Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7511

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
16-100822-98
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] voor de tijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/100822-98

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 4 december 2009

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [1959],

thans verblijvende in de Van der Hoeven kliniek te Utrecht,

advocaat mr. A.R. van Roo te Nieuwegein,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 3 november 2009, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met twee jaren;

- het vonnis van deze rechtbank d.d. 26 maart 1999 waarbij [verdachte] ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 17 december 1999;

- de beslissing van deze rechtbank d.d. 14 december 2007, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd voor de duur van twee jaren;

- het rapport van de Van der Hoeven Kliniek, centrum voor klinische forensische psychiatrie d.d. 20 oktober 2009, opgemaakt door drs. M. Kossen (psychiater) en drs. H.T.M. van der Maeden (gz-psycholoog), waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld, alsmede de daarbij overgelegde wettelijke aantekeningen;

2. Het onderzoek ter zitting

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 4 december 2009 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman.

Voorts is de getuige-deskundige drs. H.T.M. van der Maeden gehoord.

3. Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemd rapport. De getuige-deskundige heeft het rapport en het advies van de inrichting ter zitting toegelicht.

Het advies luidt verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaren.

De getuige-deskundige heeft ter zitting haar waardering geuit voor de prettige manier waarop de terbeschikkinggestelde zich laat begeleiden.

4. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting de vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar gehandhaafd.

5. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het eens is met de verlenging van de maatregel ter beschikkingstelling met twee jaren. De raadsman heeft zich in gelijkluidende bewoordingen uitgelaten.

6. De beoordeling

Uit het rapport blijkt, dat de belangrijkste verandering in behandeling van de terbeschikkinggestelde ten opzicht van de vorige periode is, de overgang van het intramurale- naar het transmurale behandelingsteam, met de bijbehorende verhuizing buiten de muren van de kliniek. De terbeschikkinggestelde neemt deze adviesperiode steeds meer verantwoording door openheid te betrachten ten opzichte van zijn begeleiders. In toenemende mate neemt de terbeschikkinggestelde het initiatief in het contact, om zaken die hem bezig houden te bespreken. Het acceptatieproces van het aanvaarden van langdurige begeleiding en controle binnen een dwangkader ontwikkelt zich positief. Door de terbeschikkinggestelde wordt aangegeven dat het leven dat hij leidt, met alle bescherming en structuur en controle, hem rust en veiligheid geeft, zo blijkt uit het rapport. Voorts blijkt daaruit dat de terbeschikkinggestelde zich realiseert dat deze begeleidingsvorm noodzakelijk is om hem uit de problemen te houden en de delictrecidive laag te laten.

Voor wat betreft de prognose van de behandeling blijkt uit het rapport, dat deze zich meer op acceptatie en omgang met kwetsbaarheid en beperkingen richt, dan op intrapsychische ontwikkeling. Voorts blijkt uit rapport, dat de terbeschikkinggestelde steeds beter onder ogen ziet – en hij heeft daar vrede mee – dat hij ondersteuning en begeleiding nodig heeft. De terbeschikkinggestelde kent zijn beperkingen en zwakheden, vooral op het gebied van alcohol. Het behandeltraject richt zich op handhaving van de begeleidingsstructuur.

Het risico op terugval in seksueel gewelddadig gedrag wordt bij transmuraal verblijf als laag geschat. Zonder het kader van de tbs-maatregel wordt het risico op terugval in seksueel gewelddadig gedrag op termijn als hoog geschat. Het risico op niet-seksueel gewelddadig gedrag wordt zonder het kader van de tbs-maatregel als matig tot hoog geschat, zo blijkt uit het rapport. De behandelaars denken daarbij voornamelijk aan mishandeling onder invloed van alcohol. In het kader van adequaat risicomanagement is het van belang dat de intensieve begeleidingsstructuur blijft bestaan. Deze omvat steun, toezicht en controle en zal langere tijd noodzakelijk blijven, zo blijkt uit het rapport. In het rapport wordt opgemerkt dat voorkomen dient te worden dat de heer [verdachte] terugvalt in leegte en isolement.

Gezien de positieve ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde wat betreft het accepteren van zijn kwetsbaarheid, inzicht in de risico’s die alcoholgebruik voor hem inhouden en in de dynamiek van zijn delictgedrag en het accepteren van de noodzaak van begeleiding en controle, zijn de behandelaars optimistisch over de mogelijkheden de terbeschikkinggestelde gedurende langere tijd in een transmuraal kader buiten de kliniek te blijven begeleiden. Hierbij zal hem binnen beperkingen en met toezicht en controle een aanzienlijke mate van vrijheid kunnen worden geboden.

Gelet op voormeld advies en gehoord hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging wordt verlengd.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] voor de tijd van twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Krol, voorzitter, mr. A.G. van Doorn en

mr. D.J.A. Kuipers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.A. van Wageningen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 december 2009.

Mr. Kuipers is buiten staat deze beslissing te tekenen.