Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK4227

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-11-2009
Datum publicatie
24-11-2009
Zaaknummer
16-440168-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitgaansgeweld in de nacht van 7 op 8 juni 2008 in Woerden. Verdachte is betrokken bij een vechtpartij tussen een groep inwoners van Woerden en een groep Polen. De rechtbank veroordeelt verdachte wegens openlijk geweld in vereniging gepleegd tot 50 uur werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/440168-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 november 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1990] te [geboorteplaats]

wonende te [adres], [woonplaats]

raadsman mr. P.F. Emmelot, advocaat te Nieuwegein

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 november 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 9 november 2009.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] op de Utrechtsestraatweg openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3].

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging op de Utrechtsestraatweg en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de openlijke geweldpleging. Zij voert echter aan dat ten aanzien van [verdachte] geen bewuste keuze aan de openlijke geweldpleging ten grondslag lag en dat zijn aandeel beperkt is gebleven.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. Inleiding

In de nacht van 7 juni 2008 op 8 juni 2008 hebben in Woerden op verschillende locaties vechtpartijen plaatsgevonden tussen een groep Poolse mannen en een groep Woerdense jongeren. Eén van de Poolse mannen, [slachtoffer 1], is enkele dagen later overleden. De politie heeft een grootschalig onderzoek ingesteld om te achterhalen wat er zich die avond precies heeft afgespeeld. Uit het onderzoek zijn meerdere verdachten naar voren gekomen die betrokken zouden zijn geweest bij de verschillende gebeurtenissen van die avond.

Voor de volledigheid en gezien de onderlinge samenhang, zal de rechtbank de verschillende gebeurtenissen van die avond beschrijven, in het bijzonder de afzonderlijke incidenten op de Utrechtsestraatweg, de Voorstraat, de Rijnstraat/Berchsteeg en de Rijnstraat/Nieuwe Steeg. Wat betreft die samenhang is van belang dat een aantal opeenvolgende gebeurtenissen uiteindelijk heeft geresulteerd in de dood van [slachtoffer 1], zonder dat kon worden vastgesteld welk toegepast geweld de doodsoorzaak was (of oorzaak was van het letsel van de overige Polen) en dat de reeks van gebeurtenissen in de Woerdense samenleving opschudding heeft veroorzaakt. De rechtbank is zich er van bewust dat [verdachte] maar een deel van deze gebeurtenissen wordt verweten. Bij de uiteindelijke beoordeling van hetgeen aan [verdachte] ten laste is gelegd, zal de rechtbank zich dan ook tot dat deel beperken.

4.3.2. Betrokkenen

In de verklaringen van de aangevers, getuigen, medeverdachten en [verdachte] zelf zijn beschrijvingen gegeven van de verschillende betrokkenen. Uit het dossier en ter terechtzitting is gebleken, dat hiermee de volgende personen worden bedoeld:

- [slachtoffer 2], de kale Pool/Pool met

gemillimeterd haar, wit shirt: [slachtoffer 2], hierna aangeduid als: [slachtoffer 2]

- [slachtoffer 1], de Pool met kort (donker)

haar, donker shirt [slachtoffer 1], aangeduid als: [slachtoffer 1]

- [slachtoffer 3], de Pool met licht shirt, petje [slachtoffer 3], hierna aangeduid als: [slachtoffer 3]

- [slachtoffer 4] [slachtoffer 4]

- [medeverdachte 1] [medeverdachte 1], hierna aangeduid als: [medeverdachte 1]

- [medeverdachte 2] [medeverdachte 2]

- [medeverdachte 3] [medeverdachte 3], aangeduid als: [medeverdachte 3]

- [medeverdachte 4], de collega van [medeverdachte 2] [medeverdachte 4]

- [medeverdachte 5] [medeverdachte 5]

- [medeverdachte 6], een vriend van de collega

van [medeverdachte 2]: [medeverdachte 6]

- [medeverdachte 7] [medeverdachte 7]

- [medeverdachte 8] [medeverdachte 8], hierna aangeduid als: [medeverdachte 8]

