Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8433

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
06-01-2010
Zaaknummer
258639 / HAZA 09-6
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6:171 BW aansprakelijkheid voor niet ondergeschikte is niet van toepassing aangezien geen sprake is van een opdracht ter uitvoering van het bedrijf.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 171
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2010, 44
JA 2010/19
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

258639 / HA ZA 09-616 december 2009

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 258639 / HA ZA 09-6

Vonnis van 16 december 2009

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. G.J. Houweling,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORIO NEDERLAND RETAIL B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. F.W.K. Rameau.

Partijen zullen hierna [eisers] c.s. en Corio genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• het incidentele vonnis tot vrijwaring van 29 april 2009;

• het tussenvonnis van 1 juli 2009;

• het proces-verbaal van comparitie van 15 oktober 2009

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eisers] c.s. is eigenaar van de registergoederen [adres] ([reg. nr.],[reg.nr.] en [reg.nr.]) te Bergschenhoek, bestaande uit een winkelruimte en een daar achter gelegen bedrijfsruimte met buitenterrein. Deze registergoederen zijn bij [eisers] c.s. in gebruik ten behoeve van het door hem geëxploiteerde detailhandelsbedrijf in verf, glas en binnen- en buitenzonwering. De registergoederen zijn gelegen in de dorpskern van Bergschenhoek, ten westen van de daar aanwezige boezemvaart.

2.2. Omstreeks 2000 zijn plannen ontwikkeld, het “Centrumplan Bergschenhoek”, voor de bouw van een woon- en winkelproject, met een onderliggende openbare parkeergarage en 66 woonappartementen op het terrein gelegen tussen de Dorpsstraat, De Kruin en de Beethovenlaan te Bergschenhoek (“De Vlashoek).

2.3. Op 7 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] aan Corio een bouwvergunning verleend voor de bouw van een parkeergarage, winkels en 66 appartementen op de bovengenoemde locatie.

2.4. Aannemersbedrijf [A] B.V. (hierna: Aannemersbedrijf [A]) heeft de bouwwerkzaamheden van de parkeergarage, de winkels en 66 appartementen uitgevoerd.

2.5. In verband met de bouw is in maart 2002 een afdamming in de boezemvaart geplaatst en is het waterpeil verlaagd.

2.6. Op 26 november 2002 heeft [eisers] c.s. Corio en Aannemersbedrijf [A] bij afzonderlijke brieven aansprakelijk gesteld voor schade en nog te ontstane schade aan hun percelen en gronden. Aannemersbedrijf [A] heeft hierop bij brief van 16 december 2002 als volgt geantwoord:

“(…) Naar aanleiding van uw brief d.d. 26 november 2002, reageren wij mede namens Corio Nederland Retail als volgt:

Destijds is in samenwerking met de gemeente Bergschenhoek, op advies van de constructeur een plan van aanpak opgesteld met betrekking tot het plaatsen van een damwandscherm

Dit plan van aanpak, met als uitgangspunt het langdurig verlagen v/d waterstand in de boezem omvat:

(…)

Doelstelling tijdens de uitvoering is te handelen conform de in het plan van aanpak verwoorde rapportages en adviezen.

Gezien het feit dat wij tijdens de uitvoering hebben gehandeld conform de hiervoor omschreven en de uit metingen verkregen gegevens betreffende de grondwaterstanden in de directe omgeving wijzen wij uw aansprakelijkheidstelling van de hand(…)”

2.7. Bij brief van 28 maart 2003 heeft de assurantietussenpersoon van [eisers] c.s. Corio namens [eisers] c.s. aansprakelijk gesteld voor door hem geleden schade.

3. Het geschil

3.1. [eisers] c.s. vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, veroordeling van Corio tot betaling van een bedrag van EUR 407.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en

veroordeling van Corio in de kosten van deze procedure.

