Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1775

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
03-02-2010
Zaaknummer
279090 / KG ZA 09-1321
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser vordert ontruiming van krakers uit een woning. Deze vordering wordt afgewezen. Eiser kan zich niet beroepen op een persoonlijk gebruiksrecht uit hoofde van een overeenkomst die hij met de eigenaar van de woning zou hebben gesloten. De voormalige eigenaar van de woning, een vennootschap naar Zwitsers recht, is inmiddels geliquideerd en eiser niet heeft kunnen aangeven wie thans eigenaar van de woning is. Het enkele feitelijke gebruik van een woning kan niet zonder meer leiden tot het aannemen van een persoonlijk gebruiksrecht, op grond waarvan ontruiming van latere feitelijke gebruikers, zoals in dit geval de krakers, kan worden gevorderd. De voorzieningenrechter laat in het midden of het door eiser gestelde feitelijke gebruik van de woning door hem vanaf 1995 onder de gegeven omstandigheden toch zou kunnen leiden tot toewijzing van zijn vordering tot ontruiming van de woning, omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het jaar voorafgaand aan de kraakactie zelf in de woning heeft verbleven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 279090 / KG ZA 09-1321

Vonnis in kort geding van 3 februari 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.J. Jeths,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. I. Appel,

2. [gedaagden sub 2]

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

niet verschenen.

Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagden sub 1 en 2 zullen respectievelijk worden aangeduid als [gedaagde sub 1] en gedaagden sub 2. Gedaagden zullen gezamenlijk [gedaagden c.s.] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de producties aan de zijde van [eiser] (19);

- de productie aan de zijde van [gedaagde sub 1] (1);

- de mondelinge behandeling van 18 januari 2010;

- de pleitnota van [eiser];

- de pleitnota van [gedaagde sub 1].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagden c.s.] hebben op 12 september 2009 de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) gekraakt.

2.2. Blijkens een uittreksel d.d. 23 november 2009 uit het Kadaster, behoort de woning in eigendom toe aan de vennootschap naar Zwitsers recht Erro Textiles AG (hierna: Erro), gevestigd te Zug, Zwitserland.

2.3. In een - doorgestreept - uittreksel uit het ‘Handelsregister des Kantons Zug’ d.d. 15 januari 2010 staat met betrekking tot Erro onder meer het volgende vermeld.

“(…)

Löschung 19.10.2009

(…)

Bemerkungen

(…)

Mit Verfügung des Einzelrichters des Kantonsgerichts Zug vom 27.03.2009, 10.00 Uhr, wurde die Gesellschaft gemäss Art. 731b OR aufgelöst und ihre Liquidation nach den Vorschriften über den Konkurs angeordnet.

Das Konkursverfahren wurde mit Verfügung des Konkursrichters vom 16.09.2009 als geschlossen erklärt. Die Gesellschaft wird von Amtes wegen gelöscht.

(…)

Personalangaben

(…)

[eiser], niederländischer Staatsangehöriger, in [woonplaats] (NL); Funktion: Mitglied des Verwaltungsrates; Zeichnungsart: Einzelunterschrift.

(…)”

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. [gedaagden c.s.] te veroordelen om de woning binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis geheel leeg en ontruimd ter beschikking van [eiser] te stellen en met alle daarop aanwezige personen en goederen te verlaten en te ontruimen, met machtiging van [eiser] om, indien [gedaagden c.s.] met die ontruiming in gebreke blijft, deze zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie, en met de bepaling dat het in deze te wijzen ontruimingsvonnis binnen een termijn van twaalf maanden ook zal kunnen worden tenuitvoergelegd tegen een ieder, die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;

b. althans een zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren;

c. met veroordeling van [gedaagden c.s.] in de kosten van deze procedure.

3.2. [gedaagde sub 1] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ten aanzien van het exploot van dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat ten aanzien van gedaagden sub 2 het gevraagde verstek behoort te worden verleend. Nu [gedaagde sub 1] wel is verschenen, zal dit vonnis ingevolge artikel 140 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als een vonnis op tegenspraak worden beschouwd.

