zoals die in de overige stukken, waaronder het ots-dossier, zijn weergegeven. Voor de schrijfwijze van de naam van de minderjarige sluit de rechtbank aan bij de verklaringen van de moeder en de gezinsvoogd hieromtrent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.

4. Beslissing

De rechtbank

4.1. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht om de geboorteakte van [kind 1] aan de hand van de navolgende gegevens op te maken en in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente Utrecht:

Geslachtsnaam : [achternaam kind 1]

Voornaam : [voornaam kind 1]

Dag van geboorte : [1993]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats]

Geslacht : vrouw

Geslachtsnaam moeder : [achternaam moeder]

Voornaam moeder : [voornaam moeder]

Dag van geboorte moeder : [1966]

Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats] Joegoslavië

4.2. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam om de geboorteakte van [kind 2] aan de hand van de navolgende gegevens op te maken en in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente Amsterdam:

Geslachtsnaam : [achternaam kind 2]

Voornaam : [voornaam kind 2]

Dag van geboorte : [1996]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats]

Geslacht : vrouw

Geslachtsnaam moeder : [achternaam moeder]

Voornaam moeder : [voornaam moeder]

Dag van geboorte moeder : [1966]

Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats] Joegoslavië

4.3. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht om de geboorteakte van [kind 3] aan de hand van de navolgende gegevens op te maken en in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente Utrecht:

Geslachtsnaam : [achternaam kind 3]

Voornaam : [voornaam kind 3]

Dag van geboorte : [2000]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats]

Geslacht : vrouw

Geslachtsnaam moeder : [achternaam moeder]

Voornaam moeder : [voornaam moeder]

Dag van geboorte moeder : [1966]

Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats] Joegoslavië

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Verouden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2010.?