Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK6036

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
17-12-2009
Zaaknummer
268179 / FA RK 09-3049
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huwelijkse voorwaarden. Gerechtigdheid van ieder van de echtgenoten afhankelijk van ontbinding van het huwelijk door overlijden of echtscheiding. Voorwaarde met terugwerkende kracht. Benadeling van schuldeisers.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 100
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2010/140
JIN 2010/160
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 268179 / FA RK 09-3049

huwelijkse voorwaarden

Beschikking van 16 december 2009

in de zaak van

[man],

en

[vrouw],

echtelieden,

beiden wonende te [woonplaats],

gezamenlijk te noemen:

verzoekers.

1. Verdere verloop van de procedure

Op 17 juni 2009 heeft de rechtbank een eerdere beschikking gegeven tussen partijen. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de nadien ingekomen stukken.

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 31 augustus 2009.

2. Vaststaande feiten

Hiervoor verwijst de rechtbank naar de op 17 juni 2009 gegeven beschikking.

3. Beoordeling van het verzochte

In het overgelegde concept huwelijkse voorwaarden luidt artikel 1:

“Artikel 1.

Tussen de echtgenoten zal vanaf de dag na heden bestaan de algehele gemeenschap van goederen, met dien verstande dat:

a. indien het huwelijk eindigt door echtscheiding beide echtgenoten voor een gelijk aandeel in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap zullen zijn gerechtigd;

b. indien het huwelijk eindigt anders dan door echtscheiding de vrouw voor twee/derde (2/3e) aandeel en de man voor één/derde (1/3e) aandeel in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap zal zijn gerechtigd.”

De notaris stelt dat artikel 1 concept huwelijkse voorwaarden geen wijziging brengt in de externe werking van het stelsel van de gemeenschap van goederen en alleen de interne verhouding (tussen de echtgenoten onderling) regelt. De schuldeisers worden daardoor niet benadeeld.

De rechtbank overweegt als volgt.

Gerechtigdheid

Een definitie van de term gerechtigdheid geeft de wet niet. In de literatuur wordt deze term echter veelvuldig gebruikt, overigens zonder definitie te vermelden. De term doelt op het recht dat ieder van de echtgenoten heeft op het vermogen van de huwelijksgoederengemeenschap.

De term verdeling, zoals de notaris ter zitting en in zijn brief hanteert, kan een uitsluitend onderlinge afspraak zijn waarbij partijen onderling afwijkende afspraken kunnen maken over de grootte van ieders aandeel bij een verdeling. Dergelijke afspraken werken uitsluitend tussen echtgenoten onderling en zij hebben daarbij een grote mate van vrijheid (artikel 1:100 Burgerlijk Wetboek).

Gerechtigdheid gaat echter verder. De gerechtigdheid heeft ook werking tegenover derden en de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 1:100 BW geven niet ondubbelzinnig uitsluitsel of afgeweken kan worden van een gelijke gerechtigdheid van de echtgenoten.

De rechtbank is met de notaris van oordeel dat het mogelijk is een andere verdeling overeen te komen dan een verdeling bij helfte, alsmede dat dit tevoren kan worden vastgelegd in huwelijkse voorwaarden (artikel 1:100 BW).

De tekst van artikel 1 huwelijkse voorwaarden spreekt echter uitdrukkelijk over de gerechtigdheid in de huwelijksgoederengemeenschap en geeft daarbij een afwijkende gerechtigdheid, terwijl de term verdeling niet gehanteerd wordt.

Nu de tekst van de huwelijkse voorwaarden spreekt over de gerechtigdheid, kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden gezegd dat afgeweken mag worden van de wettelijke gerechtigdheid.

Voorwaarde met terugwerkende kracht

De tekst van de huwelijkse voorwaarden gaat echter nog verder. Niet alleen is afgeweken van een gelijke gerechtigdheid, de gerechtigdheid is afhankelijk gesteld van een voorwaarde met terugwerkende kracht. Immers afhankelijk van een onzekere toekomstige gebeurtenis – namelijk het feit of het huwelijk ooit ontbonden zal worden door echtscheiding of overlijden van een echtgenoot – heeft een echtgenoot recht op de helft, een derde of twee derde deel van de huwelijksgoederengemeenschap. Dat zal onmiddellijk consequenties hebben voor de schuldeisers in verband met schulden die tijdens het huwelijk zijn aangegaan door een van de echtgenoten. Daarmee is er sprake van een voorwaarde met terugwerkende kracht.

Positie schuldeisers

Een dergelijke voorwaarde met terugwerkende kracht schept onzekerheid voor schuldeisers, aangezien bij het aangaan van de schuld met een echtgenoot het onzeker is tot welk aandeel in de gemeenschap de echtgenoot gerechtigd is en op welk aandeel de schuldeiser zich kan verhalen.

Na ontbinding van het huwelijk zal een schuldeiser, die een schuld was aangegaan met de man, hem voor de hele schuld kunnen aanspreken en de vrouw voor de helft (artikel 1:102 BW). Voor hen is daarbij relevant op welk aandeel de man in de huwelijksgoederengemeenschap recht heeft.

Na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding zal de man voor de helft gerechtigd zijn tot het vermogen, terwijl hij bij ontbinding door overlijden van een van de echtgenoten slechts tot een derde gedeelte zal zijn gerechtigd. Daarmee zullen zijn schuldeisers bij echtscheiding beter af zijn dan bij ontbinding van het huwelijk door overlijden. Daarentegen zullen de schuldeisers die een schuld zijn aangegaan met de vrouw bij ontbinding van het huwelijk door overlijden beter af zijn dan bij echtscheiding.

Derhalve heeft een afwijkende gerechtigdheid consequenties voor de positie van schuldeisers. Schuldeisers hebben belang bij rechtszekerheid en een dergelijke voorwaarde biedt een onzekere juridische situatie. Daarom is reeds de aard van een dergelijke voorwaarde in strijd met belangen van (eventuele) huidige of toekomstige schuldeisers.

De notaris heeft gesteld dat een afwijkende verdeling geen benadeling voor schuldeisers met zich meebrengt.

Naar het oordeel van de rechtbank is dit geheel juist. Echter het overgelegde concept huwelijkse voorwaarden spreekt niet over verdeling, maar over gerechtigdheid. Zoals hiervoor beschreven heeft gerechtigdheid werking tegenover derden en verdeling heeft dat niet.

Conclusie

Op grond van de bovenstaande redenen is de rechtbank van oordeel dat het overgelegde concept huwelijkse voorwaarden een benadeling van schuldeisers met zich meebrengt. Derhalve zal de rechtbank geen goedkeuring verlenen aan het onderhavige concept huwelijkse voorwaarden.

4. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek van de notaris af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.C. Stijnen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Bultena, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2009.