Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK9195

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
14-01-2010
Zaaknummer
16/181161-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van verdachte voor de tijd van drie maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/181161-04

Datum uitspraak: 27 oktober 2009

Beslissing op de vordering tot verlenging van de maatregel

van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Beslissing van de meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement d.d. 23 september 2009, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 23 september 2009, strekkende tot verlenging met drie maanden van de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van:

[verdachte],

geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Marokko),

thans verblijvende in de Justitiële Jeugd Inrichting De Rentray te Lelystad.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:

- een afschrift van het vonnis van deze rechtbank van 23 november 2004, waarbij [verdachte] voornoemd is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

- de beslissing van deze rechtbank van 29 april 2009, waarbij de termijn van de maatregel is verlengd voor de duur van 6 maanden;

- het door H.P.B. Lodewijks, directeur behandeling en hoofd van de inrichting en C. van den Bergh, behandelcoördinator, uitgebrachte advies d.d. 19 augustus 2009, strekkende tot verlenging van de termijn van de maatregel met drie maanden, alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [verdachte];

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 13 oktober 2009, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, [verdachte] voornoemd, de raadsvrouw mr. A.Y.M. Jansse en de getuige-deskundige O. Romero.

OVERWEGINGEN:

Voormeld advies d.d. 19 augustus 2009 houdt onder meer het volgende in:

De risicotaxatie is mede afhankelijk van de delictanalyse. Deze laatste is niet afgerond. [verdachte] liet vooral vermijdend gedrag zien en was niet bereid om een behandel-/werkrelatie aan te gaan met zijn behandelaar over dit onderwerp. [verdachte] begint zich inmiddels in te zetten voor dit behandeldoel. Wanneer de delictanalyse niet is afgerond voor geweld en voor zedendelicten, kan er met [verdachte] niet gericht gewerkt worden aan het voorkomen van risicosituaties. Zonder inzicht in de manier waarop [verdachte] met risicosituaties omgaat, is het niet verantwoord om hem zonder toezicht met verlof of activiteiten met minder toezicht te laten oefenen.

Vanwege zijn licht verstandelijke beperking overziet hij situaties onvoldoende en is hij zelf onvoldoende in staat om daarin rekening te houden met de wensen en de gevoelens van andere mensen. Wanneer [verdachte] in een gestructureerde gecontroleerde omgeving is, kan hij daarin voldoende gecorrigeerd worden. Het risico wordt met direct toezicht als beheersbaar ingeschat. Dit komt overeen met de bevindingen in het verleden binnen ’s Heerenloo. Echter ook daar was de kans op recidive hoog zodra er geen direct toezicht bestond.

Doel is/was om [verdachte] zes maanden na de laatste PIJ-verlenging buiten te laten wonen en werken. [verdachte] heeft binnen veel gedaan en geleerd, maar niet zoveel buiten kunnen oefenen omdat hij geen verblijfsdocument heeft. Gezien de leeftijd van [verdachte] wordt gedacht aan een aanmelding voor begeleid wonen en leren werken vanuit een instelling voor jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking. Belangrijk is de relatie met moeder en zijn broers en zus in de omgeving. De inschatting is dat [verdachte] nog langdurig de structuur en de ondersteuning vanuit volwassenen nodig zal hebben om zich te kunnen handhaven in de maatschappij. Zodra hij een verblijfsdocument heeft kan het begeleide verlof weer ingaan. De vervolgstap is dat [verdachte] dan leert werken buiten de inrichting. Hiervoor wordt een onbegeleide status aangevraagd.

Geadviseerd wordt om de PIJ maatregel te verlengen met 3 maanden.

De verklaring van de getuige-deskundige, afgelegd ter zitting van 13 oktober 2009, houdt -zakelijk weergegeven- onder meer in:

Volgens de laatste informatie is de IND nu bezig met een onderzoek naar de vraag of [verdachte] wel echt een zoon is van zijn moeder. [verdachte] heeft nog steeds geen verblijfsvergunning. Daardoor kunnen wij niet van start gaan met het begeleid verlof. Verder lopen wij daardoor ook vast in onze contacten met andere instellingen omdat wij niet verder kunnen. Mijn collega heeft nauw contact met de IND.

[verdachte] begint nu wel meer te praten. Hij is goed bezig op school en volgt twee dagen per week een interne stage. [verdachte] heeft Brains for Use goed afgerond en hij heeft nu redelijk zicht op de invloed van drugs op zijn gedrag. Hij maakt goede vorderingen en de eerste volgende stap is om hem – zodra hij een verblijfsvergunning heeft - naar buiten te laten gaan. Moeder en zus zijn bereid hem op te vangen en wij hebben contact met hen over de voorbereidingen daarvan. Het is de bedoeling dat er gelijk reclasseringstoezicht is op het moment dat hij buiten komt. Ter overbrugging zal De Rentray nog 3 tot 6 maanden begeleiding bieden.

Als het goed is is de delictanalyse nu wel afgerond. De conclusie is dat drugs een grote rol spelen bij de kans op recidive. [verdachte] kan onder invloed moeilijk zijn grenzen bewaken. Zolang hij niet blowt en drinkt gaat het goed. Hoewel men binnen de inrichting aan drugs kan komen, zijn alle controles van [verdachte] tot op heden negatief. Zolang hij geen verlof heeft is er geen enkel zicht op hoe hij daar buiten de inrichting mee om zal gaan.

Op dit moment volgt hij een agressieregulatie therapie. [verdachte] heeft ook met goed gevolg een training seks en intimiteit gevolgd. Hij beseft nu wat wel en wat niet kan en weet dat hij onder invloed geen remmingen heeft.

[verdachte] is aangemeld voor ondersteuning bij wonen en werken in [plaats]. Zolang hij geen verblijfsvergunning heeft wordt hij daar niet op de wachtlijst geplaatst. Moeder en zus hebben nu echter besloten om niet naar [plaats] te verhuizen en dat maakt het wat moeilijker. Wij richten ons nu ook op de regio. Het traject in [plaats] blijft wel in gang.

Uit voornoemd vonnis van deze rechtbank blijkt dat [verdachte] onder meer is veroordeeld wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, namelijk -kort gezegd- Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Gelet op voormelde adviezen en gehoord hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] voornoemd.

De rechtbank is van oordeel dat de termijn van de maatregel met drie maanden dient te worden verlengd.

De rechtbank heeft met enige zorg moeten constateren dat er nog geen beslissing is genomen over de verblijfsvergunning van [verdachte]. Hierdoor is de behandeling van [verdachte] gestagneerd en is er geen zicht op hoe hij buiten de inrichting met risicosituaties zal omgaan.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op voornoemde adviezen, het recidiverisico thans nog bestaat en acht derhalve een beëindiging van de behandeling van [verdachte] niet verantwoord.

De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat zij persoonlijk contact zal opnemen met de IND teneinde te bezien of bewerkstelligd kan worden dat men op korte termijn een beslissing neemt omtrent het al dan niet verstrekken van een verblijfsvergunning aan [verdachte].

De rechtbank acht het voorts noodzakelijk om de voortgang van het traject thans verder nauwlettend te volgen. De rechtbank zal daartoe de maatregel voor de duur van drie maanden verlengen.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77t en 77u van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [verdachte] voornoemd voor de tijd van DRIE MAANDEN.

Aldus gedaan door mrs. A. Kuijer, G. Perrick en D.J.A. Kuipers, bijgestaan door G. van Engelenburg, griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 27 oktober 2009.

Mr. D.J.A. Kuipers is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.