Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0848

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
252372 / HA ZA 08-1508.
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding na opzegging overeenkomst in verband met het niet verstrekken van opdrachten gedurende de opzegtermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 252372 / HA ZA 08-1508

Vonnis van 27 januari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

advocaat mr. J. Ran,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DHL EXPRESS (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna [eiseres] en DHL genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 september 2009;

- de akte na tussenvonnis, tevens houdende een verzoek op grond van artikel 31 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, van [eiseres]

- de akte na tussenvonnis van DHL.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Afwijzing verzoek tot herstel van het tussenvonnis

2.1. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 2 september 2009 een gemotiveerd oordeel gegeven op een geschilpunt tussen partijen. Van een kennelijke fout is geen sprake en het verzoek tot herstel van het tussenvonnis wordt dan ook afgewezen.

Vaststelling hoogte van de schade van [eiseres]

2.2. De rechtbank heeft in voornoemd tussenvonnis bepaald dat [eiseres] in de gelegenheid zou worden gesteld om een akte te nemen, teneinde door middel van boekhoudkundige stukken, waaronder voor zover mogelijk winst- en verliesrekeningen en bevestigd door een externe accountant/boekhoudkundige, nader te onderbouwen hoe hoog haar omzet en winst waren over de periode van 1 maart 2006 tot en met 31 december 2006, over geheel 2007 en over de periode van 1 januari 2008 tot en met 4 maart 2008. Daarbij overwoog de rechtbank dat [eiseres] ten aanzien van laatstgenoemde periode tevens inzicht zou dienen te geven in de omzet en winst per maand.

2.3. Naar aanleiding daarvan heeft [eiseres] bij akte overgelegd de jaarrekeningen over 2006 (van haar rechtsvoorganger – de eenmanszaak) en over 2007. Hieruit blijkt voor 2006 een netto omzet van EUR 634.175 ,--. In 2007 bedroeg de netto omzet EUR 556.605,-- en het bedrijfsresultaat voor belasting EUR 72.085,--. Met betrekking tot 2008 voert [eiseres] aan dat zij in het eerste kwartaal een omzet had van EUR 12.000,--. Stukken die deze stelling onderbouwen heeft zij niet overgelegd. De hoogte van de in het eerste kwartaal van 2008 behaalde omzet is echter niet door DHL betwist. De rechtbank stelt voorts vast dat uit de jaarrekening over 2006 blijkt dat [eiseres] over het gehele jaar 2005 een netto omzet van EUR 43.094 heeft behaald. In 2005 was DHL nog geen opdrachtgever van [eiseres]. De rechtbank acht het derhalve aannemelijk dat de omzet en winst van [eiseres] in de periode van 1 januari 2008 tot en met 4 maart 2008 fors zijn verminderd door het wegvallen van de opdrachten van DHL. Zoals de rechtbank in haar tussenvonnis heeft overwogen is DHL dan ook verplicht de schade die [eiseres] daardoor heeft geleden te vergoeden.

2.4. De periode waarin [eiseres] aan DHL toe te rekenen schade heeft geleden omvat 1 januari 2008 tot en met 4 maart 2008. Ter vaststelling van de schade zal de rechtbank een vergelijking maken tussen de daadwerkelijke, met opdrachten van DHL behaalde, winst voor belasting in de periode 1 januari 2008 tot en met 4 maart 2008, en de hypothetische situatie dat [eiseres] in die periode een met 2007 vergelijkbare hoeveelheid opdrachten van DHL zou hebben gekregen. Voor die hypothetische situatie zal de rechtbank uitgaan van de cijfers uit 2007. Zoals de rechtbank in het tussenvonnis heeft overwogen zal zij daarbij uitgaan van het verschil tussen de in de periode van 1 januari tot en met 4 maart 2008 werkelijk behaalde maandelijkse winst voor vennootschapsbelasting:

- en 100% van de gemiddeld in 2007 maandelijks door [eiseres] behaalde winst voor vennootschapsbelasting in de eerste maand na opzegging (5 december 2007 tot en met 4 januari 2008);

- en 75% van de gemiddeld over 2007 maandelijks door [eiseres] behaalde winst voor vennootschapsbelasting in de tweede maand na opzegging (5 januari 2008 tot en met 4 februari 2008);

- en 50% van de gemiddeld over 2007 maandelijks door [eiseres] behaalde winst voor vennootschapsbelasting in de derde maand na opzegging (5 februari 2008 tot en met 4 maart 2008).