4.2. De spoedeisendheid van de zaak is uit het gestelde en gevorderde voldoende aannemelijk geworden.

4.3. [gedaagde sub 1] heeft bezwaar gemaakt tegen de overlegging van productie 18 door [eiser], omdat hij dit stuk pas vlak voor de zitting heeft ontvangen. De voorzieningenrechter bepaalt dat deze productie desondanks zal worden toegelaten nu, zoals uit het navolgende blijkt, [gedaagde sub 1] hierdoor niet in zijn procesbelangen wordt geschaad.

4.4. [eiser] legt aan zijn vordering tot ontruiming van de woning ten grondslag dat Erro eigenaar is van de woning en dat hij zelf aandeelhouder en bestuurder is van Erro. In ruil voor het gebruik van de woning betaalt hij aan Erro een woonkostenforfait van 2,5% van de waarde van het onroerend goed. Ingevolge een zogenaamde Treugutvereinbarung, die [eiser] met Erro is overeengekomen, worden de kosten en opbrengsten van de vennootschap in rekening-courant met [eiser] belast respectievelijk gecrediteerd en heeft Erro als juridisch eigenaar de gehele economische eigendom van de woning bij hem gelegd. Het bestuur van Erro, destijds bestaande uit [X], [Y] en [eiser], heeft bij besluit van 18 september 2007 bepaald dat de woning zal worden verkocht aan [eiser] voor een prijs van CHF 1.545.056,98. Daarbij is aan [eiser] opdracht en volmacht gegeven om de juridische levering in Nederland van de woning aan hem te regelen. De levering heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden, omdat het Openbaar Ministerie op 3 december 2007 strafrechtelijk beslag heeft gelegd op de woning. [eiser] stelt dat hij op grond van de afspraken met Erro de woning sinds 1995 feitelijk en rechtmatig in gebruik heeft en dat hij er tot het moment waarop de woning werd gekraakt - de vier weken die daaraan voorafgingen was hij op vakantie in België - met zijn partner [A] en zijn dochtertje heeft gewoond. Inmiddels is er uit de relatie met zijn partner een tweede dochtertje geboren. [eiser] stelt dat het hem als feitelijk en rechtmatig gebruiker van de woning vrij staat om met uitsluiting van anderen gebruik te maken van de woning en dat hij op zijn feitelijk gebruiksrecht geen beperkingen hoeft te dulden. [gedaagden c.s.] maken inbreuk op zijn feitelijk gebruiksrecht door de woning zonder recht of titel in gebruik te nemen en handelen hierdoor onrechtmatig jegens hem.

4.5. [gedaagde sub 1] betwist dat [eiser] een gebruiksrecht met betrekking tot de woning heeft en dat hij in het jaar voorafgaand aan de kraakactie feitelijk in de woning heeft gewoond. [gedaagde sub 1] stelt dat bij de kraak een sterk verwaarloosd huis werd aangetroffen dat, gelet op de staat ervan, absoluut niet nog drie weken daarvoor door iemand zou kunnen zijn bewoond. Voorts is navraag gedaan bij buren, die hebben verklaard dat het pand al vijf jaar leeg staat.

4.6. Tussen partijen is niet in geschil dat Erro inmiddels is geliquideerd. Gelet hierop kan Erro geen eigenaar meer zijn van de woning. [eiser] heeft ter zitting niet kunnen aangeven wie wel eigenaar van de woning is.

4.7. Het vorenstaande brengt met zich mee, dat [eiser] zich met betrekking tot de woning niet kan beroepen op een persoonlijk gebruiksrecht uit hoofde van een overeenkomst die hij met de eigenaar van de woning zou hebben gesloten.

