Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1041

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
265044 / HA ZA 09-780
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7349, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg verzekeringsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

265044 / HA ZA 09-78011 november 2009

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 265044 / HA ZA 09-780

Vonnis van 27 januari 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat: mr. F.G. Kuiper,

tegen

de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERING,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat: mr. A. Gerritsen-Bosselaar.

Partijen zullen hierna [eiser] en Reaal genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• het tussenvonnis van 24 juni 2009;

• het proces-verbaal van comparitie van 23 september 2009.

1.2. De verklaringen van partijen zijn naderhand, buiten aanwezigheid van partijen, in het proces-verbaal opgenomen. Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld om middels een brief over de inhoud van die verklaringen op- en aanmerkingen te maken. Hiervan hebben beide partijen gebruik gemaakt.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is van beroep tandarts.

2.2. [eiser] heeft bij AXA Schade N.V. een drietal verzekeringsovereenkomsten gesloten ter dekking van de geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid met de polisnummers [nummer], [nummer sub 2] en [nummer sub 3]. Het eigen risicotermijn bedraagt één maand.

2.3. Reaal is ten gevolge van een fusie/splitsing per 30 juni 2008 de rechtsopvolgster van AXA Schade N.V.

2.4. In de polisvoorwaarden die van toepassing zijn op de door [eiser] bij Reaal afgesloten verzekeringsovereenkomsten is onder meer het volgende opgenomen:

“Artikel 1 Definities

In de polis en de algemene voorwaarden van deze verzekering wordt verstaan onder:

(…)

4. Arbeidsongeschiktheid

Er is sprake van arbeidsongeschiktheid indien er in directe relatie tot ziekte of ongeval, objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan, waardoor verzekerde voor ten minste 25 % beperkt is om de beroepsbezigheden, verbonden aan het laatst bij de maatschappij bekende beroep te verrichten.

Een tijdelijk dragerschap van een bacterie ten gevolge waarvan besmettingsgevaar optreedt, wordt als een in directe relatie tot ziekte staande stoornis aangemerkt.

5. Inkomen

Onder inkomen van de verzekerde wordt in deze overeenkomst verstaan de jaarinkomsten uit arbeid en/of winst uit onderneming krachtens de Wet op de Inkomstenbelasting, vermeerderd met afschrijvingen en financiële lasten van de activa en de goodwill van de onderneming. Geldende investeringsregelingen worden buiten beschouwing gelaten.

(…)

Artikel 2 Doel en grondslag van de verzekering

De verzekering waarop deze voorwaarden van toepassing zijn, biedt verzekerde dekking tegen het risico van inkomstenderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Zij doet dit door te voorzien in de verstrekking van nader omschreven uitkeringen bij derving van inkomen door de verzekerde tengevolge van arbeidsongeschiktheid in de zin van deze voorwaarden.

(…)

Artikel 3 Uitkeringen

1. Aan de hand van gegevens van door de maatschappij aan te wijzen medische en/of andere deskundigen zal de maatschappij de mate van arbeidsongeschiktheid c.q. de herziening daarvan, alsmede de periode waarover zal worden uitgekeerd, vaststellen.

2. De verzekerde uitkering bedraagt bij de mate van arbeidsongeschiktheid van:

25 tot en met 34% 30% van de verzekerde daguitkering

35 tot en met 44% 40% van de verzekerde daguitkering

45 tot en met 54% 50% van de verzekerde daguitkering

55 tot en met 64% 60% van de verzekerde daguitkering

65 tot en met 79% 75% van de verzekerde daguitkering

80 tot en met 100% 100% van de verzekerde daguitkering

(…)

Artikel 7 Samenloop van uitkeringen

1. Indien de verzekerde na het intreden van de arbeidsongeschiktheid naast de uitkering uit onderhavige verzekering rechten kan doen gelden op een uitkering inzake inkomstenderving ten gevolge van arbeidsongeschiktheid op grond van andere sociale en/of particuliere verzekering(en), heeft de maatschappij het recht de totale jaaruitkering uit de onderhavige verzekering zodanig te verlagen dat het totale bedrag van de inkomsten maximaal gelijk is aan het jaarinkomen van de verzekerde uit hoofde van zijn beroep in het kalenderjaar, vóórafgaande aan het jaar van het intreden van de arbeidsongeschiktheid.

