Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0139

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
265586 / HA ZA 09-856
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 7:400 BW, 7:411 BW en 6:82 BW, opdracht, opzegging, opzegtermijn, redelijkheid en billijkheid, toerekenbare tekortkoming, verzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 265586 / HA ZA 09-856

Vonnis van 20 januari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SFINXX B.V.,

h.o.d.n. IJmond Bewaking/ Spaarne Beveiliging,

gevestigd te Haarlem,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J. Peeters-de Vormer,

tegen

1. de vennootschap onder firma

BOUWCOMBINATIE EGMOND,

gevestigd te Nieuwegein,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BALLAST NEDAM EGMOND OFFSHORE ENERGY B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VESTAS OFFSHORE THE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te IJmuiden,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna Spaarne Beveiliging en Bouwcombinatie Egmond genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 juli 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 14 oktober 2009

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Spaarne Beveiliging houdt zich bezig met het beveiligen en bewaken van personen, goederen en gebouwen. Bouwcombinatie Egmond is een joint venture van Vestas AS uit Denemarken en Ballast Nedam.

2.2. Bouwcombinatie Egmond en Spaarne Beveiliging zijn overeengekomen dat Spaarne Beveiliging de bewaking en beveiliging zou verzorgen van een haventerrein in IJmuiden. Spaarne Beveiliging diende dit terrein te bewaken en beveiligen zolang dat ten behoeve van windmolenonderdelen in gebruik was. De bewakingsovereenkomst werd aangegaan voor de periode vanaf 11 maart 2006 tot het einde van het project.

2.3. Voor het einde van het project heeft Bouwcombinatie Egmond bij brief van 17 mei 2006 de bewakingsovereenkomst met Spaarne Beveiliging opgezegd. Per brief van 24 mei 2006 heeft Bouwcombinatie Egmond aan Spaarne Beveiliging meegedeeld dat de beveiligingswerkzaamheden van het haventerrein door Spaarne Beveiliging zullen doorlopen tot 12 juni 2006, 12.00 uur.

2.4. Na de beëindiging van de beveiligingswerkzaamheden van Spaarne Beveiliging heeft Bouwcombinatie Egmond het haventerrein tot aan het einde van het project door een ander bedrijf laten beveiligen.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Spaarne Beveiliging vordert, na wijziging van de grondslag van haar eis, - samengevat - veroordeling van Spaarne Beveiliging tot betaling van EUR 259.635,00. Daartoe legt zij ten grondslag dat Bouwcombinatie Egmond de verleende opdracht ten onrechte tussentijds heeft opgezegd. Spaarne Beveiliging maakt aanspraak op betaling van het volle loon, althans op een schadevergoeding. Spaarne Beveiliging vordert tevens betaling van een aantal openstaande facturen en schadevergoeding in verband met aantasting van haar goede naam. Daarnaast vordert zij vergoeding van rente en kosten.

3.2. Bouwcombinatie Egmond voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. Bouwcombinatie Egmond vordert samengevat - veroordeling van Spaarne Beveiliging tot betaling van een bedrag op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat zij vanwege het tekortschieten van Spaarne Beveiliging een ander bedrijf heeft moeten inschakelen. Zij lijdt daardoor schade omdat het andere bedrijf duurder was dan Spaarne Beveiliging.

3.4. Spaarne Beveiliging voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Partijen zijn overeengekomen dat Spaarne Beveiliging voor Bouwcombinatie Egmond beveiligingswerkzaamheden zou verrichten. De rechtbank stelt voorop dat deze overeenkomst is te kwalificeren als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 van het Burgerlijk Wetboek.