2.5. Gedurende het grootste gedeelte van de eerste maand na opzegging (de maand december 2007) heeft [eiseres] een normale hoeveelheid opdrachten van DHL uitgevoerd. Aangezien dus over de periode van 5 december 2007 tot en met 31 december 2007 geen sprake was van aan DHL toe te rekenen winstderving bij [eiseres], behoeft met betrekking tot de eerste maand na opzegging slechts schade vastgesteld te worden over de periode van 1 tot en met 4 januari 2008. Ten aanzien van die vier dagen zal de rechtbank de vergelijking maken met 100% van de gemiddelde maandelijks in 2007 behaalde winst (voor 4/31 deel).

2.6. Bij haar akte na tussenvonnis heeft [eiseres] uitsplitsingen overgelegd van de resultaten die zijn behaald met opdrachten van DHL en van derden. DHL betoogt dat de omzet over 2007 moet worden gecorrigeerd met EUR 8.981,-- in verband met een factuur uit 2006 (06W52003), welke is vermeld in het overzicht van alle facturen uit 2007 (bijlage bij productie 12 in de akte na tussenvonnis van [eiseres]). De rechtbank stelt vast dat in voormeld overzicht als factuurdatum bij de desbetreffende factuur 9 februari 2007 is vermeld. Gelet op deze datum zal de rechtbank ervan uitgaan dat deze factuur aan de omzet over 2007 moet worden toegerekend, nu DHL haar stelling dat deze factuur behoort tot de in 2006 behaalde omzet niet nader heeft onderbouwd. De rechtbank zal de omzet over 2007 dan ook niet corrigeren.

2.7. In 2006 opereerde [eiseres] als eenmanszaak, in 2007 en 2008 als B.V. De in 2006 behaalde winst is in verband daarmee naar het oordeel van de rechtbank minder representatief voor de vaststelling van de schade dan het jaar 2007. Daarom zal de rechtbank de door [eiseres] overgelegde uitsplitsing van de omzet en winst behaald met opdrachten van DHL en van derden over 2007 als uitgangspunt hanteren bij de navolgende berekeningen.

2.8. De gemiddeld in 2007 door [eiseres] behaalde maandelijkse winst voor belasting uit opdrachten van DHL bedroeg EUR 5.871,50 (70.458 : 12).

2.9. [eiseres] heeft in januari 2008 nog opdrachten voor DHL uitgevoerd. Zij heeft echter geen stukken overgelegd waaruit de daarmee behaalde winst blijkt. De rechtbank zal die winst daarom schatten. Ter comparitie is door [eiseres] verklaard dat de omzet over januari met de opdrachten van DHL ongeveer EUR 8.000,-- bedroeg. De winst in 2007 als percentage van de omzet bedroeg 12,96% (70.458 : 544.045 x 100). De rechtbank schat daarom de in januari 2008 door [eiseres] met opdrachten van DHL behaalde winst voor belasting op EUR 1.036,80 (8.000 x 12,96%).

2.10. Met inachtneming van het voorgaande kan de door [eiseres] in 2008 geleden schade als volgt worden vastgesteld:

1e maand na opzegging (1 t/m 4 januari): 5.871,50 x 100% x 4/31 = EUR 757,61

2e maand na opzegging (5 januari t/m 4 februari): 5.871,50 x 75% = EUR 4.403,63

3e maand na opzegging (5 februari t/m 4 maart): 5.871,50 x 50% = EUR 2.935,75

EUR 8.096,99

Af: met uit opdrachten van DHL behaalde winst januari 2008 EUR 1.036,80-

Schade [eiseres] EUR 7.060,19

De vordering van [eiseres] zal tot dit bedrag worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

2.11. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voorwerk II - worden afgewezen. [eiseres] heeft immers nagelaten een omschrijving te geven van de voor haar rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De kosten waarvan [eiseres] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

Wettelijke rente

2.12. [eiseres] vordert wettelijke rente vanaf 1 april 2008. DHL heeft de verschuldigdheid van wettelijke rente wel betwist maar heeft dit verweer niet onderbouwd. De gevorderde ingangsdatum is voorts door DHL niet weersproken. De rechtbank zal deze vordering dan ook toewijzen met als ingangsdatum 1 april 2008.

Proceskosten

2.13. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt DHL om aan [eiseres] te betalen een bedrag van EUR 7.060,19 (zevenduizendzestig euro en negentien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 1 april 2008 tot de dag van volledige betaling,

3.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2010.

JB/JE