Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BL7223

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
11-03-2010
Zaaknummer
650174 UV EXPL 09-409
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding. Werkneemster is voor 5 dagen per week in dienst. Zij heeft ouderschapsverlof gevraagd en gekregen voor de destijds geldende maximumduur van 13 weken voor de dinsdag en de donderdag . In verband met de uitbreiding van het ouderschapsverlof per 1 januari 2009 van 13 weken naar 26 weken heeft zij een verzoek gedaan voor een tweede periode van ouderschapsverlof, eveneens voor de dinsdag en de donderdag . Werkgever wijst het verzoek af. Werkgever wenst wel mee te werken aan ouderschapsverlof verdeeld over 5 halve dagen per week. Werkneemster vordert een bevel aan werkgever om het verzoek om ouderschapsverlof te hebben op dinsdag en donderdag te honoreren.

De vordering wordt toegewezen. Het verzoek van werkneemster had slechts op grond van een zwaarwegend bedrijfsbelang kunnen worden geweigerd. Werkgever heeft dat belang niet aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2010/117
AR-Updates.nl 2010-0239

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 650174 UV EXPL 09-409 mvc

kort geding vonnis d.d. 3 november 2009

inzake

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiseres],

eisende partij,

gemachtigde: mr. I. Roordink-Wester,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Bastion Hotelgroep B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Bastion,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. R.M.L. Keunen.

1. Verloop van de procedure

[eiseres] heeft Bastion in kort geding doen dagvaarden.

De zitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2009. Daarvan is aantekening gehouden. Tegelijkertijd is het verzoekschrift van Bastion tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder nummer 657557 UE VERZ 09-2107 behandeld. [eiseres] en Bastion hebben pleitnotities overgelegd.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. De feiten

2.1. In deze zaak staan de volgende feiten vast.

2.2. [eiseres], geboren op 27 augustus 1974, is op 7 mei 2007 in dienst bij Bastion getreden. Zij is werkzaam in de functie van Medewerker Sales Binnendienst. Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 2.079,32 per maand exclusief emolumenten.

2.3. Sinds 23 januari 2009 is [eiseres] gedurende 3 dagen per week werkzaam, te weten op de maandag, woensdag en vrijdag. De overige 2 dagen van de week geniet zij ouderschapsverlof.

2.4. Op 18 januari 2009 heeft [eiseres] in verband met de wettelijke uitbreiding van het ouderschapsverlof verzocht om verlenging van haar ouderschapsverlof waarbij de getroffen regeling zou worden gecontinueerd.

2.5. Per e-mailbericht van 20 maart 2009 bericht Bastion aan [eiseres] het volgende:

“(..) In de eerste ouderschapsverlofperiode hebben wij afgesproken dat je 3 dagen werkt, namelijk maandag, woensdag en vrijdag. Wij merken dat het niet aanwezig zijn op dinsdag en vrijdag nadelen heeft. Dat is de reden dat wij graag de tweede verlofperiode anders willen invullen. Hierbij willen wij graag 50 % ouderschapsverlof toekennen waarbij wij elke dag aanwezigheid belangrijk vinden. Wij willen jou de keuze geven om elke ochtend of middag te werken. (..)”.

2.6. Op 1 september 2009 heeft [eiseres] zich ziek gemeld.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert Bastion voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad bij wege van voorlopige voorziening:

te bevelen dat het verzoek van [eiseres] om op 3 werkdagen (maandag, woensdag en vrijdag) werkzaam te zijn, onverkort door Bastion gehonoreerd dient worden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag, voor iedere dag dat Bastion in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen;

met de veroordeling van Bastion in de kosten van de procedure.

3.2. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij Bastion heeft verzocht om een tweede periode van ouderschapsverlof op te nemen waarbij zij het huidige rooster wenst te continueren. Bastion heeft nagelaten een deugdelijke onderbouwing van de zwaarwegende bedrijfsbelangen te geven die zich verzetten tegen voorzetting van het huidige rooster.

3.3. Bastion voert verweer. Op dit verweer wordt hierna, voor zover nodig, teruggekomen.

4. De beoordeling

4.1. [eiseres] heeft naar het oordeel van de kantonrechter een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorzieningen nu partijen twisten over de wijze waarop [eiseres] haar recht op ouderschapsverlof geldend kan maken vanaf 1 september 2009 en [eiseres] vanaf die datum geen werkzaamheden heeft verricht als gevolg van ziekte ontstaan door het conflict dat partijen verdeeld houdt.