- [verdachte], bijgenaamd [verdachte] [verdachte], hierna aangeduid als: [verdachte]

- [betrokkene 1] [betrokkene 1]

- [betrokkene 2] [betrokkene 2]

- [betrokkene 3] [betrokkene 3], hierna genaamd: [betrokkene 3]

- [betrokkene 4], bijgenaamd [betrokkene 4] [betrokkene 4], hierna genaamd: [betrokkene 4]

- [betrokkene 5] [betrokkene 5]

- [betrokkene 6] [betrokkene 6]

- [betrokkene 7] [betrokkene 7]

Uit het dossier en ter terechtzitting is voorts gebleken dat waar in de verschillende verklaringen wordt gesproken over ‘(café) Arie’ hiermee wordt bedoeld: ‘café Victoria’ en waar gesproken wordt over ‘de Pietersteeg‘ - gezien de overzichtskaart van Woerden en de ligging van de steeg ten opzichte van Voorstraat en de Rijnstraat - wordt bedoeld: ‘de Berchsteeg’.

4.3.3. Algemeen

In café Victoria is het op 7 juni 2008 een gewone, drukke, zaterdagavond. In het café zitten vier Polen. Één van hen veroorzaakt wat problemen: een kale/gemillimeterde man met een wit shirt. Hij lijkt een meisje lastig te vallen. Één van de portiers waarschuwt hem en zijn Poolse metgezel van dat moment; als de man nadien doorgaat met lastigvallen van andere klanten verzoekt de portier de twee naar buiten te gaan . De vier Poolse mannen gaan naar buiten.

Ze drinken buiten nog even verder, één van de vier, het latere slachtoffer [slachtoffer 1], is behoorlijk dronken.

Buiten ontstaat een woordenwisseling met een meisje, [betrokkene 7]. Zij voelt zich door een uitlating van de kale Poolse man beledigd en schopt een van de Polen tegen zijn been.

Op het terras is na middernacht, dus inmiddels op 8 juni 2008, ook een groep aanwezig die ervoor op een feestje is geweest bij [medeverdachte 8]. Ook van die groep is er een aantal dat dronken of aangeschoten is.

Enkele Nederlanders vertellen het volgende over de aanleiding:

[medeverdachte 2] gaat tussen [betrokkene 7] en de Polen in staan. [medeverdachte 8] mengt zich daar ook in en stoot daarbij - volgens hem per ongeluk - bier uit de handen van de kale Pool,

[slachtoffer 2]. [medeverdachte 8] vraagt: “What’s the problem”, de kale Pool daagt uit tot “Fight, one to one”.

Eén van de Polen verklaart later dat sprake was van een soort omsingeling door Woerdenaren. Volgens twee Polen lopen zij, de Polen, weg, maar worden zij achtervolgd.

Zij maken geen melding van uitdagen door [slachtoffer 2].

De Woerdenaren en de Polen bewegen zich - of worden bewogen - naar de verkeerslichten, een tiental meters verwijderd van café Victoria, op de Utrechtsestraatweg, waar deze kruist met de Stationsstraat. Er volgt een vechtpartij.

Het incident Utrechtsestraatweg

Eén of meer Poolse mannen worden geduwd en/of getrokken.

Tenminste één Poolse man wordt geschopt, waardoor hij tegen de grond gaat. Dit gebeurt in ieder geval met [slachtoffer 3].

De kale Pool, [slachtoffer 2], krijgt een “vliegende trap” tegen zijn rug, waardoor hij voorover neervalt. [slachtoffer 1] wordt geslagen of geschopt, waardoor hij op de grond valt. Als hij op de grond ligt, wordt hij geschopt. De kale Pool wordt geslagen. Als hij op de grond ligt wordt hij getrapt tegen zijn lichaam. Hij wordt in ieder geval op zijn rug en bovenlichaam getrapt. Mogelijk wordt hij ook op het hoofd getrapt en tegen het hoofd geslagen.

Er werd door meerderen geslagen en/of geschopt naar de op de grond liggende Polen.