3.2. Corio voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eisers] c.s. legt aan zijn vordering ten grondslag dat, als direct gevolg van de geplaatste damwand in de boezemvaart en het verlagen van het waterpeil in het achter de percelen van [eisers] c.s. gelegen gedeelte van de boezemvaart, een grondverzakking op deze percelen heeft plaatsgevonden, waardoor de daar aanwezige gebouwen zijn verzakt en er aanzienlijke scheurvorming in het registergoed [adres] is ontstaan. De aannemer heeft volgens [eisers] c.s. onrechtmatig gehandeld en hij stelt dat Corio, mede gezien het bepaalde in artikel 6:171 van het Burgerlijk Wetboek (BW), aansprakelijk voor de door dit handelen ontstane schade. [eisers] c.s. baseert de toepasselijkheid van artikel 6:171 op de omstandigheid dat het onrechtmatig handelen heeft plaatsgevonden in het kader van de ontwikkelings/realisatiewerkzaamheden van Corio, waarbij sprake is van een zekere mate van eenheid van onderneming van Corio met wat [eisers] c.s. aanduidt als “het conglomeraat [A]”.

4.2. Corio heeft zich tegen deze vordering verweerd met de stelling dat artikel 6:171 BW geen grondslag biedt voor een aansprakelijkheid van Corio jegens [eisers] c.s. omdat het allerminst vast staat dat Aannemersbedrijf [A] jegens [eisers] c.s. aansprakelijk is uit hoofde van onrechtmatige daad. Voorts kan Corio niet op grond van artikel 6:171 BW aansprakelijk gehouden worden voor handelingen van Aannemersbedrijf [A] nu deze haar werkzaamheden niet heeft verricht ter uitoefening van het bedrijf van Corio. Corio is een investeringsmaatschappij in vastgoed, met name gericht op de ontwikkeling van winkelcentra. Corio stelt dat het uitvoeren van bouwwerkzaamheden niet tot haar kernactiviteiten behoort. Corio heeft in dit verband benadrukt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen Vastgoed [A] met wie zij het centrumplan heeft ontwikkeld en Aannemersbedrijf [A] die in haar opdracht de bouwwerkzaamheden heeft uitgevoerd. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Corio verwezen naar een brief van 15 december 2000 waarin de tussen haar rechtsvoorganger Winkel Beleggingen Nederland B.V. (WBN, hierna ook aangeduid als Corio) en Vastgoed [A] B.V. (hierna: Vastgoed [A]) gemaakte afspraken omtrent het ontwikkelen van het centrumplan zijn neergelegd en de tussen haar en Aannemersbedrijf [A] gesloten aannemingsovereenkomst van eveneens 15 december 2000.

De vordering op grond van artikel 6:171 BW

4.3. Indien een niet ondergeschikte in opdracht van een ander werkzaamheden ter uitoefening van diens bedrijf verricht, is ingevolge artikel 6:171 BW ook die ander jegens een derde aansprakelijk voor een bij die werkzaamheden begane fout. Dit artikel dient restrictief te worden uitgelegd (HR 21 december 2001, LJN: AD7395). In de parlementaire geschiedenis wordt de nadruk erop gelegd dat aansprakelijkheid voor onrechtmatig handelen van een niet ondergeschikte opdrachtnemer alleen bestaat indien het gaat om werkzaamheden die een opdrachtgever ter uitvoering van zijn bedrijf door die opdrachtnemer doet verrichten. Aansprakelijkheid kan niet worden aangenomen indien de benadeelde de dader en het bedrijf van diens opdrachtgever niet als een zekere eenheid kan beschouwen. Het artikel is bedoeld voor situaties waarin een buitenstaander die schade lijdt niet eenvoudig kan bepalen of deze schade is te wijten aan een (ondergeschikte) van een bedrijf of aan een ander die ter uitoefening van het desbetreffende bedrijf werkzaamheden verricht.