(…)

Artikel 10 Premievrijstelling

Nadat gedurende een periode van 1 jaar ononderbroken algehele en/of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van minimaal 25% heeft bestaan, wordt -zolang het recht op uitkering voortduurt- met ingang van het tweede jaar van arbeidsongeschiktheid premievrijstelling verleend tot hetzelfde percentage als waarop de uitkering op dat moment is vastgesteld. Over de periode tot de eerstvolgende prolongatiedatum zal de premie per eerstvolgende prolongatiedatum naar evenredigheid worden gerestitueerd; in geval van herstel is vanaf de datum van geheel of gedeeltelijk herstel tot de eerstvolgende prolongatiedatum de premie naar evenredigheid verschuldigd.

(…)

Artikel 21 Geschillen

Alle geschillen over de aard of omvang van arbeidsongeschiktheid zullen worden beslecht door een arbitragecommissie van drie medici die zullen oordelen als goede mannen naar billijkheid. (…)

De kosten van de arbitrage worden door elk van de partijen voor de helft gedragen tenzij de arbitragecommissie anders beslist.”

2.5. Op 3 september 2001 heeft [eiser] een ongeval gehad waarbij hij op de snelweg in de slip is geraakt en met zijn auto in de vangrail terecht is gekomen. [eiser] heeft zich vervolgens arbeidsongeschikt gemeld bij Reaal.

2.6. Reaal heeft [eiser] vanaf het moment van de arbeidsongeschiktheidsmelding, rekening houdend met de eigen risico termijn van een maand, aanvankelijk uitkeringen verstrekt die gelijk waren aan 100% van de verzekerde dagrenten.

2.7. In de loop van 2002 heeft [eiser] een deel van de werkzaamheden in zijn tandartspraktijk hervat. Per 1 januari 2003 heeft Reaal deze uitkeringen verlaagd tot 30% van de verzekerde dagrenten. Dit besluit heeft Reaal bij brief van 17 januari 2003 als volgt toegelicht:

“In verband met de arbeidsongeschiktheidsmelding in het kader van uw UNIM-polis heeft de medisch adviseur het rapport d.d. 27 november 2002, van de arbeidsdeskundige de heer P.H.M. Nohlmans, van Terzet ontvangen en bestudeerd. Vervolgens heeft hij de maatschappij geadviseerd omtrent de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Zijn advies luidt om u met ingang van 1-1-2003 in te delen in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25-35%.

Aangezien de maatschappij het advies van de medisch adviseur heeft overgenomen zullen wij u, met ingang van 1-1-2003 een uitkering verstrekken ad 30% van het verzekerde daggeld.”

2.8. [eiser] was het niet eens met dit besluit van Reaal en is in 2005 een arbitrageprocedure gestart. De arbitragecommissie heeft [eiser] in het gelijk gesteld en heeft in haar vonnis van 10 december 2008 bepaald dat [eiser] vanaf 3 september 2001 voor zijn werkzaamheden als tandarts volledig (80-100%) arbeidsongeschikt geacht moet worden. Ook is in dat vonnis bepaald dat de kosten van de arbiters zelf worden verdeeld op basis van artikel 21 van de polisvoorwaarden. Reaal heeft zich bij deze uitspraak neergelegd.

2.9. [eiser] kan ook rechten doen gelden op een arbeidsongeschiktheidsverzekering die hij bij Movir N.V. (hierna: Movir) heeft afgesloten.

2.10. Na het hierboven genoemde arbitraal vonnis heeft Reaal [eiser] verzocht om haar, met het oog op artikel 7 van de polisvoorwaarden (de samenloopbepaling), in het bezit te stellen van de financiële gegevens van [eiser] (jaarstukken en aangiften IB) over de jaren 2000 tot en met 2007. [eiser] heeft tot op heden geweigerd aan dit verzoek te voldoen.

2.11. De rechtsbijstandverzekeraar van [eiser] VVAA Schadeverzekeringen N.V. (hierna: VVAA) heeft € 25.000,- aan [eiser] vergoed voor de kosten van rechtsbijstand die gemaakt zijn tijdens deze arbitrageprocedure en daaraan voorafgaand.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert, uitvoerbaar bij voorraad om Reaal te veroordelen om:

I. aan [eiser] een arbeidsongeschiktheidsuitkering te voldoen uit hoofde van de polisnummers [nummer], [nummer sub 2] en [nummer sub 3] gelijk aan 100% van de verzekerde dagrenten te rekenen vanaf 1 januari 2003, rekening houdende met latere indexeringen van deze dagrenten en te vermeerderen met de wettelijke rente over de reeds vervallen maandelijkse termijnen tot aan de datum der algehele voldoening en onder verrekening van die uitkeringen die Reaal vanaf

1 januari 2003 daadwerkelijk aan [eiser] heeft voldaan;

