Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BN6327

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-09-2009
Datum publicatie
09-09-2010
Zaaknummer
271978 HARK 09-272
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK UTRECHT zaaknummer: 271978 HARK 09-272

beslissing van de rechtbank Utrecht, meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingverzoeken,

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

tegen

mr. [X],

kantonrechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: mr. [X].

1. De procedure

1.1. Bij brief van 27 juli 2009 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend, gericht tegen de rechter in de zaak met kenmerk 527294 BU VERZ 07-1046.

1.2. De behandelend rechter, mr. [X], heeft niet in de wraking berust. Hij heeft op 20 augustus 2009 schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd.

1.3. De mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 1 september 2009. Daarbij is verzoeker - zonder bericht van verhindering - niet verschenen. Mr. [X] heeft in zijn schriftelijke reactie meegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen.

2. Feiten

2.1. Onder registratienummer 527294 BU VERZ 07-1046 is bij deze rechtbank, sector kanton, een procedure aanhangig. De procedure betreft het door verzoeker ingestelde beroep tegen een beslissing van de officier van justitie te Utrecht, gegeven op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Bij deze beslissing heeft de officier van justitie het beroep van verzoeker tegen de oplegging van een administratieve sanctie ongegrond verklaard.

2.2. Het beroep van verzoeker tegen de beslissing van de officier van justitie zou behandeld worden op de zitting van 22 oktober 2007. Op de ochtend van die dag, voorafgaand aan de zitting heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer van deze rechtbank heeft bij uitspraak van 12 december 2007 het wrakingsverzoek afgewezen.

2.3. Op 9 juni 2009 is op de griffie van de sector kanton geconstateerd dat het procesdossier van verzoekers beroep per abuis was gearchiveerd in het dossier van het wrakingsverzoek. Daarop heeft mr. [X] besloten verzoeker op te roepen voor een zitting.

2.4. Bij brief van 15 juni 2009 is verzoeker meegedeeld dat zijn beroep door de kantonrechter zal worden behandeld ter zitting van 27 juli 2009. Op die dag heeft verzoeker voorafgaand aan de zitting opnieuw een wrakingsverzoek per fax ingediend. De behandeling van het beroep heeft daardoor geen doorgang gevonden.

3. Beoordeling

3.1. Verzoeker voert ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek aan verbijsterd te zijn over de mededeling dat ruim twee jaar na dato zijn zaak nog steeds niet is beƫindigd en opnieuw moet worden beoordeeld. Al die tijd is hij volkomen in het ongewisse gelaten en vervolgens zal in de vakantieperiode in zijn zaak worden beslist.

3.2. Aangezien het wrakingsverzoek strekt tot wraking van de rechter die besloten heeft verzoekers beroepszaak te behandelen op de zitting van 27 juli 2009, moet het wrakingsverzoek geacht worden te zijn gericht tegen de behandelend rechter mr. [X].

3.3. Artikel 512 van het Wetboek van strafvordering bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.4. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.5. De rechtbank vat het wrakingsverzoek aldus op dat verzoeker zich door het onder 2. geschetste verloop van de procedure benadeeld voelt in zijn verdediging. Hoewel de rechtbank het tijdsverloop in de procedure betreurt, is dit een volstrekt onvoldoende grond om mr. [X] te wraken. Het besluit om verzoeker op te roepen voor een nieuwe zitting is een procedurebeslissing en ziet niet op de persoon van mr. [X] noch op de afdoening van de zaak zelf. Uit die procedurebeslissing kan immers niet de (schijn van) partijdigheid worden afgeleid. Een verzoek tot wraking kan alleen worden gebaseerd op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Zodanige feiten en omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Het wrakingsverzoek zal dan ook als ongemotiveerd worden afgewezen.

3.6. Nu verzoeker in de betreffende zaak reeds eerder een wrakingsverzoek heeft ingediend, dat evenmin gebaseerd was op concrete feiten en omstandigheden van een specifieke rechter, ziet de rechtbank aanleiding om op voet van artikel 512, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in bovengemelde zaak niet in behandeling zal worden genomen.

4. Beslissing

De rechtbank

4.1. wijst het verzoek tot wraking van mr. [X] af;

4.2. draagt de griffier op deze beslissing aan verzoeker en mr. [X] toe te zenden, alsmede aan de sectorvoorzitter van de sector kanton en de president van deze rechtbank;

4.3. bepaalt dat de zaak dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing in verband met dit wrakingsverzoek;

4.4. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de zaak met procedurenummer 527294 BU VERZ 07-1046 niet in behandeling wordt genomen.

Deze beslissing is gegeven door mr. J. Sap, voorzitter, mr. B.J. van Ettekoven en

mr. L.E. Verschoor-Bergsma en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2009, in het bijzijn van de griffier mr. M.S.D. de Weerd.

Mr. Verschoor-Bergsma is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.