Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3208

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
31-08-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
16-710627-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden. Dit voor onder andere telkens diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/710627-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 augustus 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats] (Israël)

gedetineerd in de P.I. Utrecht, HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein, De Liesbosch 100.

raadsman mr. P.F. Emmelot, advocaat te Nieuwegein

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 17 augustus 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte drie keer op verschillende tijdstippen diefstal met geweld en een woninginbraak heeft gepleegd.

3. De beoordeling van het bewijs

3.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem is tenlastegelegd.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van hetgeen verdachte onder 1 en 4 is tenlastegelegd.

3.3. De bewijsmotivering

De verdachte heeft in het vooronderzoek de tenlastegelegde feiten ontkend.

Op de terechtzitting heeft verdachte feit 2 en feit 3 , met uitzondering van het tenlastegelegde geweld, bekend. Het overige gedeelte van de tenlastelegging is hij blijven ontkennen.

De rechtbank acht de verklaringen die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd met betrekking tot het door hem ontkende deel van de tenlastelegging, geenszins geloofwaardig.

Zij merkt op dat bij het onderzoek naar alle aan verdachte tenlastegelegde feiten verdachte’s DNA is aangetroffen. Verdachte heeft voor het aantreffen van zijn DNA-materiaal geen enkele verklaring gegeven.

Voorts merkt de rechtbank op dat de modus operandi bij de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten steeds dezelfde is geweest.

Ook heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte in het verleden meermalen voor geweldsdelicten is veroordeeld.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem is tenlastegelegd en bezigt daartoe de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

De aangifte van diefstal met geweld van [slachtoffer 1] – zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende als relaas van verbalisanten dat de pleegdatum/tijd is tussen 13 februari 2009 01:35 uur en 13 februari 2009 02:00 uur en als verklaring van [slachtoffer 1] voornoemd, dat zij zich bevond in de kamer gelegen in boot 108 plank 1 op het [adres] te [plaats]; dat zij werkzaam is als prostituee; dat zij een man binnen liet; dat zij afsprak met de man dat het vijftig euro kostte; dat zij vervolgens sex met de man had gehad; dat zij de vijftig euro in het kastje had gedaan; dat zij voelde dat de man haar achterlangs bij haar keel pakte; dat zij vervolgens trillend wakker werd in de wc; dat zij, toen zij bijkwam zag dat de vijftig euro weg was;

In het onderzoek dat door de technische recherche op 13 februari 2009 is ingesteld zijn meerdere sporen veiliggesteld en verwerkt in een sporenlijst. Het spoor met DNA-identiteitszegel [kenmerk] (afkomstig van een door verdachte achtergelaten bebloede tissue) is voor onderzoek gezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut. Het spoor is op 6 maart 2009 opgenomen in de DNA-databank.

Het DNA-profiel van het referentiemonster wangslijmvlies [kenmerk] (dat op 22 april 2009 van verdachte is afgenomen) is op 15 mei 2009 in de DNA-databank opgenomen. Bij die vergelijking zijn vier matches met DNA-profielen gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn bij het NFI geregistreerd onder DNA-profielcluster 10488.

Het DNA in het sporenmateriaal met identiteitszegel [kenmerk] kan afkomstig zijn van verdachte. De berekende frequentie van het DNA-profiel van het DNA in het sporenmateriaal is kleiner dan één op één miljard.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

De aangifte van diefstal met geweld van [slachtoffer 2] - zakelijk weergegeven -onder meer inhoudende dat zij op 17 februari 2009 omstreeks 23.45 uur was begonnen met werken als prostituee op het [adres] te [plaats]; dat zij op 18 februari 2009 omstreeks 03.15 uur zag dat er een man naar haar bootje stond te kijken; dat zij deze man heeft binnengelaten; dat toen de man binnen was hij haar 50 euro heeft betaald; dat zij het geld in een soort van koffiepot heeft gedaan; dat zij toen sex hebben gehad; dat zij, toen ze klaar waren zag dat de man naar de badkamer toeliep; dat zij hoorde dat de man uit de badkamer kwam lopen en dat zij voelde dat de man haar plotseling met veel kracht om haar hals pakte; dat zij geen adem meer kreeg en dat zij voelde dat zij flauwviel; dat zij, toen zij bijkwam op de grond lagnattigheid op haar gezicht voelde; dat zij toen naar de spiegel is gelopen van de slaapkamer achter het bed; dat zij hevig bloedde boven haar rechter oog; dat zij heel veel pijn had aan haar hoofd en dat zij zag dat zij ook schaafplekken op haar wangen had; dat zij ontdekte dat haar telefoons waren weggenomen en dat het koffiepotje met de dagopbrengst leeggehaald was en dat het geld daaruit weggenomen was; dat zij ongeveer 500 euro in het potje had gedaan;

