Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BL0143

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-01-2009
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
16/604159-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van negen maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Dit voor in het bezit hebben van kinderpornografisch beeldmateriaal en dit verspreiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/604159-07 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 december 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1969] te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres] [woonplaats]

raadsman mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25 november 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in het bezit is geweest van kinderpornografisch beeldmateriaal en dit verspreid heeft.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende meldingen van drie beheerders van websites, de beschrijving van het aangetroffen beeldmateriaal en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, tot een bewezenverklaring kan komen behalve voor het vervaardigen, uitvoeren en invoeren van kinderpornografisch beeldmateriaal.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het tenlastegelegde feit overweegt de rechtbank als volgt.

De heer [betrokkene 1], directeur van [bedrijf], een bedrijf dat een digitaal platform biedt voor erotische chatsessies, verklaart in zijn aangifte dat een persoon onder de naam [naam] kinderpornofilmpjes verspreidde tijdens chatsessies. Omdat de filmpjes een integraal onderdeel uitmaken van de chatsessie wordt de suggestie gewekt dat op het moment van de chatsessie een kind misbruikt wordt. Met behulp van een door zijn bedrijf ontwikkelde software heeft de heer [betrokkene 1] een aantal van deze filmpjes opgeslagen. De heer [betrokkene 1] heeft verklaard dat deze bestanden onder meer opnames van ontuchtige handelingen van volwassenen met minderjarigen bevatten. Uit de administratie van [bedrijf] blijkt dat de account waar vanuit de kinderporno-filmpjes verspreid zijn op naam van verdachte staat.

Mede naar aanleiding van deze aangifte heeft de politie een huiszoeking bij verdachte gedaan. Tijdens deze huiszoeking zijn onder meer de computers van verdachte in beslag genomen. Naar aanleiding van het onderzoek in de in beslag genomen computers en gegevensdragers is nader technisch onderzoek gedaan naar een USB-stick van verdachte. Op deze USB-stick heeft de politie 64 bestanden met kinderpornografische filmpjes waarin totaal elf verschillende kinderen figureren aangetroffen. Verdachte heeft vervolgens bij de politie en tijdens het onderzoek ter terechtzitting bekend dat hij kinderporno in zijn bezit heeft gehad en dat hij deze kinderporno een aantal keren tijdens webcamsessies heeft gebruikt op de hierboven beschreven wijze. Verdachte heeft verklaard dat hij de kinderporno uitsluitend gebruikte om te kijken hoe ver hij kon gaan. De reactie van degene die de bestanden te zien kreeg, en niet de kinderporno zelf, gaf hem naar eigen zeggen een kick.

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit en de verspreiding van kinderporno. Daarbij merkt de rechtbank op dat het voor de beoordeling niet relevant is in welke context, met welke bedoelingen of gevoelens de kinderporno is verspreid. Het enkele feit dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft en deze verspreid heeft, is strafbaar.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 8 maart 2007 in Nederland,

één of meermalen een (groot) aantal (in ieder geval 64 of daaromtrent)

video-/filmfragmenten

telkens heeft verspreid en in bezit heeft gehad, terwijl op die video-/filmfragmenten seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of vinger(s)) door zichzelf en/of door een volwassen man/een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer in directorys genaamd KIND 2 en KIND 3 en KIND 6) en

- het (laten) betasten van de vagina en/of de schaamlippen en/of de borsten en/of de billen en/of de (stijve) penis van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een volwassen man/een persoon die eveneens de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer in de directorys genaamd KIND 1 en KIND 2 en KIND 3 en KIND 5 en KIND 6 en KIND 7) en

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer in de directorys genaamd KIND 1 en KIND 3) en

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt door een volwassen man/een persoon die eveneens de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer in de directorys genaamd KIND 5 en KIND 6) en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt zijn en/of in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer in de directorys genaamd KIND 1 en KIND 2 en KIND 3 en KIND 4 en KIND 5 en KIND 6 en KIND 7 en KIND 8 en KIND 9 en KIND 10).