4.2. Tussen partijen bestaat verschil van mening over de vraag of (a) Spaarne Beveiliging in rechte de betaling kan vorderen van een aantal openstaande facturen (b) Spaarne Beveiliging aanspraak kan maken op betaling van het volle loon, (c) tussentijdse opzegging in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, (d) sprake is van aantasting van de goede naam van Spaarne Beveiliging, (e) Bouwcombinatie Egmond aanspraak kan maken op schadevergoeding vanwege het tekortschieten van Spaarne Beveiliging in de nakoming van de opdracht. De rechtbank zal hierna deze geschilpunten bespreken.

in conventie

a. openstaande facturen

4.3. Spaarne Beveiliging vordert betaling van de door haar verrichte werkzaamheden van 1 juni 2006 tot en met 12 juni 2006 (EUR 19.968,00) en betaling van een factuur voor geleverde alarmopvolging (EUR 35,00). Bouwcombinatie Egmond erkent dat de door Spaarne Beveiliging bedoelde facturen onbetaald zijn gebleven, maar betwist dat zij in rechte kan worden aangesproken tot betaling daarvan. Daartoe stelt zij dat Spaarne Beveiliging een factuur met de vermelding van een onjuist bedrag voor de werkzaamheden in juni bij haar in rekening heeft gebracht. De rechtbank overweegt dat Spaarne Beveiliging heeft nagelaten haar stelling(en) dat zij de openstaande factuur voor de werkzaamheden van 1 juni 2006 tot en met 12 juni 2006 bij Bouwcombinatie Egmond in rekening heeft gebracht te onderbouwen. Spaarne Beveiliging heeft daarnaast ook de door Bouwcombinatie Egmond betwiste factuur voor de alarmopvolging niet onderbouwd. Gelet hierop dienen de vorderingen tot betaling van de facturen te worden afgewezen.

b. volle loon

4.4. Spaarne Beveiliging vordert onder meer betaling van het volle loon wegens de tussentijdse opzegging van de beveiligingsovereenkomst door Bouwcombinatie Egmond.

Op grond van artikel 7:411 van het Burgerlijk Wetboek heeft de opdrachtnemer (in dit geval Spaarne Beveiliging) recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon indien de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht en de verschuldigdheid van het loon afhankelijk is van de volbrenging. De rechtbank overweegt dat de stellingen van Spaarne Beveiliging niet kunnen leiden tot toewijzing van haar vordering. Niet gesteld of gebleken is immers dat de verschuldigdheid van het loon afhankelijk is van de volbrenging van de opdracht of van het verstrijken van de tijd. Nu bovendien door Bouwcombinatie Egmond onweersproken is gesteld dat de werkzaamheden van Spaarne Beveiliging periodiek zijn gefactureerd en betaald, moet de vordering van Spaarne Beveiliging tot betaling van het volle loon op grond van artikel 7:411 van het Burgerlijk Wetboek worden afgewezen.

c. opzegging en de redelijkheid en billijkheid

4.5. Spaarne Beveiliging vordert tevens schadevergoeding omdat het gebruikmaken van het opzeggingsrecht door Bouwcombinatie Egmond in het onderhavige geval strijdig zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. Zij stelt daartoe dat:

a. door Bouwcombinatie Egmond geen opzegtermijn in acht is genomen,

b. de opzegging door Spaarne Beveiliging als kwetsend is ervaren,

c. Spaarne Beveiliging investeringen heeft gedaan,

d. aan haar zijde geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, e. aan haar onvoldoende kenbaar is gemaakt waaruit de tekortkoming bestaat,

f. een ingebrekestelling ontbreekt.