De verklaring van verdachte ter terechtzitting, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende dat hij op 17 februari 2009 bij een prostituee in [plaats] is geweest en dat hij toen aldaar een bedrag van 500 euro en telefoons heeft gestolen;

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

De aangifte van diefstal met geweld van [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende als relaas van de verbalisanten dat de plaats delict [plaats], en als verklaring van [slachtoffer 3] voornoemd dat zij op 2 januari 2009 te 21.50 uur zich bevond in de [adres] waar zij als prostituee achter de ramen werkzaam was; dat zij met een man afsprak dat hij voor 50,00 euro twintig minuten mocht neuken; dat zij rond 22.50 uur de man binnen liet; dat zij zag dat de man haar 50,00 euro betaalde die zij in haar tas stopte; dat haar tas in haar nachtkastje stond; dat haar mobiele telefoon op het nachtkastje lag; dat zij hierop sex hebben gehad; dat zij zag dat de man zich begon aan te kleden; dat zij haar handen ging wassen bij de wastafel in haar kamer; dat zij plotseling voelde dat de man haar hard vastpakte bij haar nek; dat zij voelde dat hij een arm om haar nek sloeg en hard begon te knijpen; dat zij voelde dat het erge pijn deed; dat zij dacht dat hij haar dood maakte; dat zij steeds minder lucht kreeg en niet kon ademen; dat plotseling alles zwart voor haar ogen zag en zij bewusteloos raakte; dat toen zij bijkwam de man bij haar nachtkastje zag; dat zij zag dat hij haar tas doorzocht; dat zij het shirt van de man wilde vasthouden; dat zij voelde dat hij met de platte hand van zijn rechterhand haar hard in haar

gezicht sloeg; dat zij zag dat de man haar portemonnee, haar mobiele telefoon en geld had gestolen, dat het ongeveer 1100,00 euro, haar GSM merk Samsung, type Armani, haar

portemonnee merk Guess, kleur zwart met daarin haar Bulgaars identiteitsbewijs en Bulgaarse bankpas betrof;

De verklaring van verdachte ter terechtzitting, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende dat hij op 2 januari 2009 bij een prostituee in ‘s-Gravenhage is geweest en dat hij toen aldaar een bedrag van 1100 euro en een telefoon en een portemonnee met inhoud heeft gestolen;

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

De aangifte van diefstal met braak door [slachtoffer 4] - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende dat zij de [adres] te [plaats] bewoont; dat zij op 22 februari 2008, omstreeks 19:15 uur, haar woning verliet; dat zij de achterzijde had afgesloten door middel van slot en sleutel; dat tevens de deur was afgesloten door middel van een hendel; dat de tussendeur van de woonkamer naar de slaapkamer afgesloten was door middel van slot en sleutel; dat het betreft een tussendeur met een glasplaat; dat zij op 22 februari 2008, omstreeks 22:30 uur, terugkwam in haar woning; dat zij binnen zag dat de glasplaat van de tussendeur vernield was; dat zij zag dat het slot vernield was; dat zij in de slaapkamer in de kledingkast een geldkistje bewaart met daarin 1600,00 euro aan contant geld; dat zij zag dat het geld was weggenomen; dat zij zag dat een televisiescherm weg was genomen; dat zij zag dat van dezelfde eettafel een roze Nintendo DS Lite was weggenomen, met daarin het spel Totally Spies; dat zij in de slaapkamer van haar zoon zag dat de Playstation 2 was weggenomen;

De technische recherche heeft op 23 februari 2008 een onderzoek ingesteld in de woning aan de [adres] te [woonplaats]. In het onderzoek zijn meerdere bloedsporen veiliggesteld en verwerkt in een sporenlijst. Het spoor met DNA-identiteitszegel [kenmerk] afkomstig van een bloedspoor op het geldkistje, is voor DNA-onderzoek verzonden naar het Nederlands Forensisch Instituut en op 4 april 2008 opgenomen in de DNA-databank.