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben en verspreiden, meermalen gepleegd.

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en reclasseringstoezicht ook indien dit inhoudt een behandeling bij ‘De Waag’.

6.2. Het standpunt van de verdediging

Het zoeken naar extremen is de mens eigen. Kinderporno is verschrikkelijk, maar het is een groot verschil of je aan het begin van de keten staat of aan het einde zoals verdachte. Verdachte heeft niet zelf de kinderen misbruikt en wordt zelf ook niet opgewonden van kinderporno. Hij beseft wel dat het niet goed is wat hij gedaan heeft en heeft daarom zelf hulp gezocht en blijft nu al ruim twee jaren van afbeeldingen en filmmaterialen die kinderporno bevatten af. Daarom is nu, bijna tweeënhalf jaar na het plegen van het strafbare feit, een onvoorwaardelijke gevangenis niet meer passend.

Meegewogen dient ook te worden dat verdachte zichzelf belast heeft door het afgeven van de USB-stick. Verdachte bekent het hem tenlastegelegde, maar ik wil opmerken dat er geen bewijs is ten aanzien van het vervaardigen, invoeren en uitvoeren. Er is alleen bewijs voor het in bezit hebben en het verspreiden. Een werkstraf van 240 uren met eventueel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf is passend. Een behandeling bij ‘De Waag’ lijkt, gezien het tijdsverloop en het feit dat verdachte zichzelf onder controle heeft, weinig zinvol.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno. De rechtbank overweegt dat dit buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze filmpjes kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot gesteld worden grote psychische schade op die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Verdachte moet medeverantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen en te verspreiden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen en verspreiden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ernstige feiten hetgeen dan ook scherpe afkeuring verdient. Verdachte heeft bij kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen behoeftebevrediging vooropgesteld.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op de jonge leeftijd van de kinderen op een aantal van de bestanden en de vernederende aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen. Het feit dat verdachte niet alleen kinderporno verzamelde, maar ook actief verspreidde, acht de rechtbank strafverzwarend.

Als strafverminderende factoren neemt de rechtbank in overweging dat bij verdachte een relatief beperkt aantal bestanden is aangetroffen en hij zich een relatief korte periode heeft schuldig gemaakt aan het bezit en de verspreiding van kinderporno. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte ruimhartig openheid van zaken heeft gegeven, waarbij hij zichzelf niet heeft gespaard. De rechtbank heeft de indruk dat er bij verdachte sprake is van oprecht berouw. Verdachte heeft bovendien tijdens de zitting er blijk van gegeven de ernst van zijn problemen in te zien. Ook heeft verdachte gewerkt aan een oplossing voor zijn verslaving aan internet en chatsessies. In dit proces wordt hij actief ondersteund door zijn partner. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank de kans op herhaling beperkt. De rechtbank acht tevens strafverminderend dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Ten slotte heeft de rechtbank de gangbare strafmaat in vergelijkbare gevallen in overweging genomen.

Hieruit volgt dat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel is dat, mede gelet op het feit dat het ruim twee jaar geduurd heeft voordat deze zaak door het openbaar ministerie is aangebracht, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats is.

Alles afwegend komt de rechtbank tot de conclusie dat voor het bewezenverklaarde kan worden volstaan met een werkstraf van 240 uur.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van negen maanden teneinde de ernst van de feiten te benadrukken en verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

7. Het beslag

7.1. De verbeurdverklaring

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen USB-stick verbeurd te verklaren. De raadsman heeft zich hiertegen niet verzet. Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat het voorwerp aan verdachte toebehoort en het feit is begaan met behulp van dit voorwerp.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben en verspreiden, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van negen maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 4 maanden;

Beslag

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een USB stick van het merk Scandisk.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. J.M. Bruins en

mr. R.C. Hartendorp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Groot-Smits, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 december 2009.