II. aan [eiser] te vergoeden de fiscale schade die hij heeft geleden c.q. nog zal lijden ten gevolge van die uitkering ineens door Reaal aan [eiser] van de achterstallige uitkeringen uit hoofde van de arbeidsongeschiktheidsverzekering, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

III. aan [eiser] te vergoeden de door hem geleden schade terzake van de kosten van rechtsbijstand ten belope van een bedrag van € 33.433,21 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf 23 juli 2008 en te rekenen tot aan de datum der algehele voldoening;

IV. aan [eiser] te restitueren alle premies die hij aan Reaal heeft voldaan, te rekenen vanaf 1 januari 2003, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen, te rekenen vanaf de data van betaling door [eiser] aan Reaal en berekend tot aan de datum der algehele voldoening;

V. in de kosten van dit geding.

3.2. Reaal voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

_4. De beoordeling

Artikel 7 van de polisvoorwaarden

4.1. [eiser] stelt -wat betreft vordering I onder ?3.1 van dit vonnis- dat artikel 7 van de polisvoorwaarden alleen kan worden toegepast als de verzekerde naast de uitkering van Reaal ook rechten aan een andere uitkering kan ontlenen. Als er geen andere verzekering is afgesloten kan de verzekeraar zich volgens [eiser] in het geheel niet beroepen op artikel 7 van deze voorwaarden. [eiser] betoogt daarom dat op basis van artikel 7 alleen rekening mag worden gehouden met de uitkering van Movir. Wat hij daarnaast nog uit hoofde van zijn beroep als tandarts of uit welke hoofde dan ook verdient of zal verdienen speelt volgens [eiser] bij de toepassing van artikel 7 geen enkele rol. Verder stelt [eiser] dat artikel 7 van de polisvoorwaarden multi-interpretabel is en dat dit ten nadele van Reaal moet strekken, omdat Reaal de voorwaarden heeft opgesteld.

4.2. Reaal betoogt dat uit de tekst van artikel 7 van de polisvoorwaarden blijkt dat Reaal, indien er sprake is van samenloop van verzekeringen, het recht heeft om de uitkering op grond van de verzekering bij Reaal zodanig te verlagen dat het totale bedrag van de inkomsten van de verzekerde maximaal gelijk is aan het jaarinkomen van de verzekerde uit hoofde van zijn beroep in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van het intreden van de arbeidsongeschiktheid. De bepaling is volgens haar ook niet onduidelijk of voor meer dan een uitleg vatbaar.

4.3. De rechtbank stelt voorop, dat partijen het erover eens zijn, dat artikel 7 van de polisvoorwaarden van toepassing is, omdat [eiser] ook rechten kan ontlenen aan een andere verzekering, namelijk de arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Movir. De rechtbank zal dit in haar verdere overwegingen als uitgangspunt nemen.

4.4. De vraag die beoordeeld dient te worden is of bij toepassing van artikel 7 van de polisvoorwaarden alleen rekening mag worden gehouden met de uitkering uit de arbeidsongeschiktheidsverzekering van [eiser] bij Movir, zoals [eiser] stelt, of dat er ook rekening mag worden gehouden met de overige inkomsten die [eiser] daarnaast nog uit hoofde van zijn beroep als tandarts of uit welke hoofde dan ook, verdient of zal verdienen.

4.5. Voor de uitleg van artikel 7 van de polisvoorwaarden komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan dit artikel mochten toekennen en wat zij op dit punt redelijkerwijs van elkaar aan inzicht mochten verwachten (HR 17 oktober 2008, LJN: BF 0006). In dit licht acht de rechtbank het volgende van belang.

4.6. De letterlijke tekst van artikel 7 van de polisvoorwaarden wijst duidelijk in de richting van de uitleg die Reaal eraan geeft. In artikel 7 is immers kort gezegd opgenomen, dat Reaal het recht heeft de totale jaaruitkering zodanig te verlagen dat het totale bedrag van de inkomsten maximaal gelijk is aan het jaarinkomen van de verzekerde in het kalenderjaar, v??rafgaande aan het jaar van het intreden van de arbeidsongeschiktheid.