Vervolgens worden de vechtenden gescheiden door de baas van café Victoria [naam]) en een van de beveiligers. Een Pool blijft even, buiten bewustzijn, liggen. Wanneer hij weer overeind komt is zijn hoofd fors bebloed.

De café-eigenaar en de portier dirigeren de vier Polen naar de kant van de Singel, terwijl de groep Woerdenaren terug gaat naar het terras en de stoep voor café Victoria. De Poolse groep maakt de indruk wraak te willen nemen.

Één van de Polen, [slachtoffer 1], loopt het water van de Singel in en wordt daar door zijn vrienden weer uit geholpen. Als gevolg van dit te water raken is een groot deel van het bloed dat de getuigen op [slachtoffer 1] hoofd zagen, afgespoeld.

Na dit incident lijken de Polen iets gekalmeerd en lopen ze richting Oostdam om daar linksaf te slaan naar het centrum. Een inmiddels gearriveerde politieauto rijdt mee.

De groep Woerdenaren die ondertussen aan de linkerzijde van de Oostdam in de richting van het centrum loopt, bestaat onder meer uit [medeverdachte 1], [medeverdachte 5], [betrokkene 2] en daarachter [medeverdachte 3], [medeverdachte 7], [betrokkene 5] en [betrokkene 4].

Op de hoek met de Voorstraat ontstaat wederom een confrontatie tussen de Woerdense groep en de Poolse mannen. De Polen rennen de Voorstraat in en worden, eveneens rennend, gevolgd door [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] , direct gevolgd door in ieder geval [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en [betrokkene 2].

In de Voorstraat splitsen de Poolse mannen zich op, [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] rennen de eerste steeg aan de linkerzijde (naar de rechtbank begrijpt: de Berchsteeg) in, terwijl [slachtoffer 1] rechtdoor blijft lopen in de Voorstraat . [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] volgen de Poolse mannen in de Berchsteeg. [medeverdachte 1] loopt vervolgens rechtdoor de Voorstraat in, [slachtoffer 1] achterna. [medeverdachte 1] loopt rennend op [slachtoffer 1] af en slaat hem tegen de kaak met gebalde vuist. [slachtoffer 1] valt achteruit op de grond.

[medeverdachte 6] loopt vervolgens naar [slachtoffer 1] die nog op de grond ligt. Op dat moment wordt

[slachtoffer 1] door [medeverdachte 6] met kracht met de hak van zijn schoen tegen het hoofd getrapt.

[betrokkene 2] en [medeverdachte 5] lopen [medeverdachte 1] achterna de steeg in, gevolgd door [medeverdachte 6] .

[slachtoffer 1] wordt alleen achtergelaten in de Voorstraat.

Intussen zijn de drie overige Polen via de Berchsteeg de Rijnstraat in gerend. In de Rijnstraat zijn er gewelddadige handelingen verricht op verschillende plaatsen en het geweld verplaatst zich tot aan de Nieuwe Steeg. De Polen vluchten na de gewelddadigheden in de Rijnstraat richting hun woning gelegen aan de Nieuwe Steeg.

Eerst als het woord ‘Politie’ wordt geschreeuwd, wordt het geweld gestaakt en vlucht de groep Woerdenaren weg.

[betrokkene 2] en [betrokkene 3] lopen intussen terug naar de Voorstraat om te kijken hoe het met de Poolse man is. Zij zien hem nog op straat liggen . Hij blijkt niet aanspreekbaar en hij wordt in een stabiele zijligging gelegd. Vervolgens bellen zij de politie, die kort na 02.40 uur ter plaatse komt. [slachtoffer 1] wordt per ambulance overgebracht naar het ziekenhuis . Op 12 juni 2008 overlijdt [slachtoffer 1] aan uitval van hersenfuncties en verwikkelingen daarvan ten gevolge van heftig botsend geweld op het hoofd in de vorm van slaan, schoppen maar ook van vallen . Bij gedetailleerd onderzoek worden geen contusie-haarden gevonden, dat wil zeggen dat er geen sprake is van een coup-contrecoup letsel. Dit bevestigt de stelling dat geweldsuitwerking ten gevolge van een val minder waarschijnlijk lijkt.

