Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0332

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-01-2010
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
280210 / KG ZA 10-7
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser vordert opname van zijn volledige weerwoord in een onderzoeksrapport BING naar het handelen van de burgemeester van [ X ] inzake de koop van een vakantiewoning. De rechter concludeert dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat BING naar aanleiding van de door eiser verstrekte gegevens onjuiste informatie in het rapport over heeft opgenomen. Hoogstens, dit is door BING bestreden en in het kader van dit geding niet verder komen vast te staan, ontbreekt voor eiser ontlastende informatie, maar dat wordt niet relevant geacht nu het onderzoek naar eiser nog niet is afgerond en deze informatie in dat verband nog aan de orde kan/moet komen. Het primair jegens BING gevorderde is dan ook niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 280210 / KG ZA 10-7

Uitwerking van het vonnis in kort geding van 8 januari 2010

in de zaak van

[eiser],

[woonplaats],

eiser,

advocaat mr. P.J.M. Brouwers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BUREAU INTEGRITEIT BV,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. J.F. Garvelink.

Partijen zullen hierna [eiser] en BING genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de producties aan de zijde van [eiser] (1 tot en met 6, 8, 9 en 11 tot en met 17),

- de brief van BING van 6 januari 2010,

- de producties aan de zijde van BING (6),

- de faxberichten aan de zijde van [eiser] d.d. 7 januari 2009 om 11.30 en 13.54 uur,

- de mondelinge behandeling op 7 januari 2010,

- de schorsing van de mondelinge behandeling,

- de beslissing om de behandeling met gesloten deuren te laten plaatsvinden,

- de voortzetting van de mondelinge behandeling,

- de akte houdende wijziging eis,

- de pleitnota van [eiser],

- de pleitnota van BING.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 8 januari 2010 vonnis in hoofdlijnen uitgesproken. De voorzieningenrechter stelt vast dat in de aanhef van dit vonnis abusievelijk [X] als woonplaats van [eiser] wordt vermeld en Hoogland als vestigingsplaats van BING, alsmede dat sprake is van een kennelijke schrijffout onder het procesverloop bij de vermelding van de datum van de mondelinge behandeling.

1.4. Het onderstaande vormt een nadere schriftelijke uitwerking van het vonnis van 8 januari 2010.

2. De feiten

2.1. [eiser] is sedert 1 december 1998 werkzaam als ambtenaar bij de gemeente [X], in de functie van senior beleidsadviseur.

2.2. BING is een particulier bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in onderzoeken betreffende integriteitvraagstukken bij de overheid.

2.3. In oktober 2009 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente [X] BING opdracht gegeven een onderzoek te verrichten, in welke opdracht wordt vermeld: “Het college (heeft) besloten een feitenonderzoek te laten doen door het onafhankelijk Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING). Doel van het onderzoek is een objectief feitenrelaas te laten opstellen over het door de NRC aangekaarte onderwerp. Op grond van het feitenrelaas moet worden vastgesteld of zich rond het onderwerp al dan niet onregelmatigheden hebben voorgedaan. Het feitenrelaas zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd.”

2.4. Dit onderzoek is gericht op het handelen van de burgemeester van [X], de heer [A], (hierna [A]) en van [eiser] in verband met een rechtspersoon naar Bulgaars recht, Marina Black Sea Riviera (hierna MBSR), welk vennootschap zich bezighoudt met de ontwikkeling van een vakantiepark aan de Zwarte Zee te Bulgarije.

[A] heeft in september 2006 een koop- en aannemingsovereenkomst getekend met betrekking tot de bouw van een villa in het vakantiepark. [eiser] is 25%-aandeelhouder van MBSR.

2.5. [eiser] is inmiddels ziek geworden. Dit heeft het College van Burgemeester en Wethouders doen besluiten het onderzoek voor zover dat gericht is op [eiser], te schorsen. Het onderzoek naar het handelen van [A] en de rapportage daarvan is daarentegen zelfstandig voorgezet. De gemeente [X] heeft van [eiser], als ambtenaar van deze gemeente, wel volledige en loyale medewerking aan het onderzoek betreffende [A] verlangd.

