Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BL0210

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-11-2009
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
16/710985-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. De verdachte heeft primair met zijn mededader getracht [benadeelde] af te persen en - subsidiair - gebruik gemaakt van een vals geschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/710985-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 november 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1958] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres],

raadsman mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 november 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Op de terechtzitting van 13 november 2009 is de tenlastelegging gewijzigd.

De - gewijzigde - verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

- primair - met zijn mededader heeft getracht [benadeelde] af te persen en - subsidiair - gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift.

3. De beoordeling van het bewijs

3.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem primair is tenlastegelegd.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair tenlastegelegde.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem onder primair is tenlastegelegd, te weten dat hij samen met zijn mededader heeft getracht [benadeelde] af te persen. De rechtbank bezigt daartoe de volgende bewijsmiddelen:

Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende dat hij aangifte van bedreiging doet; dat hij op 10 april 2009 kennis nam van een aan hem gerichte brief, welke op het adres [adres] was bezorgd en die aan hem was gericht, ondertekend door [naam], waarin stond dat de ondertekenaar was benaderd door een cliënt om een openstaand bedrag van € 200.000 van hem ([benadeelde]) te incasseren en dat hem de gelegenheid werd geboden om binnen 24 uur contact met de ondertekenaar op te nemen om een regeling te treffen, en dat hij op 10 april 2009 het telefoonnummer [telefoonnummer] had gebeld met zijn telefoonnummer [telefoonnummer], dat hij iemand aan de telefoon kreeg die zich [naam] noemde, dat deze zei dat hij hem wilde zien en dat hij op 14 april 2009 naar het [bedrijf] in Velp moest komen, dat hij niet naar de politie mocht gaan en dat hij aan zijn kinderen moest denken, dat hij zich bedreigd voelde door de brief en dat hij bang was dat hijzelf of familieleden van hem vermoord dan wel ontvoerd zouden worden;

Een uittreksel uit het tap-journaal van Politie Utrecht van 17 april 2009 - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – onder meer inhoudende

Getapt nummer [telefoonnummer], tijdstip 14-04-2009 10:02:0, met nummer [telefoonnummer], onderwerp SMS, inhoud:

Geachte heer. U had om tien uur een afspraak met mijn collega. Door het niet op komen dagen bij deze afspraak concluderen wij dat u onze brief niet serieus neemt. Vanaf heden neemt [naam] uw schuld over met een vermeerdering van 20 procent.

Een proces-verbaal van onderzoek gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer] - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende als relaas van de verbalisant:

Het telefoonnummer [telefoonnummer] is in gebruik bij [betrokkene 1], geboren te [geboorteplaats] op [1976].

De verklaring van verdachte op de terechtzitting van 13 november 2009 – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende dat hij in de periode van 24 maart 2009 tot en met 17 april 2009 een opdracht had voor het incassobureau, genaamd [naam], dat hij en zijn zoon wilden uitoefenen, dat hij zijn zoon in dat kader had gevraagd een brief te schrijven aan ene [benadeelde] te Bennekom, dat zijn zoon die brief had geschreven, dat in die brief stond dat [benadeelde] een bedrag schuldig was van € 200.000, dat zijn zoon die brief had ondertekend met de naam [naam] en daarop die brief aan hem had gegeven, dat verdachte die brief had bezorgd op het adres van [adres], dat zijn zoon enige weken daarna werd gebeld door die [benadeelde], dat zijn zoon die [benadeelde] had gezegd dat deze op 14 april 2009 naar het [bedrijf] te Velp moest komen; dat hij en zijn zoon op 14 april 2009 naar voormeld hotel waren gegaan, dat toen [benadeelde] aldaar niet verscheen en dat zijn zoon daarop met diens telefoon aan die [benadeelde] een sms-bericht heeft gestuurd met de tekst: Geachte heer. U had om tien uur een afspraak met mijn collega. Door het niet op komen dagen bij deze afspraak concluderen wij dat u onze brief niet serieus neemt. Vanaf heden neemt [naam] uw schuld over met een vermeerdering van 20 procent. Hierna was verdachte door de politie aangehouden.

Verdachte hoopte hiermee geld te verkrijgen.

