Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BK9285

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-01-2010
Datum publicatie
14-01-2010
Zaaknummer
16-601178-08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van seksueel binnendringen en plegen van ontuchtige handelingen bij een meisje < 16 jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/601178-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 januari 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres],

raadsman mr. S.F.J. Smeets, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 28 september 2009 en 21 december 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: meerdere malen seksueel bij een meisje is binnengedrongen, terwijl zij nog geen 16 jaar oud was;

feit 2: meerdere malen ontuchtige handelingen met een meisje heeft gepleegd, terwijl zij nog geen 16 jaar oud was.

3. De beoordeling van het bewijs

3.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan en vordert vrijspraak.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Ter onderbouwing daarvan wijst de raadsman op tegenstrijdigheden en aantoonbare onjuistheden in de verklaringen van aangeefster. Voorts stelt de raadsman dat er geen verklaringen van getuigen zijn, die de verklaringen van aangeefster bevestigen.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De handelingen zoals die zijn omschreven in de twee ten laste gelegde feiten zijn gebaseerd op de aangifte en de verdere verklaringen van aangeefster die zich in het dossier bevinden. Het dossier bevat verder een proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2008 waarin wordt gerelateerd dat met aangeefster en haar ouders een informatief gesprek is gehouden, dat aangeefster kort heeft aangegeven dat zij was misbruikt door verdachte, en waaruit het eventuele vervolgtraject zou bestaan.

Verder bevindt zich in het dossier een aangifte van de vader van aangeefster.

Op 7 juli 2008 is aangeefster verhoord door twee verbalisanten van de afdeling zeden van de politie Utrecht. Het verhoor is niet woordelijk uitgewerkt opgenomen in het dossier, maar is zakelijk weergegeven in een proces-verbaal.

Aangeefster is op 5 november 2008 gehoord bij de rechter-commissaris in het bijzijn van de raadsman van verdachte. De raadsvrouwe van aangeefster en de officier van justitie. Aangeefster is gehoord op de zitting van de rechtbank van 21 december 2009 in het bijzijn van verdachte en de raadsman. Dit verhoor heeft achter gesloten deuren plaatsgevonden met het oog op de leeftijd van aangeefster.

De rechtbank constateert op basis van deze stukken dat aangeefster consistent is in haar verklaringen over de seksueel gerichte gedragingen jegens haar. Zij stelt dat alle gedragingen zijn voorgevallen in de periode januari 2008 tot en met juni 2008. Zij geeft in haar verklaringen geen exacte data, met uitzondering van de dag dat zij met verdachte en zijn gezin naar zijn schoonmoeder in Noordwijk is geweest (de dag na moederdag).

Daarnaast bevinden zich in het dossier kopieën van bladzijden uit het dagboek van aangeefster over de periode 28 mei 2008 tot en met 29 juni 2008. In deze dagboekaantekeningen wordt in grote lijnen het ten laste gelegde misbruik van aangeefster door verdachte bevestigd. Niet bekend is of aangeefster ook over andere perioden in 2008 een dagboek heeft bijgehouden. Het is de rechtbank niet bekend op welk moment de genoemde dagboekbladzijden aan het dossier zijn toegevoegd. Door de raadsman van verdachte is gesteld dat de dagboekaantekeningen niet ten tijde van het verhoor van aangeefster op 7 juli 2008 aan het dossier zijn toegevoegd, maar dat dit pas op 30 september 2008 zou zijn gebeurd.

Verder bevinden zich in het dossier verklaringen van de mentrix van aangeefster, van twee nichtjes van aangeefster met wie zij ook vriendschappelijk omging. Deze getuigen verklaren uitsluitend over wat zij van aangeefster hebben gehoord.

In het dossier bevindt zich een verklaring van de vriendin/partner van verdachte die verklaart dat aangeefster in de ten laste gelegde periode bij haar en verdachte thuiskwam. Zij bevestigt de aanwezigheid van aangeefster op bepaalde momenten, maar ontkent ten stelligste dat verdachte en aangeefster op bepaalde momenten alleen zijn geweest.

Verdachte heeft de ten laste gelegde gedragingen volledig en bij herhaling bij de politie, de rechter-commissaris en ter terechtzitting ontkend.

De inhoud van het dossier en de loop van het onderzoek ter terechtzitting leiden voor de rechtbank tot de conclusie dat voor de ten laste gelegde gedragingen geen ondersteuning uit andere bron dan die van aangeefster kan worden gevonden. Dit betekent dat het woord van aangeefster tegenover het woord van verdachte staat.

De rechtbank kan bij deze stand van zaken niet anders dan vaststellen dat onvoldoende wettig bewijsmateriaal aanwezig is voor de ten laste gelegde gedragingen zodat de rechtbank voorts niet tot de overtuiging kan komen dat verdachte de ten laste gelegde feiten (geheel of gedeeltelijk) zou hebben begaan.

De rechtbank zal verdachte daarom van de gehele tenlastelegging vrijspreken.

4. De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 3.231,25 voor de feiten 1 en 2.

Verdachte zal worden vrijgesproken van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

5. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen;

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

Voorlopige hechtenis

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop dit vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. J.M. Bruins en mr. J. Schukking, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 januari 2010.