4.3.4. De betrokkenheid van [verdachte]

Algemeen

De rechtbank stelt voorop dat de tenlastelegging is toegesneden op artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, te weten: het openlijk in vereniging plegen van geweld.

Volgens vaste jurisprudentie is van ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn.

De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, is dus niet voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die ‘in vereniging’ geweld pleegt.

Die aanwezigheid kan echter door bijkomende omstandigheden een zodanige “lading” krijgen, dat de aanwezige als medepleger van het openlijke geweld moet worden aangemerkt. Daarbij kan worden gedacht aan louter verbale aanmoediging, maar ook aan een voortgezette aanwezigheid in een groep - terwijl distantiëren mogelijk is - nadat de groep mét deze dader eerder geweld heeft gepleegd. Dan is immers sprake van een welbewuste keuze om deel uit te maken van een groep die uit was op geweld.

Overweging ten aanzien van het tenlastegelegde feit

[verdachte] heeft ter zitting verklaard dat hij iedereen naar de stoplichten zag gaan en dat hij daar achteraan is gelopen. Er was, aldus [verdachte], sprake van duwen en trekken, maar alles ging zo snel dat hij in ieder geval nu, niet alles meer weet. Daarbij speelt een rol dat [verdachte] behoorlijk wat biertjes op had.

[verdachte] heeft verklaard dat hij bij de politie de waarheid heeft gesproken, dus dat hij een Pool heeft geslagen, waarbij hij deze niet vol in het gezicht raakte, maar schampte.

Verder heeft hij niet geslagen en zeker niet geschopt.

De Pool die hij sloeg lag, voor zover hij zich herinnert, op de grond.

[verdachte] heeft hem niet vol in het gezicht geraakt maar schampte er langs. Daarbij heeft hij geen bloed op het gezicht van die Pool gezien.

Die Pool kan hij overigens nu niet meer beschrijven, maar [verdachte] geeft aan dat hij bij de politie heeft verklaard dat hij de kleding van [slachtoffer 1] herkende als kleding van de Pool die hij geslagen had.

[verdachte] is na die slag weggelopen en heeft naar hij zegt de confrontatie niet ervaren als “Woerden tegen Polen”. Hij heeft alleen zijn vrienden willen helpen.

[verdachte] geeft aan heel veel spijt te hebben, zeker nu [slachtoffer 1] blijkt te zijn overleden.

Bij de stukken bevinden zich verklaringen van [verdachte] bij de politie, onder meer dat hij met gebalde vuist een slag heeft gegeven in de richting van het gezicht van een Pool met kort haar. Deze ontweek de klap en de klap schampte, maar raakte wel.

Het ging om de Pool die bij het verkeersbord lag en [verdachte] sloeg met kracht naar beneden. [verdachte] heeft voorts verklaard dat hij niet “helemaal los” is gegaan.

In het dossier bevinden zich verklaringen van anderen over de rol van [verdachte], onder meer:

- dat hij gevochten heeft en dat hij met een riem in zijn hand heeft gestaan;

- dat hij een Pool geslagen heeft;

- dat iemand heeft gehoord dat [verdachte] los zou zijn gegaan, maar dat dat ook op dansen kan slaan .

Een aantal getuigen heeft echter verklaard dat ze hem niet hebben zien vechten of iets doen.