4.7. De rechtbank ziet geen aanleiding om het begrip “inkomsten” in artikel 7 van de polisvoorwaarden zo uit te leggen, dat dit begrip alleen maar betrekking heeft op de inkomsten uit de andere verzekeringsovereenkomst, zoals [eiser] stelt. De enkele omstandigheid dat in de polisvoorwaarden niet is geregeld dat in het geval dat een verzekeringnemer geen andere arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten, overige jaarinkomsten als gedefinieerd in artikel 5 van de polisvoorwaarden tot verlaging van de totale jaaruitkering leiden, maakt het bepaalde in artikel 7 niet onduidelijk c.q. is onvoldoende om [eiser] in zijn betoog ter zake van de uitleg van artikel 7 van de polisvoorwaarden te volgen. Als het al zo zou zijn, zoals [eiser] betoogt, dat iemand die geen andere sociale en/of particuliere verzekering heeft afgesloten, recht heeft op een uitkering van Reaal, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de inkomsten die diegene uit hoofde van zijn beroep of uit welke hoofde dan ook, verdient of zal verdienen,

dan betekent dat nog niet dat de uitkomst in die situatie bepalend is voor de uitkomst in de onderhavige situatie.

4.8. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het voor [eiser] uit de polisvoorwaarden in voldoende mate duidelijk kon zijn dat Reaal in de onderhavige situatie, waarin [eiser] een andere particuliere verzekering heeft afgesloten bij Movir, niet alleen rekening mag houden met de uitkering uit de verzekering van [eiser] bij Movir, maar ook met het overig inkomen dat door [eiser] wordt verdiend.

4.9. Artikel 7 van de polisvoorwaarden is, gezien het hiervoor overwogene, niet multi-interpretabel. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het betoog van [eiser] dat, voor zover artikel 7 multi-interpretabel is, dit ten nadele van Reaal moet strekken, omdat Reaal de polisvoorwaarden heeft opgesteld.

4.10. De conclusie is derhalve dat de rechtbank vordering I van [eiser], zoals weergegeven onder ?3.1 van dit vonnis, zal afwijzen.

Fiscale schade

4.11. Voorts betoogt [eiser] dat indien Reaal in dit vonnis verplicht zou worden om een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht aan [eiser] te voldoen, er bij hem fiscale schade zal ontstaan. Als Reaal deze uitkeringen namelijk in één keer aan hem voldoet leidt dat volgens hem tot een aanmerkelijk hogere aanslag Inkomstenbelasting en Premieheffing Volksverzekeringen dan wanneer Reaal deze uitkeringen in de loop der tijd had voldaan. Hij vordert daarom fiscale schade (vordering II onder ?3.1). Reaal heeft verweer gevoerd.

4.12. Nu de rechtbank vordering I van [eiser] zal afwijzen en Reaal derhalve niet verplicht zal worden om aan [eiser] met terugwerkende kracht een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering te voldoen, zal de rechtbank ook de gevorderde fiscale schade afwijzen.

Kosten van rechtsbijstand

4.13. [eiser] vordert ook de kosten van rechtsbijstand (vordering III onder ?3.1 van dit vonnis) die hij tijdens de arbitrageprocedure en daaraan voorafgaand heeft moeten maken ter hoogte van van € 33.433,21, inclusief BTW. Hij betoogt dat VVAA, zijn rechtsbijstandverzekeraar, weliswaar € 25.000,- van dit bedrag heeft gedekt, maar dit staat volgens [eiser] niet aan de weg aan het verhaal van deze kosten, omdat het vermogensschade voor hem vormt. [eiser] betoogt dat hij de kosten van rechtsbijstand die hij op Reaal kan verhalen moet overdragen aan VVAA.

4.14. Reaal betwist deze vordering van [eiser]. Zij betoogt primair dat het in deze zaak niet gaat om een wettelijke verplichting tot schadevergoeding of onrechtmatige daad van Reaal, dan wel om een vordering tot nakoming, waarop de bepalingen van boek 6 titel 1 afdeling 10 van toepassing zijn. Volgens haar is hetgeen Reaal op grond van het arbitraal vonnis aan [eiser] verschuldigd zal zijn niet aan te merken als vergoeding van schade, maar als de verzekeringsuitkering waartoe [eiser] op grond van de verzekeringsovereenkomst gerechtigd zal blijken te zijn.

Subsidiair, voor zover Reaal wel een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand aan [eiser] verschuldigd zou zijn, stelt Reaal dat niet is voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets. Immers, zo betoogt zij, zijn ten eerste de kosten niet door [eiser] gemaakt, voor zover deze voor rekening komen van VVAA en hebben de gevorderde kosten op de tweede plaats mede betrekking op het geschil tussen [eiser] en Movir. Reaal betoogt dat een eventuele vergoedingsplicht van haar niet is vast te stellen zonder een deugdelijke specificatie waaruit precies blijkt welke kosten [eiser] redelijkerwijs heeft moeten maken voor rechtsbijstand in het geschil tussen [eiser] en Reaal.

