Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5741

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-11-2009
Datum publicatie
08-12-2009
Zaaknummer
654411 AE VERZ 09-774 JS
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbinding arbeidsovereenkomst van bankmedewerker. Werknemersverzoek. Aan hem werd verweten verkeerd gebruik van geautomatiseerd klantenbeheersysteem (Siebel) en mogelijk onjuiste declaraties. Het door de bank ingestelde onderzoek duurde hem te lang. Bank doet zelfstandig tegenverzoek op gemelde gronden.

Ontbinding niet wegens dringende reden, maar wegens wijziging van omstandigheden. Vergoeding obv kantonrechtersformule met C= 0,25.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0935

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 654411 AE VERZ 09-774 JS

beschikking d.d. 27 november 2009

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verzoeker],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. P.W.M. Duurland,

tegen:

de naamloze vennootschap

F. van Lanschot Bankiers N.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

verder ook te noemen Van Lanschot,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. P.H. Louwers.

Het verloop van de procedure

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend.

Van Lanschot heeft schriftelijk verweer gevoerd.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 november 2009. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

De uitspraak is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

[verzoeker] is op 1 juli 2000 bij Van Lanschot in dienst getreden. Zijn functie was laatstelijk Senior Banker Beleggingsadvies (Private Banker). De leeftijd van [verzoeker] was ten tijde van de mondelinge behandeling 54 jaar. Het laatst genoten inkomen bedroeg € 6.206,12 vermeerderd met 8% vakantiebijslag en een 13e maand.

Op 22 april 2009 heeft [verzoeker] in het bij Van Lanschot gehanteerde geautomatiseerde systeem “Siebel” aantekeningen geplaatst die betrekking hebben op cliënten van Van Lanschot. Bij deze aantekeningen is bij cliënt “K” als “kanaal” genoemd: Spreekkamer en als inhoud op 22 april:

“Via dossier herinv. RP, dit blijkt wederom GG en 35% A, 20% O en de rest liq.midd is dit in orde. [A] maakt vandaag kennis met [B], kantoordirecteur sinds 1/4/09”.

Het gesprek met client “K” is niet door [verzoeker] gevoerd, maar door de kantoordirecteur [B], die in de aantekeningen [B] genoemd wordt.

Op diezelfde dag heeft [verzoeker] ten behoeve van cliënt “B” aantekeningen in Siebel gemaakt, met als kanaal Spreekkamer en als inhoud:

“[C] ontv. samen Met [B]. Herinv RP en dit is vast te stellen op Defensief, dit was het ook… De aandelen houden we iom hen aan, verlies nemen vinden ze geen optie nl. Hij komt er tzt op terug bijn ons. [B] geeft een uitgebreide uiteenzetting mbt de hypotheken en de do en donts”.

Het gesprek met client “B” vond plaats op 22 april te 16.00 uur. Uit het Siebel systeem blijkt dat de aantekening is aangemaakt op 22 april 2009 te 11.07 uur en is bijgewerkt op 23 april 2009 te 17.15 uur.

[verzoeker] is op 4 mei 2009 over het plaatsen van deze aantekeningen in Siebel onderhouden door de heer [B] en zijn leidinggevende [D]. Punt van discussie was met name de opstelling van het risicoprofiel van een cliënt, waarvoor bij Van Lanschot een procedure is vastgesteld. In het gesprek van 4 mei 2009 is aan [verzoeker] voorgehouden dat hij zich daaraan niet gehouden heeft en hij bovendien de betrouwbaarheid van het systeem Siebel aantast door daarin aantekeningen te plaatsen van gesprekken waarbij hij niet aanwezig was, of die op het moment van het maken van de aantekeningen nog niet hadden plaatsgevonden. Het gesprek met [verzoeker] is door [B] gerapporteerd aan de afdeling Compliance van Van Lanschot.

Voorafgaande aan de handelingen op 22 april 2009 heeft op 15 april 2009 een afdelingsoverleg plaatsgevonden waarbij onder andere aan de orde kwam de wijze waarop het risicoprofiel moest worden ingevuld en de vastlegging van de contactmomenten met een cliënt. Op 21 april 2009 heeft een training plaatsgevonden inzake de implementatie van de Wet Financieel Toezicht. [verzoeker] was bij beide gelegenheden aanwezig.

Tijdens het onderzoek van de afdeling Compliance is ook het declaratiegedrag van [verzoeker] onderzocht. Het betrof hier door hem ingediende en door zijn leidinggevende geaccordeerde bonnen van etentjes met relaties van Van Lanschot. Volgens de afdeling Compliance was een deel van die declaraties twijfelachtig.

Tevens werd bij het onderzoek nog een drietal aantekeningen in Siebel aangetroffen, waarbij in twee gevallen de gespreksaantekeningen eerder zouden zijn aangemaakt dan het gesprek had plaatsgevonden en in een ander geval een risicoprofiel is geregistreerd zonder dat een contactmoment was vastgelegd.