4.8. Ten aanzien het door [eiser] gestelde feitelijke gebruik van de woning vanaf 1995, stelt de voorzieningenrechter voorop dat het enkele feitelijke gebruik van een woning niet zonder meer kan leiden tot het aannemen van een persoonlijk gebruiksrecht, op grond waarvan ontruiming van latere feitelijke gebruikers van de woning, zoals in dit geval de krakers, kan worden gevorderd.

4.9. De voorzieningenrechter laat in het midden of het door [eiser] gestelde feitelijke gebruik van de woning onder de gegeven omstandigheden toch zou kunnen leiden tot toewijzing van zijn vordering tot ontruiming van de woning, omdat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het jaar voorafgaand aan de kraakactie zelf in de woning heeft verbleven. De voorzieningenrechter neemt daarbij in de eerste plaats in aanmerking dat [eiser] niet in de Gemeentelijke Basisadministratie op het adres [adres] te [woonplaats] is ingeschreven. Volgens [eiser] is dit uit veiligheidsoverwegingen. Voorts kan uit het feit dat [eiser] beschikt over een brief d.d. 1 juli 2009 van de Provincie Utrecht met betrekking tot de verkeerssituatie in [woonplaats], gericht aan ‘geadresseerde’, een brief d.d. 23 februari 2009, gericht ‘aan de bewoners van dit pand’ en een nieuwsbrief van juli 2009 van de gemeente De Ronde Venen, niet de conclusie worden getrokken dat [eiser] in het jaar voorafgaand aan de kraakactie zelf in de woning heeft verbleven. Hetzelfde geldt voor de brieven/facturen, gericht aan Erro, die in deze periode naar de woning zijn gestuurd, waaronder de aanslagen waterschapsbelasting 2008 en 2009 van Waternet, de facturen d.d. 1 maart 2009, 1 juni 2009 en 10 september 2009 van Vitens N.V., de Eindnota d.d. 16 december 2008 en de brief d.d. 20 januari 2009 van Eneco Services B.V. en de brief van Stedin B.V. d.d. 27 januari 2009. Uit deze brieven kan worden afgeleid dat er in de woning in het jaar voorafgaand aan de kraakactie water, elektriciteit en gas is verbruikt, maar er blijkt niet uit of dit door [eiser] zelf is geweest.

4.10. De door [eiser] overgelegde brieven die op zijn eigen naam naar de woning zijn gestuurd, dateren vooral van de periode 1997 tot en met 2005. Slechts één brief, afkomstig van zijn voormalige advocaat mr. A.H.J. Bals, dateert van 17 februari 2009. Deze enkele brief is onvoldoende om aan te nemen dat [eiser] in het jaar voorafgaand aan de kraakactie in de woning heeft verbleven.

4.11. Met betrekking tot de door [eiser] overgelegde verklaringen van hemzelf, zijn familieleden en zijn vrienden/kennissen, waarin wordt verklaard dat hij in het jaar voorafgaand aan de kraakactie in de woning heeft gewoond, overweegt de voorzieningenrechter dat dit geen verklaringen van onafhankelijke derden betreffen en dat deze verklaringen om die reden door [gedaagde sub 1] zijn betwist. Gelet hierop en gelet op het feit dat deze kort geding procedure zich niet leent voor het horen van getuigen onder ede, gaat de voorzieningenrechter aan deze verklaringen voorbij. Ook uit de inventarislijst van de woning, die [eiser] in geding heeft gebracht, kan niet worden afgeleid dat [eiser] in de bewuste periode zelf in de woning heeft verbleven.

4.12. Gezien het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat [gedaagden c.s.] inbreuk maakt op enig recht dat hij op de woning kan doen gelden. De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen.

4.13. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden begroot op:

- betaald vast recht EUR 65,50

- in debet gesteld vast recht 196,50

- salaris advocaat 816,--

Totaal EUR 1.078,--

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verleent verstek tegen gedaagden sub 2;

5.2. wijst de vorderingen af;

5.3. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op EUR 1.078,--, te voldoen aan de griffier;

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2010.?

MS