3.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem onder primair is tenlastegelegd, met dien verstande dat

hij in de periode van 24 maart 2009 tot en met 17 april 2009 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van een groot geldbedrag, toebehorende aan [benadeelde], tezamen en in vereniging met een ander als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en zijn mededader

- die [benadeelde] een brief gestuurd, waarin een groot geldbedrag (200.000 euro) van

die [benadeelde] wordt geëist en die brief ondertekend met de naam [naam] en

- telefonisch tegen die [benadeelde] gezegd dat die [benadeelde] op 14 april 2009 naar het

[bedrijf] te Velp moest komen en dat die [benadeelde] niet naar de

politie mocht gaan en dat die [benadeelde] aan diens kinderen moest denken en

- op 14 april 2009 naar het [bedrijf] te Velp gegaan en die [benadeelde] een

sms-bericht gestuurd met de tekst: "Geachte heer, u had om 10

uur een afspraak met mijn collega. Door het niet op komen dagen bij deze

afspraak concluderen wij dat u onze brief niet serieus neemt. Vanaf heden

neemt [naam] uw schuld over met vermeerdering van 20 procent" , zijnde de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid

4.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

4.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5. De strafoplegging

5.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, geheel

voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, alsmede een werkstraf van 240 uur, met aftrek van de preventieve hechtenis, en de benadeelde partij [benadeelde] in zijn vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

5.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij bewezenverklaring van het onder subsidiair tenlastegelegde aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, met bijzondere voorwaarde en eventueel een geldboete dan wel een korte werkstraf en de benadeelde partij [benadeelde] in zijn vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

5.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Voor wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd heeft de rechtbank er met name acht op geslagen dat verdachte zich samen met zijn mededader schuldig heeft gemaakt aan het schriftelijk en per sms-bericht ernstig bedreigen van een persoon met het doel een groot bedrag aan geld van deze persoon te ontvangen, van welk geld een substantieel deel voor verdachte zelf bestemd was. Dit handelen heeft bij het slachtoffer van dit feit gevoelens van angst en van onveiligheid teweeggebracht.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank met name acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 25 september 2009, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden eerder is veroordeeld, doch niet voor feiten als tenlastegelegd en bewezenverklaard, en voorts op een voorlichtingsrapport d.d. 27 juli 2009 betreffende verdachte, opgemaakt door C. Heutinck, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, Regio Utrecht-Arnhem.

6. De benadeelde partij

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder primair ten laste gelegde feit.

De vordering van de benadeelde partij is niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Daarom zal de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

7. Het beslag

Teruggave in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot het in beslag genomen voorwerp, te weten:

- 1 telefoon (gsm), merk Nokia, type 6110 Navigator, kleur grijs;

zal de rechtbank de teruggave gelasten aan verdachte, bij wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen.

Onttrekking aan het verkeer:

Op grond van art. 36c onder 2 Wetboek van Strafrecht zal de kogel, merk Luger, kaliber 9 mm, worden onttrokken aan het verkeer nu het ten laste gelegde feit hiermee is begaan en het ongecontroleerde bezit hiervan in strijd is met de wet.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het primair bewezen verklaarde het hierboven onder 5.1 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van ZES MAANDEN.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt dan wel zich niet houdt aan de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door Reclassering Nederland, Regio Utrecht-Arnhem, ook als zulks inhoudt dat verdachte de training cognitieve vaardigheden zal volgen, met opdracht ingevolge artikel 14d Wetboek van Strafrecht aan deze instelling om verdachte bij de naleving van de bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt de verdachte voorts tot een TAAKSTRAF, bestaande deze straf uit:

een werkstraf voor de duur van TWEE HONDERD EN VEERTIG uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 120 dagen, indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1 kogel, merk Luger, kaliber 9 mm.

Gelast de teruggave van

- 1 telefoon (gsm), merk Nokia, type 6110 Navigator, kleur grijs;

aan verdachte.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in diens vordering.

Bepaalt dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Wagenmakers, voorzitter, M.S. Koppert-van Beek en M.C. Oostendorp, rechters, in tegenwoordigheid van F.P.L. van der Lee, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 november 2009.

Mr. Oostendorp voornoemd is buiten staat het vonnis te ondertekenen.