2.6. Bij dagvaarding van 26 november 2009 heeft [eiser] de gemeente [X] gedagvaard in kort geding. De door hem gevraagde voorzieningen - kort gezegd - het verbieden althans schorsen van het onderzoek van BING/ het verbod tot openbaarmaking van het onderzoek, zijn bij vonnis van 22 december 2009 geweigerd.

2.7. BING heeft [eiser] gevraagd om zijn commentaar ter zake het concept- onderzoeksrapport over [A]. Na de toezegging van [eiser] dat hij het concept-rapport betreffende [A] als vertrouwelijk zal behandelen, heeft BING hem op 12 december 2009 een exemplaar doen toekomen.

2.8. Middels de brieven van zijn raadsman van 14, 15, 22 en 24 december 2009 heeft [eiser] op- en aanmerkingen op het concept-rapport gemaakt.

2.9. Bij e-mailbericht van 29 december 2009 heeft BING op diens verzoek een nieuwe versie van het concept-rapport naar [eiser] gestuurd. Na kennisneming van dit rapport heeft [eiser] bij brief van 31 december 2009 wederom zijn reactie gegeven. In deze brief heeft [eiser] gemeld dat hem gebleken is dat BING niets met de eerder door hem in de brieven van 14,15, 22 en 24 december 2009 verstrekte informatie heeft gedaan en dat het rapport vele onjuistheden en onvolledigheden bevat. Daarnaast heeft hij een verhaallijn uiteengezet, onder te verdelen in vier onderwerpen, verband houdende met MBSR en zowel zijn eigen betrokkenheid als die van [A] daarbij. [eiser] heeft voorts verzocht om hem uiterlijk op 5 januari 2010 om 18.00 uur een herzien concept te doen toekomen.

2.10. BING heeft op 4 januari 2010 een definitief concept-rapport naar het College van Burgemeester en Wethouders gestuurd.

2.11. Aan [eiser] heeft BING bij e-mailbericht van 4 januari 2010 om 23.01 uur het volgende laten weten:

“Hartelijk dank voor uw reactie op onze conceptbevindingen (…) De relevantie onderdelen hieruit verwerken wij in onze definitieve rapportage. (…)”

2.12. In reactie op dit bericht heeft [eiser] op 5 januari 2010 schriftelijk aan BING gemeld dat hij deze reactie van BING onvoldoende vindt en dat hij verlangt dat zijn opmerkingen volledig in het concept van het rapport verschijnen en dat geen definitieve rapportage aan het College van Burgemeester en Wethouders wordt verzonden alvorens dit wederom aan [eiser] is voorgelegd.

BING heeft niet voldaan aan dit het verzoek.

2.13. BING heeft op zich genomen het definitieve rapport over [A] op 8 januari 2010 om 12.00 uur aan het College van Burgemeester en Wethouders te overhandigen, waarna het College zal besluiten of het rapport aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert - na wijziging van eis - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

a. BING te gebieden om in het rapport [A] het volledige wederwoord van [eiser], zoals verwoord in de brieven van de advocaat van [eiser] van 14, 15, 22, 24 en 31 december 2009, alsmede de in de dagvaarding genoemde verhaallijn, op te nemen, zulks verweven in de tekst van het rapport, al dan niet als citaat, op straffe van verbeurte van EUR 500.000,00 indien BING daarmee in gebreke blijft,

b. BING te gebieden om - nadat BING uitvoering aan het sub a gevorderde heeft gegeven - vervolgens opnieuw aan [eiser] ter beoordeling en ter wederhoor het nieuwe concept rapport [A] voor te leggen, op straffe van verbeurte van EUR 500.000,00 indien BING daarmee in gebreke blijft,

c. BING te verbieden enig rapport - concept op definitief - aan de gemeente respectievelijk enig orgaan van de gemeente [X], waarin genoemd wederwoord niet volledig is opgenomen, te verstrekken, op straffe van verbeurte van EUR 500.000,00 indien BING daarmee in gebreke blijft,

Subsidiair

BING te gebieden om in het rapport [A] expliciet te vermelden dat [eiser] aan de totstandkoming ervan geen medewerking heeft verleend,

en:

alle informatie die BING van en/of zijdens [eiser] heeft ontvangen uit het rapport [A] te verwijderen en verwijderd te houden,

of:

de brieven van de advocaat van [eiser] van 14, 15, 22, 24, 31 december 2009 en van 5 januari 2010 met de daarbij behorende bijlagen, als bijlage(n) bij het uit te brengen rapport te voegen, alsmede BING te gebieden het rapport niet anders dan inclusief deze brieven - als bijlagen - te verspreiden of anderszins openbaar te maken,

een en ander op straffe van verbeurte van EUR 500.000,00 indien BING met een of ander in gebreke blijft,

Meer subsidiair:

Een voorziening die in het licht van het voormelde in goede justitie is te bepalen,

alsmede met veroordeling van BING in de kosten van deze procedure.