[verzoeker] is door Van Lanschot hierover onderhouden op 11 en 20 augustus 2009. Het op 24 augustus 2009 voltooide rapport van de afdeling Compliance is op 11 september 2009 aan de Raad van Bestuur van Van Lanschot voorgelegd. [verzoeker] is hiervan op 11 september 2009 op de hoogte gebracht.

[verzoeker] heeft daarop onderhavig verzoek ingediend.

Het verzoek van [verzoeker]

[verzoeker] heeft (samengevat) erop gewezen dat zijn functioneren altijd zeer goed was en dat hij door het onderzoek van de afdeling Compliance lange tijd in onzekerheid is komen te verkeren. Het feit dat het onderzoek plaatsvond was voor hem beschadigend en de lengte van het onderzoek was te lang. Door de relatief geringe omvang van de bank was iedereen inmiddels op de hoogte dat tegen [verzoeker] een dergelijk onderzoek liep. Hierdoor is de reputatie van [verzoeker] aangetast.

De inhoudelijke kritiek wordt door [verzoeker] bestreden. Het tijdstip van “aanmaken” in Siebel zegt niets over het moment waarop de aantekeningen daarin worden geplaatst. [verzoeker] heeft zijn werk op dat punt steeds naar beste weten gedaan.

[verzoeker] stelt voorts dat zijn declaratiegedrag niet buitensporig was en dat de door hem gedane uitgaven steeds ten dienste van de bank stonden. Soms at de vrouw van [verzoeker] mee, maar het kwam ook voor dat zij hem ophaalde en dan nog wat meedronk.

Door het talmen van de bank is voor [verzoeker] een onwerkbare situatie ontstaan. Hij verzoekt dan ook ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van

€ 199.665,- bruto.

Het verweer van Van Lanschot en het door haar ingediende tegenverzoek

Van Lanschot heeft zich (samengevat) tegen het verzoek van [verzoeker] verweerd met de weergave van de feiten zoals hierboven opgenomen. De gang van zaken rond Siebel rechtvaardigden een onderzoek door de afdeling Compliance en dat daar ook het declaratiegedrag bij is betrokken, was gezien de inhoud van die declaraties te rechtvaardigen. [verzoeker] heeft bovendien geen goede verklaring kunnen geven voor een deel van de daarop voorkomende uitgaven. Het verzoek van [verzoeker] moet dan ook worden afgewezen.

Van Lanschot meent dat de geconstateerde feiten een dringende reden, subsidiair een wijziging van omstandigheden opleveren en verzoekt op haar beurt ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding.

De beoordeling van de verzoeken

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de verzoeken geen verband houden met enig opzegverbod.

Nu beide partijen zich op het standpunt stellen dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, zal de kantonrechter daartoe overgaan.

De vraag die hen in feite verdeeld houdt is op welke grond de ontbinding dient plaats te vinden en of aan [verzoeker] een vergoeding moet worden toegekend.

Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

De kantonrechter stelt voorop dat van medewerkers bij financiële instellingen grote zorgvuldigheid mag worden verwacht en dat aan de integriteit van die medewerkers hoge eisen mogen worden gesteld. Ten aanzien van de positie van [verzoeker] stelt de kantonrechter vast dat hij een goedbetaalde en verantwoordelijke functie bekleedde.

Uit de door Van Lanschot overgelegde gegevens van Siebel blijkt dat [verzoeker] in dat systeem aantekeningen heeft gemaakt met als “kanaal” Spreekkamer, wat een gesprek suggereert met een cliënt, terwijl uit die aantekeningen niet blijkt dat [verzoeker] (steeds) bij het gesprek aanwezig is geweest. Dit gold in ieder geval voor klant “K”. Bij klant “B” kan uit de aantekeningen worden afgeleid dat het hier om een feitelijke weergave van het gesprek met de cliënt handelde. Van Lanschot heeft hierbij gesteld dat het verslag “authentiek” oogde, daarmee suggererend dat het onjuist is, maar dat standpunt is verder niet onderbouwd.

De kantonrechter heeft niet kunnen vaststellen dat het moment van “aanmaken” ook betekent dat de thans leesbare tekst ook op dat moment is opgesteld. Bij cliënt “B” is bovendien sprake van een wijzigingsmoment op 23 april 2009.

Dit neemt aan de andere kant niet weg dat het [verzoeker], gezien de informatie die hem daartoe is aangereikt in diverse bijeenkomsten, duidelijk moest zijn geweest dat de inhoud van Siebel steeds betrouwbaar moest zijn en hij had kunnen weten dat het maken van aantekeningen in Siebel, zonder een contactmoment een onjuiste status van een cliënt kan weergeven. Hieraan kunnen voor Van Lanschot in het kader van haar zorgplicht ten opzichte van de cliënt risico’s zijn verbonden, hetgeen [verzoeker] zich had moeten realiseren.