4.4. De door [eisers] c.s. gestelde schade is beweerdelijk ontstaan door het slaan van de damwand en het verlagen van het waterpeil in de boezemvaart. Deze bouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Aannemersbedrijf [A]. Corio heeft de opdracht tot de bouw gegeven, maar daarmee is, mede gelet op de hierboven weergegeven restrictieve uitleg, niet voldaan aan de in artikel 6:171 neergelegde voorwaarde dat sprake is van een opdracht ter uitvoering van haar bedrijf, dat immers onbetwist het planmatig ontwikkelen en realisatie van (winkel)bouwprojecten betreft en niet het feitelijk uitvoeren van bouwwerkzaamheden ten behoeve van de te realiseren projecten. Evenmin is hier sprake van de situatie dat [eisers] c.s. Corio en Aannemersbedrijf [A] voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden als een zekere eenheid heeft kunnen beschouwen. De stelling van [eisers] c.s. dat hij geconfronteerd wordt met het “conglomeraat [A]”, maar niet precies weet wie daarachter zit is daarvoor onvoldoende. Daarbij acht de rechtbank, gelet op de hiervoor weergegeven ratio van artikel 6:171 dat het voor een derde als buitenstaander te onderkennen moet zijn welke onderneming hij voor het schadeveroorzakend handelen kan aanspreken, van belang dat [eisers] c.s. op 26 november 2002 naast Corio ook Aannemersbedrijf [A] heeft aangeschreven. Aannemersbedrijf [A] heeft daarop inhoudelijk gereageerd door het door haar gehanteerde plan van aanpak bij het plaatsen van de damwand toe te lichten. Het schrijven van Aannemersbedrijf [A] biedt geen aanknopingspunt om te twijfelen aan het feit dat zij degene is die de bouwwerkzaamheden uitvoert. De omstandigheid dat, zoals [eisers] c.s. stelt, Corio te maken had met de realisatie van de bouw doordat zij de aanvraag van de bouwvergunning heeft gedaan en de directie van het bouwproject aan zich heeft gehouden, rechtvaardigt evenmin de conclusie dat Corio en Aannemersbedrijf [A] naar buiten toe als eenheid zijn opgetreden, nu het aanvragen van een bouwvergunning en het voeren van directie van het bouwproject duidelijk zijn te onderscheiden van de feitelijke bouwwerkzaamheden die voor het schadeveroorzakend handelen van belang zijn.

4.5. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de vordering van [eisers] c.s. op de grond van artikel 6:171 BW moet worden afgewezen.

De vordering op grond van artikel 6:162 lid 3 BW

4.6. Ter zitting heeft [eisers] c.s. toegelicht dat zijn vordering primair is gebaseerd op artikel 6:162 lid 3 BW en daartoe aangevoerd dat de ontwikkeling van het gemeenschappelijk onroerend goed in handen is van zowel Corio als “[A]”. De bedrijfsvoering van Corio en “[A]” is volgens [eisers] c.s. gelijk, nu zij beiden projectontwikkelaars zijn en als eenheid naar buiten zijn getreden. De rechtbank acht dit betoog onvoldoende ter onderbouwing van de stelling van [eisers] c.s. dat Corio vanwege haar eigen handelen aansprakelijk is voor de door [eisers] c.s. gestelde schade uit hoofde van onrechtmatige daad. Zoals hiervoor is overwogen, is de beweerdelijk schade immers ontstaan door de feitelijke bouwwerkzaamheden en niet door de werkzaamheden van Corio als projectontwikkelaar. Nu de vordering op grond van artikel 6:162 BW evenmin kan worden toegewezen ziet de rechtbank uit proceseconomische redenen geen aanleiding Corio in de gelegenheid te stellen bij akte verweer te voeren tegen de ter zitting ingenomen stelling van [eisers] c.s.

4.7. [eisers] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Corio worden begroot op:

- vast recht EUR 4.732,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2,0 punten × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 9.892,00

4.8. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen wegens afwezigheid.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering af

5.2. veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Corio tot op heden begroot op EUR 9.892,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2009. SM