Het DNA-profiel van het refererentiemonster wangslijmvlies [kenmerk] (dat op 22 april 2009 van verdachte is afgenomen) is op 15 mei 2009 in de DNA-databank opgenomen. Bij die vergelijking zijn vier matches met DNA-profielen gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn bij het NFI geregistreerd onder DNA-profielcluster 10488.

Het DNA in het sporenmateriaal met identiteitszegel [kenmerk] kan afkomstig zijn van verdachte. De berekende frequentie van het DNA-profiel van het DNA in het sporenmateriaal is kleiner dan één op één miljard.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem is tenlastegelegd, met dien verstande, dat

1.

hij op 13 februari 2009 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag ad 50,- euro, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond

dat hij, verdachte

- die [slachtoffer 1] plotseling van achteren bij haar keel heeft gepakt en

- vervolgens met kracht de keel van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] buiten bewustzijn is geraakt;

2.

hij op 18 februari 2009 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag ad 500,- euro en mobiele telefoons, merk Samsung, kleur grijs, merk Samsung kleur beige, merk Lycatel, kleur rood, toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond, dat hij, verdachte

- met kracht zijn arm om de keel van die [slachtoffer 2] heeft gebracht (zgn. wurggreep) en

- vervolgens met kracht de keel van die [slachtoffer 2] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] buiten bewustzijn is geraakt en

- vervolgens die [slachtoffer 2] (meermalen) tegen haar gezicht/hoofd heeft geslagen/geschopt;

3.

hij op 2 januari 2009 te ’s-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een geldbedrag ad 1100,- euro en een mobiele telefoon, merk Samsung, type Armani en een portemonnee, merk Guess en een Bulgaars identiteitsbewijs op naam van [slachtoffer 3] en een bankpas op naam van [slachtoffer 3], toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 3] plotseling bij haar keel heeft vastgepakt en

- vervolgens met kracht zijn arm om de keel van die [slachtoffer 3] heeft gebracht (zgn. wurggreep) en

- vervolgens met kracht de keel van die [slachtoffer 3] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden tengevolge waarvan die [slachtoffer 3] buiten bewustzijn is geraakt en

- vervolgens die [slachtoffer 3] met een vlakke hand in het gezicht heeft geslagen;

4.

hij op 22 februari 2008 te ’s-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

uit een woning gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een geldbedrag ad 1600,- euro en een televisie en spelcomputers (Nintendo DS Lite en Playstation 2 en een computerspel (Totally Spies), toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel (zgn hengelen) en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak op een glazen tussendeur van die woning.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid

4.1. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde:

Telkens diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

4.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5. De strafoplegging

5.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van de preventieve hechtenis.

5.2. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Ten aanzien van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan heeft de rechtbank met name acht geslagen op de zeer ernstige aard van het bewezenverklaarde. Verdachte heeft drie vrouwen in een zeer kwetsbaar beroep als prostituee onverhoeds en op gewelddadige tot zeer gewelddadige wijze overvallen. Kort daarvoor had de verdachte met al deze prostituees gemeenschap. De drie slachtoffers zijn buiten bewustzijn geraakt doordat verdachte hun keel dichtkneep. Het slachtoffer [slachtoffer 2] heeft door het handelen van verdachte ernstig letsel aan haar gezicht, vlak bij haar rechter oog opgelopen. De wijze waarop de verdachte deze prostituees heeft beroofd getuigt van een volstrekt gebrek aan respect voor het menselijk lichaam.

Verdachte heeft bovendien een woninginbraak gepleegd, waarbij hij veel schade heeft aangericht.

De berovingen en de woninginbraak zijn feiten die ernstige gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij te weeg brengen.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank met name acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 29 mei 2009, waaruit blijkt dat verdachte meermalen voor geweldsdelicten is veroordeeld.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op de relatief jeugdige leeftijd van verdachte.

6. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 310, 311en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

7. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde:

Telkens diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

- verklaart verdachte strafbaar;

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van DRIE JAAR EN ZES MAANDEN.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door Mrs. J.M. Bruins , voorzitter, J.W. Veenendaal en E.C.A. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van F.P.L. van der Lee, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 31 augustus 2009.

De griffier is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.