In zoverre valt [verzoeker] wel een verwijt te maken. Te betwijfelen valt of dit echter voldoende grond kon opleveren voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat wellicht ook had kunnen worden volstaan met een wijziging van functie of het ontnemen van bevoegdheden.

Ten aanzien van het declaratiegedrag moet worden vastgesteld dat dit mogelijk opmerkelijk is, maar dat neemt niet weg dat de leidinggevende(n) van [verzoeker] de declaraties kennelijk steeds hebben geaccordeerd. Toen zijn kennelijk geen opmerkingen over die declaraties gemaakt. Ook de grote hoeveelheid declaraties heeft kennelijk toen niet geleid tot correcties.

Aangenomen kan worden, gezien de stellingen van [verzoeker], die op dit punt door Van Lanschot niet zijn weersproken, dat [verzoeker] in zijn woonplaats een grote sociale rol vervulde en als “uithangbord” van de bank fungeerde. Daar staat tegenover dat de verklaring van [verzoeker] omtrent de omvang en inhoud van de declaraties niet op alle punten overtuigend is, met name niet omtrent de aanwezigheid van zijn tafelgenoten.

Dat Van Lanschot haar bevindingen heeft willen voorleggen aan de afdeling Compliance, acht de kantonrechter niet verwonderlijk en het argument van [verzoeker] dat het hem allemaal te lang duurde en hij daardoor beschadigd werd, is niet overtuigend: het onderzoek had immers ook kunnen opleveren dat hem geen substantieel verwijt te maken viel. In dat geval zou zijn naam gezuiverd zijn.

Het bovenstaande leidt ertoe dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet wegens een dringende reden, maar wel wegens een wijziging van omstandigheden zal ontbinden.

Ten aanzien van de vraag naar de hoogte van de vergoeding acht de kantonrechter het volgende van belang.

De kantonrechter acht de zorgen van Van Lanschot over de betrouwbaarheid van Siebel voldoende zwaarwegend om op dit punt sterk corrigerend op te treden, mede gezien de hierboven al genoemde zorgplicht ten opzichte van haar cliënten. Dat [verzoeker] een verwijt te maken viel is reeds vastgesteld.

Tevens kan niet worden ingezien, zoals al is overwogen, dat [verzoeker] het onderzoek van de afdeling Compliance en de beslissing van de Raad van Bestuur niet kon afwachten.

Hier staat het volgende tegenover.

Uit de gespreksverslagen die in de jaren voorafgaande aan de onderhavige gebeurtenissen zijn gevoerd, moet worden afgeleid dat er weliswaar enige kritiek op [verzoeker] werd geleverd, maar zijn beoordelingen over het algemeen goed waren.

[verzoeker] is voorts in een positie gekomen dat hij op kosten van Van Lanschot met grote regelmaat zakelijk uit eten ging. Niet gebleken is dat daarbij behoorlijke verantwoording moest worden afgelegd, wat tot een opmerkelijk declaratiegedrag heeft geleid. Van Lanschot had hierop eerder kunnen ingrijpen, maar heeft er kennelijk voor gekozen dat niet te doen. Dat neemt niet weg dat [verzoeker] ook een eigen verantwoordelijkheid had.

Al deze omstandigheden tegen elkaar afwegend zal de kantonrechter aan [verzoeker] een vergoeding toekennen die neerkomt op de kantonrechtersformule, waarbij de C-factor wordt bepaald op 0,25. Gezien zijn leeftijd en “aangekleed” maandsalaris ad € 7.219,79 bruto, komt dit neer op de volgende berekening:

Gewogen dienstjaren tot 35 jaar : 0 X 0,50 = 0,00

Gewogen dienstjaren van 35 tot 45 jaar : 0 X 1,00 = 0,00

Gewogen dienstjaren van 45 tot 55 jaar : 9 X 1,50 = 13,50

Gewogen dienstjaren vanaf 55 jaar : 0 X 2,00 = 0,00 +

Het totaal van de gewogen dienstjaren (A) : 13,50

De volledige beloning per maand (B) : € 7.219,79

De toegepaste correctiefactor (C) : 0,25

A x B x C : € 24.366,78

Beide partijen moet een termijn worden gelaten om hun eigen verzoek in te trekken.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen in de gelegenheid uiterlijk 10 december 2009 het eigen verzoek in te trekken;

en voor het geval minstens één van beide verzoeken binnen de aangegeven termijn niet wordt ingetrokken:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 15 december 2009;

kent aan [verzoeker] ten laste van Van Lanschot een vergoeding toe van € 24.366,78 bruto en veroordeelt Van Lanschot tot betaling van deze vergoeding aan [verzoeker];

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen;

en voor het geval de beide verzoeken binnen de aangegeven termijn worden ingetrokken:

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen;

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 november 2009.