3.2. BING voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter heeft met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen het verzoek om de behandeling van de zaak met gesloten deuren te laten plaatsvinden gehonoreerd. Nu het onderhavige geschil betrekking heeft op de inhoud van een vertrouwelijk rapport aangaande een derde, ten aanzien waarvan nog een beslissing genomen dient te worden of het zal worden toegezonden aan de gemeenteraad van de gemeente [X] en al dan niet openbaar wordt gemaakt, brengt het vertrouwelijke karakter van de zaak naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit specifieke geval met zich dat het belang van partijen om dit geschil in volle omvang voor te kunnen leggen aan de rechter, zwaarder weegt dan het belang om de terechtzitting in het openbaar te laten plaatsvinden.

4.2. Vooropgesteld dient te worden dat gebleken is dat BING van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente [X] de opdracht heeft gekregen om als onafhankelijk onderzoeksbureau op objectieve wijze onderzoek te verrichten. Het gaat daarbij om een onderzoek naar het handelen van [A]. Het onderzoek naar het handelen van [eiser] is afgesplitst. Van belang is dat het - gelet op haar onafhankelijke positie en de haar verstrekte opdracht - uitsluitend aan BING is om de inhoud van het door haar op te stellen rapport te bepalen. BING is verantwoordelijk voor een deugdelijke en evenwichtige rapportage. De vraag die voorligt, is of BING voldoende zorgvuldigheid heeft betracht met betrekking tot de belangen van [eiser].

4.3. [eiser] stelt zich op het standpunt dat BING onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. BING heeft volgens [eiser] in strijd met de in het maatschappelijke verkeer betamende zorgvuldigheid gehandeld doordat zij als professionele beroepsbeoefenaar, die documenten maakt die externe werking kunnen hebben, er onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat derden als gevolg van de verwevenheid tussen het rapport ‘[A]’ en het nog op te stellen rapport ‘[eiser]’, ook betekenis aan het rapport [A] kunnen hechten aangaande de positie van [eiser]. [eiser] is van mening de (strekking van de) op- en aanmerkingen, die hij op dringend verzoek van zowel de gemeente [X] als BING heeft gemaakt op de conceptrapportage aangaande [A], volledig in het rapport verwerkt moeten worden omdat anders geen sprake is van een deugdelijk en evenwichtig rapport. [eiser] stelt voorts dat het beginsel van wederhoor op grove wijze is veronachtzaamd nu hij geen gelegenheid heeft gekregen om te reageren op de gevolgtrekkingen die BING heeft gemaakt naar aanleiding van zijn laatste brief van 31 december 2009.

4.4. BING heeft nadrukkelijk bestreden dat met de inhoud en de wijze van totstandkoming van het rapport op verwijtbare wijze inbreuk is gemaakt op een recht van [eiser]. Volgens BING is het beginsel van wederhoor ruimschoots toegepast nu [eiser] tweemaal gelegenheid heeft gehad om commentaar op het conceptrapport te geven, en heeft zij bovendien de voor het rapport relevante opmerkingen in het rapport verwerkt. BING merkt tenslotte op dat zo [eiser] al een rechtens te respecteren belang heeft bij zijn vordering, het belang van BING bij vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt en dat het belang in dat geval bovendien niet opweegt tegen het publieke belang van een geïnformeerde volksvertegenwoordiging en een openbaar debat.

4.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hetgeen door [eiser] terzake is gesteld dan wel overigens is gebleken diens conclusie dat BING jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld niet kan dragen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.6. Ondanks dat onderhavig onderzoek zich niet richt op [eiser] heeft BING er voor gekozen om [eiser] te vragen zijn medewerking te verlenen aan het rapport. Aan [eiser] is gevraagd op- en aanmerkingen te maken op het concept rapport, en de bevindingen van BING naar aanleiding daarvan zijn aan hem ter commentaar voorgelegd. De positie van [eiser] in aanmerking genomen is hiermee naar het oordeel van de voorzieningenrechter in voldoende mate rekening gehouden met de belangen van [eiser] ten aanzien van hoor en wederhoor.