4.15. De rechtbank overweegt ten aanzien van het primaire verweer van Reaal als volgt. De bepalingen van boek 6 titel 1 afdeling 10 zijn alleen van toepassing op krachtens de wet bestaande verplichtingen tot schadevergoeding. Daaronder valt ook de schadevergoeding die betrekking heeft op het niet-nakomen van een verbintenis (hier: de verzekeringsovereenkomst), ongeacht waar deze uit voortkomt. Reaal betoogt op zichzelf weliswaar terecht dat de bepalingen van boek 6 titel 1 afdeling 10 bij een verzekeringsovereenkomst als zodanig niet van toepassing zijn - er is dan immers sprake van een primaire verbintenis tot schadevergoeding die niet gebaseerd is op de wet -, maar dat gaat in dit geval niet op, omdat de kosten van rechtsbijstand die [eiser] vordert, zien op het niet nakomen van de verzekeringsovereenkomst. De kosten van rechtsbijstand die [eiser] tijdens en voorafgaand aan de arbitrageprocedure heeft gemaakt zijn dan ook te beschouwen als “kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid van Reaal” als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Reaal is derhalve in beginsel een vergoeding verschuldigd aan [eiser] voor de kosten van rechtsbijstand.

4.16. Voorts moet bepaald worden of de door [eiser] gevorderde kosten van rechtsbijstand, in de gegeven omstandigheden, redelijk zijn en of de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om de aansprakelijkheid van Reaal vast te stellen (de zogenoemde “dubbele redelijkheidstoets” waarnaar Reaal reeds heeft verwezen).

4.17. Wat betreft het verweer van Reaal dat de kosten, voor zover deze voor rekening komen van VVAA, niet door [eiser] zijn gemaakt overweegt de rechtbank als volgt. [eiser] heeft gesteld dat hij de kosten van rechtsbijstand die hij op Reaal kan verhalen moet overdragen aan VVAA. Dit is door Reaal niet betwist. De rechtbank beschouwt daarom de door VVAA aan [eiser] gedane betaling niet als een onvoorwaardelijke betaling -in welk laatste geval [eiser] bij verkrijging van de gevorderde kosten voor rechtsbijstand geen belang meer zou hebben- maar als een betaling die het karakter heeft van een onverplicht voorschot, gedaan onder de voorwaarde dat, indien [eiser] (een deel van) het betreffende bedrag op een derde kan verhalen, het door hem ontvangen bedrag aan VVAA zal worden terugbetaald. De rechtbank passeert derhalve het betoog van Reaal dat de door VVAA vergoede kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 25.000,- niet door [eiser] zijn gemaakt en om die reden niet zouden kunnen worden toegewezen.

4.18. [eiser] heeft als productie 27 bij dagvaarding een overzicht van declaraties van

3 februari 2004 tot en met 8 april 2008 van Kuiper, Jonkers & Van den Berg advocaten overgelegd met daarbij een overzicht van alle werkzaamheden die in dat kader hebben plaatsgevonden. Bij de uitgevoerde werkzaamheden staan echter alleen codes vermeld zonder een toelichting op die codes, zodat niet duidelijk is welke werkzaamheden zijn verricht. De rechtbank is om die reden met Reaal van oordeel dat niet vast te stellen is welke kosten [eiser] redelijkerwijs heeft moeten maken voor rechtsbijstand. Nu Reaal niet betwist heeft dat [eiser] tijdens de arbitrageprocedure en daaraan voorafgaand kosten voor rechtsbijstand heeft moeten maken, zal de rechtbank de door [eiser] gemaakte kosten van rechtsbijstand begroten op een bedrag van € 7.500,-.

Restitutie premies

4.19. Ten slotte betoogt [eiser] dat de door hem aan Reaal betaalde premies vanaf

1 januari 2003 gerestitueerd dienen te worden, gezien hetgeen bepaald is in artikel 10 van de polisvoorwaarden (vordering IV onder ?3.1 van dit vonnis).

4.20. De rechtbank zal deze vordering toewijzen, nu Reaal op dit punt geen verweer heeft gevoerd.

Proceskosten

4.21. Aangezien partijen over en weer op onderdelen in het gelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten van het geding te compenseren, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Ten slotte

4.22. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Reaal om aan [eiser] te betalen voor de door hem geleden schade terzake van de kosten van rechtsbijstand een bedrag van € 7.500,- inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf 23 juli 2008 tot de dag van algehele voldoening,

5.2. veroordeelt Reaal om aan [eiser] te restitueren alle premies die hij aan Reaal heeft voldaan, te rekenen vanaf 1 januari 2003, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de data van betaling door [eiser] aan Reaal tot de dag van algehele voldoening;

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op

27 januari 2010. JvdL