Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8637

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-02-2009
Datum publicatie
08-01-2010
Zaaknummer
259575 / JE RK 08-2900
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het hulpverleningsplan dient minimaal eens per jaar geactualiseerd te worden en dit behoeft niet persé voordat het verlengingsverzoek tot ondertoezichtstelling wordt ingediend bij de rechtbank. Men kan hiermee dus wachten totdat duidelijk is of de OTS wordt verlengd.

Wel dient een (recente) evaluatierapportage van het verloop van de ondertoezichtstelling bij het verzoek te zijn gevoegd.

art. 1:265 lid 2 BW jo 13 Wj jo 43 lid 7 Uitvoeringsbesluit Wj.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

Verlenging ondertoezichtstelling

Zaaknummer: 259575 / JE RK 08-2900

Beschikking van 6 februari 2009 van de kinderrechter met betrekking tot de minderjarige:

[kind], geboren te [woonplaats] op [2003],

kind van

[Y], wonende te [woonplaats].

Het gezag over de minderjarige berust bij mw. [X], grootmoeder m.z., wonende te Utrecht.

1. Verloop van de procedure

Bureau Jeugdzorg Utrecht (hierna: BJZ) heeft op 11 december 2008 een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling ingediend. Daarbij zijn overgelegd het evaluatie- hulpverleningsplan d.d. 4 januari 2008 en d.d. 17 december 2008. Verwezen is naar het rechtbankdossier met betrekking tot de ondertoezichtstelling.

Op 6 februari 2009 heeft de kinderrechter het verzoek ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- mw. [Y], de moeder;

- mr. F. Leemans, advocaat van de moeder;

- mw. [X], grootmoeder m.z.;

- mw. S.M. van Diemen, de gezinsvoogd.

2. Beoordeling van het verzochte

Bij beschikking van 25 januari 2008 van de kinderrechter te Utrecht is ten aanzien van de minderjarige de ondertoezichtstelling verlengd voor de duur van één jaar, met ingang van 9 februari 2008.

De advocaat heeft namens de moeder aangevoerd dat bij het verzoekschrift van BJZ geen recent hulpverleningsplan met vastgestelde doelen is overgelegd met als gevolg dat er geen volledige rechterlijke toetsing kan plaatsvinden.

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:265 lid 2 BW jo artikel 13 Wet op de Jeugdzorg (hierna Wj) jo artikel 43 lid 7 van het Uitvoeringsbesluit Wj dient het hulpverleningsplan minimaal eens per jaar geactualiseerd te worden, terwijl het plan voor de eerste keer moet zijn opgesteld uiterlijk zes weken na de uitspraak waarbij de ondertoezichtstelling voor de eerste keer is verleend. Hieruit volgt niet dat BJZ bij het verzoekschrift tot verlenging van een ondertoezichtstelling reeds een recent, geactualiseerd hulpverleningsplan dient over te leggen. Evenmin volgt uit een andere rechtsregel dat met het actualiseren niet gewacht kan worden totdat duidelijk is of de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Wel dient een verslag van het verloop (de evaluatie) van de ondertoezichtstelling bij het verzoek te zijn gevoegd, hetgeen in het onderhavige geval ook gebeurd is.

Naast het formele verweer heeft de advocaat aangevoerd dat er thans geen gronden bestaan om de ondertoezichtstelling te verlengen. Uit het Raadsonderzoek naar het jongere zusje van de minderjarige komt naar voren dat een ondertoezichtstelling niet geboden is. Daarnaast is het, volgens de advocaat, van belang dat de twee kinderen gezamenlijk opgroeien. Primair heeft de advocaat verzocht het verzoek af te wijzen, subsidiair de termijn van de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de verklaringen van de gehoorde personen en uit de overgelegde stukken wel dat in het belang van de minderjarige de termijn van ondertoezichtstelling dient te worden verlengd en dat de gronden daarvoor nog aanwezig zijn. De rechtbank ondersteunt het standpunt van BJZ dat terugplaatsing van de minderjarige van grootmoeder bij moeder op een verantwoorde wijze moet gebeuren, hetgeen zonder een ondertoezichtstelling onvoldoende gewaarborgd is, te meer nu moeder en grootmoeder een sneller schema wensen te hanteren dan de gezinsvoogd. Naar oordeel van de kinderrechter zal de begeleiding die nodig is voor een verantwoorde terugplaatsing meer tijd in beslag nemen dan een half jaar, reden waarom de ondertoezichtstelling verlengd zal worden voor de duur van één jaar.

3. Beslissing

De kinderrechter verlengt de termijn waarvoor de minderjarige onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht is gesteld, met één jaar, met ingang van 9 februari 2009.

Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van

6 februari 2009 door mr. E. Bongers, kinderrechter, in bijzijn van M. van Eijken als griffier.