Naar het oordeel van de rechtbank leiden geen van deze stellingen afzonderlijk, noch in onderlinge samenhang bezien, tot een verplichting tot schadevergoeding. Daartoe overweegt de rechtbank dat Bouwcombinatie Egmond gemotiveerd heeft weersproken dat geen (redelijke) opzegtermijn in acht is genomen. In dat verband heeft zij onder meer verwezen naar haar brief van 24 mei 2006 waaruit blijkt dat na de opzegging op 17 mei 2006 de werkzaamheden tot en met 12 juni 2006 12.00 uur konden worden voortgezet. Hieruit blijkt dat een opzegtermijn van 3,5 week is gehanteerd. Gelet hierop acht de rechtbank de stelling van Spaarne Beveiliging dat de gehanteerde opzegtermijn vanwege de door haar gestelde werkelijke duur van ongeveer 7 maanden van het project niet redelijk is, te summier en onvoldoende onderbouwd. De stellingen dat de opzegging door Spaarne Beveiliging als kwetsend werd ervaren, dat Spaarne Beveiliging veel investeringen heeft gedaan en dat Spaarne Beveiliging het vooruitzicht had op een vervolgopdracht, bieden onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de opzegging naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Spaarne Beveiliging haar stellingen daartoe onvoldoende uitgewerkt of onderbouwd. Ook de stellingen dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming en onvoldoende kenbaar is gemaakt waaruit de tekortkoming bestaat, terwijl een ingebrekestelling ontbreekt, leiden niet tot een schadevergoedingsverplichting aan de zijde van Bouwcombinatie Egmond. Een opdrachtgever is immers te allen tijde bevoegd om de opdracht op te zeggen, dus ook in het geval geen sprake zou zijn van een tekortkoming in de nakoming. Een mededeling van Bouwcombinatie Egmond over de eventuele tekortkomingen in de nakoming van de opdracht of een schriftelijke ingebrekestelling zijn daarom geen voorwaarde om de overeenkomst te kunnen opzeggen. Tegen deze achtergrond is onvoldoende gesteld of gebleken waarom de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid toch onaanvaardbaar zou zijn.

4.6. Uit het voormelde volgt dat ook de meer subsidiaire vordering tot betaling van de omzet dient te worden afgewezen.

d. aantasting goede naam

4.7. Spaarne Beveiliging vordert tevens schadevergoeding vanwege aantasting van haar goede naam. De rechtbank overweegt dat het op de weg van Spaarne Beveiliging ligt deze vordering nader te onderbouwen. Nu zij dit heeft nagelaten en Bouwcombinatie Egmond bovendien de zeer summiere stellingen ter onderbouwing van deze vordering gemotiveerd heeft bestreden, zal de rechtbank deze vordering afwijzen.

kostenveroordeling

4.8. Spaarne Beveiliging zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Bouwcombinatie Egmond worden begroot op:

- vast recht 4.938,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2 punten × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 10.098,00

In reconventie

e. tekortschieten in de nakoming van de beveiligingswerkzaamheden

4.9. De rechtbank overweegt dat gesteld noch gebleken is dat op het moment van opzegging van de overeenkomst nakoming door Spaarne Beveiliging blijvend of tijdelijk onmogelijk was. Hieruit volgt dat Spaarne Beveiliging slechts gehouden is tot vergoeding van de vanwege de tekortkoming door Bouwcombinatie Egmond geleden schade vanaf het moment dat Spaarne Beveiliging in verzuim is geraakt. Spaarne Beveiliging heeft betwist in gebreke te zijn gesteld zoals bedoeld in artikel 6:82 van het Burgerlijke Wetboek dan wel anderszins in verzuim te zijn geraakt. Nu niet kan worden vastgesteld dat Spaarne Beveiliging in verzuim is geraakt, dient de vordering van Bouwcombinatie Egmond te worden afgewezen.

4.10. Bouwcombinatie Egmond zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Spaarne Beveiliging worden begroot op:

- salaris advocaat 1.290,00 (1 punt × factor 0,5 × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 1.290,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Spaarne Beveiliging in de proceskosten, aan de zijde van Bouwcombinatie Egmond tot op heden begroot op EUR 10.098,00

5.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. wijst de vorderingen af,

5.5. veroordeelt Bouwcombinatie Egmond in de proceskosten, aan de zijde van Spaarne Beveiliging tot op heden begroot op EUR 1.290,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2010.