4.7. Dat [eiser] op deze wijze bij het onderzoek van [A] betrokken is, kan er voorts niet toe leiden dat hij de inhoud van het rapport kan bepalen. De vraag of en in welke mate [eiser] een correctiebevoegdheid heeft, hangt af van de gemaakte afspraken en de overige omstandigheden van het geval. Het bestaan van afspraken als bedoeld is niet gesteld. Van omstandigheden die tot het aannemen van een dergelijke correctiebevoegdheid nopen is onvoldoende gebleken. Als door [eiser] verstrekte gegevens anders in het rapport waren weergegeven dan door [eiser] verklaard, terwijl dit in het rapport niet wordt verantwoord, en BING ondanks de opmerkingen van [eiser] niet tot aanpassing daarvan was overgegaan, zou dit met zich kunnen brengen dat alsnog aanpassing van het rapport geboden is. Geoordeeld wordt evenwel dat al met al onvoldoende is gesteld en gebleken dat sprake is van een dergelijke foutieve gegevensverwerking door BING. [eiser] heeft enkel algemene verhaallijnen weergegeven en daarnaast ter zitting aangevoerd dat zijn opmerkingen niet met voldoende scherpte tot uitdrukking zijn gebracht.

4.8. Voorts geldt dat zolang verstrekte gegevens door BING niet onjuist worden weergegeven, maar enkel onvolledig, dit op zichzelf geen reden is om de op- en aanmerkingen van [eiser] alsnog in het rapport te laten opnemen. Het is immers aan BING om te bepalen welke gegevens in het rapport worden vermeld en de kwaliteit van de rapportage van BING is een uitsluitende verantwoordelijkheid van BING, niet van [eiser]. Dit geldt evenzeer voor het geval [eiser] informatie aan BING heeft verstrekt die ontlastend is voor [eiser], maar die niet is verwerkt in het rapport. In zijn algemeenheid kan van een onderzoeksbureau niet worden verlangd dat informatie in een rapport wordt opgenomen betreffende derden enkel en alleen vanwege de derdenwerking die uitgaat van het rapport, terwijl die informatie in de visie van het onderzoeksbureau niet bijdraagt aan het doel van de verstrekte opdracht. In het onderhavige geval is bovendien van belang dat ter gelegenheid van de nog komende afronding van het onderzoek naar [eiser] nog allerlei zaken aan de orde zullen komen, waardoor het argument van de eventuele derdenwerking aan gewicht verliest.

4.9. Het vorenstaande voert tot de conclusie dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat BING naar aanleiding van de door [eiser] verstrekte gegevens onjuiste informatie in het rapport over [A] heeft opgenomen. Hoogstens, dit is door BING bestreden en in het kader van dit geding niet verder komen vast te staan, ontbreekt voor [eiser] ontlastende informatie, maar dat wordt niet relevant geacht nu het onderzoek naar [eiser] nog niet is afgerond en deze informatie in dat verband nog aan de orde kan/moet komen. Het primair jegens BING gevorderde is dan ook niet toewijsbaar is.

4.10. Voor het (meer)subsidiair gevorderde is evenmin voldoende grond aanwezig. Nu gebleken is dat [eiser] zijn reactie heeft gegeven op de conceptrapportage van BING, is voldoende aannemelijk dat BING niet kan verklaren dat door hem geen medewerking is verleend. De voorzieningenrechter vermag voorts niet in te zien op grond waarvan BING gehouden zou zijn om de informatie waarover zij beschikt en die zij relevant acht, dient te verwijderen uit het rapport.

4.11. Uit het vorenstaande volgt voorts dat van BING evenmin kan worden verlangd dat zij de brieven van [eiser] aan haar rapport hecht.

4.12. Voor de gevorderde dwangsommen is geen grondslag aanwezig, zodat zij eveneens zullen worden afgewezen.

4.13. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BING worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat EUR 816,00

Totaal EUR 1.078,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1 wijst de vorderingen af,

5.2 veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van BING tot op heden begroot op EUR 1.078,00,

5.3 verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Slootweg en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2010.?