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] betrokken was bij het incident op de Utrechtsestraatweg en dat hij daaraan een substantiële bijdrage heeft geleverd:

Op grond van zijn eigen verklaring ter zitting en bij de politie en de hiervoor genoemde getuigenverklaringen is bewezen dat [verdachte] aandeel in de openlijke geweldpleging bestond uit het slaan van een Pool, die op de grond lag, nadat hij zich in de – vechtende – groep had begeven.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] heeft getrapt.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen (met name het gecursiveerde gedeelte van 4.3.3 en 4.3.4) wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte]

op 08 juni 2008 te Woerden, met anderen, op de openbare weg, de Utrechtsestraatweg openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en

[slachtoffer 3], welk geweld bestond uit het meermalen althans eenmaal (met kracht)

- (weg)duwen en/of trekken van/aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en

- (met gebalde vuisten) slaan en/of stompen in/op/tegen de borst en/of de buik en/of het gezicht en/of het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen) of

- schoppen in/tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] waardoor die [slachtoffer 1] op de grond is/zijn gevallen) en

- schoppen in/tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (waardoor die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op de grond zijn gevallen)

en terwijl die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op de grond lagen

- (met gebalde vuisten) slaan in het gezicht, althans op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- (met geschoeide voet[en]) trappen/schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. [verdachte] zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten en omstandigheden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

5.2 De strafbaarheid van verdachte

[verdachte] is strafbaar, omdat een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit niet aannemelijk is geworden.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan [verdachte] op te leggen een werkstraf voor de duur van 60 uur, te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen indien deze straf niet naar behoren wordt verricht, met aftrek van het voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte], zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

[verdachte] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een ernstige vorm van uitgaansgeweld, dat heeft plaatsgevonden in de nachtelijke uren van 7 juni 2008 op

8 juni 2008. [verdachte] is bij het incident op de Utrechtsestraatweg aanwezig geweest, waarbij hij heeft deel uitgemaakt van de groep die gewelddadige handelingen heeft verricht. Hierbij is het echter niet gebleven, want [verdachte] heeft zelf ook geweldadige handelingen verricht, zoals hiervoor onder 4.3.4 overwogen.

Opgemerkt dient nog wel te worden dat één van de Poolse mannen, [slachtoffer 2], in eerste instantie de vechtpartij heeft uitgelokt en op meerdere momenten terug is gekomen om te vechten, terwijl hij ook weg had kunnen lopen. Dit doet echter niet af aan het feit dat ook de Woerdenaren hadden kunnen weglopen.

Dit soort uitgaansgeweld heeft een enorme invloed op de samenleving in het algemeen en heeft in het bijzonder een behoorlijke impact gehad op de hechte gemeenschap Woerden, hetgeen ook wel blijkt uit de media-aandacht. Het gevoel van onveiligheid neemt door dit soort incidenten steeds grotere vormen aan. Uitgaansgeweld heeft in de afgelopen jaren al veel dodelijke slachtoffers gemaakt. Helaas was dit ook in Woerden op 8 juni 2008 het geval. Dit laatste weegt echter, zoals hiervoor onder 4.3.1 overwogen, niet mee bij het bepalen van de strafmaat.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan.

Wat betreft de persoon van [verdachte] heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het volgende.

Ten voordele van [verdachte] weegt de rechtbank mee:

- de inhoud van een [verdachte] betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d.

8 september 2009, waaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten;

- zijn relatief jeugdige leeftijd: net 18 jaar;

- zijn geringe aandeel;

- dat deze zaak veel media-aandacht heeft ondervonden en

- dat de feiten zich anderhalf jaar geleden hebben afgespeeld, waardoor [verdachte] - die enkele dagen in verzekering heeft doorgebracht - al die tijd in onzekerheid heeft verkeerd omtrent zijn mogelijke strafvervolging.

Alles afwegend en bezien in verhouding tot de straffen die de rechtbank aan de medeverdachten in deze zaak oplegt, komt de rechtbank tot het oordeel dat een enigszins lagere werkstraf dan de door de officier van justitie gevorderde straf recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van [verdachte].

Aan [verdachte] zal dan ook worden opgelegd een werkstraf voor de duur van 50 uur, te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen indien deze straf niet naar behoren wordt verricht, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt [verdachte] vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

- verklaart [verdachte] strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt [verdachte] tot een werkstraf van 50 uren;

- beveelt dat indien [verdachte] de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 25 dagen;

- bepaalt dat de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, mr. M.J. Grapperhaus en mr. A.G. van Doorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.B. Kleemans, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 november 2009.