4.2. Vooropgesteld wordt dat voor toewijzing van voorzieningen zoals door [eiseres] wordt gevorderd, het in hoge mate waarschijnlijk moet zijn dat gelijkluidende vorderingen in een te voeren bodemprocedure zullen worden toegewezen. In de eerste plaats dient dus beoordeeld te worden of al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [eiseres] haar aanspraak op ouderschapsverlof kan doen gelden op de door haar gewenste wijze, namelijk op de dinsdag en de donderdag waarbij zij op de maandag, woensdag en vrijdag zal werken. De kantonrechter overweegt hieromtrent het volgende.

4.3. Het criterium waaraan de vordering van [eiseres] moet worden getoetst, is of Bastion het verzoek van [eiseres] om continuering van het ouderschapsverlof op terechte gronden heeft geweigerd. Het verzoek van [eiseres] kan slechts op grond van zwaarwegend bedrijfsbelang worden geweigerd, zowel waar dit betreft het verzoek om ouderschapsverlof voor een langere periode dan zes maanden als het verzoek voor een spreiding van het ouderschapsverlof over de week.

4.4. Bastion heeft nagelaten haar stelling, dat de feitelijke invulling van het ouderschapsverlof voor haar tot onoverkomelijke problemen heeft geleid, hetgeen door [eiseres] gemotiveerd is weersproken, te onderbouwen met voorbeelden van concrete situaties. De kantonrechter acht dan ook niet aannemelijk dat zich zodanige problemen hebben voorgedaan. Bastion voert voorts aan dat de dagelijkse aanwezigheid van [eiseres] van belang is ten aanzien van de snelle behandeling van de binnenkomende aanvragen van offertes. Deze werkzaamheden behoren in beginsel binnen het takenpakket van [eiseres]. Ter zitting heeft Bastion verklaard dat [eiseres] deze werkzaamheden in verband met haar afwezigheid gedurende 2 dagen per week niet dan wel nauwelijks meer verricht. [eiseres] heeft deze stelling gemotiveerd weersproken. Zij stelt dat zij wel werkzaamheden verricht ten aanzien van de binnenkomende offertes, zowel offertes die via de algemene e-mail worden ontvangen als offertes die via de medewerkers op de buitendienst worden ontvangen en dat haar niet is meegedeeld dat zij deze werkzaamheden, naast andere werkzaamheden, niet meer mag verrichten. Gelet op deze gemotiveerde betwisting en de omstandigheid dat Bastion heeft nagelaten haar stelling over het gewijzigde takenpakket van [eiseres] te onderbouwen met concrete cijfers, acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat [eiseres] weinig tot geen werkzaamheden ten aanzien van de behandeling van offertes verricht. Bovendien heeft Bastion onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de behandelde offertes worden vastgelegd in een elektronisch dossier, zodat een goede behandeling van aanvankelijk door [eiseres] behandelde offertes tijdens haar afwezigheid door andere collega’s is gewaarborgd. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is de dagelijkse aanwezigheid van [eiseres] dan ook niet aan te merken als een zwaarwegend bedrijfsbelang. Het verweer van Bastion, dat sprake is van onderbezetting op de afdeling Sales Binnendienst en dat een vacature op deze afdeling niet kan worden ingevuld wegens bedrijfseconomische omstandigheden faalt, nu daarvan onvoldoende is gebleken. Gelet op het vorenstaande is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter geen sprake van zwaarwegende bedrijfsbelangen van Bastion, die de weigering van het verzoek van [eiseres] zouden kunnen dragen. De vordering van [eiseres] is dan ook toewijsbaar.

4.5. Bastion zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

geeft de volgende onmiddellijke voorziening:

veroordeelt Bastion binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis [eiseres] voor de duur van haar ouderschapsverlof toe te staan haar werkzaamheden voor zover zij arbeidsgeschikt is op 3 werkdagen, te weten maandag, woensdag en vrijdag, uit te oefenen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag, voor iedere dag dat Bastion in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen, met een maximum van € 10.000,- aan te verbeuren dwangsommen in totaal;

veroordeelt Bastion tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 782,98, waarin begrepen € 400,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 november 2009.